Marcel Hulspas

276 Artikelen
13 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Mark Turnauckas (cc)

Alles is doodsangst

RECENSIE - Sommige boeken voeren je onverwacht terug naar je middelbare schooltijd. Naar die ellenlange discussies in de kroeg over de gruwel genaamd religie, over nut en noodzaak van een verlicht dictator en de onweerlegbaarheid van het solipsisme. En wanneer ook dat laatste onderwerp afgeschoten was, dan was er altijd wel iemand die poneerde: ‘Al ons gedrag komt voort uit doodsangst’. Seks, de zucht naar macht, naar roem, naar geld: het was allemaal doodsangst. En we bestelden weer een rondje.

Het lijkt een dooddoener zogezegd, maar ‘alles is doodsangst’ is precies wat de auteurs van ‘Hoe de dood ons drijft’ wetenschappelijk willen aantonen. Het zijn drie volgelingen van de in 1974 overleden Amerikaanse cultureel antropoloog Ernest Becker, die weer een leerling was van de psychoanalyticus Otto Rank (die weer een leerling was van Freud).[1] Volgens Becker kon de hele menselijke beschaving verklaard worden vanuit ‘het verpletterende besef van onze fundamentele hopeloosheid en de angst voor onze onvermijdelijke dood’.

Cultuur en zelfwaardering

Doodsangst, zo lezen we, is het onvermijdelijke bijproduct van de grootste gift van de evolutie: ons zelfbewustzijn. Dieren mogen instinctief de dood mijden; alleen mensen weten dat ze, wat ze ook doen, uiteindelijk dood zal gaan. Om deze angst te bestrijden brengen we twee psychologische hulpmiddelen in stelling: cultuur en zelfwaardering. We willen onderdeel zijn van iets groters, een waardensysteem, een cultuur, beweging, geloof of land – iets dat de dood overstijgt. Door daar deel aan te nemen, hebben we de illusie dat iets van ons voortbestaat na de dood. En om dat extra geloofwaardig te maken, scheppen we de illusie dat we bijzonder zijn, dat we uniek zijn, en dat onze bijdrage aan dat systeem (et cetera) dus uniek is.

Foto: edwardhblake (cc)

De bulten van het brein

RECENSIE - We kennen ze allemaal, de ‘frenologische’ borstbeelden waarbij op de kale witte schedel een scala aan menselijke eigenschappen staat geschreven. De echte, twee eeuwen oud, zijn peperduur, maar een kopie is gemakkelijk te bestellen. Het blijft immers een fascinerend idee. Een hoofd vol eigenschappen. Van ijdelheid tot voorzichtigheid, tot klankgevoel. En onder dat woord, onder het schedeldak, zou zich dan het stukje brein bevinden dat verantwoordelijk is voor die eigenschap.

Het moeten er zevenentwintig zijn. Zo ver kwam de bedenker van de ‘frenologie’, Franz Joseph Gall (1758-1828). Zo rond 1800 reisde de beroemde arts door heel Europa om overal lezingen te geven. Hij moet een indrukwekkend redenaar én showman zijn geweest. Critici waren er genoeg, maar Gall had geen enkele moeite om een zaal vol dames en heren, hongerend naar de nieuwste wetenschap, om de vinger te winden. En als hij geen lezing gaf, dan bezocht hij wel de lokale gevangenis of het krankzinnigengesticht. Want, zo zei hij, daar vond je de extreme gevallen waarmee je zijn revolutionaire theorie het beste kon illustreren.

Neem eigenschap nummer 1, de geslachtsdrift. Die zat volgens Gall opgeborgen in de kleine hersenen. Dat was geen wilde gok. Gall en zijn trouwe leerling en secondant Johann Spurzheim hadden, zeiden ze, duizenden schedels bekeken, van gewone burgers, pedofielen, geesteszieken en óók de schedel van een priester. Die laatste kende geen geslachtsdrift, zo meenden de beide heren, dus zijn schedel was een soort nulpunt. En als je dan maar goed keek, en voelde, dan kon je voelen dat de geslachtsdrift dáár zat.

