Michel

227 Artikelen
78 Waanlinks
3.417 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Ik schrijf over conservatisme, economie en de relatie tussen die twee. Regelmatig komen eurocrisis en de problemen met macro-economie aan bod.

De vraag die me steeds meer bezig is gaan houden is: waarom is het politieke klimaat de afgelopen dertig jaar veranderd van optimistisch/progressief naar pessimistisch/conservatief.

Driemaal daags een pijnschaal

In de Groene Amsterdammer van deze week (8.12.2016) een artikel over de bureaucratie in de zorg. Het blijkt dat de voornaamste oorzaak daarvan is de liberalisering en de invoering van marktwerking in de zorg. Het is toch wonderlijk: door het “bevrijden” (a.k. liberaliseren) van de zorg is de zorg meer dan ooit door bureaucratie geknecht en ingeperkt. Welkom in de wonderlijke wereld van het neoliberalisme.

Hier wat langere quote omdat het artikel achter een betaalmuur zit:

Foto: Janus verbeeldt ook links en rechts (Bron: DaveBleasdale (CC BY 2.0))

Links en rechts, deel 5: Progressief en conservatief

RECENSIE - In deze aflevering van de serie bespreek ik een boek: Is links beter dan rechts? van Frits Biefait. Hij betoogt dat het verschil tussen links en rechts het geloof in de maakbare samenleving is.

Volgens Bienfait is het verschil tussen links en rechts niet ‘gemeenschap versus individualisme’ [1] zoals ik in de vorige aflevering heb betoogd maar ‘verandering’: links ziet maatschappelijke problemen en wil daarom de maatschappij veranderen terwijl rechts zegt: ‘begin bij jezelf’ als je de wereld wilt verbeteren. Ik ben het niet eens met zijn interpretatie.

Laat ik op voorhand zeggen dat ik veel gebruik heb gemaakt van zijn werk. Behalve Norberto Bobbio, is Bienfait is een van de weinige auteurs, die ik ken die het onderwerp serieus nemen. Zijn beschrijving van de antropologie van het links-rechts dualisme en de manier waarop deze in Frankrijk is veranderd in een politiek onderscheid is een belangrijk inzicht. Voordat ik dit gelezen had, ging ik ervan uit dat dat wat nu ‘links’ en ‘rechts’ is geworden, op toeval berustte. Zoals ik zal laten zien, kan ik mij echter niet vinden in zijn conclusie over wat het verschil is tussen links en rechts.

Ik bespreek eerst hoe Bienfait tot zijn conclusie komt en zal daarna beargumenteren waarom niet verandering maar streven naar ‘gemeenschap versus individu’ een beter criterium is.

Foto: Twee koppige slang van turquoise. Religieus ornament van de Azteken. (Bron: Geni CC-BY-SA)

Links en rechts, deel 4: Wat is het verschil?

ACHTERGROND - Wat is het verschil tussen links en rechts? In de vorige aflevering heb ik laten zien dat het links-rechts onderscheid springlevend is maar dat er ook veel verwarring is over de betekenis ervan. Ik zal nu een voorstel doen voor een criterium.

Het aardige van links-rechts als politieke metafoor is dat het neutraal is. De andere ruimtelijke metaforen, boven-onder en voor-achter zouden als politieke metafoor onbruikbaar zijn, omdat ze niet neutraal zijn. Maar waar staat het voor? Om dit vast te kunnen stellen moeten we eerst onderzoeken aan welke voorwaarden de invulling ervan moet voldoen.

Ik bespreek eerst een vijftal voorwaarden waaraan het criterium voor links-rechts moet voldoen, daarna noem ik drie kandidaten voor het criterium. Die kandidaten zijn achtereenvolgens: ‘gelijkheid versus vrijheid’ (in combinatie dus) ‘vrijheid’ en ‘Gemeenschap versus individu’. Een vierde kandidaat, ‘verandering’ bespreek ik apart in het volgend deel.

