Wat ooit links was, is nu rechts, en wat ooit rechts was is nu links

Wat links of rechts is, welk thema gekoppeld wordt aan de ene of andere partij of welke standpunten horen bij het ene of het andere blok kan over tijd sterk veranderen. Het mooiste voorbeeld komt uit Amerika. De Republikeinse Partij is ooit ontstaan als een progressieve, liberale anti-slavernij partij. De Democratische Partij was de conservatieve racistische pro-slavernij partij. Nog geen 150 jaar later is het de Democratische Partij, die een Afro-Amerikaanse president levert en is het de Republikeinse Partij die zich met name onderscheidt door conservatieve standpunten over de autonomie van staten en onderwerpen als positieve discriminatie De partijen zijn volslagen omgedraaid qua standpunten en qua electoraat. De omslag is het best zichtbaar in deze twee figuren die de uitslag laten zien van de verkiezingen van 1956 en 1964: wat eerste Democratisch was, was later Republikeins.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Dear Zuckerberg: Coal is not your friend

Hier weer een bijdrage die we overnemen van Osocio. Deze site volgt wereldwijd “social adverting and non-profit campaignes”.

I’ve written before that shaming is not a very effective social marketing strategy, but what if that public shame is aimed at just one person?

With ”The Social Network” about to premiere, here is “The SoCOAL Network”:

The result is a very shareworthy video from Greenpeace. The animation style, the British boy voiceover, and even Mark Zuckerberg’s penis all contribute to a very entertaining watch, and it’s a refreshing change of strategy for an organization best known for its more radical tactics.

My only regret is that they pegged their case solely on climate change. Not to take anything away from the enormity of that issue, but even climate change deniers can be swayed by the more immediate effects of coal plant pollution—such as mercury contamination, acid rain, and triggering potentially fatal respiratory conditions such as asthma attacks in the vulnerable.

Kumi Naidoo, Executive Director of Greenpeace International explained the cause behind the video in the Huffington Post:

In a letter that I sent to Facebook CEO Mark Zuckerberg on September 1st, I questioned his decision to locate, then double the size of, Facebook’s data centre in Prineville, Oregon—a location with an over-reliance on dirty energy.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Cartoon Kifah Al-Reefi (Deel 3)

Van cartoonist Kifah Al-Reefi kreeg GeenCommentaar weer enige tekeningen toegestuurd. Voor sommige mensen is het lastig dat hij geen bijschriften bij zijn cartoons levert. Bij een atelierbezoek vroeg iemand hem eens wat een bepaald cartoon betekende. Kifah zei toen dat de vraagster dat zelf mocht bedenken.

Vijf zondagen lang plaatst GC een cartoon van Kifah. Naast alles wat jullie maar kwijt willen, kun je ook een comment sturen met als titel Bijschrift, gevolgd door je bijschrift.

Na afloop van de serie ontvangt de wat mij betreft beste inzending een exemplaar van het boek ‘Ik, Driss‘ van Driss Tafersiti (pseudoniem van Asis Aynan) als prijs.

Bedenk een passend bijschrift (Cartoon: Kifah Al-Reefi)

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Quote van de dag: Verhuftering

[qvdd]

In de jaren vijftig was de empathie voor de dader wel sterk aanwezig. Dat had ook te maken met de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog bestond heel sterk het gevoel: het kwaad zit in iedereen. Onder bepaalde omstandigheden kan iedereen een misdaad plegen. Daarom mogen we daders niet dehumaniseren. Het zijn ook mensen. Als je nu zegt: eigen schuld, dikke bult, dan duw je ook het kwaad in jezelf weg. Je wilt niet begrijpen dat de neiging om kwaad te doen in ieder mens zit. Dat jij ook geweld had kunnen gebruiken als je toevallig minder goed was opgevoed of in een ruwe buurt was opgegroeid. Als dat besef er niet is, wordt er een monsterlijk beeld van misdadigers gecreëerd. Er rust nog altijd een taboe op de doodstraf. Maar ook dat taboe zal de komende jaren worden uitgedaagd.