Foto: thierry ehrmann (cc)

Een nieuwe kans voor de revolutie

RECENSIE - De biennio rosso, ‘de twee rode jaren’. Zo noemt men in Italië de periode direct na de Eerste Wereldoorlog. Bloedrode jaren, wel te verstaan. Het was een periode van chaos en economische neergang, van stakingen en grof geweld om stakingen te breken. Van gevechten tussen communistische knokploegen en groepen teruggekeerde frontveteranen waarbij tientallen doden vielen. Italië, zo luidde de overtuiging van de communisten, was rijp. De wereldoorlog had alleen maar teleurstelling gebracht (en misschien was die nergens zo groot als in Italië), ze had bourgeoisie uitgeput en de arbeidersklasse rijp gemaakt voor de Revolutie. Na Rusland en Duitsland gold ook in Italië: nu of nooit. En de heersende klassen begrepen dat ook.

In die chaotische jaren speelde Antonio Gramsci een hoofdrol. De zinloze orgie van geweld verscheurde de socialistische partij en in 1921 trad Gramsci, ‘die manke uit Sardinië met een goed stel hersens’ (aldus Mussolini) toe tot de kersverse communistische partij, die strijd tot het bittere einde wilde voortzetten. Lenin was Gramsci’s held, Rusland was zijn grote voorbeeld. In oktober 1921 was Gramsci in Moskou voor een onderhoud met de grote leider, om van hem te horen hoe Italië tot het revolutionaire kookpunt kon worden gebracht. Maar een paar dagen later was alles voorbij. Benito Mussolini, ooit socialist, nu leider van de oproerige veteranen, organiseerde een ‘Mars op Rome’. Een kleurrijke operettevoorstelling die ertoe leidt dat de heersende partijen de macht overdroegen aan de duce van deze ‘fascisten’. Gramsci had het nakijken. Anderhalf jaar bleef hij in Moskou, om daarna op bevel van Lenin terug te keren en de leiding op zich te nemen van het zinkende schip van de communistische partij.

Foto: Gerard Stolk (cc)

Angst voor de islam – en wat daaraan te doen

RECENSIE - Een boek over islamofobie dat een uitgebreid antwoord verdient.

Wat is islamofobie? Is iemand die ‘de islam’ een ‘achterlijke cultuur’ vindt, islamofoob? En wanneer iemand op straat moslims mijdt, denkend aan aanslagen, is dat angst voor de islam, en is die angst irrationeel, een ‘fobie’? Het begrip is met andere woorden onderwerp van discussie. Dus je zou verwachten dat wanneer iemand een essay schrijft over ‘Het sluipend gif van islamofobie’, hij zijn betoog start met een definitie. Zeker wanneer hij zijn eerste hoofdstuk begint met: ‘Elke tsunami heeft zijn voortekenen. Zo ook de huidige vloedgolf van islamofobie.’ Waar hebben we het over? Wat voor vloedgolf komt er op ons af?

Walter Palm, de auteur van dat essay, doet dat dus niet. Na zijn alarmerende openingszinnen komt hij met een samenvatting van Rushdie-affaire, de wereldwijde woede-uitbarstingen onder moslims naar aanleiding van het verschijnen van ‘De duivelsverzen’. Dat was volgens hem het eerste voorteken. Na afloop van die affaire ‘bleef in de publieke opinie het beeld hangen van de islam als intolerante godsdienst met fanatieke gelovigen.’ Die indruk lag inderdaad voor de hand. Maar is dat ‘islamofobie’? Na wat faits divers (over ons koloniale verleden, de Indische NSB en de Indische roots van Wilders, Bolkestein en Baudet: ‘Het zou zo maar kunnen dat hun afkeer van de islam voortvloeit uit hun familiegeschiedenis’) komt Palm met het tweede ‘voorteken’: de toespraak van Frits Bolkestein in 1991 in Luzern, waarin hij de Westerse cultuur superieur noemde aan andere culturen. Waar of niet, wijs of niet – is neerkijken op de islam ‘islamofobie’?

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Levensdraden

RECENSIE - © Uitgeverij Balans. Boekomslag Claire Hunter, LevensdradenDe Eerste Wereldoorlog heeft een miljoen Britse soldaten het leven gekost. Twee miljoen soldaten keerden invalide huiswaarts. Natuurlijk werd er alles aan gedaan om deze heroes te helpen een nieuw bestaan op te bouwen, zo goed en zo kwaad als dat ging. Velen waren verminkt, verblindt of zwaar getraumatiseerd. Opleiding en therapie gingen hand in hand.

