COLUMN - Nadat de jezidi’s in juli 2014 tegen Isis in opstand kwamen, nam de terreurgroep wraak. Ze dreven de jezidi’s naar de berg van Sinjar, waar ze vast kwamen te zitten. Isis nam in de weken daarop zo’n tweeduizend jezidische vrouwen gevangen, die vervolgens als seksslaaf werden gebruikt: als ze niet voor een paar dollar konden worden verkocht, hield Isis ze zelf en werden de vrouwen dagelijks meermalen verkracht door de o zo vrome strijders.
Inmiddels zijn bijna zevenhonderd van deze vrouwen weer op vrije voeten. Sommigen wisten zelf te ontsnappen, de meesten zijn bevrijd door de Koerdische peshmerga. Ze zijn daarna in ziekenhuizen opgelapt.
Je zou denken: die vrouwen zijn gebroken, ze zijn stuk voor stuk hoopjes ellende geworden. Ze hebben hun mannen onthoofd zien worden, hun kinderen zijn hen afgenomen, hun moeders afgeslacht, hun land is onder hun voeten weg geroofd. Tel daar het dagelijks herhaald seksueel misbruik bij op, en er rest je nog bitter weinig.
Maar nee.
Een van hen, Khatoon Khider, benaderde een commandant van de peshmerga. Zij en haar lotgenoten hadden nog nooit gevochten, maar ze stelde voor dat ze een gevechtstraining zouden krijgen. De peshmerga – waar Koerdische vrouwen een vanzelfsprekend onderdeel van vormen – voelde er wel wat voor.