Studium Generale Universiteit Utrecht

216 Artikelen
Ontmoet befaamde wetenschappers, debatteer met denkers en luister naar schrijvers die hun drijfveren blootleggen. Studium Generale is het podium van de Universiteit Utrecht, waar studenten, docenten en andere geïnteresseerden kennis kunnen maken met alle mogelijke vakgebieden.

Studium Generale biedt iedereen de mogelijkheid kennis te maken met een vakgebied zonder verdere verplichtingen. Een toegankelijk programma op academisch niveau, te volgen zonder voorkennis. Waarom vindt de universiteit dit belangrijk? Omdat academische vorming meer is dan vakinhoudelijke kennis. En omdat de wet bepaalt dat de universiteit aandacht moet schenken aan de samenhang van wetenschappen en aan de maatschappelijke aspecten van wetenschap.

Meer informatie over ons, onze lezingen en ons nieuwsblog vind je op www.sg.uu.nl.
Foto: Scott* (cc)

Is Vrouwe Justitia blind?

ACHTERGROND - Mag het rechtvaardigheidsgevoel van de rechter een rol spelen in de rechtszaal?

Stel je voor. Een man trouwt met een steenrijke vrouw. Het stel trouwt in gemeenschap van goederen. Vijf weken later overlijdt de echtgenote. Ze is vermoord, nota bene door haar man. Mag de echtgenoot het vermogen houden? Iedereen kan hier wat van vinden, ook zonder juridische kennis.

Iedereen heeft een rechtvaardigheidsgevoel. Ook rechters. ‘We hebben allemaal een moreel kompas, rechters zijn niet de enigen,’ aldus rechter Rosa Jansen in het Filosofisch Café. Maar mag dat gevoel een rol spelen in de rechtszaal?

Bovenmenselijk

Rechters horen objectief te zijn, misschien zelfs wel bovenmenselijk. Prof. Ton Hol, rechtsfilosoof, wijst op de symboliek waar rechters door omgeven zijn in de rechtszaal. De zuilen aan de voorkant van veel gerechtsgebouwen verwijzen naar de verbinding tussen aarde en de kosmische orde. Rechters zitten wat hoger dan de rest. Recht wordt gesproken op een (letterlijk) verheven plek. Terwijl de officier van justitie en de advocaat staan op de momenten dat zij spreken, blijft de rechter altijd zitten. Die staat buiten de strijd.

Rechters moeten gezag hebben. Maar Hol merkt een beweging op die hier tegenin lijkt te gaan. De burger emancipeert. Zoals leraren tegenwoordig meer op gelijke voet staan met hun leerlingen, en artsen met hun patiënten, zo wil de burger zich ook niet meer zomaar voegen naar de rechterlijke macht en de onpersoonlijke algemeenheid van de wet.

Foto: USFWS - Pacific Region (cc)

Planeet Oceaan

ACHTERGROND - De oceanen zijn cruciaal voor het welzijn van de mens. Hoe kunnen we bedreigingen als overbevissing en vervuiling tegengaan?

Vanuit de ruimte is de aarde blauw. Twee derde van de aarde bestaat uit oceaan. In plaats van ‘planeet aarde’ zouden we ook kunnen spreken van ‘planeet oceaan’. De oceaan produceert 50% van al onze zuurstof en is alleen daarom al van levensbelang. Maar waarom is het zo moeilijk om koraalsterfte, verzuring, plastic soep of het leegvissen van de oceanen aan te pakken? De oceaan is een niemandsland dat grote schatten herbergt. Toch is het daarmee niet niemands probleem: het internationaal zeerecht en verdragen zijn wel degelijk bindend en er zijn goede voorbeelden van collectieve actie. Zo stellen Carel Drijver (hoofd programma Oceanen en Kusten van het WNF) en prof. dr. Alex Oude Elferink (Internationaal Recht, UU). Hoe kunnen we als burgers, consumenten, vanuit wetenschap en beleid bijdragen en welke nieuwe coalities zijn er nodig?