Een van de populairste vormen van ‘arbeidstherapie’ (het begrip ontstond toen) was handwerken. Dat was rustgevend, afleidend, ieder kon het op zijn eigen tempo, en het was gezellig, of beter (want dat mistten de veteranen erg) ‘kameraadschappelijk’. Bestuur en vrijwilligers van de Royal School of Needlework boden massaal hun diensten aan. Nette dames en doortastende huisvrouwen kwamen op bezoek, naald en draad in de aanslag. En allerlei organisaties kwamen met opdrachten voor wandkleden, tafelkleden, en geborduurd linnengoed. Het bestuur van de St Paul’s Kathedraal gaf 130 veteranen de opdracht een altaarkleed te maken voor de viering van Dankdag in 1919. En zo waren er nog veel meer.

Het altaarkleed verdween tijdens de Tweede Wereldoorlog. Jarenlang werd gedacht dat het ‘dus’ wel bij een bombardement verloren zou zijn gegaan maar enkele jaren geleden dook het weer op, en inmiddels is het gerestaureerd. Het is prachtig, schrijft Clare Hunter. Ze geeft een gedetailleerde beschrijving van het altaarkleed, dat driekwart eeuw ergens in een kast lag te vergaan. Ze wilde meer weten over het handwerk van de gehandicapte veteranen. Er zouden toch kasten vol werkstukken te vinden moeten zijn, verslagen van bijeenkomsten en krantenberichten.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Een stad vol vrije geesten

RECENSIE - © Spectrum. boekomslag Republ;iek der vrije geesten van Peter NeumannHet is 1799. Europa staat aan de vooravond van een nieuwe eeuw. Wanneer die nieuwe eeuw precies begint, is een onderwerp voor elegante discussie (dezelfde die gevoerd werd rond 1999), maar het is duidelijk dat er grote veranderingen op stapel staan.

In Frankrijk lijkt een einde te zijn gekomen aan de Revolutie met de staatsgreep van consul Napoleon. Een vermaard, meedogenloos generaal is nu de leider van de sterkste natie van Europa – en hij zal ongetwijfeld afrekenen met Frankrijks vijanden, de vijanden van de Revolutie.

Duitsland, dat allegaartje van reactionaire vorstendommen en vrije steden, lijkt een gemakkelijke prooi. En ondertussen broeit en gist het in datzelfde Duitsland.

Overal weerklinken de slogans van de Franse revolutie. Een nieuw tijdperk breekt aan! Maar niemand wil geassocieerd worden met de Jacobijnse terreur, of de oorlogstaal van Napoleon. In Duitsland moet het geen tijdperk van wapengeweld worden maar het tijdperk van de Geest. Napoleon wil de wereld dwingen, Duitsland zal de wereld onderwijzen. Tegenover de oppervlakkige Franse kreten (‘vrijheid, gelijkheid, broederschap!’) zal Duitsland een diepzinnig revolutionair denken scheppen. Een filosofie voor de nieuwe mens, die zijn eigen toekomst schept.

De grondlegger van die filosofie is Immanuel Kant. Althans, dat beweert Johann Gottlieb Fichte (1762-1814). Fichte blaast het stof van Kants abstracte werken. Hij wordt de Paulus van de nieuwe filosofie. Hij vestigt zijn roem met zijn Versuch einer Kritik aller Offenbaring, dat hij anoniem uitgaf en dat bij verschijnen direct wordt aangezien voor een nagelaten manuscript van Kant. Aha! Dát vond Kant dus van het fenomeen godsdienst! Kant verwierp alle openbaring! Weg met de Bijbel, weg met God! Nog groter is de opwinding als blijkt dat dit atheïstische geschrift (Fichte had niet voor niets zijn naam weggelaten) niet van Kant is maar van een leerling. Fichte is in één klap beroemd. Goethe, Geheimrat van de hertog van Saksen-Weimar, doet daarna zijn uiterste best om deze veelbelovende jongeman een hoogleraarspost te bezorgen. De hertog zélf moet uiteraard niets hebben van aanhangers van de Franse revolutie maar Goethe speelt zijn kaarten zorgvuldig. En het wordt Jena. Het slaperige universiteitsstadje krijgt een filosofisch kanon in huis.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Ruwe bolster, blanke pit