Socioloog/filosoof Bas van Stokkom in de Volkskrant van zaterdag 18 september 2010 over het nieuwe taboe om oog te hebben voor de dader, zijn motieven en de context waarin het delict plaatsvond.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Gelukkig heeft Martin Sommer het wel goed voor met ‘het volk’

Vanochtend wees journalist Hans van Willigenburg op Facebook mij op een ‘sterk stuk‘ van Martin Sommer in de Volkskrant. ‘Het démasqué van links, sterker en strakker dan ooit‘, was Van Willigenburgs opmerking (sorry voor het publiekelijk delen, Hans). Nieuwsgierig als ik was, las ik het. Een stuk van ontroerende waarde, maar niet zoals Sommer het bedoeld moet hebben. Er heerst nogal een sentiment onder deze ‘linksbashers’. Dat links het volk zou hebben verraden. Ten eerste heb ik twijfels over de term links (hiermee wordt stelselmatig de PvdA bedoeld, het liefst met een ‘regenteske’ signatuur) en ten tweede heb ik een probleem met de bijna folkloristische, denigrerende benadering van de gemiddelde Nederlander. Ten derde vraag ik me af wat rechts, of Martin Sommer zelf, voor de burger in gedachte heeft.

‘Dat is hét kernprobleem waar de linkse partijen niet uitkomen, aangezien ze zichzelf nog altijd beschouwen als dragers van de emancipatiegedachte,’ zegt Sommer. […] ‘Nu zijn de rollen omgekeerd. De sans-culotten zijn rechts geworden. En de verdedigers van de status quo links. Het volk moet zich er toch maar niet te veel mee bemoeien, vanwege slechte smaak en opvoeding.’ De hele gewone man, zoals ik al eerder beweerde, bestaat niet meer in de 21e eeuw. Die gewone man is via plasmascherm naar discountreis, creditcard en andere voordeeljacht een doodnormale grootverbruiker geworden. Erg? In mijn ogen niet. Maar hoezo in de steek gelaten door links? Keurig geconformeerd naar de aloude retoriek van Brood en Spelen, zal Sommer bedoelen.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Monsterlijke discriminatie

Amerikaanse familie van monsters wordt geïnterviewd over hun leven; hoe ze zich redden met werk en school, hoe ze bejegend worden. Deze animatie van potloodtekeningen oogt zacht en onschadelijk maar is een tot nadenken stemmende parabel over discriminatie. Let op hoe naturel de interviews klinken. Prijswinnend eindexamenproject. Meer bij @hmblank, videovolt.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

CU: PVV of D66: het maakt echt uit

CU: PVV of D66: het maakt echt uit

2010_AP_Egbert_Schuurman_610_-2Christenen staan voor een dilemma. De mogelijke gedoogsteun van de PVV verdeelt ze tot op het bot en drijft partijgenoten uit elkaar, constateren Eerste Kamerfractievoorzitter Egbert Schuurman en WI-directeur Gert-Jan Segers zaterdag in het Nederlands Dagblad. De keuze tussen gedoogsteun aan PVV of D66 maakt wel degelijk verschil. Met de PVV dreigt een hele bevolkingsgroep tweederangs te worden.

Een belangrijke overweging van de pleitbezorgers van gedoogsteun door de PVV is dat een kabinet waarin D66 plaatsneemt minstens zo erg is, zo niet erger. Ook de politici van de ChristenUnie staan voor dat dilemma.

Inderdaad wordt de libertijnse politiek van D66 gekenmerkt door een vrijheid die niet aan voorgegeven normen beantwoordt. Met het individu als uitgangspunt, met een gebrek aan respect voor de vrijheid van onderwijs en van levensbeschouwelijke organisaties, voert D66 een politiek die grote verschillen toont met die van de ChristenUnie. Zulke principiële verschillen maken een regeringscoalitie waarin zowel D66 als de ChristenUnie deelnemen niet direct voor de hand liggend.

