Jona Lendering

632 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.
Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Akelige apocalyptiek

COLUMN - De katholieke kerk viert vandaag Sint-Maarten en daarom wilde ik eigenlijk een stukje schrijven over de Romeinse soldaat die ooit zijn kostbare mantel in tweeën sneed om een arme sloeber te kleden, later het kloosterleven in West-Europa introduceerde en als bisschop van Tours opvallend sober leefde. Ik zou hebben verteld hoe hij, toen een ketter door een reeks juridische dwalingen ter dood dreigde te worden veroordeeld, een Romeinse keizer inpeperde dat deze maar een gewone gelovige was en niet boven de wet stond. Zo gaf Martinus van Tours een voorbeeld aan Ambrosius van Milaan, die enkele jaren later een andere keizer diets maakte dat het feit dat hij een geweldsmonopolie had, nog niet wilde zeggen dat hij onbeperkt zijn gewelddadige gang mocht gaan.

Dat ik die column niet schrijf, is de schuld van oud-president Bush Jr. Aanstaande donderdag spreekt hij op het fondsenwerfdiner van de Messianic Jewish Bible Institute, een instelling die opkomt voor de ‘messiasbelijdende joden’. Omdat die soms worden gediscrimineerd, is het aardig dat Bush het voor ze opneemt.

Maar er is iets meer aan de hand. Het Messianic Jewish Bible Institute is namelijk gericht op missionering. Dat is niet verboden, maar het motief is akelig: men hoopt op de bekering van de joden omdat deze gebeurtenis is voorspeld voor de Eindtijd. We hebben te maken met apocalyptici die de wederkomst van Christus willen bespoedigen.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Zionistische archeologie

COLUMN - Het berichtje was even onopvallend als curieus: de grafkamer van de Joodse koning Herodes, waarvan Israëlische archeologen vijf jaar geleden met veel bombarie de ontdekking aankondigden, bleek bij nader inzien geen graf te zijn. Het gebeurt niet vaak dat men in Israël een archeologische vergissing erkent.

Er is daar namelijk iets vreemds aan de hand met de archeologie. Neem de huidige opgraving in Khirbet Qeiyafa, een heuvelfort uit de Vroege IJzertijd dat uitziet over de Vallei van Elah: de plaats waar David zou hebben gestreden met Goliath. Ik schrijf ‘zou hebben gestreden’, want de heldendaad wordt in de Bijbel ook toegeschreven aan een zekere Elhanan (2 Samuël 21.19). Aangezien men in de Oudheid de neiging had bijzondere daden toe te schrijven aan beroemde mensen, is het aannemelijker dat Elhanan dan David de eigenlijke held geweest. Dat weet elke oudheidkundige, dus ook de opgravers van Khirbet Qeiyafa.

Het onderzoek bracht een monumentalere nederzetting aan het licht dan was verwacht. Je kunt hier de mensen prachtig uitleggen hoe de archeologische puzzel werkt, maar dat is niet hoe de opgravers het presenteren: ze brengen het als een fort dat door koning David is gebouwd – hoewel dus onbewezen is dat hij hier ooit is geweest.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Julianus de Afvallige

COLUMN - Het is vandaag op de kop af 1702 jaar geleden dat even ten noorden van Rome, bij de zogeheten Milvische Brug, twee legers op elkaar stuitten. De verdediger van de eeuwige stad was Maxentius, de aanvaller en overwinnaar is de geschiedenis ingegaan als Constantijn de Grote. Zijn zege maakte hem tot alleenheerser in het westelijke deel van het Romeinse Rijk, maar de legende heeft de betekenis van zijn zege nog vergroot: de keizer zou vlak voor de veldslag een visioen hebben gehad dat hij had uitgelegd als een oproep christen te worden.

Historisch klopt daarvan weinig, maar het is wel waar dat Constantijn het christendom begunstigde, zeker nadat hij ook de oostelijke, meer christelijke provincies had veroverd. Zijn zoons zetten het beleid voort en in 382, zeventig jaar na de veldslag bij de Milvische Brug, kwam een einde aan de subsidiëring van de heidense gebedsplaatsen.

Eén keizer heeft geprobeerd de oude erediensten nieuw leven in te blazen: Julianus de Afvallige. In 355 werd hij benoemd tot bestuurder van de westelijke gebiedsdelen, waar hij spectaculaire militaire successen boekte. In 360 kwam hij in opstand en hij had geluk: zijn tegenstander overleed. Nu hij alleenheerser was, kon Julianus zich richten op de heropening van de oude tempels. Zijn tijdgenoten – zowel heidenen als christenen – keken verbijsterd naar de enorme aantallen offerdieren die naar het altaar werden geleid en waren onthutst over de schoolwet waarmee de keizer de christenen uit het onderwijs weerde. Aan deze poging het heidendom te herstellen, dankt hij de bijnaam Apostata, ‘de afvallige’.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Hollywood en de Bijbel

COLUMN - Er is een relletje in Hollywood, waar Paramount werkt aan een speelfilm over de Zondvloed, Noah. Een project dat niet mislukken kán: de wereldomvattende watersnood biedt de spanning van een rampenfilm, het redden van een complete dierentuin garandeert een hoge aaibaarheidfactor, het kleine aantal mensen dat moet overleven roept Apollo-13 in gedachten en Russell Crowe, Emma Watson en Anthony Hopkins weten wat acteren is. Voeg toe dat het onderwerp zich leent voor goedkoop moralisme en voilà: een geheide kaskraker.