RECENSIE - © Omniboek. Omslag De barbaren, Peter Bogucki, 2019Voor de Romeinen waren alle volkeren te noorden van de rijksgrens, de limes, één pot nat. Het waren ‘barbaren’. En dat woord is blijven hangen. Ieren, Schotten, Polen, Russen – elk volk aan de rand van Noordwest-Europa is wel voor korte of langere tijd ‘barbaars’ genoemd. Het woord was een vrijbrief om deze volkeren vervolgens ook barbaars te behandelen. Je zou dus verwachten dat een auteur die een boek schrijft over de volkeren ten noorden van de limes zijn best doet om die klassieke pejoratieve aanduiding te vermijden, en te verwerpen. Maar Peter Bogucki was dat duidelijk niet van plan. Dit boek (in de serie Lost Civilisations, voor Reaktion Books) gaat over The Barbarians, ‘de barbaren’. Waarom dat zo prominent gebracht moet worden, is onduidelijk. Blijkbaar kon hij geen andere verzamelterm bedenken.

In het voorwoord zegt hij dat zijn onderwerp ook best wel barbaars was.

Die volkeren kenden geen schrift, geen steden en, zo beweert hij, vergeleken met de Griekse en Romeinse was hun samenleving ‘chaotisch’. Bogucki: ‘ze voldoen aan vrijwel geen enkel criterium dat doorgaans wordt gebruikt om te bepalen of een samenleving “beschaafd” genoemd kan worden.’ Is dat echt zo? Of komt Bogucki gewoon niet los van de discriminerende klassieke maatstaven? Of weten we gewoon te weinig van deze ‘barbaren’? Hoe dan ook, ook al vindt hij ze onbeschaafd, toch wil Bogucki aantonen dat ze ook innovatief waren. En ‘ze dreven handel, bedreven akkerbouw en veeteelt, en vochten energiek en met veel enthousiasme.’ Waar hij dat laatste vandaan haalt, waarom hij ze toch wil afschilderen als ‘ruwe bolster, blanke pit,’ is mij een raadsel. Klassieke auteurs beweerden dat de barbaren graag en goed vochten, maar dat had een goede reden: dat was om hun tijdgenoten te waarschuwen want die ‘barbaren’ hadden de Romeinen in 9 n.Chr. in het Teutoburger Woud een verpletterende nederlaag bezorgd. Hoe dat zo kwam? De Romeinen waren weer eens binnengedrongen, om te late zien wie de baas was. En liepen in de val. In feite hadden de barbaren eeuwenlang meer last van Romeinse vechtlust dan andersom.

Foto: Mick Talbot (cc)

Een huis vol beestjes

RECENSIE - Een bioloog over onbekende medebewoners van ons huis

De Zoeloes hebben een bijzondere manier om vliegen te bestrijden. Ze halen spinnen in huis. Een grote bol spinrag, gemaakt door een sociale spinnensoort (de meeste spinnen kunnen elkaar niet luchten of zien) wordt hoog in de hut gehangen, met daaromheen wat takken waaraan ze hun webben kunnen weven. De Zuid-Afrikaanse bioloog J.J. Steyn vroeg zich af of deze methode ook in gebouwen toe te passen was, onder andere in het ziekenhuis waar hij werkte. En inderdaad. Naar eigen zeggen zorgden de spinnenkolonies ervoor dat de vliegenpopulatie in drie dagen tijd met 60 procent terugliep. Zijn conclusie luidde dat we kolonies van sociale spinnen zouden moeten ophangen in alle openbare ruimtes zoals markten, restaurants, cafés en hotelkeukens, en vooral in wc’s.