Pas als er geen andere coalitie meer te vormen is, zou met oog op de regeerbaarheid van het land zo’n samenwerking overwogen kunnen worden. Maar dan zou er gestreefd moeten worden naar een voortzetting van het medisch-ethische beleid waarin de vorige coalitiepartijen zich konden vinden en zou art. 1 van de Grondwet – het non-discriminatiebeginsel – geen voorrang mogen hebben op de artikelen over godsdienstvrijheid en onderwijsvrijheid.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Napoleon in Egypte

  • 1. Paul Strathern, Napoleon in Egypte.
  • Uitgeverij Mets en Schilt, A’dam / Roularta, Roeselare, 2008
  • 461 p. ; kaarten, noten, bibliografie, register.
  • ISBN 978-90-8679-166-8 € 12,50

    Dit is een gastbijdrage van Jef Abbeel.

    Bijna gelijktijdig verschenen twee boeken over Napoleons avonturen in Egypte : het relaas van de mislukte militaire expeditie (1 ) en dat van de meer succesvolle wetenschappelijke activiteiten ( 2). Paul Strathern (1 ) is Brits historicus en tegelijk romanschrijver. Dit laatste merk je aan zijn vloeiende en bloeiende stijl en zijn meeslepende verteltrant, het eerste aan zijn gedetailleerde vakkennis en zijn manier van omgaan met historische bronnen uit een langgerekte periode van Herodotos tot vandaag. De motieven waarom de jonge, kleine (1m62), toen nog magere, maar al megalomane Napoleon in mei 1798 naar Egypte trok, zijn nooit helemaal duidelijk geweest.

    Het is ook niet zeker of hij op zijn relatief jonge leeftijd (29 à 30 ) al precies wist wat hij ging doen en waar zijn expeditie moest uitmonden.
    Ook zijn directe omgeving was nooit bij machte de volgende stap van de onberekenbare en ondoorgrondelijke Corsicaan te voorspellen.
    De Franse ambassadeur in Istanbul, Raymond Verninac, had Napoleon kunnen overtuigen dat Frankrijk niet enkel Egypte, maar heel het Osmaanse rijk kon veroveren, want het stond volgens hem op instorten. En als Frankrijk het niet zou doen, zouden Oostenrijk of Engeland het zeker inpalmen. Ook Talleyrand, de gladde minister van buitenlandse zaken tijdens het Directoire, stelde voor om Egypte te koloniseren.

    Strathern meent dat hij Egypte wou bevrijden van de Ottomanen, er een Franse kolonie van maken en er de ideeën van de Verlichting en van de Westerse techniek binnenbrengen. Vervolgens zou Napoleon, naar het voorbeeld van Alexander de Grote, zijn campagne verder zetten in het Oosten, om uiteindelijk de Britten te verdrijven uit hun kroonkolonie Indië, waar ze hun katoen, één van de pijlers van hun textielindustrie, grotendeels haalden.

    Volgens Strathern hield Napoleon ook rekening met de mogelijkheid dat zijn Oosters rijk onafhankelijk zou worden van het Franse moederland, zoals de Amerikaanse kolonies onafhankelijk waren geworden van Engeland. Het zou dus een Amerika van het Oosten worden, met de nieuwe Alexander als president.

    Egypte hoorde in 1798 bij het rijk van de sultan van Istanboel. Die had er een onderkoning. Deze steunde volledig op de Mammelukken. Deze krijgers werden uit de Kaukasus of uit het Turkse rijk als slaaf ingevoerd en opgeleid tot de elite ruiterij. Met hun karabijn, pistolen en korte lans vochten ze zeer efficiënt. Ze waren berucht en beroemd om hun militaire vaardigheden. In een veel vroegere periode, nl. tussen 1250 en 1517, waren ze de baas in Egypte en Syrië en vochten ze met succes tegen de Mongolen en de Kruisvaarders.

    De Fransen versloegen hen bij de Piramiden, maar zij verloren de zeeslag in de baai van Aboukir bij de Nijlmonding tegen de Brit Nelson. De Britten blokkeerden dan de Egyptische kust, waardoor contact met Frankrijk en hulp vanuit Frankrijk onmogelijk werd. Het Franse leger kreeg dan te kampen met ontoereikende bevoorrading en allerlei ziektes.

