Een huis vol beestjes

RECENSIE - Een bioloog over onbekende medebewoners van ons huis

De Zoeloes hebben een bijzondere manier om vliegen te bestrijden. Ze halen spinnen in huis. Een grote bol spinrag, gemaakt door een sociale spinnensoort (de meeste spinnen kunnen elkaar niet luchten of zien) wordt hoog in de hut gehangen, met daaromheen wat takken waaraan ze hun webben kunnen weven. De Zuid-Afrikaanse bioloog J.J. Steyn vroeg zich af of deze methode ook in gebouwen toe te passen was, onder andere in het ziekenhuis waar hij werkte. En inderdaad. Naar eigen zeggen zorgden de spinnenkolonies ervoor dat de vliegenpopulatie in drie dagen tijd met 60 procent terugliep. Zijn conclusie luidde dat we kolonies van sociale spinnen zouden moeten ophangen in alle openbare ruimtes zoals markten, restaurants, cafés en hotelkeukens, en vooral in wc’s.

Is 60 procent genoeg? Zijn spinnen wel zo welkom op het toilet? Is het niet beter om ervoor te zorgen dat die vliegen geen voedsel meer vinden? Hoe dan ook, Steyns conclusie wordt van harte onderschreven door Rob Dunn, in zijn boek ‘Nooit allen thuis’. Dunn (hoogleraar aan North Carolina State) heeft nog wat aanvullende voorstelletjes. Bepaalde (heel kleine) wespensoorten leggen hun eitjes in kakkerlakkeneitjes en kunnen ons helpen de kakkerlakkenpopulatie in bedwang te houden. Ook die zouden we in onze huizen moeten verspreiden. En wat te denken van de zwam Beauveria bassiana? Eigenlijk zouden we in onze huizen de sporen van deze zwam moeten rondstrooien want ‘wanneer er een bedwants langskomt, hechten ze zich aan de vettige buitenlagen van diens exoskelet. Eenmaal vastgehecht groeit de zwam door het exoskelet van de wants naar binnen..’ (hierna volgen nog enige smerige details tot de dood van de wants erop volgt). Zo kunnen we volgens Dunn op natuurlijke wijze afkomen van een heleboel plaaginsecten.

Het is niet zo dat Dunn onze huizen wil veranderen in een slagveld van de struggle for life. ‘Nooit alleen thuis’ gaat er juist om dat onze huizen dat allang zijn. Het is een binnen de biologie zwaar verwaarloosd onderwerp maar onze keukens, zolders en kelders worden bewoond door ontelbare soorten bacteriën en honderden soorten geleedpotigen. Het onderzoek daarnaar staat nog in de kinderschoenen (biologen trekken veel liever het oerwoud in), en dat geldt al helemaal voor het onderzoek naar de invloed die die honderden bewoners hebben op het wel en wee van dat kleine clubje leden van Homo sapiens dat er ook nietsvermoedend woont.

Neem de douchekop. Altijd lekker vochtig en warm, en soms knetterheet. Geen wonder dus dat daarin bacteriën te vinden zijn die grote temperatuurextremen kunnen verdragen, soorten die je verder alleen bij hete bronnen vindt. Iedere keer wanneer we onder de douche stappen, trakteren we onszelf op een zeer bijzondere regen van superbacterieën. (Dunn merkt triomfantelijk op dat menige bioloog die de afgelopen decennia de wereld doorkruiste op zoek naar vulkanen en hete bronnen, in de hoop daar dergelijke ‘extremofielen’ te vinden, net zo goed thuis de douchekop had kunnen onderzoeken.) Net zulke specialisten zitten er in de afvoer, in peper en andere kruiden, in gipsplaten en uiteraard in dat paradijs van schilfers en ingedroogd lichaamsvocht: het bed. De indringers zitten overal en trekken zich niets van ons aan. Sommigen zijn volkomen afhankelijk geworden van de kunstmatige omstandigheden die wij hebben geschapen (denk aan de kakkerlak); anderen oefenen een onzichtbare maar zorgwekkende invloed uit op ons geestelijk welzijn.

