Joost

2.808 Artikelen
2.839 Waanlinks
25.620 Reacties
Achtergrond: Kordite (cc)
Technisch opperhoofd en voorzitter van Sargasso, wat in de praktijk betekent dat hij nog geen zak te zeggen heeft :).

Developt (?) zich in het dagelijks leven het ongans en heeft veel te veel ideeën om uit te voeren. Daarom helpt Chad (zie boven) hem tegenwoordig vaak een handje zodat er toch nog af en toe een stukje verschijnt.
Foto: "happy!" by nolifebeforecoffee is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Ons geluk en de blinde vlek

In het verlengde van de ongemakkelijke conclusie rond Israël en het World Happiness Report, dringt zich een tweede vraag op. Minder comfortabel, omdat die dichter bij huis komt. Het blijft ook voor ons namelijk verleidelijk om naar internationale ranglijsten te kijken en onszelf een schouderklopje te geven: Nederland hoog in het World Happiness Report, opnieuw.

Alleen komt dat comfort nergens uit het niets.

Welvaart heeft een geschiedenis, en die geschiedenis is zelden neutraal. De Nederlandse positie in de wereld is mede gevormd door eeuwen van handel die zelden gelijkwaardig was, door koloniale extractie waarbij grondstoffen en arbeid elders werden onttrokken en hier werden verzilverd. Dat verleden is geen afgesloten hoofdstuk, maar werkt door in hedendaagse verhoudingen.

Ook in het heden is geluk geen gesloten systeem. De mondiale economie waar Nederland in opereert, is gebaseerd op ketens waarin kosten structureel worden verschoven. Productie vindt plaats waar arbeid goedkoper is, waar milieuregels minder streng zijn, waar de prijs van grondstoffen lager kan worden gehouden. Het resultaat is een vorm van welvaart die lokaal zichtbaar is, en elders wordt gedragen.

Dat maakt de vraag naar geluk minder onschuldig dan ze lijkt. Want als geluk wordt gemeten binnen nationale grenzen, verdwijnen de externe effecten uit beeld. De uitstoot, de uitputting, de arbeidsomstandigheden elders die onze welvaart en daarmee geluk dragen: ze tellen niet mee in de tevredenheidsscore van de consument die profiteert.

Foto: "happy!" by nolifebeforecoffee is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Israël en ‘geluk’

Het World Happiness Report presenteert zich elk jaar als een soort morele thermometer van de wereld. Landen worden gerangschikt op basis van hoe gelukkig hun inwoners zich voelen. Nederland scoort hoog, we staan op de zevende plek. Geen verrassing. Functionerende instituties, relatief weinig onzekerheid, een verzorgingsstaat die nog soort van overeind staat.

En dan Israël, op plek 8. Ook hoog. Ook structureel.

Daar wringt het. En niet een beetje ook. Want het rapport doet alsof het hier om een neutrale vergelijking gaat, terwijl het een politieke keuze maakt die het zelf nergens benoemt: Israël blijft gewoon meedoen. Alsof er geen context is. Alsof er geen structureel systeem van ongelijkheid bestaat. Alsof dat er simpelweg niet toe doet.

Het Israël dat in deze lijst figureert, is geen neutraal afgebakende samenleving. Het is een staat die controle uitoefent over miljoenen mensen zonder gelijke rechten. Een systeem waarin rechten, bewegingsvrijheid en toegang tot middelen systematisch langs etnische lijnen worden verdeeld. Human Rights Watch en Amnesty International noemen dat expliciet: apartheid. De Israëlische geograaf Oren Yiftachel noemt het een etnocratie: een staat waar een bepaalde groep mensen van de bevolking, langs etnische lijnen, systematisch meer rechten heeft dan de anderen. Het staat zelfs zwart op wit in de grondwet.

Foto: "nikozz is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

De mythe van ‘minder polarisatie’

De oproep tot “minder polarisatie” klinkt redelijk, bijna vanzelfsprekend. Wie kan er immers tegen zijn dat mensen elkaar weer wat beter begrijpen en in verbinding blijven. Echter, ze wordt opvallend vaak neergelegd bij links, alsof juist daar de bron van het probleem ligt.

Het idee van polarisatie veronderstelt symmetrie. Twee uitersten die verder uit elkaar drijven en een midden dat wordt uitgehold. In die lezing dragen beide kanten gelijke verantwoordelijkheid voor de verscherping van het debat. Die symmetrie is analytisch aantrekkelijk, maar ze schuurt met de werkelijkheid. Extreemrechts ontleent zijn politieke kracht namelijk juist aan conflict. Het denken in scherpe tegenstellingen, het construeren van een vijandbeeld, het benadrukken van culturele en etnische grenzen: het vormt de kern.