1e voorwaarde: Waan van de dag

Het is verleidelijk om het verschil tussen links en rechts te definiëren door de verschillen te benoemen. We maken gewoon een lijstje van kenmerken van links en van rechts en zetten dat naast elkaar. Het is niet zo moeilijk om dat te doen [1]. Ik geef een voorbeeld uit de NRC van afgelopen maand. De krant heeft onderzoek gedaan naar woordgebruik in de Tweede Kamer. Daarvoor heeft zij een lijst gemaakt van kenmerkende woorden voor links en rechts:

Foto: “Van het volk”. Gedenkplaat voor de Franse Revolutie, geplaatst in het zesde jaar van de revolutie, op een muur in Haut-de-Cagnes (Alpes-Maritimes, France) (Bron)

Links en rechts, deel 3: Politicologie van het volk

ACHTERGROND - Het indelen van de politiek in een links en rechts kamp is een gewoonte die ruim tweehonderd jaar oud is. Ik zal nu laten zien dat het nog steeds een springlevend onderscheid is dat hoort bij een levendige democratie. Zelfs critici die het te simpel vinden, maken er onwillekeurig gebruik van.

Het is een paradox. Enerzijds is het denken in termen van links en rechts heel algemeen, je komt het tegen in vrijwel elke politieke analyse, op academisch niveau èn in de volksmond, maar niemand weet wat het precies betekent.

Links over rechts en rechts over links zijn een onuitputtelijke bron van vermaak. Wat men van elkaar vindt is meestal niet zo best. Serieuze politieke analisten ergeren zich aan de stereotypen. Maar de uitlatingen mogen vulgair zijn, zij laten ook zien hoe de kampen over elkaar denken. Iedereen kent ze wel: links is elitair, rechts is plat. Links denkt met haar hoofd, rechts met zijn buik. Links is vrouwelijk, rechts is mannelijk. Links is overheid, rechts is markt. Links is wetenschap, rechts is dom, etc. Het is inhoudsloos en enkel bedoeld om de tegenstander te besmeuren.

Dat de links-rechts indeling veel gebruikt wordt door het volk wil nog niet zeggen dat professionals het onderscheid niet zouden maken. Er zijn boeken geschreven die het als uitgangspunt nemen, zoals Het verraad van links en Er is ruimte op rechts of men karakteriseert een periode als zijnde gedomineerd door ‘links’ of ‘rechts’. Ook internationaal zijn er boeken die expliciet hierover gaan, zoals bijvoorbeeld boeken met titels als Exit right en Off center.

Foto: De Franse Staten-Generaal in de Salle de Menus-Plaisirs te Versailles komt bijeen op 5 mei 1789, een paar dagen voor de geboorte van links en rechts

Links en rechts, deel 2: Oorsprong en geschiedenis

ACHTERGROND - Om te begrijpen wat woorden in de politiek betekenen is het essentieel om de geschiedenis ervan te kennen. Wanneer is men begonnen ‘links’ en ‘rechts’ van elkaar te onderscheiden en waarom deed men dit? Daarom nu een kleine geschiedenis van de strijd tussen links en rechts.

De gewoonte om de politiek in een links en rechts kamp op te delen is ouder dan de indeling in progressief en conservatief. De termen ‘links’ en ‘rechts’ werden al in 1789, het jaar van de Franse Revolutie gebruikt terwijl ‘conservatief’ pas in 1818 voor het eerst voorkwam. Het was de titel van het blad Le Conservateur dat een mooi rechts motto had:

The conservateur upholds religion, the King, liberty, the Charter and respectable people (les honnêtes gens)

De term kwam pas echt in zwang in 1834 toen de Tory Party zich Conservative Party ging noemen. We zijn rechtse politici dus pas veertig jaar later conservatief gaan noemen, niet omgekeerd. Ook het socialisme ontstond veel later als politieke beweging.

Vaak wordt gedacht dat links en rechts neutrale namen zijn omdat men wel bekend is met het verhaal over de zetelverdeling in het Franse parlement in 1789. De hervormingsgezinde fracties zaten in dit parlement aan de linker kant, en de koningsgezinde fracties zaten aan de rechterkant van de voorzitter. Men concludeert hieruit dat wat nu links en rechts is, op toeval berust en dat de cluster eigenschappen die we nu ‘links’ noemen, ook ‘rechts’ genoemd hadden kunnen worden.

