PPG

12 Artikelen
33 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Eric Heupel (cc)

‘Superbulle’ Ahmed Marcouch

Het is altijd aardig om wat over Nederland in buitenlandse media te lezen. Het is vaak leerzaam, omdat je de mening van een buitenstaander leest die met meer afstand tegen dezelfde nieuwsfeiten aankijkt dan jezelf. Vaak is het ook grappig om te zien wat anderen belangrijk vinden, maar meestal is het ronduit ergerlijk omdat de berichtgeving de plank misslaat.

In welke categorie – aardig, leerzaam, grappig of ergerlijk – het stuk in het nog steeds schaamteloos elitaire Die Zeit over Ahmed Marcouch valt, is moeilijk te zeggen. Opmerkelijk is het artikel op pagina twee van vorige week zonder twijfel. Want wat moeten de Duitse lezers eigenlijk met iemand die in eigen land alleen bekend is van ?Rondom 10?? Zijn zogenaamde ‘burgemeesterschap’ van het Stadsdeel Slotervaart in Amsterdam zal hem in den lande in ieder geval weinig roem hebben opgeleverd.

Ik probeerde mijn opgekomen irritatie tijdens het lezen te onderdrukken: maakt het uit of hij burgemeester wordt genoemd, of voorzitter van een stadsdeel? Ja, dat maakt uit, besloot ik.

Doch, daar gaat het portret niet over. Het gaat over Marcouchs rol als stadsdeelraadvoorzitter in de emancipatie van allochtonen. Alle ogen van de Nederlandse ‘multiculti-business society’ zouden volgens het artikel namelijk gericht zijn op de zelf van Marokkaanse afkomst zijnde PvdA-er, en voormalige ‘Superbulle’. ‘Bulle’ is trouwens smeris, wout of juut in populair Duits – sommigen noemen ze ook wel politieagent.

Foto: Eric Heupel (cc)

Het merk IK®

Voor me ligt een boekje over het zogenaamde ?Talent Branding? uit de Volkskrant Banen-serie. Het boekje belooft veel. Heel veel. Zoveel zelfs, dat ik eigenlijk bij voorbaat al niet geloof dat de twee schrijvers, Van Zwieten en Van de Gift, het waar kunnen maken. Dit boekje zou namelijk de kennis bevatten die mij gelukkig en daardoor succesvol gaat maken in mijn werk. Om dit voor elkaar te krijgen moet ik misschien wisselen van baan, maar ja, risico’s nemen hoort er nou eenmaal bij in deze jachtige wereld. Iedereen moet iets nieuws durven aan te pakken en je moet wel het beste uit jezelf willen halen. Want als ?jíj je leven niet maakt, kraakt iemand anders het wel voor je.

Verkoop jezelf. Dat is de boodschap. Een bondig en zakelijk Curriculum Vitae is niet meer genoeg, stellen de schrijvers. Beide overigens afkomstig uit de reclamewereld en dus niet uit de Human Resources-hoek. Je moet jezelf dus verkopen. En dus jezelf zien als een merk. Want, zo stellen de schrijvers terecht, waarom kopen mensen witte Tommy Hilfiger-poloshirts in plaats van witte shirts bij Zara? Aan het product of aan de prijs zal het niet liggen, het gaat om het merk.

Hetzelfde geldt voor Nike. De beide schrijvers zien Nike als het voorbeeld van een succesvol merk. Het zou staan voor ?winnen?, ?jezelf uitdagen?, ?cool? en zelfs ?rebels?. Bij het lezen van deze onbescheiden lofzang op het bekende schoenen- en kledingmerk gingen mijn nekharen spontaan overeind staan. Nike rebels? Het contrast tussen de mening van de schrijvers en de mening van de meesten (inclusief ondergetekende) uit mijn omgeving kan nauwelijks groter zijn. Voor ?ons? is Nike, samen met Citigroup, zo’n beetje de leider van het Kwade Rijk. Het rijk waarin winst voor mensenrechten, arbeidsomstandigheden en het milieu komt. Maar goed, misschien zegt dit meer over mijn omgeving en mij, dan over Nike. Deze keuze is aan u.

Foto: Eric Heupel (cc)

Ceci n’est pas un plaidoyer de Royal

Aanstaande zondag gaat Frankrijk stemmen voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. En een ding is zeker: het beloofd reuze spannend te worden. Wordt het de rechtse hardliner Nicolas Sarkozy of toch de interessante, maar inhoudsloze linkse Ségolène Royal. In de eerste ronde won Sarkozy, maar Royal was een goede tweede.

