Montenegro blijft op weg naar de EU
ELDERS - Afwisseling van de wacht in een nog steeds verdeeld land.
In 2006 werd Montenegro een onafhankelijke staat, meer dan tien jaar na de burgeroorlog waarbij de oude socialistische federatie Joegoslavië uit elkaar viel. Het land bleef lang verbonden met Servië. Eerst was er de Federale Republiek Joegoslavië, ook wel Klein-Joegoslavië genoemd. Daarna kwam een lossere federatie tussen Servië en Montenegro tot stand. Totdat een kleine meerderheid van de Montenegrijnen in 2006 in een referendum koos voor de onafhankelijkheid. Dat was de kroon op het werk van de machtigste man van het land Milo Djukanovic, ooit kameraad van de Servische leider Slobodan Milosevic. Nadat Djukanovic eind jaren negentig -ook al met een kleine marge- tot president was gekozen keerde hij zich meer en meer naar het westen. Hij haalde de NAVO en het kandidaatlidmaatschap van de EU binnen. Ondanks hevig verzet tegen deze koers van op Servië georiënteerde partijen en ondanks beschuldigingen van corruptie en machtsmisbruik bleef zijn partij van Democratische Socialisten (DPS) gedurende drie decennia overeind. Tot deze week.
Nationalisatie van kerkgebouwen
Bij de zondag gehouden parlementsverkiezingen behaalde de DPS van Djukanovic niet voldoende stemmen voor een meerderheid in het parlement. Zijn partij bleef steken op 35 procent van de stemmen, goed voor 30 van de 80 parlementszetels. Drie samenwerkende oppositieblokken behaalden samen 41 zetels. De belangrijkste oppositiecoalitie ‘Voor de toekomst van Montenegro’ kreeg 32.5 procent van de stemmen. De gematigde pro-Europa oppositiecoalitie MNN (Vrede is onze Natie) won 12,5 procent, terwijl de centrum-linkse oppositiepartij URA (Verenigde Hervormingspartij) 5,5 procent won. Daarmee komt de vorming van een nieuwe regering in handen van deze drie voor de gelegenheid samenwerkende allianties, overigens met de krapst mogelijke parlementaire meerderheid van één zetel.