Mag ik zwemmen?

Carel Drijver hoorde ooit een oude visser vertellen dat die als jonge man de vissen bij wijze van spreken toestemming moest vragen te zwemmen. Vroeger waren er, zo stelde de visser, te veel vissen om even lekker je armen uit te slaan, nu moest hij uren varen voor voldoende vis in zijn netten. Drijver besefte hierdoor de urgentie om iets te doen voor oceanen en kustgebieden. Het belang van de oceanen voor het leven op aarde is duidelijk, het zorgt voor zuurstof en voedsel voor heel veel mensen. Daarbij is 90% van het zeeleven nog niet beschreven. Onder andere voor nieuwe medicijnen is hierop de hoop gevestigd: er komen nu al meer patenten uit de oceaan, dan uit het regenwoud.

Foto: @Doug88888 (cc)

Uit de hand gelopen nut

ACHTERGROND - Angst voorkomt dat mensen zich in al te gevaarlijke situaties begeven. Maar soms leveren onze angsten meer problemen op dan nut. Hoe gaan psychologen daarmee om?

Veel mensen zijn bang voor spinnen, muizen of onweer. Logisch, creepy-crawly animals en blikseminslag kunnen immers gevaarlijk zijn. Angst is nuttig: het vertelt ons dat we moeten vechten of vluchten en heeft dus een duidelijke evolutionaire waarde. Soms loopt dit nut uit de hand. Dan heeft iemand grote hinder van een angst terwijl deze angst eigenlijk irrationeel is. Prof. dr. Marcel van den Hout legde in de lezingenreeks Waanzin uit wat de oorzaken zijn van angststoornissen en hoe ze te behandelen zijn.

Blootstellen

Een persoon met een fobie zal tot het uiterste gaan om het object van zijn of haar angst te vermijden. Zo blijft iemand met pleinvrees liever de hele dag thuis dan zich in de openbare ruimte te begeven. De angst houdt zichzelf daardoor in stand.

Hoe valt een angststoornis dan te genezen? Volgens Van den Hout is de meest effectieve behandeling ‘exposure-therapie’, ofwel blootstelling. Een persoon met pleinvrees merkt dan dat er geen afgrijselijke ramp gebeurt als hij een uitgestrekt plein oversteekt. Zo leert hij dat zijn angst ongegrond is.

Foto: freeside510 (cc)

Sjablonen in de waanzin

ACHTERGROND - Het aantal kinderen met ADHD of andere gedragsstoornissen is de laatste jaren explosief gestegen. Net als het aantal burnouts. Betekent dit dat er steeds meer overspannen volwassen en slecht hanteerbare kinderen zijn? Joost Vijselaar vertelde in een lezing van Studium Generale Utrecht dat in een ver verleden veel mensen leden aan neuroses en dat wat minder lang geleden in de jaren 70, de ‘meervoudige persoonlijkheidsstoornis’ een opmars maakte. Nu zijn beiden zo goed als verdwenen. Dat wekt de suggestie dat ziektebeelden tijdsgebonden en misschien zelfs ook maakbaar zijn.

Geschiedenis in vogelvlucht

De geschiedenis van de psychiatrie begon in de zestiende eeuw met de oprichting van zogenaamde dolhuizen. Dat waren plaatsen waar krankzinnigen opgesloten in hokken werden  ‘bewaard’, zodat ze geen gevaar voor de samenleving zouden zijn. Echte behandeling kwam pas in de achttiende eeuw. De waanzinnigen werden geplaatst in gestichten waar ze orde, arbeid en ontspanning kregen. Naast krankzinnigheid werd er ook een milde vorm van psychische aandoening onderscheiden, de zogenaamde zenuwziekte. Deze ziekte hield in dat de zenuwen te actief of juist te zwak waren, waardoor mensen overspannen raakten. Mensen die hieraan leden gingen naar kuuroorden om daar te herstellen. Er heerste dan ook een sfeer van optimisme: gekte was te genezen! Dit geloof in de herstelbaarheid van krankzinnigheid en zenuwlijden gaat echter ten onder aan het einde van de negentiende eeuw. De resultaten van de behandelmethodes vallen tegen. Rust en frisse lucht leiden niet tot genezing.

