Geluk gelukkig grotendeels gelukt

VERSLAG - De tijd van spelen lijkt voorbij. Jongeren beginnen steeds eerder met het uitstippelen van hun carrière. Het is typerend voor onze samenleving, die alsmaar meer van ons verlangt. Zijn we met zijn allen aan het doordraven? Leven we tegenwoordig in een prestatiemaatschappij? Welke torenhoge verwachtingen gaan daarmee gepaard? En wat als je niet mee kan komen in deze race? Mensen zoeken al gauw hun heil in middeltjes, pilletjes, psychologen en psychiaters. Het aantal diagnoses neemt toe. Het lijkt soms alsof Nederland in de greep is van gevoelens van angst en zinloosheid. Volgens socioloog Paul Schnabel valt het echter wel mee. Hij legt in de eerste lunchlezing van de reeks Waanzin van Studium Generale Utrecht uit dat ‘geluk gelukkig grotendeels gelukt is.’
Scoren op geluk

We leven in een bijzondere samenleving, zegt Schnabel. We hebben ons geluk georganiseerd naar onze eigen persoonlijke voorkeur. De wereld ligt aan onze voeten, zo schijnt. Onderzoekscijfers beamen dat. Nederland belandt steevast in de top vijf bij indexen die zich bezighouden met geluk. Dat maakt van ons, aldus Schnabel, ‘het meest zuidelijke Scandinavische land.’ Dat is positief. Bijzonder aan deze Scandinavische landen, die stuk voor stuk hoog scoren op de index, is namelijk dat ze een verregaande individualiteit combineren met een collectieve zorgzaamheid. Ieder mag zich weliswaar ontplooien naar eigen inzicht, maar als dit even een keer niet slaagt kan diegene rekenen op het warme nest van de verzorgingsstaat. Oftewel: het is hier nog lang zo slecht niet. Stiekem weten we dat eigenlijk ook wel. Uit gegevens van de Europese Unie blijkt dat inwoners van Nederland beseffen dat zij het, vergeleken met bepaalde andere Europese landen, toch best oké hebben.

Doorgeschoten ambitie

We hebben het zelfs meer dan oké. Het sleutelwoord is tegenwoordig namelijk: leuk. We verkeren in een ultieme luxepositie. We kunnen ons immers bij alles wat we doen afvragen of het wel aangenaam is. Vind je je werk nog wel leuk? Hebben jij en je partner het eigenlijk nog wel leuk samen? Eerder was leuk geen essentiële toetssteen bij de keuze voor werk. Je werkte om brood op de plank te krijgen. Ook was het vroeger niet per se een criterium om te trouwen, of je het fijn samen had. Nu hebben we een enorme vrijheid om eigen keuzes te maken. Dit scala aan kansen levert ook een hoop keuzestress op. Want wat nou als je iets kiest waarvan je denkt dat het leuk is, maar dat toch eigenlijk niet het allerleukste blijkt te zijn? Overigens lijkt het alsof we de fase van “iets leuk moeten vinden” zelfs weer voorbij zijn. Nu moet je eigenlijk je passie najagen. En dan het liefst een beetje een unieke passie, graag! Anders ben je toch niet zo speciaal meer.

Als bepaalde verwachtingen niet uitkomen, veroorzaakt dat gevoelens van neerslachtigheid. De Utrechtse student Jeroen van Baar stelde bijvoorbeeld laatst in de Volkskrant: ‘Er zijn allemaal jonge mensen die meegaan in een trend van willen uitblinken. Dat is een recept voor ongeluk.’ Zijn generatie wil altijd, en in alles, het onderste uit de kan halen en is nooit helemaal tevreden met wat ze kiezen. En als je het allerhoogste nastreeft, is de kans op mislukking groot. Daarom pleit hij ervoor de gulden middenmaat in ere te herstellen. Zij die genoegen nemen met wat haalbaar is, zijn gelukkiger.