Links en rechts, deel 1: Richting in de politiek

ACHTERGROND - Regelmatig kun je lezen dat links en rechts ‘niet meer van deze tijd zijn’. Toch wordt het onderscheid tussen links en rechts al gemaakt sinds het begin van de democratie. Tijd om eens te kijken waarom juist nu zo vaak wordt beweerd dat het achterhaald is en als we het er dan toch over hebben: waar staan links en rechts eigenlijk voor?

Wie zich beroept op het onderscheid tussen links en rechts wordt verdacht van simplificatie om te polariseren. En ik moet toegeven, een indeling in twee kampen van zoiets complex als de politiek is verdacht want de wereld is natuurlijk altijd complexer dan wij denken. Ook in het verleden, toen de klassenstrijd nog actueel was, zat er tussen proletariaat en kapitalisten de petite bourgeoisie: de burgerij en kleine middenstand.

Als over links en rechts wordt gesproken is het vaak bedoeld om te polariseren. Men scheldt elkaar uit als kinderen op een schoolplein met bekende clichés zoals ‘linkse kerk’, ‘rechtse lul’, ‘reactionair’, ‘fascist’, ‘Noord-Korea’, ‘linkse elite‘ of ‘gut Mensch’ – om er maar een paar te noemen.

Hoewel ik deze klacht dus wel begrijp, is het voor mij geen reden om het niet serieus te nemen omdat het gebruik van de termen links en rechts meer is dan goedkope retoriek. Ze benoemen de twee kampen waarin de politiek is verdeeld. Ook wie de politiek slechts oppervlakkig volgt kan dit onderscheid meestal wel maken. De meeste mensen hebben wel een intuïtieve notie wat links en wat rechts is en meestal is het niet moeilijk een politicus, een krant of organisatie ergens tussen deze twee polen te plaatsen.

GroenRechts?

ANALYSE - Hoe laten de babyboomers Nederland achter aan hun kinderen? Waarom is Nederland zo grijs? Kan rechts ook groen zijn? In het programma ‘En bedankt babyboomers’ legt Frederieke Hegger deze intrigerende vragen voor aan een aantal bekende Nederlandse publieke figuren: Henk Krol, Jort Kelder, Mathijs Bouman, Robin Fransman, Jan Marijnissen, Zihni Özdil en Marjan Minnesma.

Frederieke Hegger interviewde hen voor RTL-Z over de stand van zaken met betrekking tot het milieu en het klimaat. Het onderwerp van de serie is: ‘Babyboomers hoe laten jullie de wereld aan ons achter?’ In deze aflevering is ze vooral geïnteresseerd in de vraag of dit een linkse of rechtse kwestie is. Waarom wordt groen geassocieerd met links? Waarom is er geen GroenRechtse partij en zijn er ook rechtse duurzame oplossingen?

Pikant detail: Jan Marijnissen, de enige van de geïnterviewden die zonder meer met links geassocieerd kan worden omdat hij jarenlang leider van de SP is geweest, heeft weinig met duurzaamheid. Hij denkt niet dat het klimaat door de mensen veranderd kan worden. (Voor de discussie hierover zie hier)

Het programma is interessant vanwege de links-rechts dynamiek. De problemen worden besproken vanuit een rechts perspectief. Hegger zoekt naar rechtse oplossingen die traditioneel uit linkse hoek komen. Waarom is ‘groen’ iets van links eigenlijk?

Twee soorten van klimaatontkenning

Er zijn twee soorten klimaatontkenning volgens Michael Hoexter:
1. Harde klimaatontkenning . Donald Trump bijvoorbeeld.
2. Softe klimaatontkenning . De grote meerderheid van de mensen die cynisch zijn geworden over de mogelijkheden om er nog wat aan te doen.

De eerste groep kunnen we frontaal aanvallen, maar de tweede groep is veel lastiger om aan te pakken. Deze is bovendien ook veel groter. De auteur stelt een aanpak voor zoals ‘war on poverty’ of ‘war on cancer’.

Foto: Pixel Addict (cc)

Prinsjesdag en de mythe van de schaarse middelen

ACHTERGROND - Tijdens Prinsjesdag wordt de begroting van de overheid voor volgend jaar gepresenteerd. Zoals altijd zal er weer veel met miljarden worden gegoocheld.

In de politiek gaat het om ‘keuzes maken in schaarste’ zoals Mark Rutte het onlangs in Zomergasten uitdrukte. Over welke schaarste heeft hij het, en waar gaat het bij Prinsjesdag werkelijk om?