Is 60 procent genoeg? Zijn spinnen wel zo welkom op het toilet? Is het niet beter om ervoor te zorgen dat die vliegen geen voedsel meer vinden? Hoe dan ook, Steyns conclusie wordt van harte onderschreven door Rob Dunn, in zijn boek ‘Nooit allen thuis’. Dunn (hoogleraar aan North Carolina State) heeft nog wat aanvullende voorstelletjes. Bepaalde (heel kleine) wespensoorten leggen hun eitjes in kakkerlakkeneitjes en kunnen ons helpen de kakkerlakkenpopulatie in bedwang te houden. Ook die zouden we in onze huizen moeten verspreiden. En wat te denken van de zwam Beauveria bassiana? Eigenlijk zouden we in onze huizen de sporen van deze zwam moeten rondstrooien want ‘wanneer er een bedwants langskomt, hechten ze zich aan de vettige buitenlagen van diens exoskelet. Eenmaal vastgehecht groeit de zwam door het exoskelet van de wants naar binnen..’ (hierna volgen nog enige smerige details tot de dood van de wants erop volgt). Zo kunnen we volgens Dunn op natuurlijke wijze afkomen van een heleboel plaaginsecten.

Foto: mararie (cc)

De onzichtbare vertaler

RECENSIE - Een welkom eerbetoon aan Willem van Moerbeke, een van de grondleggers van de Europese wetenschappelijke traditie

In Oost-Vlaanderen zijn er twee dorpen met de naam Moerbeke. Het ene ligt in Waasland, ten westen van Antwerpen, het andere ligt ten westen van Brussel. Dat tweede Moerbeke beschouwt zichzelf als de geboorteplaats van Willem van Moerbeke. Vlakbij de kerk is er een straat naar hem vernoemd. Maar er is een derde, een betere kandidaat: Morbecque, in Noord-Frankrijk, niet ver van Saint-Omer. Als Willem daar naar is vernoemd, als hij die titel voer, dan zou dat veel verklaren, zo constateert Pieter Beullens. Dan weten we weer iets meer over deze man.

Willem van Moerbeke is iemand die je met recht kunt aanduiden als een ten onrechte vergeten intellectuele reus. Iedereen kent Thomas van Aquino (1225-1274), de geniale theoloog en geleerde die de Kerk (en de Parijse universiteit) wees op de waarde van de geschriften van Aristoteles, en die daarmee de basis legde voor een intellectuele revolutie. Maar deze reus stond op de schouders van een andere reus: Willem van Moerbeke. Willem is verantwoordelijk voor de bijna volledige vertaling van de (Griekse) werken van Aristoteles naar het Latijn. Hij opende daarmee de deur waar Thomas door kon lopen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Het verlies van de aarde

RECENSIE - © Arbeiderspers cover Het verlies van de aarde van Nathaniel RichHet was het finest hour van milieuminister Ed Nijpels: de eerste echte grote internationale conferentie over klimaat werd gehouden in Noordwijk, The Netherlands. De waarschuwingen voor de opwarming van de aarde waren in ons land flink aangeslagen en nu kon dat kleine landje aan de stijgende zee laten zien dat het een voortrekkersrol wilde vervullen.

Daar in Noordwijk zou voor het eerst een harde limiet worden vastgesteld voor de stijging van de CO2-uitstoot. Een ‘stip aan de horizon’, zouden we nu zeggen. De bereidheid was er – of leek er in elk geval te zijn. De Amerikaanse president Bush, leider van de natie die goed was voor pakweg een derde van die uitstoot, had vaak genoeg gezegd hoe belangrijk hij het vraagstuk vond. De verwachtingen waren hoog gespannen. Maar het werd een teleurstelling.

Was ‘Noordwijk’ (in de gure novembermaand van 1989) voor Nederland het begin, in ‘Het verlies van de aarde’ van Nathaniel Rich is de conferentie het einde, het onderwerp van het laatste hoofdstuk.

Rich wil namelijk beschrijven wat vooraf ging, waarom er in de voorafgaande jaren, toen het probleem volkomen duidelijk werd en zelfs de Amerikaanse overheid onder de indruk was van de wetenschappelijke feiten, er uiteindelijk géén basis werd gelegd voor een effectief, dwingend, mondiaal klimaatbeleid. Met als gevolg dat de IPCC (het Intergovernmental Panel on Climate Change, die rond die tijd werd opgericht) uitdraaide op een Circus van de Goede Bedoelingen, waarbij de wetenschap mag zeggen dat de kans dat de mens de oorzaak is steeds waartschijnlijker wordt, de milieubeweging zijn toneelvoorstellingen geeft en de ambtenaren beterschap beloven. De oorzaak voor dit falen moeten we, aldus Rich, zoeken in het Witte Huis.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-11-2022

Worstelen met het communistische verleden

RECENSIE - Het was een internationale televisie-hype, een aantal jaren geleden: de verkiezing van de grootste vaderlander. Er werden informatieve filmpjes vertoond, panels bediscussieerden de kandidaten, deskundigen hielden gloedvolle pleidooien voor deze of gene stichter schilder of wetenschapper, en daarna mocht het volk zijn stem uitbrengen. In Nederland dreigde Pim Fortuyn deze wedstrijd te gaan winnen, maar dat kon worden voorkomen.