Vroeger, toen alles beter was, was Frankrijk voor mij het land van de grote vakantie. Een zonovergoten en belachelijke groot land waar ik me zonder zorgen een paar weken per jaar bevond. Natuurlijk had ik wel van ‘zwarte zaterdag’ en files gehoord, maar de planning van de vertrekdatum was niet aan mij, dus was ik als kleine man nog steeds de spreekwoordelijke zorgeloze god in Frankrijk. Zelfs òf we iets vergeten waren mee te nemen, was voor mij niet belangrijk. Ík voerde slechts de paklijst uit van mijn vader.

Eenmaal op de plaats van bestemming veranderde dat eigenlijk niet. Het halen van het ochtendstokbrood was de grootste verantwoordelijkheid in die periode. Het onthouden van het bijpassende vragende zinnetje ?unepaintroisbagette? was mij een gruwel. Want als ik deze, voor mij toen onbegrijpelijke, riedel onderweg naar de campingwinkel vergat, moest ik vol schaamte terug naar de tent. En vervolgens mon père en ma mère lief aankijken of ze het alsjeblief nog één keer wilden herhalen. Wat moest ik ook al weer halen? ‘Une pain, trois bagette’. In woorden dacht ik echter nog niet, de klank overheerste: unepaintroisbagette.

Enfin.

Foto: Eric Heupel (cc)

Woord van de week: Rendementsegaliteitsreserve

Het einde van het weekeinde betekent voor mij een stap in een parallelle wereld. Normen, waarden en de taal van het dagelijkse leven moet ik achter me laten als de lift naar de werkvloer open gaat. Of je nu naar kantoor, college of naar school moet, vrijwel iedereen staat bloot aan hetzelfde fenomeen. Ik doel niet op de gebruikelijke flauwe en platte office-grapjes die in de buitenwereld nooit getolereerd zouden worden, maar op de ogenschijnlijk intelligente termen en het kennelijk nuttige jargon dat ieder zichzelf respecterende professional dient te gebruiken.

Hoog tijd dus om van de nood een deugd te maken. Tijd voor een nieuwe onzinnige categorie: het woord van de week.

Deze week de ?Rendementsegaliteitsreserve?. Doet u een gooi? Wat betekent het?
N.B. Deze categorie maakt tevens onderdeel uit van een lezersonderzoek. Deze week onderzoekt GeenCommentaar het aantal boekhouders onder haar bezoekers.

Foto: Eric Heupel (cc)

?Politik machen? is lastig

Meedoen met de politiek is niet zo moeilijk. Je kunt je eigen partij oprichten, lid worden van een al bestaande partij of gewoon gaan stemmen. Al gelang naar uw bekwaamheid, welwillend toeval en de hoeveelheid tijd u eraan wilt besteden, ligt het werkelijke doel in het verschiet. Meedoen is namelijk niet de hoofdprijs, politiek is niet de Olympische Spelen. Het gaat enkel om politiek bedrijven, of Politik machen, zoals dat zo mooi in het Duits heet.

Politiek bedrijven is de politiek bepalen. Degene die politiek bedrijft zet de agenda, introduceert thema?s en geeft deze inhoud. Het hoeft geen extra uitleg dat de meeste politici niet aan deze criteria voldoen en dat deze massa zich onderscheid van de Machers door te reageren in plaats van te initiëren. De werkelijke bedrijver van politiek bepaalt immers wat belangrijk is en hoe een al bestaande kwestie benaderd wordt. Bovendien weet alleen de raspoliticus zaken te thematiseren waarover eerder geen debat bestond. Wilders deed dit onlangs sterk met de paspoortkwestie en toonde zo zijn kwaliteiten aan als bedrijver van politiek. De overige politici doen op moment slechts dienst als reageerders. Door Wilders krijgen ze een microfoon onder hun neus, of ze even wilden reageren?
Van de 150 kamerleden zijn er maximaal tien à vijftien die politiek maken. De anderen doen louter mee. Niet geheel voor spek en bonen natuurlijk, want stemvee moet er ook zijn. Ieder zijn rol. Toch zijn backbenchers niet per definitie uitgesloten als politiekmakers en zijn partijleiders niet vanzelfsprekend ook leidinggevend. Wouter Bos bakt er bijvoorbeeld niets van. Hij reageert alleen maar en zelfs dat doet hij op een twijfelachtige wijze. Pim Fortuyn kon het wel en bedreef de politiek als geen ander. Hij zette de agenda niet eens meer, hij was de agenda. Elke journalist die aan zijn deur klopte kon immers met een bruikbaar citaat naar huis. Bruikbaar in de zin dat alle anderen op zijn oneliner moesten reageren.

