De onzichtbare vertaler

RECENSIE - Een welkom eerbetoon aan Willem van Moerbeke, een van de grondleggers van de Europese wetenschappelijke traditie

In Oost-Vlaanderen zijn er twee dorpen met de naam Moerbeke. Het ene ligt in Waasland, ten westen van Antwerpen, het andere ligt ten westen van Brussel. Dat tweede Moerbeke beschouwt zichzelf als de geboorteplaats van Willem van Moerbeke. Vlakbij de kerk is er een straat naar hem vernoemd. Maar er is een derde, een betere kandidaat: Morbecque, in Noord-Frankrijk, niet ver van Saint-Omer. Als Willem daar naar is vernoemd, als hij die titel voer, dan zou dat veel verklaren, zo constateert Pieter Beullens. Dan weten we weer iets meer over deze man.

Willem van Moerbeke is iemand die je met recht kunt aanduiden als een ten onrechte vergeten intellectuele reus. Iedereen kent Thomas van Aquino (1225-1274), de geniale theoloog en geleerde die de Kerk (en de Parijse universiteit) wees op de waarde van de geschriften van Aristoteles, en die daarmee de basis legde voor een intellectuele revolutie. Maar deze reus stond op de schouders van een andere reus: Willem van Moerbeke. Willem is verantwoordelijk voor de bijna volledige vertaling van de (Griekse) werken van Aristoteles naar het Latijn. Hij opende daarmee de deur waar Thomas door kon lopen.

En ondertussen weten we bitter weinig van hem. Zijn naam duikt pas op als hij al volwassen is, en hij verkeert dan ook gelijk in de hoogste adellijke en in pauselijke kring. In 1260 was hij in Thebe, Griekenland. Waarom daar? Om Griekse teksten te zoeken? Of is er een verband met Morbecqe, met het feit dat Nicolaas II van Saint-Omer op dat moment heerser was over Thebe? Was hij wellicht familie van deze machtige graaf? En waarom vertrok hij even later naar Nicea, in Noordwest-Turkije? Daar zetelde (verjaagd uit Constantinopel) keizer Michaël VIII Palaeologus. Zocht hij daar weer naar teksten of was er sprake van een diplomatieke missie? Hoe dan ook, in 1262 riep paus Urbanus IV hem terug naar Italië, waar hij aan het pauselijke hof kennismaakte met de grootste geleerden van die tijd, Thomas van Aquino en Albertus Magnus. Willem speelde later nog een belangrijke rol tijdens het Concilie van Lyon in 1274 en werd vier jaar later benoemd tot aartsbisschop van… Korinthe. (Wéér die Griekenland/Saint-Omer connectie?) Zo gaat het nog even door. Willem van Moerbeke was thuis in de hoogste kringen – maar hij leefde voort in de voetnoten, steeds nét onder de horizon.

Van Moerbeke werd door de paus benoemd tot penitentiarius (iemand die namens de paus zonden mocht kwijtschelden, een zeer gerespecteerde functie). Maar hij verdient dus vooral herinnerd te worden als vertaler van Aristoteles. Hij trad daarmee in de voetsporen van de beroemde laat-klassieke geleerde Boëthius (480-525) die constateerde dat de kennis van het Grieks in het Westen ernstig aan het dalen was en daarom het plan opvatte om diens oeuvre volledig te vertalen. Maar Boëthius kwam nooit veel verder dan de werken over logica. (Hij werd in de gevangenis gesmeten, waar hij zijn beroemde ‘Vertroosting van de filosofie’ schreef.)

In de daaropvolgende eeuwen was de kennis van het Grieks in Europa nog verder weggezakt. Griekse teksten waren schaars en áls ze de tand des tijds (en oorlogen, en de lenteschoonmaak) hadden overleefd, waren er nauwelijks mensen die ze konden lezen. Maar de overtuiging dat Aristoteles de grootste van de Griekse filosofen was geweest, dat zijn werk van groot belang was, dié ging niet verloren. Schaarse importen vanuit het Byzantijnse rijk en vertalingen vanuit het Arabisch (vooral van commentaren, vooral uit Spanje) zorgden ervoor dat de belangstelling voor Aristoteles in de loop van de twaalfde/dertiende eeuw tot grote hoogte werd opgestuwd. Maar die Griekse filosofie bleef verdacht, en de Arabische commentaren werden met argwaan bekeken.

De doorbraak kwam rond 1260, toen Thomas van Aquino liet zien dat de Kerk en de universiteit van Parijs Aristoteles ten onrechte in de ban hadden gedaan. Want wie terugging naar de oorspronkelijke Griekse teksten, en voorbijging aan de Arabische interpretaties daarvan (vooral die van Ibn Rush/Averroës), ontdekte bij Aristoteles een filosofisch systeem dat perfect te combineren was met de leer van de Kerk. Griekse Ratio en christelijk geloof sloten perfect op elkaar aan. Het ‘boek der natuur’ onthulde hetzelfde verhaal als de goddelijke openbaring. Die doorbraak voorzag niet alleen de christelijke theologie van een ander voetstuk, ze zorgde ook voor een nóg grotere interesse voor die oorspronkelijke Griekse geschriften. Europa moest terug naar de bron.

En in diezelfde tijd zorgde Willem van Moerbeke voor een lange serie zorgvuldige vertalingen. Hij greep consequent terug naar de schaarse Griekse bronnen, vergeleek verschillende versies en vertaalde letterlijk woord voor woord van het Grieks naar het Latijn, uiterst zorgvuldig en consequent. (Zó consequent dat geleerden tegenwoordig Griekse bronnen waarover hij beschikte maar die we niet meer bezitten, kunnen reconstrueren aan de hand van zijn vertaling.) In hoeverre hij dat enige tijd deed voor Thomas van Aquino, of in opdracht van Thomas, is niet duidelijk. Maar Beullens maakt het heel aannemelijk.

Willem vertaalde vrijwel alles van Aristoteles opnieuw. (Alleen de logica, daar bleef hij van af.) Zijn methodiek zorgde voor een weinig gepolijst Latijn maar hij zette een oeuvre neer ‘als een huis’,  zo schrijft Pieter Beullens. En zijn werk bleef eeuwenlang ‘de onbetwiste norm’. Beullens’ ‘De sleutel tot Aristoteles’ is geen eenvoudige kost, maar ondanks dat een welkom eerbetoon aan deze reus, die gerust een van de grondleggers genoemd mag worden van de Europese wetenschappelijke traditie.

Pieter Beullens, De sleutel tot Aristoteles. Uitgeverij Damon, 229 blz. 24,90 euro.