Dunn wijdt een lang hoofdstuk aan de beroemde parasiet Toxoplasma gondii. Deze heeft een bijzondere levenscyclus: hij groeit op in een knaagdier, vooral de muis, maar hij plant zich voort in de ingewanden van de kat (die de muis heeft gegeten). Nergens anders. Het bevruchte vrouwtje legt in de kat ontelbare eitjes (Dunnen rekent even snel uit dat er op aarde meer T gondii eitjes zijn dan er sterren zijn in het Melkwegstelsel) en deze eitjes komen via kattenpoep weer in de vrije natuur terecht, en zo via-via in de muis. De mens kan ook besmet raken, en dat is hoogst onaangenaam. Maar de parasiet heeft daar niet veel aan want katten eten nu eenmaal geen mensen.

Maar er is méér aan de hand. Alles wijst erop dat gondii-parasieten die in het muizenbrein zijn binnengedrongen en daar liggen te wachten op de poes, ondertussen het gedrag van de muis sturen. Ze zorgen ervoor dat het beestje een stuk roekelozer wordt. Slim, want dat vergroot immers de kans dat hij tussen de kaken van een kat belandt. En nu komt het: er zijn aanwijzingen dat mensen die in het bezit zijn van ‘wachtende’ T gondii parasieten (zinloos wachtende parasieten, dus eigenlijk) óók beïnvloed worden. Ook zij worden daardoor onrustiger, roekelozer. En er zijn aanwijzingen dat de parasiet een rol speelt bij het ontstaan van schizofrenie. De huiskat brengt dus beslist niet alleen gezelligheid in huis. En zoals gezegd, het onderzoek naar dat ecosysteem in uw huis is nog maar net begonnen. We mogen erop rekenen dat verschillende ‘inwonende’ bacteriën en insecten inmiddels geleerd hebben om stoffen uit te scheiden die ervoor zorgen dat we slordig omgaan met onze etenswaren, en geen zin hebben om het huis op te ruimen. Dan weet u nu hoe dat komt.

Rob Dunn, Nooit alleen thuis. Uitgeverij Balans, 352 blz., 23,99 euro.

  1. 2

    Schizofrenie is een achterhaalde term:
    https://www.psychosenet.nl

    Verder is het zo dat als je een neuraal netwerk programmeert op een computer, naar het voorbeeld van het menselijk brein, dat dat neurale netwerk overbelast kan raken en dan stopt met werken. Bij mensen is dat dus ook zo. Kan bij iedereen gebeuren. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat wie dan ook maar daar immuun voor is.
    Gewoon logisch.

  2. 4

    “de meeste spinnen kunnen elkaar niet luchten of zien”
    Een gegeven waar ik recent nog gebruik van heb gemaakt, door een wevende spin (irritant, want webben in huis) in de kaken van een springspin (niet irritant, want maakt geen webben, dus zeer welkom in huis) te drijven. Zo zie je maar, niet alleen protisten weten andere diersoorten aan te zetten tot risicovol gedrag.

  3. 5

    Ik heb me laten vertellen dat huisspinnen buiten niet kunnen overleven en andersom. Dus humaan/spinlievend (filaraneaïsch?) buitenzetten is alsnog een doodvonnis. Door de Hollandse poetswoede te laten voor wat die is en in elk geval bij de ramen de spinnenwebben te laten zitten hou je al heel wat vliegen buiten.

    Kort nadat IJburg was opgeleverd, klaagden de bewoners over een spinnenplaag. De oorzaak lag in de afwezigheid van insectenetende vogels, die geen bomen hadden om in te schuilen. Daar verdiende de projectontwikkelaar immers niets aan. Het water was toen het nieuwe groen, maar de vissen eten geen spinnen.