Foto: Jeff Van Campen (cc)

Duwtje in de goede richting

VERSLAG - Biologisch, ecologisch, verantwoord of puur & eerlijk; bewust consumeren is populair. Iedere bijdrage aan een beter milieu is welkom maar wat kan er op grote schaal worden bereikt en wie zouden er iets moeten veranderen? In de tweede lezing in de serie ‘The Next Generation’ van Studium Generale Utrecht gaan voedselonderzoeker Roos van Os (SOMO) en psycholoog Denise de Ridder in op deze vraag en de manier waarop menselijk gedrag kan worden veranderd.

De macht om te veranderen

Verandering zou volgens Van Os vooral moeten plaatsvinden bij de enkele tientallen bedrijven, die wereldwijd de link vormen tussen boer en consument. In Nederland bijvoorbeeld hebben de drie grootste supermarktketens een marktaandeel van 85% en daarmee een hele grote inkoopmacht. Supermarkten worden door hun aandeelhouders elk kwartaal ter verantwoording geroepen en hebben daarom nauwelijks tijd investeringen in duurzaamheid af te schrijven over een langere periode. Zitten we dan allemaal gevangen in “het systeem”? Ook consumenten – dat weten we uit eigen ervaring, en zo blijkt ook uit psychologisch onderzoek van Denise de Ridder – hebben grote moeite langetermijndoelen in lijn te brengen met hun handelen. Zelfs al zijn we overtuigd van het belang van gezondheid en duurzaamheid, we kunnen er vaak moeilijk naar leven.

Foto: FaceMePLS (cc)

Geluk gelukkig grotendeels gelukt

VERSLAG - De tijd van spelen lijkt voorbij. Jongeren beginnen steeds eerder met het uitstippelen van hun carrière. Het is typerend voor onze samenleving, die alsmaar meer van ons verlangt. Zijn we met zijn allen aan het doordraven? Leven we tegenwoordig in een prestatiemaatschappij? Welke torenhoge verwachtingen gaan daarmee gepaard? En wat als je niet mee kan komen in deze race? Mensen zoeken al gauw hun heil in middeltjes, pilletjes, psychologen en psychiaters. Het aantal diagnoses neemt toe. Het lijkt soms alsof Nederland in de greep is van gevoelens van angst en zinloosheid. Volgens socioloog Paul Schnabel valt het echter wel mee. Hij legt in de eerste lunchlezing van de reeks Waanzin van Studium Generale Utrecht uit dat ‘geluk gelukkig grotendeels gelukt is.’
Scoren op geluk

We leven in een bijzondere samenleving, zegt Schnabel. We hebben ons geluk georganiseerd naar onze eigen persoonlijke voorkeur. De wereld ligt aan onze voeten, zo schijnt. Onderzoekscijfers beamen dat. Nederland belandt steevast in de top vijf bij indexen die zich bezighouden met geluk. Dat maakt van ons, aldus Schnabel, ‘het meest zuidelijke Scandinavische land.’ Dat is positief. Bijzonder aan deze Scandinavische landen, die stuk voor stuk hoog scoren op de index, is namelijk dat ze een verregaande individualiteit combineren met een collectieve zorgzaamheid. Ieder mag zich weliswaar ontplooien naar eigen inzicht, maar als dit even een keer niet slaagt kan diegene rekenen op het warme nest van de verzorgingsstaat. Oftewel: het is hier nog lang zo slecht niet. Stiekem weten we dat eigenlijk ook wel. Uit gegevens van de Europese Unie blijkt dat inwoners van Nederland beseffen dat zij het, vergeleken met bepaalde andere Europese landen, toch best oké hebben.