Tegen die achtergrond krijgt de oproep tot depolarisatie een merkwaardige lading. Ze richt zich vaak op progressieve stemmen die ongelijkheid, racisme of klimaatbeleid agenderen, en minder op de politieke stromingen die hun legitimiteit juist uit die tegenstellingen halen. De impliciete boodschap luidt dan dat het benoemen van structurele problemen al snel als “polariserend” geldt, terwijl het institutionaliseren van uitsluiting als een harde, maar begrijpelijke politieke positie wordt gepresenteerd.

Daar komt een tweede asymmetrie bij. Uitspraken of acties van een kleine, radicale minderheid aan de linkerkant worden door rechts routinematig uitvergroot en vervolgens als representatief gepresenteerd. Denk aan zogenaamde ‘woke’ en feministische excessen en acties van XR die geheel links worden aangewreven. Het frame schuift door: wat feitelijk vrij marginaal is, wordt behandeld als de norm en daarna als verwijt teruggelegd bij links als geheel. Aan de rechterkant lijkt een vergelijkbare dynamiek veel minder door te werken. Extreemrechtse posities lopen vaker naadloos over in wat als “gewoon” rechts wordt gepresenteerd, zonder dat die nabijheid dezelfde electorale of morele schade oplevert. Extreem rechtse demonstraties worden niet in dezelfde mate geïdentificeerd met rechts als geheel. De grens vervaagt, maar de consequenties blijven uit.

Chuck Norris overleden. Hoe dan

Het is nu officieel: Chuck Norris is overleden. Op 86-jarige leeftijd. Volgens zijn familie “in vrede”, wat op zich al verdacht is, want vrede was normaal gesproken iets dat zich pas aandiende nadat Chuck Norris een kamer had verlaten.

Er is dan ook enige verwarring over de feiten. Want laten we eerlijk zijn: Chuck Norris gaat niet dood. De dood gaat Chuck Norris. En verliest. Dit voelt meer als een administratieve correctie in de realiteit. Een soort bugfix in het universum, waarbij iemand per ongeluk “sterfelijk” heeft aangevinkt in zijn profiel.

Foto: David Lisbona (cc)

Het CIDI: van waakhond tot medeplichtige

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël was natuurlijk nooit neutraal, maar het presenteerde zichzelf wel zo: als een organisatie die feiten checkt, nuance bewaakt en het debat zuiver houdt. Dat zelfbeeld klopt al jaren niet meer, en de feiten laten inmiddels weinig ruimte voor twijfel. Wie het publieke optreden van het CIDI volgt, ziet een organisatie die steeds dieper verstrikt raakt in bondgenootschappen met partijen en personen die zelf een lange geschiedenis hebben van uitsluiting, racisme en complotdenken. Dat is geen toeval. Het is het logische gevolg van een organisatie die haar eigen bestaansrecht koppelt aan de verdediging van de Israëlische staat, ongeacht de koers die die staat vaart.

Want die koers is onmiskenbaar: Israël radicaliseert ook al decennia. Netanyahu presenteerde eind 2022 de meest extreemrechtse regering in de geschiedenis van Israël, met als minister van Nationale Veiligheid de extremist Itamar Ben-Gvir, in 2007 veroordeeld wegens terrorisme en aanzetten tot racisme. Bezalel Smotrich, die openlijk opriep tot annexatie van de bezette gebieden, werd verantwoordelijk voor het nederzettingenbeleid op de Westelijke Jordaanoever. Haaretz-hoofdredacteur Aluf Benn schreef dat de verandering van Israël diepgaand en onomkeerbaar is: de overwegend seculiere en progressieve versie van Israël die ooit tot de verbeelding van de wereld sprak, is allang voorbij.

Het Grote Sargasso Verkiezingscafé

Ergens tussen de stembureaus, de lokale partijprogramma’s en de kandidaten die plots overal op lantaarnpalen verschijnen, staat vandaag ons popup politieke café, een plek waar iedereen die de gemeenteraadsverkiezingen volgt even kan aanschuiven. Een houten vloer die plakt, een toog met krassen van jarenlange discussies, en een barvrouw die al lang geleden is gestopt met neutraal blijven, en een tyfushekel heeft aan de PVV, FvD, BBB, JA21 en elke lokale kloon daarvan.

Foto: Jeremy Bishop on Unsplash

De top van je eigen piramide

Er bestaat een hardnekkig misverstand over macht. Dat die zich concentreert in een kleine, overzichtelijke top, waar een handvol mensen het geheel overziet en bestuurt. In werkelijkheid lijkt macht eerder op een verzameling piramides, in elkaar geschoven als een Russische matroesjka. Iedereen zit ergens in zo’n constructie. En vrijwel iedereen ervaart zichzelf als de top van zijn eigen deelpiramide.

