CU: PVV of D66: het maakt echt uit

CU: PVV of D66: het maakt echt uit

2010_AP_Egbert_Schuurman_610_-2Christenen staan voor een dilemma. De mogelijke gedoogsteun van de PVV verdeelt ze tot op het bot en drijft partijgenoten uit elkaar, constateren Eerste Kamerfractievoorzitter Egbert Schuurman en WI-directeur Gert-Jan Segers zaterdag in het Nederlands Dagblad. De keuze tussen gedoogsteun aan PVV of D66 maakt wel degelijk verschil. Met de PVV dreigt een hele bevolkingsgroep tweederangs te worden.

Een belangrijke overweging van de pleitbezorgers van gedoogsteun door de PVV is dat een kabinet waarin D66 plaatsneemt minstens zo erg is, zo niet erger. Ook de politici van de ChristenUnie staan voor dat dilemma.

Inderdaad wordt de libertijnse politiek van D66 gekenmerkt door een vrijheid die niet aan voorgegeven normen beantwoordt. Met het individu als uitgangspunt, met een gebrek aan respect voor de vrijheid van onderwijs en van levensbeschouwelijke organisaties, voert D66 een politiek die grote verschillen toont met die van de ChristenUnie. Zulke principiële verschillen maken een regeringscoalitie waarin zowel D66 als de ChristenUnie deelnemen niet direct voor de hand liggend.

Pas als er geen andere coalitie meer te vormen is, zou met oog op de regeerbaarheid van het land zo’n samenwerking overwogen kunnen worden. Maar dan zou er gestreefd moeten worden naar een voortzetting van het medisch-ethische beleid waarin de vorige coalitiepartijen zich konden vinden en zou art. 1 van de Grondwet – het non-discriminatiebeginsel – geen voorrang mogen hebben op de artikelen over godsdienstvrijheid en onderwijsvrijheid.

Overigens zou zo’n kabinet te verkiezen zijn boven paars plus. In die laatste variant krijgen de libertijnse invloeden geen enkele tegenspraak meer.

Bij het gedogen van een kabinet waaraan de PVV deelneemt, is iets anders aan de hand. Een partij als de PVV – lees Wilders – die normen voor een democratische rechtsstaat overboord wil zetten, wordt bij de huidige kabinetsvorming, op het schild geheven. Daarmee staat Nederland op een belangrijk keerpunt. De cruciale vraag is of een politiek die staat voor selectieve rechten voor bepaalde groepen burgers en voor inperken van godsdienstvrijheid gelegitimeerd wordt.

Versterkt

Als het komende kabinet zich inderdaad afhankelijk maakt van Wilders, krijgt hij ook een versterkt podium om zijn boodschap in Nederland en andere delen van de wereld verder uit te dragen. Hij is de man die, niet gehinderd door een democratische partij, het kabinet in Nederland kan maken en breken. Hij kan zijn – soms terechte – inhoudelijke bezwaren tegen de islam – onterecht – vermengen met een politiek die verdeelt en splijt.

Hij kiest in een ‘heilige strijd’ het onheilige middel van aantasting van de rechtsstaat, waarbij er eerste- en tweederangs burgers zullen ontstaan. En doordat hij de islam in essentie definieert als een altijd en overal gewelddadige godsdienst, ontneemt hij moslims bij voorbaat de mogelijkheid om ook ooit maar tot een gematigde interpretatie te komen. Verzet tegen radicale moslims is verworden tot een politiek en ideologisch verzet tegen elke moslim. Dat heeft wereldwijde implicaties. Dat kan leiden tot een clash tussen verschillende culturen met mogelijk ingrijpende gevolgen.

Waar nationaal en internationaal de spanning oploopt, kunnen we met onze politiek nooit om de rechtsstaat heen of die voor sommigen tussen haken zetten.

Met de gedoogsteun van Wilders aan een nieuw kabinet boeren we met betrekking tot de rechtsstaat achteruit.

In die zin is samenwerking met ofwel de PVV ofwel D66 geen lood om oud ijzer. Tegenover de provinciale D66 zijn inderdaad principiële bezwaren in te brengen. Maar de bezwaren tegen de PVV zijn diepgaander.

De ChristenUnie moet groepen vrijheidslievende moslims onderkennen en hen aansporen wereldwijd zich te verzetten tegen elk fundamentalistisch en gewelddadig radicalisme. Tegelijk moeten met de mogelijkheden van de rechtsstaat islamitische terroristen wereldwijd worden bestreden.

Egbert Schuurman is voor de ChristenUnie fractievoorzitter in de Eerste Kamer en Gert-Jan Segers is directeur van het Wetenschappelijk Instituut.