Foto: Truus, Bob & Jan too! (cc)

Wetenschap een falend systeem?

COLUMN - Universiteiten hebben twee taken: het verrichten van wetenschappelijk onderzoek en het verzorgen van wetenschappelijk onderwijs. Beide hebben problemen. Allereerst maar eens dat onderzoek. Veel burgers en politici denken dat wetenschappers gedreven door nieuwsgierigheid op zoek zijn naar de waarheid. Als wetenschappers genoeg geld krijgen, lossen ze maatschappelijke problemen vanzelf op.

De werkelijkheid is anders, erg anders. Natuurlijk levert de wetenschap een niet te onderschatten bijdrage aan de maatschappelijke vooruitgang. Onze wereld is zonder wetenschap volstrekt onvoorstelbaar. Maar wetenschap biedt geen absolute zekerheid en tussen wetenschappers bestaat veel onenigheid. Aan het front van de wetenschap woedt een felle strijd tussen wetenschappers met verschillende ideeën en vooral ook verschillende belangen. Het betekent dat wetenschappers complexe maatschappelijke kwesties – klimaatverandering of schaliegasboringen – helemaal niet kunnen oplossen. Ze kunnen alleen een bijdrage aan de discussie leveren. Politici en burgers moeten daarna zelf de argumenten wegen. Dat is even wennen.

Prestatiedruk

Deze rommelige gang van zaken is mede ontstaan door de ‘economisering’ van de wetenschap. Wetenschappers zijn gewone mensen wier salaris en carrière afhangen van hun wetenschappelijke prestaties. Met die resultaten proberen ze beurzen te krijgen of vaste banen te verwerven. Dat leidt als vanzelf tot publicatiedruk. Die nog eens wordt verzwaard door het idee dat de kwaliteit van wetenschappers te meten valt via het aantal publicaties en bovenal door de tijdschriften waarin die publicaties verschenen zijn. Dit is een aantrekkelijke veronderstelling omdat het wetenschappelijke kwaliteit reduceert tot een paar getallen, en daar zijn managers dol op. Niets is echter minder waar. Het resultaat is namelijk dat wetenschappers veel artikelen publiceren. Héél véél. Nederlandse wetenschappers schreven in 2011 mee aan meer dan 70.000 artikelen. Maar zit de maatschappij te wachten op al die stukken? Het afrekenen op aantallen gepubliceerde artikelen, plus de persoonlijke carrièremotieven van wetenschappers, zet de kwaliteit onder druk. Het levert veel matige, oninteressante, soms slechte, en een enkele keer zelfs frauduleuze publicaties op die de wetenschap niet dienen, maar die onderzoekers nodig hebben om te overleven. Fraudegevallen zoals Diederik Stapel zijn geen unieke excessen, maar symptomen van een falend systeem.

Foto: Irmin Wehmeier (cc)

De scheikunde in Breaking Bad

ANALYSE - Over Hollywood en wetenschap. Levert Breaking Bad een stappenplan voor het produceren van meth?

Dé serie van dit moment is Breaking Bad, één van de meest bekeken programma’s op de Amerikaanse kabeltv en winnaar van tien Emmy’s, de Oscar voor tv-series. Het was ook nummer vier in de Sargassolijst van televisieseries. De serie gaat over de terminale scheikundeleraar Walter White die de drugsbusiness instapt om zijn gezin financiële zekerheid te garanderen na zijn dood. Op 29 september 2013 werd in de VS de laatste aflevering uitgezonden, maar de legende leeft voort. Want sinds de show weet iedereen van de hoed en de rand als het gaat over drugshandel, meth labs en scheikunde. Is dat goed of gevaarlijk?