Dat geldt niet alleen voor organisaties, maar voor de samenleving als geheel. De huiseigenaar die neerkijkt op de huurder. De vaste werknemer die zich onderscheidt van de flexkracht. De burger die zich afzet tegen de bijstandsgerechtigde of de nieuwkomer. Het zicht naar beneden is scherp. Je ziet wie er volgens jou minder bezit, minder status heeft, minder zekerheid geniet. Het zicht naar boven is diffuus. Multinationals, investeringsfondsen, geopolitieke blokken, financiële markten. Abstracties waar je weinig directe invloed op ervaart.

Die asymmetrie vormt het fundament van maatschappelijke nervositeit. Naar beneden zie je concrete mensen die mogelijk aanspraak maken op wat jij hebt. Naar boven zie je structuren die als natuurwetten worden gepresenteerd. Zo ontstaat een permanente valangst. De angst om af te glijden op de sociale ladder.

Wantrouwen als maatschappelijk smeermiddel
Wie bang is om te dalen, ontwikkelt reflexen. Afbakenen. Uitsluiten. Strenger willen zijn voor wie onder je staat in de veronderstelde hiërarchie. Politieke voorkeuren verschuiven mee. Wie zich bedreigd voelt in zijn relatieve positie, zoekt bescherming in beleid dat de onderlaag disciplineert.

Foto: Chandler Cruttenden on Unsplash

In Iran helpt elke bom het regime

Wanneer buitenlandse aanvallen op Iran plaatsvinden, duikt in westerese media vaak dezelfde verwachting op: dat militaire druk het regime zal verzwakken en de oppositie ruimte zal geven. In werkelijkheid gebeurt meestal het omgekeerde. Buitenlandse bombardementen verschuiven het politieke kader in Iran onmiddellijk. Protest verandert van binnenlandse kritiek in vermeende samenwerking met een vijand.

Het Iraanse regime gebruikt dat mechanisme al jaren. Demonstranten worden geregeld beschreven als instrumenten van buitenlandse machten. Zodra er daadwerkelijk een militaire aanval plaatsvindt, krijgt dat frame enorme kracht. Elke demonstratie kan en wordt dan neergezet als steun aan een agressor. Repressie krijgt zo een nieuwe rechtvaardiging. Veiligheidsdiensten krijgen daarmee een vrijwel onbeperkte ruimte om protest hard neer te slaan.

Van protest naar verraad
Voor demonstranten verandert de situatie fundamenteel. Wat eerst een politieke demonstratie was, wordt nu gepresenteerd als hulp aan een vijandige staat. Arrestaties worden dan verdedigd als nationale veiligheid. Schoten op demonstranten als noodzakelijke verdediging van het land. Verschilt dat van hoe de protesten hiervoor werden neergeslagen? Niet per se, maar een groot deel van het land accepteert deze uitleg wél.

De Iraanse oppositie is zich van dit risico al lang bewust. Activisten benadrukken regelmatig dat buitenlandse interventie hun positie verzwakt. Veel protestbewegingen proberen juist te voorkomen dat ze worden gezien als instrument van buitenlandse belangen. De geschiedenis van buitenlandse inmenging in Iran, maakt dat stigma politiek explosief.

Het CIDI even niet aan tafel

Minister-president Rob Jetten spreekt vandaag vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap over antisemitisme. Op de lijst met genodigden ontbrak één bekende naam: het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). Volgens directeur Naomi Mestrum een breuk met eerdere jaren, waarin haar organisatie “vaak” werd uitgenodigd bij dit soort gesprekken.

De verontwaardiging, die door de regels heen sijpelt, roept een simpele vraag op: waarom zou het CIDI daarbij moeten zijn?

Het CIDI presenteert zich graag als vertegenwoordiger van “de Joodse gemeenschap”. In werkelijkheid functioneert het vooral als lobbyorganisatie voor de Israëlische staat. Dat is een politieke positie. Een zeer uitgesproken politieke positie zelfs, waarin de Israëlische oorlog in Gaza en bezetting van de Westoever consequent worden verdedigd of gebagatelliseerd, ook wanneer internationale organisaties spreken over mogelijke oorlogsmisdaden of genocide.

Foto: "The Strait of Hormuz" by NASA Johnson is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

NAVO-bondgenoten of vazallen?

Donald Trump waarschuwde NAVO-landen vandaag voor een “zware toekomst” wanneer zij de Verenigde Staten geen steun geven rond Iran en de Straat van Hormuz. Volgens berichtgeving verwacht Washington dat bondgenoten oorlogsschepen sturen om de scheepvaart te beschermen. Wie afhankelijk is van olie uit de Golf moet volgens Trump ook militair bijdragen, want de wereldhandel moet immers beschermd worden.