In Rusland, waar staats-tv-zender Rossia de wedstrijd organiseerde (getiteld ‘De naam van Rusland’), ging de eindstrijd tussen de laatste tsaar Nicolaas II, en de communistische dictator Jozef Stalin. Op dat moment werd er van hogerhand ingegrepen. De uitslag moest gecorrigeerd, zo werd medegedeeld, en plots bleek de middeleeuwse vorst Alexander Nevski de grootste Rus aller tijden. Nevski, die 800 jaar geleden de Duitsers en de Zweden had verslagen en geldt als een van de stichters van Rusland. Op de tweede plaats kwam de minister/hervormer Pjotr Stolypin (1862-1911), op de derde plaats Jozef Stalin en daaronder tsaar Nicolaas.

Een diep verdeeld land

Die dreigende uitslag, de ingreep en de gecorrigeerde ‘uitkomst’ typeren de manier waarop de Russen en de Russische overheid (en Poetin) met de Russische geschiedenis omgaan. Het land is diep verdeeld over de vraag of de Revolutie van 1917, en de daaropvolgende communistische staatsgreep, nu de redding van Rusland vormden, of juist een enorme een ramp. De redding van tsaristisch absolutisme en het begin van een nieuwe tijd, of juist de start van vier gruwelijke decennia onder Lenin en Stalin. Was Nicolaas II een despoot of een slachtoffer? Was Stalin de redder van Rusland, of een monster? De meningen zijn scherp verdeeld. Pakweg 40% beschouwt Stalin als redder, 40% als ramp; de rest laveert daartussendoor. Andere leiders scoren vergelijkbare cijfers.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De Avant-gardisten

RECENSIE - © Uitgeverij Prometheus boekcover Sjeng Scheijen, De Avant-gardisten‘Rommel in plaats van muziek’. Muziekliefhebbers weten onmiddellijk waar dit over gaat. Het is het beruchte artikel in de Pravda van 28 januari 1936, waarin de krant zijn banvloek uitsprak over de muziek van Dimitri Sjostakovitsj. Er waren wel eerder aanvallen geweest op die ‘onbegrijpelijke’ muziek maar dat waren opiniestukken geweest.

Dit was een artikel. Dit was dus de mening van de grote leider Stalin en van de Communistische Partij. En Sjostakovitsj wist wat dit betekende. Hij moest zo snel mogelijk laten zien dat hij ook anders kon werken, dat hij de voorschriften van de Sovjetkunst omarmde en uitdroeg. Anders zag het er slecht voor hen uit. Of was het al te laat? Stond zijn naam al op een lijst, zoals die van duizenden anderen, voorbestemd voor een enkele reis naar de Goelag? Honderden kunstenaars waren al verdwenen. Was hij aan de beurt? Hij stond doodsangsten uit.

‘Rommel in plaats van muziek’ was geen op zichzelf staande actie. Spoedig volgden vrijwel identieke artikelen, allemaal gericht tegen tot dan toe onaantastbaar geachte kopstukken van het Russische cultuur. Artikelen met titels als ‘Balletbedrog’, ‘kakofonie in de architectuur’ en ‘Over kliederkunstenaars’, gericht tegen grootheden als Meyerhold, Eisenstein, en de beroemde architect Konstantin Melnikov. Die artikelen vormden slechts een startschot. Andere kranten en gespecialiseerde tijdschriften namen de aanval over. Daarna werden de kunstenaars in spoedvergadering bijeengeroepen, officieel om te bespreken hoe men hierop moest reageren maar in feite om iedereen duidelijk te maken dat de tijd van ‘formalisme’, van artistieke experimenten, voorbij was.

Vorige Volgende