Foto: Eric Heupel (cc)

Wie wil er een intelligente vrouw?

Tijdens de gehekelde uitreiking van de Dutch Bloggies 2006 kwam een interessant feitje naar boven: het signalement van de gemiddelde blogger. Ik zie de doorsnee-schrijver van GC al voor me. Een 38-jarige hoogopgeleide man die elk vrij uurtje het liefst achter zijn computer besteedt. Vanuit zijn doorzonwoning in Cappelle, Breda of Apeldoorn stuurt hij berichten de virtuele wereld in op zoek naar de prikkeling, de erkenning en het nieuwe dat zijn normale leven hem al lang niet meer brengen kan.

In zijn twee-onder-een-kap staat de computer in de ?studeer? op de eerste verdieping. Terwijl hij zijn digitale identiteit aanneemt, slapen de gemiddeld 1,73 kinderen en droomt vrouwlief in de huiskamer weg bij een romcom. Op dat moment, vlak na het slapengaan van de kinderen, is het gezin het gelukkigst. 1,73 bevinden zich in een minder dromenland, hij is bezig aan zijn Second Life, en zij aan een denkbeeldig tweede huwelijk met George Clooney.

Ironisch is dat deze – hopelijk enigszins gechargeerde – comateuze toestand morgen beëindigd kan worden. Want voor de gemiddelde blogger, niets minder dan een 38-jarige hoogopgeleide hunk, is het geen hand vol, maar een land vol. Wat blijkt? Er staan dozijnen hoogopgeleide vrouwen te trappelen om de plaats van onze huidige mutsen in te nemen.
Een bepaald slag vrouwen van begin dertig heeft namelijk moeite om aan de man te komen. De nervositeit om de laatste eisprong te missen en daardoor sociaal volledig te mislukken slaat menige HBO- of WO-chick onvermijdelijk om de hals. Zeker wanneer een vriendin het wel gelukt is: ?Zij wel en ik niet! Maar ik ben toch veel leuker, knapper en slimmer dan zij? Hoe kan dat nou?! Zien mannen dat dan niet??.

Foto: Eric Heupel (cc)

Stijlvol Kuddedier

Terwijl ik lees dat Veilig Verkeer Nederland zaterdag zijn beklag deed over ?jakkerfilmpjes? op een weblog als GeenStijl, luister ik naar het effect van ?24? op Amerikaanse militairen. De succesvolle tv-serie zou namelijk marteling verheerlijken en de boerenpummels die al vier jaar oorlogje spelen in Irak aanzetten tot marteling. Net als de hoofdpersoon Jack Bauer weet iedere soldaat dat folteren verboden is, maar wanneer terrorisme de nationale veiligheid van de VS bedreigt, dan mag er wel fysiek geweld gebruikt worden. Als uitzondering op de regel natuurlijk, maar goed, de toon is volgens The New Yorker gezet. Eén slechterik opofferen voor de vrijheid van de gehele natie moet immers kunnen.

De Nederlandse discussie over kopieergedrag is gelukkig iets provincialer. Geen marteling, maar ‘slechts’ filmpjes op internet waarin jongvolwassen solliciteren naar het voortijdig cashen van hun donorcodicil. Hoewel keer op keer is aangetoond dat mensen elkaar graag nadoen, blijven de media toch structureel hun medeverantwoordelijkheid afschuiven. Het wordt tijd dat dit gaat veranderen want de huidige mediareflex wordt vervelend.

Telkens als het over kopieergedrag gaat, steken de media hun kop zorgvuldig in het zand. Met het beroep op de persvrijheid en haar verantwoordelijkheid het publiek te informeren, wordt de vrijheid van meningsuiting tot onaantastbare waarde verheven. De jakkerfilmpjes van boomklevers moeten dus kunnen, zeker ook op GeenStijl.