    De pogingen van Napoleon om de steun van de inheemse bevolking voor zich te winnen door zichzelf voor te stellen als hun bevrijder van de Mammelukken en door ze wijs te maken dat de Fransen zeer moslimgezind waren, faalden. Hij beweerde zelfs dat ze vijanden waren van het Christendom en dat hij zelf moslim wou worden. Onder weg naar Egypte had hij wel delen van de koran gelezen. Het baatte niet : in Caïro brak een volksopstand uit, die door Napoleon bloedig onderdrukt werd.

    Napoleon koos dan voor de vlucht vooruit. Met een deel van zijn leger probeerde hij in 1799 het Heilig Land te veroveren en koning van Jeruzalem te worden. Dit is een minder bekend onderdeel van zijn expeditie. Zijn soldaten begingen hier allerlei wreedheden. De ergste was de moord op 4.000 Turkse krijgsgevangenen bij Jaffa. Palestijnse vrouwen en kinderen werden verkracht en vermoord.

    De opmars kwam tot stilstand bij Akko. Hier kreeg Napoleon zware klappen in de strijd tegen de Turken en de Engelsen. Nu besefte Napoleon dat zijn Aziatische droom mislukt was. Hij droop op slinkse wijze af en keerde terug naar Egypte. De zieke soldaten ( pest ) probeerde hij eerst d.m.v. een overdosis opium te doden, maar uiteindelijk liet hij ze hulpeloos sterven. In Alexandrië en Caïro deed hij alsof zijn tocht een groot succes was en liet hij zich inhalen als triomfator.
    Hij besefte maar al te goed dat zijn campagne mislukt was. De onrust in Parijs greep hij aan om te deserteren. Bij zijn latere tocht naar Rusland bleek hij weinig geleerd te hebben uit zijn Egyptisch en Palestijns debacle. Behalve dan hoe hij kon deserteren en een leger hulpeloos achterlaten. Ook in Rusland speelden onderschatting van de tegenstander, onaangepaste kledij, mank lopende bevoorrading en verzorging een cruciale rol.
    Opmerkelijk is wel hoe hij er telkens in slaagde om honderdduizenden nieuwe soldaten te ronselen.

    In Egypte liet hij het commando over aan generaal Kléber, een Elzasser. Deze werd ongenadig bestookt door Britse en Mammelukse troepen.
    Uiteindelijk sneuvelde hij niet op het slagveld, maar op het terras van zijn hoofdkwartier. Een fanatieke Syriër, Soliman, stak hem dood met zijn mes op 14 juni 1800. De rechtbank veroordeelde de moordenaar meteen : zijn rechterhand moest worden verbrand en zijn lichaam moest worden gespietst. Voor deze moslimbroeder was er dus geen guillotine, die in Frankrijk gebruikt werd in naam van de fraternité, om de pijnlijkere doodstraffen van het Ancien Régime te vervangen.
    Kléber werd voorlopig begraven op de christelijke begraafplaats buiten de muren van Caïro,
    tot het in juli 1801 mee naar Frankrijk werd genomen.
    Soliman werd op gruwelijke terechtgesteld : een staak van drie meter werd door een beul via een insnijding in zijn anus in zijn lichaam gedreven tot aan zijn borstbeen en dan rechtop gezet. Soliman gaf geen kik tijdens de foltering, maar eens hij boven hing, schreeuwde luidkeels tegen de toeschouwers : “Er is geen andere god dan Allah en Mohammed is zijn profeet” (416).

    In 1801 kon het overblijvende restant van het leger evacueren, roemloos, vernederd en met een tragisch verlies van 15.000 à 20.000 manschappen op 40.000 à 50.000. Hoewel er bij de tegenstanders nog meer doden gevallen waren, draaide de expeditie uit op een groot fiasco.
    Britse schepen repatrieerden de Franse soldaten en geleerden, met hun materiaal, stenen en opgezette dieren, maar de Steen van Rosette namen ze mee naar Londen, ondanks felle protesten van de Fransen.