Alleen blijft één detail buiten beeld: de huidige escalatie rond Iran ontstond natuurlijk pas nadat de Verenigde Staten en Israël militair ingrepen. Eerst zelf een geopolitiek vuur aansteken, daarna rondkijken wie de brandweer mag gaan spelen tegen de fallout van je eigen acties. En ja, natuurlijk kijkt Washington dan naar de NAVO.

Trumps waarschuwing dat het bondgenootschap een “zeer slechte toekomst” wacht zonder steun klinkt dramatisch. Tegelijkertijd is het inmiddels vooral routine geworden. Onder Trump bestaat Amerikaanse diplomatie uit een vrij overzichtelijk stappenplan. Eerst een conflict laten escaleren. Daarna bondgenoten oproepen “verantwoordelijkheid” te nemen. Vervolgens dreigen wanneer die bondgenoten vragen stellen of weigeren.

Het bondgenootschap wordt daarmee steeds minder een overlegclub en steeds meer een logistiek platform. Washington beslist. Europa mag de schepen sturen. Dat schuurt met het oorspronkelijke idee achter de NAVO. De alliantie was ooit bedoeld als collectieve verdediging tegen externe dreiging. Niet als abonnement op Amerikaanse geopolitieke avonturen.

Foto: Chandler Cruttenden on Unsplash

3000 Iraniërs overleden. Alsof niemand heeft geschoten

Meer dan drieduizend Iraniërs zijn volgens een bericht op NU.nl “overleden“. Zo staat het er. Overleden. Een woord dat we in Nederland gebruiken voor een opa die in zijn slaap wegzakt, of een buurvrouw die na een lang ziekbed sterft. Het woord draagt een sfeer van onvermijdelijkheid. Van natuur. Van tijd die verstrijkt.

In dit geval gaat het over mensen die door explosieven, kogels en ander militair geweld zijn gedood. Geweld van ‘ons’.

Toch kiezen media en organisaties regelmatig voor deze terminologie. Mensen “overlijden”. Er “vallen” doden. Er “komen” mensen om. De taal doet een wonderlijk kunstje: het geweld blijft staan, de dader verdwijnt. Alsof de dood zelf langs is gekomen om een rondje te maken, zonder dat daar iemand anders aan te pas is gekomen.

Dat patroon duikt telkens weer op wanneer het geweld zich ver genoeg van het westerse publiek afspeelt. In Europa spreken kranten vrij direct over “moord” of “doden” wanneer een aanslag plaatsvindt, of bijvoorbeeld als ‘de ander’ de oorlog start, zoals in Oekraïne. Zodra bommen vallen in het Midden-Oosten, en wij er direct dan wel indirect iets mee te maken hebben verandert het vocabulaire. Burgers “komen om”. Duizenden “overlijden”. De taal schuift een stap op richting abstractie.

Foto: "AI Image of a Spearfish Torpedo" by Defence Images is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

De torpedo die voor Iran bedoeld was, maar India trof

Het laten zinken van een Iraans fregat in internationale wateren klinkt op het eerste gezicht bijna vanzelfsprekend. Iran toont zelf geregeld weinig terughoudendheid wanneer het schepen of doelen aanvalt. In een oorlogssituatie hoort dat soort geweld ‘er gewoon bij’, denk je dan.

Dat verklaart vermoedelijk waarom het incident in veel westerse media nauwelijks inhoudelijke aandacht kreeg, behalve dan dat het het eerste schip was dat door een Amerikaanse torpedo zonk sinds de Tweede Wereldoorlog. Een Iraans oorlogsschip dat door een Amerikaanse onderzeeër tot zinken wordt gebracht past in het vertrouwde script van deze oorlog: vijandelijk schip, Amerikaanse torpedo, boeien.

De Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth hielp dat beeld graag versterken. Hij kondigde het zinken van het schip met zichtbare trots en waarschijnlijk iets vergrote piemel aan en benadrukte dat een Amerikaanse onderzeeër voor het eerst sinds lange tijd weer een oppervlakteschip had gekelderd. De boodschap was helder: een demonstratie van militaire kracht.

Alleen, het fregat was daar niet toevallig, het bevond zich in de regio op uitnodiging van de Indiase regering voor een ceremoniële maritieme oefening. Aan die bijeenkomst namen marines uit uiteenlopende landen deel, waaronder oorspronkelijk ook de Verenigde Staten, dat zich later terugtrok. Het doel van deze oefeningen lagen juist in diplomatiek vertoon en het bouwen van vertrouwen tussen rivaliserende staten.

Vorige Volgende