ELDERS - Het wil nog niet erg lukken met de democratisering in Centraal- en Oost-Europa. De omgang met minderheden wordt in toenemende mate een punt van conflicten binnen en tussen staten.
Het Amerikaanse Freedom House publiceert elk jaar een beoordeling van de mate van vrijheid en democratie in alle landen ter wereld. De laatste jaren ziet het instituut in Centraal- en Oost-Europa weinig vooruitgang als het om democratie gaat. Het aantal landen dat slechter scoort is al tien jaar groter dan het aantal landen dat er op vooruit is gegaan. EU-lidstaten Polen en Hongarije zijn flink achteruitgegaan. Hongarije valt onder de streep van democratische landen volgens Freedom House, samen met landen als Servië en Montenegro, die de EU, net als Albanië en Noord-Macedonië, alhoewel het niet hardop wordt gezegd, een perspectief op lidmaatschap blijft voorhouden.

Van alle Balkanlanden scoort alleen Slovenië voldoende punten voor de kwalificatie ‘solide democratie’. Bulgarije, Kroatië en Roemenië naderen ook al de kritische grens die Hongarije als eerste EU-lidstaat overschreed.
De omgang met minderheden blijft in al deze landen een kritiek punt.
Hongaarse minderheid
Roemenië heeft een grote Hongaarse minderheid en dat levert regelmatig spanningen op met het buurland. Een van de eerste acties van de Hongaarse premier Viktor Orbán nadat zijn partij Fidesz in 2010 aan de macht kwam, was een wet invoeren waardoor Hongaren in de buurlanden het Hongaarse staatsburgerschap konden krijgen. Binnen drie jaar is daarvan al door een half miljoen etnische Hongaren gebruik gemaakt, vooral in Roemenië. Zij mogen ook een stem uitbrengen bij de Hongaarse parlementsverkiezingen. Voor Orbán is het een compensatie voor de vele Hongaren die het land in de afgelopen jaren de rug toekeerden. Maar het levert ook spanningen op met de buurlanden, op de eerste plaats met Roemenië.