    Op Sint-Helena kwam Napoleon nog dikwijls terug op zijn oriëntaalse droom : keizer worden van het hele Oosten en van Afrika, er beschaving en welvaart brengen, de Middellandse zee verbinden met de Rode Zee ( Gaspard Gourgaud, Journal de Saint-Hélène, 1815 – 1818,Paris, 1899, vol.I, p. 63). Deze laatste droom werd in 1869 verwezenlijkt door een andere Fransman, ingenieur Ferdinand de Lesseps (420 – 422).

    De overdracht van de Franse cultuur, wetenschap en techniek was evenmin een succes.
    De 151 à 167 geleerden , wiskundigen, wetenschapsmensen, biologen, schrijvers, kunstenaars, archeologen, taalkundigen, geronseld door en onder leiding van de scheikundige graaf Claude Louis Berthollet en de wiskundige Gaspard Monge , deden er zelf meer kennis op dan dat ze er verspreidden. Zij maakten kennis met de rijke overblijfselen van de oude Egyptische beschaving.

    Hun ervaringen en prestaties zijn uitvoerig beschreven door Nina Burleigh ( 2 ). Haar boek ontbreekt in de bibliografie van Strathern, omdat beide publicaties ongeveer gelijktijdig verschenen. In haar “Mirage” ( droombeeld, luchtspiegeling) vertelt ze eerst over het militair fiasco van een leger dat totaal onvoorbereid vertrok, niet in staat was om te communiceren met de lokale bevolking en niet besefte hoe gevoelig die moslims waren voor een inval in een moskee, na een opstand in Caïro.

    De geleerden dan. Ze bleven drie jaar in Egypte en ze ondervonden er dezelfde ongemakken als de soldaten. Een schip dat wetenschappelijke apparatuur moest aanvoeren, overleefde de zeetocht niet. Napoleon was boos omdat zoveel materiaal nu op de bodem van de zee lag, maar de over getalenteerde scheikundige Nicolas-Jacques Conté repliceerde dat ze alle gereedschappen daar wel zouden namaken. Waarop Napoleon met hetzelfde geloof in de vooruitgang hem vroeg om uit te zoeken hoe ze dan ook bier konden maken zonder hopplanten. Hij had even goed naar wijn zonder druiven kunnen vragen. Conté kon wel wat. Hij slaagde erin met uitsluitend inheemse materialen allerlei machines te maken, zoals een drukpers, een pers om muntstukken te maken, geometrische toestellen, ingenieursmateriaal en trompetten voor het leger. Hij bouwde een smeltoven en produceerde er sabels.

    En de stad Alexandrië viel enorm tegen : ze keken uit naar een rijke bibliotheek, een paradijs van menselijke kennis, een haard van de Verlichting, maar ze vonden ruïnes, barbaren, armoede en verval.
    Zij ( officieel Napoleon) richtten het Egyptisch instituut op, waar ze zelf lezingen gaven en discussies organiseerden over de loop van de maan, Egyptische muziek, de eigenschappen van opengesneden mummies en een tijdschrift uitgaven (”Décade”). Het is niet duidelijk wie hun doelgroep was en of ze die ook bereikten. Idem voor de eerste Egyptische krant die door natuurkundige Joseph Fourier uitgegeven werd.

    Ze maakten een stratenplan van Caïro, de ingenieurs probeerden de weerspannige Nijl onder controle te brengen en ze brachten de dierenwereld in kaart. Ze zeilden de Nijl af naar Thebe en Karnak, waar ze opgravingen deden en zorgvuldige tekeningen maakten. Het waren heerlijke momenten voor de wereldvreemde geleerden.

    Een enkeling leerde Arabisch, een Fransman trouwde met een moslimvrouw, bekeerde zich tot de islam en noemde zich voortaan Abdullah, anderen zagen hun gezondheid en hun geest achteruitgaan door het ruwe klimaat.