Een beetje dapper zijn kan ook geen kwaad

Waarom lopen er nu zoveel mensen onder behandeling bij een psycholoog? Zijn we minder “flink” dan vroeger? Schnabel nuanceert en relativeert het idee dat het ons zo slecht afgaat in ons dagelijks leven. Hij gaat niet specifiek in op de stemming onder de huidige generatie twintigers, maar beschouwt Nederland in haar geheel. Volgens hem gaan mensen naar de psycholoog om specifieke problemen opgelost te krijgen, bijvoorbeeld op het werk of in een relatie. Schnabel: ‘We hebben allemaal wel eens momenten gehad in ons leven waarin we de weg kwijt waren. Maar die momenten beheersen niet ons leven.’ Daar zit een verschil met een echte depressie of diagnose. Schnabel lijkt dus optimistisch te zijn over het gelukgehalte van Nederland. We moeten af van het idee van meer, meer, en nog eens meer. Het is tijd om ons te beseffen dat we eigenlijk in onze handjes mogen knijpen. Laten we tevreden durven te zijn met wat we hebben.

  1. 1

    Ach, mensen, met name aan de twee minners zonder comment.
    Hebben jullie het ooit echt minder gehad, zijn jullie ooit ergens anders buiten de grenzen geweest? Of binnen de grenzen waar het soms ook niet meevalt.
    Natuurlijk, ik volg het ook, merk het ook, zit dicht bij het kouder wordende vuur. Maar jee, zelfs dan, relatief gezien, man, wat hebben wij het hier goed.
    Ja, het gaat minder, de onrechtvaardigheid vliegt je om de oren, ik bedoel het ook niet als excuses om hier overal over de andere wereld geldende condities binnen te kruien.
    Maar om te vechten om te behouden wat je hebt, de enorme rijkdom, vrijheid, verzorging, zekerheid, moet je verdomme wel kunnen zien wat je hebt.
    En niet vervallen in het gezeik dat het niets was en nog minder wordt.

  2. 3

    “De tijd van spelen lijkt voorbij. Jongeren beginnen steeds eerder met het uitstippelen van hun carrière.”

    Jongeren die naar de hogeschool of de universiteit gaan beginnen eerder met het uitstippelen van hun carriere (deels omdat het steeds minder speciaal is om zo’n diploma te hebben en steeds meer een stap richting een gemiddelde baan, het andere deel is inderdaad dwang vanuit maatschappij en politiek omdat oudere mensen een machtiger, minder verdeeld kiezersblok vormen), voor de rest van de jongeren lag het leven altijd al op vroege leeftijd vast.

  3. 5

    Pijn is subjectief, wat voor de één verschrikkelijk veel pijn doet is voor de andere slechts een milde pijn. Op een pijnschaal – voorbeeld: http://www.analgesie.be/nl/pijn.htm – zoals wij die gebruiken voor patiënten geven ze de (uiteraard volledig subjectieve) pijnfactor aan. Op een pijnschaal van 1-10 is een 5 voor de ene patiënt een 9 voor de andere patiënt. Zo is het ook met geluk, want ook dat is een totaal subjectief begrip. Ik ben zo vind ik zelf hypergelukkig geworden na een zwaar motorongeluk. En toch heb ik ondanks dat een bepaalde spanning nodig in mijn leven, ik kan absoluut niet zonder een beetje ‘ongeluk’ om het zomaar eens uit te drukken. Juist die balans vinden is het moeilijkste dat er bestaat. Geld interesseert me werkelijk helemaal niets, ik werk 4 dagen per week en zou zelfs voor 2 miljoen euro per jaar nog niet 5 dagen willen werken. Gewoon omdat ik tevreden ben met alles wat ik heb en hoe ik leef. Een ander zal mijn leven verschrikkelijk vinden, tja subjectief hè…… Volgens mij snapt Paul Schnabel er niet veel van.