Reddende engel

Breaking Bad gaat over Walter White, ooit een promovendus die bijdroeg aan Nobelprijswinnend onderzoek, nu een scheikundeleraar bij wie aan het begin van de serie longkanker wordt geconstateerd. Om de behandeling te kunnen betalen en zijn familie te onderhouden gaat hij methamfetamine, ook wel bekend alsmeth of crystal meth, maken en verkopen. In seizoen één haalden de schrijvers van de serie hun kennis over drugs en chemische formules van Wikipedia en andere bronnen. In een interview met de website Chemical & Engineering News gaf Vince Gilligan aan open te staan voor opbouwende kritiek uit de chemische wetenschappelijke sector.

Foto: Marco (cc)

Publiek in de slaapkamer

ACHTERGROND - Seks, intimiteit en lichamelijkheid zien we vaak als een echte privéaangelegenheid, iets dat letterlijk binnen de muren van de slaapkamer blijft. Maar in werkelijkheid worden deze intieme ervaringen in grote mate door maatschappelijke en culturele invloeden gekleurd en beïnvloed. Meest opvallend zijn waarschijnlijk de stereotypen van man en vrouw die ook tussen de lakens een rol spelen: stoer, sterk en autonoom of juist lief, sexy en zorgzaam. Ook andere, subtiele invloeden spelen een rol, zoals mores en normen, educatieve voorlichting, maar ook voorzieningen in de gezondheidszorg en politieke verhoudingen.

Dat stelde sociaal psycholoog prof. dr. Ine Vanwesenbeeck in haar lezing voor de reeks Over de bloemetjes en de bijtjes van Studium Generale Utrecht. Hoewel we bij seks vaak alleen aan de geslachtsdaad denken, benadrukt Vanwesenbeeck dat er veel meer mee samenhangt, zoals kennis, attitudes en tradities. Deze aspecten zijn alles behalve privé. Met name jongeren zijn geneigd zich door deze heersende normen over seksualiteit te laten beïnvloeden. Welke gevolgen heeft dit voor seksuele identiteitsontwikkeling? En hoe worden we allemaal beïnvloed door een spreekwoordelijk publiek in de slaapkamer? Vanwesenbeeck betoogt dat de dominante traditionele moraal alles behalve gezond is, en dat we momenteel in een ‘half veranderde’ wereld leven waarin nieuwe mores opkomen, maar nog niet dominant zijn.

Foto: Alexandre Dulaunoy (cc)

Verantwoordelijk voor welvaart

INTERVIEW - Bald de Vries, universitair docent en onderzoeker rechtstheorie en staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht, over eigendom, gebruiksrecht en verantwoordelijkheid.

Hoe belangrijk is het begrip eigendom?

‘De notie van individueel eigendom is een organiserend principe van onze Westerse maatschappij. Het is de kurk waarop de marktgeoriënteerde economie drijft. Om de markteconomie goed te laten functioneren hebben we een stelsel van eigendomsrechten ontworpen. Vanuit dit perspectief kan het recht op individueel eigendom ook opgevat worden als een centraal mensenrecht dat bepalend is voor hoe de moderne, westerse samenleving functioneert.’

Verantwoordelijk?
‘Bezit impliceert een exclusief gebruiksrecht. Dat wat van jou is, daarover ben je soeverein, althans dit is het uitgangspunt. Eigendom betekent gebruik, maar ben je ook verantwoordelijkheid voor de effecten van dat gebruik?

De moderne, westerse samenleving wordt gekenmerkt door industrialisering en democratisering binnen staten. Burgers participeren in de productie van welvaart binnen de natiestaat en participeren in de verdeling van die welvaart via hun democratische rechten. De productie van welvaart, en het gebruik daarvan in de vorm van eigendom heeft echter neveneffecten die meer en meer zichtbaar worden op mondiaal niveau. In zijn klassieker The Risk Society noemt de Duitse sociaaltheoreticus Ulrich Beck deze neveneffecten ‘risico’s’. Neem jij verantwoordelijkheid voor de effecten van het gebruik van je spullen?’