Ondanks zijn hoge functie is Mark Rutte een bescheiden en keurige liberaal. Wie hem in Zomergasten heeft gezien weet dat hij niet machtshongerig is en dat hij het als zijn taak ziet schaarse middelen zo goed mogelijk te verdelen. Ook zijn collega’s denken er zo over. Sander Dekker bijvoorbeeld weigerde onlangs in te gaan op een verzoek van de nieuwe omroepbaas Shula Rijxman om het budget voor de omroep met vijftig miljoen te verhogen. Zijn motivatie :

Het is niet reëel […] De publieke omroep is natuurlijk belangrijk, maar we hebben het hier niet over de nationale veiligheid of [over] onderwijs voor onze kinderen.

Het is dus een soort triage: bij een gegeven budget bepalen politici welke overheidstaken prioriteit hebben. Niet alles kan doorgang vinden en ze moeten daarom vaak pijnlijke keuzes maken. Het publiek van informatie voorzien – hoe belangrijk ook – heeft volgens Dekker een lagere prioriteit dan veiligheid en onderwijs [1]. Hij moet woekeren met schaarse middelen.

Foto: Norman B. Leventhal Map Center (cc)

Populisme, verklaard door Caroline de Gruyter

ANALYSE - In mijn vorige artikel liet ik zien dat Joseph Vogl een verkeerd beeld heeft van de macht van het kapitaal. Vandaag behandel ik de ideeën van Caroline de Gruyter over de onmacht van de democratie en de oorzaken van het populisme. Zij maakt een vergelijkbare denkfout als Vogl.

Het populisme is in opmars. De AfD heeft afgelopen week weer flink gewonnen in Mecklenburg-Voor-Pommeren. De AfD, Geert Wilders, Front National, Donald Trump en ‘Brexit’, overal in Europa en de VS wordt de politiek gedomineerd door populisten [1]. Wat is de oorzaak daarvan?

Een verklaring die vaak wordt geopperd is dat politieke strijd (zie 1, 2, 3, 4, 5) zich niet meer afspeelt tussen links en rechts maar tussen hoog opgeleide kosmopolieten en laag opgeleide nationalisten. De kosmopolieten willen een open en multiculturele samenleving en zijn niet bang voor verandering. De natiestaat vinden ze een relict uit het verleden. De nationalisten willen terug naar de natiestaat. Ze zijn juist bang voor verandering, want dat brengt meestal maar weinig goeds. De migranten, die dankzij de open grenzen naar ons land komen, vestigen zich in hun wijken en internationale handel bedreigt hun banen. De meestal welgestelde kosmopolieten hebben daar geen last van.

Foto: Daniel Lobo: Lucha contra el capital, Flickr (CC)

Joseph Vogl en de eeuwige macht van het kapitaal

ANALYSE - Het is tegenwoordig mode om te beweren dat de tijd van de natiestaat voorbij is (1,2,3,4,5). De democratie wordt ondermijnd door globalisatie en de macht van de markt. In zijn onlangs verschenen boek Het financiële regime stelt Joseph Vogl dat dat altijd al zo is geweest: al sinds de opkomst van de Italiaanse stadstaten in de late Middeleeuwen is er een symbiose tussen staat en het kapitaal.

De gemiddelde lezer van Sargasso zal nu misschien een geeuw onderdrukken. Maar ik waag het toch om vraagtekens te zetten bij Vogl’s verhaal over de macht van de financiële markten in de moderne tijd, vanaf de Tweede Wereldoorlog. Ik reageer in dit artikel op het interview van Vogl, afgenomen door Koen Haegens, dat een paar weken geleden in de Groene Amsterdammer (15 juni 2016) verscheen [1].

De macht van het kapitaal

Het mechanisme waarmee het kapitaal [2] macht kan uitoefenen over de staat is eenvoudig. Als een staat meer geld uitgeeft dan het door belasting kan innen, moet zij het verschil lenen op de kapitaalmarkt. Vooral in moeilijke tijden krijgt deze daardoor grote invloed omdat de schulden dan hard oplopen, bijvoorbeeld na een financiële crisis of tijdens een oorlog:

Vorige Volgende