Foto: Eric Heupel (cc)

Wilders demoniseert zichzelf

Op de avond van 22 november werd de strategie van Wilders duidelijk. In het debat na de Tweede Kamerverkiezingen klaagde de kersverse partijleider al over een cordon sanitaire tegen hem en zijn partij: eventuele samenwerking met de PVV zou door de gevestigde partijen bij voorbaat uitgesloten worden. De toon was gezet, maar deze tactiek kennen we al. Pim en Rita gingen Geert voor. Zijn recente gejammer over demoniseren is wartaal.

Wie herinnert zich Fortuyn niet, die RTL-verslaggevers zijn tuin uit gooit omdat de vragen hem niet bevallen? Of de sneer van Pim naar toenmalig premier Kok: ?U bent ook mijn premier!?. Ik krijg nog kippenvel van de nichterige piepstem die hij toen opzette. De morele verontwaardiging die Pim als een topacteur kon spelen ging door merg en been, en had politiek succes. Hij schiep een beeld van een politieke Calimero waarin hij als zwart kuiken met een eierschaal op zijn hoofd het tegen de gehele gevestigde orde op moest nemen. Een schets van Pimmetje tegen de rest: zij zijn groot en ik ben klein en dat is niet eerlijk.

De bedenker van dit Calimerocomplex is campagnestrateeg Kay van der Linde. Hij ondersteunde onder meer Fortuyn, Leefbaar Rotterdam, maar ook Rita Verdonk in haar gooi naar het lijsttrekkerschap van de VVD. En sinds 2002 is zijn strategie niet veranderd: speel de boze geest van Den Haag verpakt in een anti-establishment jasje: doe alsof iedereen tegen je is, laat je wegzetten als extreemrechts, gedraag je als een demon en klaag ondertussen over demoniseren!

Foto: Eric Heupel (cc)

Ombudsman voor de Nationale ombudsman

Tweede KamerIk heb niets tegen de ombudsman. Brenninkmeijer is vast een aardige vent, de burger heeft en klankbord en het instituut creëert werkgelegenheid voor menig sociaal wetenschapper. Wie het jaarverslag over 2006 van de Nationale ombudsman gelezen heeft, kan zich namelijk niet aan de indruk onttrekken dat het geschreven is door overwegend sociale wetenschappers. Niemand, op sociologen, bestuurskundigen en politicologen na, kan een jaarverslag met dergelijk quasi-intellectueel proza vullen en het vervolgens zonder schaamte publiceren. Zo is de ?Burger: ongedeeld, [en] één persoon?. Nee, echt? Ik zag mezelf namelijk al langer zo – als een ongedeeld persoon welteverstaan. Wellicht is werken bij de ombudsman nogal verwarrend en zijn de medewerkers zich na jaren van trouwe dienst als groep gaan identificeren met één man, de ombudsman. Een statement als de burger als ?één ongedeeld persoon? klinkt uit hun mond dan opeens ook niet zo vreemd meer.

Maar waar moet ik heen als ik wil klagen over de Nationale ombudsman? Bij wie moet ik zijn? Werkt er een ombudsman bij de Nationale ombudsman waar ik mijn verhaal kwijt kan? En ik heb wat te klagen. Het jaarverslag over 2006 dat gisteren gepubliceerd is, is namelijk van een dusdanig niveau dat een inleidend college in de politieke wetenschappen op zijn plaats lijkt. Bij dezen.

Foto: Eric Heupel (cc)

Te rustig zonder Rita

Nu de rust in Den Haag lijkt weergekeerd en de discussie over dubbele loyaliteiten is doodgebloed, is het hoog tijd voor een nieuwe polemiek. Zonder de enige echte ?Miss Voorkeurstemmen? in de spotlights is het zo ontzettend gezapig in Den Haag. Wilders wil wel en probeert het ook, maar een reële bedreiging voor het politieke establishment is hij niet. Jij, Rita. Jij bent dat wél.

De recente Provinciale Statenverkiezingen hebben namelijk één onomstotelijk feitje uit de duistere hoekjes van de politiek naar het licht gebracht. Een gegeven dat de kiezer zowel voorspelbaar als onberekenbaar maakt, en menig partijbons in zijn achterkamertje doet zweten: het electoraat wil échte mensen. We willen geen gelikte opportunist als Wouter Bos of zijn liberale broertje Mark. Geen half mens-half robot Ad Melkert, en hopelijk ook geen gluiperd van een Eurlings. Zij kunnen beter Joop Wijn volgen. Vertrekt uit de politiek, verdwijn uit het licht van media, ga niet langs start en ontvang geen voorkeurstemmen.