  4. 6

    “De huiskat brengt dus beslist niet alleen gezelligheid in huis.”
    Dit is wel een stukje demonisering. Zover ik kan vinden in onderzoeken is de belangrijkste bron van menselijke infectie in het Westen toch het eten van onvoldoende verhit vlees, gevolgd door een beetje vrotten in je tuin (bodemcontact en niet goed gewassen groente/fruit), terwijl direct contact met katten over het algemeen geen significante risicofactor bleek (wel hygiënisch omgaan met de kattenbak, als je die hebt). Overigens is een groot deel van de mensheid (levenslang) drager van toxoplasmose (in Nederland mogelijk een kwart van de volwassenen, in Frankrijk vermoedelijk zelfs meer dan de helft), al neemt de prevalentie in Europa al enkele decennia af.

  5. 8

    @6: Het hoge percentage in Frankrijk kan ook komen omdat de fransozen er bij toxoplasmose bovenop zitten. De parasiet is in 1908 tenslotte door twee Franse artsen (Charles Nicolle en Louis Herbert Manceaux) ontdekt, en alleen al dat feit maakt het natuurlijk van het grootste belang.

  6. 10

    @6: Nou, ik ben anders wel deels blind als gevolg van die toxoplasmose van m’n moeder tijdens de zwangerschap. En dan mag ik, als ik het goed heb, nog blij zijn. Een beetje demoniseren is dus wel op z’n plaats.

  7. 12

    @10: Nou nee, ik vind een kat in huis demoniseren omdat je toxoplasmose van een mens gekregen hebt echt misplaatst. Ga dan even mensen demoniseren (of varkens, want varkensvlees schijnt een belangrijke besmettingsbron te zijn).

    @11: Ligt eraan, eten die vaker niet goed doorbakken vlees?

  8. 14

    @12:

    Ga dan even mensen demoniseren (of varkens, want varkensvlees…

    Doe ik al, voortdurend. Katten krijgen van mij ook gewoon hun portie.

    “Hee mam, wtf was je mee bezig, een beetje de kattenbak schoonlepelen met je dikke buik?” -geeft kat een oplazer en smijt de karbonade tegen de muur.

  9. 15

    @13: Hoe denk je dat die mensen drager geworden zijn? Een enkeling heeft hetzelfde als Majava (besmetting tijdens de zwangerschap, maar dan moet je als moeder zelf tijdens je zwangerschap besmet raken, want binnen een paar weken na besmetting kan je foetus het al niet meer van je krijgen), maar de meeste mensen raken tijdens hun leven besmet door besmet voedsel dat onvoldoende ontsmet is (vooral onvoldoende verhit besmet vlees en ongewassen groente/fruit waar stiekem restjes kattenpoep op zit).

    Houd in de gaten dat ongeveer alle zoogdieren drager kunnen zijn (hoewel katten de enige dragers zijn waar geslachtelijke voortplanting van de Toxoplasma gondii kan plaatsvinden). Maar afgezien van een zeer korte periode na de besmetting (als de parasiet ook nog in het bloed zit en dus via placenta en bloedtransfusie overgedragen kan worden), is de enige wijze waarop besmetting van dragers (anders dan katten) op anderen mogelijk is, via inname van diens spier- of hersenweefsel. Van een besmette kat kun je het daarnaast ook nog krijgen als je in aanraking komt met hun schijt. Daar zit een soort spore in die maandenlang ook nog in de bodem overleeft (zolang het niet te hard vriest) en die dus terecht kan komen in je stadstuintje (en in voorbij wandelende niet-handenwassende zoogdieren, voor de parasiet zelf bij voorkeur een knaagdier).

    Het menselijke immuunsysteem houdt normaal gesproken de Toxoplasma gondii makkelijk onder controle (en in “slapende” toestand), maar voor mensen met een zwak immuunsysteem (foetussen, pasgeboren kinderen, mensen met immunodeficiëntie, zeer oude van dagen), kan een besmetting wel gevaarlijk zijn/worden.