Is Vrouwe Justitia blind?
ACHTERGROND - Mag het rechtvaardigheidsgevoel van de rechter een rol spelen in de rechtszaal?
Stel je voor. Een man trouwt met een steenrijke vrouw. Het stel trouwt in gemeenschap van goederen. Vijf weken later overlijdt de echtgenote. Ze is vermoord, nota bene door haar man. Mag de echtgenoot het vermogen houden? Iedereen kan hier wat van vinden, ook zonder juridische kennis.
Iedereen heeft een rechtvaardigheidsgevoel. Ook rechters. ‘We hebben allemaal een moreel kompas, rechters zijn niet de enigen,’ aldus rechter Rosa Jansen in het Filosofisch Café. Maar mag dat gevoel een rol spelen in de rechtszaal?
Bovenmenselijk
Rechters horen objectief te zijn, misschien zelfs wel bovenmenselijk. Prof. Ton Hol, rechtsfilosoof, wijst op de symboliek waar rechters door omgeven zijn in de rechtszaal. De zuilen aan de voorkant van veel gerechtsgebouwen verwijzen naar de verbinding tussen aarde en de kosmische orde. Rechters zitten wat hoger dan de rest. Recht wordt gesproken op een (letterlijk) verheven plek. Terwijl de officier van justitie en de advocaat staan op de momenten dat zij spreken, blijft de rechter altijd zitten. Die staat buiten de strijd.
Rechters moeten gezag hebben. Maar Hol merkt een beweging op die hier tegenin lijkt te gaan. De burger emancipeert. Zoals leraren tegenwoordig meer op gelijke voet staan met hun leerlingen, en artsen met hun patiënten, zo wil de burger zich ook niet meer zomaar voegen naar de rechterlijke macht en de onpersoonlijke algemeenheid van de wet.