Foto: nik gaffney (cc)

Op ’t randje – of erover?

COLUMN - Over wetenschap op het randje, of er overheen.

Ik zat alleen op mijn chique kamer op de Groningse universiteit. Ik had de deur extra goed dichtgedaan en mijn bureau extra goed opgeruimd. Alles moest netjes en overzichtelijk zijn. Geen troep. Ik opende het bestand met de gegevens die ik had ingevoerd en maakte van een onverwachte 2 een 4 en een eindje verder in de matrix van een 3 een 5. Het voelde niet goed. Ik keek angstig om me heen. De gegevens dansten voor mijn ogen. Als de resultaten nét niet zijn wat je zo vurig had gehoopt; als dit al je derde experiment is over dit onderwerp en die andere twee wel goed zijn gelukt; als je weet dat elders op de wereld andere onderzoekers ook met dit soort experimenten bezig zijn en wel succes hebben – dan kun je de resultaten toch wel een klein beetje aanpassen?

Aan het woord is – u raadt het al – Diederik Stapel, in zijn egodocument Ontsporing. Wat hij deed was duidelijk over het randje, ook in sociaal opzicht, omdat hij in zijn val een heel rijtje jonge collega’s meetrok. De ernst daarvan lijkt hij niet te beseffen. In de verklaring die hij op TV voorlas ging het vooral over hemzelf en zijn te verschijnen boek. De excuses aan zijn collega’s klonken vlak en plichtmatig.

Foto: nasa hq photo (cc)

Meer bèta-meisjes gezocht

ACHTERGROND - Nederland loopt achter wat betreft het aantal vrouwen dat afgestudeerd is in een béta-vak. Talloze initiatieven van de overheid en de sector moeten dat verhelpen, maar uiteindelijk spelen ook stereotypen en verwachtingspatronen een rol.

Nederland heeft een groot tekort aan mensen in de bètasector. Vorige week werd het techniekpact tussen overheid, werkgevers, werknemers en het onderwijs getekend om te zorgen dat meer mensen de techniek in gaan. Vooral vrouwen kiezen deze richting weinig en daar kunnen we wat aan doen.

Meisjes scoren over het algemeen even hoog als jongens op exacte vakken als natuurkunde en wiskunde, maar toch kiezen minder meisjes voor een bètastudie of bètaprofiel. Nederland heeft in vergelijking met andere Europese landen het laagste aantal vrouwelijke afgestudeerden in een bètarichting. Hoe kunnen we meisjes enthousiast maken voor technische beroepen? En waarom kiezen zo weinig meisjes op de middelbare school voor een technische richting?

Spelen met techniek

Minister Bussemaker kwam vorige week in het nieuws met haar hoofdlijnenbrief over het emancipatiebeleid, waarin ze ook in gaat op het verschil tussen jongens en meisjes in het onderwijs. Dat meisjes minder vaak kiezen voor technische opleidingen en jongens minder vaak voor opleidingen in de zorg, lijkt onder andere een gevolg te zijn van genderstereotypen. Om bètaprofielen populairder te maken kwam ze eerder al met een voorstel waarin kinderen al op de basisschool meer met techniek in aanraking komen. Techniek moet worden verweven in andere vakken, zodat de kinderen vaardigheden leren die voor wetenschap en techniek belangrijk zijn. Maar hoe geef je les in techniek als je zelf niet zo’n bètaknobbel hebt? Ook pabo-studenten moeten meer weten van techniek. Daarom wordt vanaf 2014 het vak ‘natuur en techniek’ ingevoerd, om ervoor te zorgen dat pabo-studenten genoeg kennis hebben om de bètakant van leerlingen te stimuleren en ze hier enthousiast voor te maken.

Vorige Volgende