    Kunstenaar Dominique-Vivant Denon schilderde en tekende terwijl de kogels rond zijn hoofd vlogen. Het boek dat hij in 1802 bij zijn terugkeer publiceerde (“Voyage dans la basse et la haute Egypte”), werd een bestseller in Europa. Hij zelf werd beloond met het directeurschap van het Louvre.

    Een andere, Savigny, raakte geobsedeerd door insecten en stelde een catalogus op van de Egyptische kevers en vlinders. Zijn ijver werd niet beloond : hij hield een oogziekte over aan zijn observaties van de lieve beestjes.

    Een derde, Geoffroy Saint-Hilaire, werd hoofdredacteur van de “Description de l’Egypte”, een encyclopedie in 23 delen van abnormaal groot formaat, die tussen 1809 en 1828 verscheen.
    Alles stond er in : geschiedenis, monumenten, rotsen, de Nijl, dagelijks leven, handel, landbouw, planten, dieren, vogels, vissen, … . Geen enkel boekwerk verzamelde in de 19° eeuw zoveel gegevens over Egypte uit zoveel bronnen , in zoveel vormen ( teksten, tekeningen, plattegronden, kaarten) en over zo uiteenlopende onderwerpen. Hoewel het slechts betaalbaar was voor de uiterst kapitaalkrachtige elite, had het een enorme impact in Europa. In een goedkopere editie is het nog altijd het basiswerk voor de huidige studenten egyptologie en dus ook aanwezig in universitaire bibliotheken.

    Het veroorzaakte een ware Egyptomanie, die tientallen jaren zou duren en die ongewild ook leidde tot rooftochten, met als resultaat de obelisk van Luxor op de Place de la Concorde, een Egyptische tempel in een park in Madrid en de vele mummies die in Parijs, Londen en New York belandden.
    De vele prenten en gravures tonen ook tempels die inmiddels verdwenen zijn.

    De overbekende steen van Rosette tenslotte, een donkere granieten blok van 1 m 12 bij 76 cm, met hiëroglyfen, demotisch en Grieks schrift, werd in juli 1799 gevonden door Franse genietroepen o.l.v. ingenieur Pierre-François Xavier Bouchard, bij werkzaamheden aan het fort Saint Julien ( nu Quaitbay) bij El Rashid op de westelijke oever van de Nijl. De geleerden geloofden meteen dat deze steen zou helpen om het mysterie van het oude Egyptische schrift te ontsluieren.
    Ongelukkiglijk kwam de steen in 1801 in Britse handen, volgens Burleigh, als onderdeel van het akkoord bij de overgave, omdat de Franse militaire leiders daarmee hun aftocht afkochten.
    Gelukkig slaagde de Fransman Champollion erin de hiëroglyfen te ontcijferen (1822) aan de hand van een kopie die in zijn geboortedorp Figeac bewaard wordt. In Leiden bevindt zich ook een kopie in het Rijksmuseum van Oudheden.

    Het resultaat voor de wetenschap in Europa en Amerika was dus groter dan de militaire prestatie en ook groter dan de mislukte overdracht van de Verlichte ideeën naar Egypte. Voor vrijheid en gelijkheid was er geen vruchtbare bodem in de Egyptische woestijn.

    Egyptenaren, Turken en Palestijnen hielden aan de militaire expeditie geen goede herinneringen over. De Franse geleerden waren enthousiast, maar bij hen lag de dodentol in verhouding bijna even hoog als bij de militairen : 25 op 150 of één op zes.

    Zowel Burleigh als Strathern zijn begenadigde vertellers. Ze kennen niet enkel de grote lijnen, maar ook de kleine anekdotes. Ze beschikken over een enorme eruditie, van Oudheid tot 19° eeuw, van geschiedenis, wetenschappen, wiskunde. De sterkte van hun boeken zit in de vervlechting van die grote lijnen met details over het leven van de generaals, hun vrouwen te velde of met anderen in bed in Parijs, de geleerden die hun cultureel missioneringswerk verder zetten alsof er geen gevaar aanwezig was, de soldaten voor wie het militair avontuur een pijnlijke zaak was. Ongeveer 40 % sneuvelde op zee, in het zand of door ziektes.