Dit is de les van Fortuyn. De kiezer wil geen politieke kroonprins als ?gedoodverfde? stemtrekker. Ze wil authenticiteit. Neem bijvoorbeeld Balkenende. Waarom is hij anders wederom tot premier gekozen? Inderdaad, louter en alleen omdat hij de kneus die hij in zijn pubertijd was, nog steeds is. Voor Marijnissen geldt hetzelfde. Hij wint verkiezingen op rij op basis van zijn persoonlijkheid die betrouwbaarheid, echtheid en no-nonsense uitstraalt. De Wouter Bosjes hebben dat niet en willen daardoor maar niet geloofwaardig worden. ?Van achterstandswijken naar prachtwijken?, een oneliner van Bos, bekt zeker lekker. Aan de pr-machine ligt het dan ook niet. Ook niet aan de boodschap. Het ligt aan de boodschapper.

Foto: Eric Heupel (cc)

Stemmen! Hoezo?

De Portugees José Saramago beschrijft een hoofdstad van een land waar verkiezingen zijn. Er is niets aan de hand totdat 70 procent blanco bleek te hebben gestemd. Moord! Brand! De minister van Binnenlandse Zaken en de Premier gaan door het lint. De subversieve ondankbare scharminkels! Hoe kunnen ze dat nou doen?

Een volgende ronde. De blanco-stemmers krijgen een tweede mogelijkheid tot het uitbrengen van hun stem. De uitslag staat voor de ministers vast. Dit gebeurt toch zeker geen tweede keer? Wat moeten hun collega?s in het buitenland wel niet denken? Maar toch, het aantal blanco-stemmers in de tweede ronde is zelfs 80 procent! De minkukels! Begrijpen ze er dan helemaal niets van?

De regering besluit vervolgens stap voor stap de hoofdstad van dat onbepaalde land hermetisch af te sluiten. De burgemeester met zijn wethouders trekken zich terug. De politie, brandweer, de officiële afvaldiensten leggen het werk neer en laten de hoofdstad aan zijn lot over. De twintig procent niet-subversieven hebben de stad inmiddels grotendeels verlaten. We zullen ze wel krijgen, die gezagsondermijnende nietsnutten!

Er wordt een team ingesteld. Zij gaan de bron van de blanco-beweging in de hoofdstad onderzoeken. Er moet toch een harde kern van onruststokers te vinden zijn? Dit kan toch geen ongeorganiseerde actie geweest zijn. 80 procent! De minister van Binnenlandse Zaken en de Premier snappen er niets van.

Foto: Eric Heupel (cc)

Helden zijn dood. Lang leve ?

Britney heeft het allemaal begrepen. De onschuldige en vlekkeloze maagd groeide in een paar jaar uit tot een heuse Hollywood rehab patiënte. Geniaal. Het plan ontvouwt zich gestaag. Een keertje zonder slipje de deur uit, de tondeuse door de lange blonde lokken en inchecken in de dichtstbijzijnde kliniek. Ze heeft het helemaal bij het juiste eind en de uitkomst staat al vast: een paar maanden stilte, een drukbelegde ?I?m so sorry?-persconferentie, een nieuw album en een wereldtournee. Het meesterwerk is compleet.

Want, wat blijkt, we hebben geen helden meer nodig. Volgens het schaamteloos elitaire Duitse weekblad Die Zeit zijn helden namelijk behoorlijk twintigste-eeuws. Vergeet Johan Cruijf, Nelson Mandela en Mohammed Ali. De helden van deze eeuw zijn de imperfecte instant sterren die verdachte gelijkenis vertonen met onszelf: de Britney?s. Of ze nou dansen op het ijs of trachten zingen in X-Factor, de boodschap is duidelijk: zij zijn als wij. Helden zijn tegenwoordig gewone mensen.

Het virtuele hedonisme van de internetgeneratie regeert. Roem, geld en vrouwen liggen in het tijdperk van Idols, YouTube en GeenCommentaar voor iedereen in het verschiet. Voor de jonge lezers: vroeger was dat anders. Toen stonden helden nog voor iets dat groter was dan henzelf. Mij held had dat ook. Ook hij streed voor een betere wereld. Nee, niet Jesus, Kurt Cobain, Martin Luther King, of Pim. Maar Face, de knappe en intelligente ritselaar van The A-Team.