    Strathern heeft veel aandacht voor deze sukkelaars. Ze kwamen daar aan in onaangepaste wollen (! ) kledij, ze kregen te kampen met builenpest en andere ziektes, door taalproblemen kregen ze geen contact met de lokale bevolking, kortom : het werd een calvarietocht in plaats van een zegeroes.
    De verteltrant en het relaas van Strathern vertonen veel gelijkenissen met het succesverhaal van Adam Zamoyski : “1812. Napoleons fatale veldtocht naar Moskou” ( Balans / WPG, 2005).
    Beide auteurs zijn sterk in het begrijpelijk weergeven van het militaire en het menselijke aspect. De sneeuw, de koude en de kozakken van Zamoyski worden hier vervangen door zand, hitte, dorst en even ongenadige Mammelukken, Turken en Britten.
    De landkaartjes van Egypte ( 75, 90,125,139,162,282) en Palestina (322) zijn duidelijk, maar bij Palestina staat geen route, wat wel het geval is bij de kaart van de Middellandse Zee ( 67).
    Een register van de plaatsnamen ontbreekt helaas. Idem voor een begrippenlijst; ik noem er enkele die niet alledaags zijn : bei(s), fellah, ferman, funduk, miry, pasja, serradj.

    Strathern stipt geregeld vergissingen aan van Napoleon, o.a. zijn onwil om de luchtballons van Montgolfier in te zetten als hulpmiddel voor spionage achter de vijandelijke linies ( 49).

    Anderzijds spreekt hij niet over de toch wel belangrijke economische bijbedoeling van Napoleon, nl. de Engelsen afsnijden van hun katoen in Egypte en India. Want ook deze werd via Egypte, dus deels over land, naar Engeland gebracht. Het Suez-kanaal werd pas 70 jaar later aangelegd. Burleigh heeft het hier wel over.

    In 1806 – 1812 zou Napoleon nog eens tevergeefs proberen om Engeland te verslaan door middel van economische oorlogsvoering, nl. met zijn Continentale Blokkade. De Engelsen reageerden hierop door het continent af te sluiten van zijn kolonies, waardoor men surrogaten moest bedenken voor rietsuiker, tabak, specerijen en andere overzeese voedings- en genotsmiddelen. Het leverde Napoleon veel tegenstanders op, o.a. zijn eigen broer in Holland, de paus en de tsaar.
    Strathern haalt er ook onbeduidende details bij zoals het feit dat Napoleon bij het begin van elke veldslag masturbeerde om zijn zenuwen onder controle te houden (34) en dat eten en seks niet langer dan een kwartier mochten duren ( 34). De portretten van de generaals(42-49) mochten ook wel wat beknopter zijn. Idem voor het seksleven van de militairen in Egypte en de ontrouwe thuisblijvers zoals echtgenote Joséphine in Parijs.

    Het boek van Burleigh is ook voorzien van 16 pagina’s met prenten van negen geleerden en van de dodelijke aanslag op generaal Kléber; verder zijn er afbeeldingen van het toenmalige Alexandrië en Caïro, huizen van Napoleon en van geleerden, mammelukken, schaars geklede dansers en danseressen, allerlei soorten dieren en uiteraard de steen van Rosette.
    De epiloog gaat over de Egyptomania en de Egyptologie in de 19° en 20° eeuw en het verzoek van Egypte in 2003 aan de Britten om de steen terug te geven. Het register is allesomvattend : personen, plaatsen, inhoudelijke elementen.

    Tot slot nog dit voor de liefhebbers van thrillers : de tocht van Napoleon naar Egypte en naar Palestina is door William Dietrich ( 3 ) verwerkt in een spannende roman, die zich focust op de grote geheimen die onder de grote piramides (zouden) liggen en op allerlei bedrog en intriges daarom heen. Het kaartje vooraan met de zeeroute naar Alexandrië is alvast correct.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Vorige Volgende