Toch zijn er, zo meldt The Hollywood Reporter, problemen. Omdat het testpubliek ontevreden was wil Paramount dat regisseur Darren Aronofsky het resultaat opnieuw monteert. Verder hebben christelijke groeperingen laten weten het oneens te zijn met de afloop. Ik kan me daarbij weinig voorstellen: het is althans niet aannemelijk dat in Noah de Ark alle stormen doorstaat om uiteindelijk, juist als de verlossende bergen van het land Ararat in zicht komen, op de klippen te lopen en met man en muis te vergaan.

Ondertussen was de kritiek voorspelbaar. Elke filmregisseur die zich waagt aan een Bijbelverhaal krijgt kritische vragen. Dat is ook logisch: wat voor de een amusement is, is voor de ander onderdeel van zijn levensovertuiging. Het is moeilijk én een bijbels verhaal te verfilmen én je artistieke integriteit te bewaren én alle gelovigen te vriend te houden.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | De ongrijpbare Hezbollah

COLUMN - Althans één aanhanger van de Hezbollah heeft gevoel voor humor. De man die bij de ingang van de Romeinse tempel te Baalbek T-shirts met het logo van de beweging verkoopt, begroet elke toerist met een hartelijk ‘sjaloom’ en bulderlacht om de verbijsterde reacties. De Hebreeuwse begroeting is ook verbijsterend, want de Hezbollah is compromisloos anti-Israël.

De organisatie heeft haar wortels in de jaren ’70. Libanon werd toen geregeerd door christenen en soennieten, die de overheidsuitgaven systematisch naar eigen projecten doorsluisden. De achterstelling van de sjiieten werd nog gênanter toen de PLO zich in 1970 vestigde in Beiroet. De PLO schoot raketten af op Israël, dat terugschoot en dan vooral het sjiitische zuiden van Libanon trof.

Een van de plaatselijke leiders was Musa al-Sadr, die de sjiieten ervan overtuigde dat ze niet moesten zwelgen in zelfmedelijden. De door hem gestichte Beweging der Ontrechten bouwde scholen en ziekenhuizen en won zelfs aan kracht toen de stichter in 1978 tijdens een bezoek aan Libië verdween. De directe erfgenaam is de Amal-beweging.

Een deel van de sjiieten radicaliseerde echter. Dit had geen betekenis hoeven hebben als Israël niet in 1982 zou hebben besloten de PLO uit Libanon te verdrijven. Arafat vertrok inderdaad naar Tunis, maar de PLO-posities werden overgenomen door de radicale sjiieten, die zich inmiddels Hezbollah waren gaan noemen, ‘partij van God’, en werden getraind door de Iraanse Revolutionaire Garde. De Hezbollah werd berucht door de ontvoeringen, waarvoor de verantwoordelijkheid werd opgeëist door mantelorganisaties als de Islamitische Jihad.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Lof der koopzondag

COLUMN - Lenderings weekendritueel: op zaterdag koopt hij ’s ochtends zes kranten, vervolgens zet hij de telefoon uit en daarna is hij de hele middag aan het lezen. Gek genoeg gaat dat hem steeds sneller af. Aan de borreltafel wil hij nog wel eens roepen dat het komt doordat er steeds minder nieuws staat in de weekendbijlagen, maar eigenlijk weet hij beter. De weekendbijlagen waren ook vroeger niet veel soeps.

Ook dertig jaar geleden waren er teveel columnisten die te weinig hadden te melden en dus maar een stukje wijdden aan clichékwesties als de zondagsrust. Zulke bijdragen waren er in twee soorten: óf de columnist klaagde over de gruwelijke saaiheid van het gedwongen nietsdoen óf hij hekelde het hemeltergende consumentisme der koopzondag en prees de voordelen van de rust.

De verdwijning van de eerste soort columns was voorspelbaar. De aanpassing van de Winkeltijdenwet behoort tot de daverendste successen van het Eerste Kabinet-Kok en valt niet langer terug te draaien. De columnist die anno 2013 nog schrijft over de verstikkende leegheid van de zondagen, loopt achter de feiten aan. Zelfs de weekendbijlagen willen iets actuelers.

Minder voorspelbaar was de verdwijning van de tweede soort column. Deze is des te opmerkelijker omdat het argument dat het zinvol is af en toe een rustdag in te lassen, niet helemaal zonder waarde is.

Foto: Post-Atheïst

Post-Atheïst | De joodse Jezus

COLUMN - Jezus was een jood en zijn leerlingen waren dat ook. Dat roept de vraag op waarom de christenen geen joodse sekte zijn gebleven. Daar wordt veel onderzoek naar gedaan, maar helaas nemen de historici die zich bezighouden met ‘the parting of ways’ nauwelijks de moeite het onderwerp uit te leggen aan het publiek, zodat er ruimte is voor kwakhistorici die verouderde interpretaties opnieuw tot leven brengen.

Eén zo’n zombietheorie is te vinden in het vorige maand dankzij FOX News onverwacht populair geworden boek Zealot, waarin Reza Aslan een Jezus schetst die werd gedreven door anti-Romeinse sentimenten. Nu de rijkdom van de Dode Zee-rollen is ontsloten, weten we beter welke onderwerpen destijds belangrijk waren, en dat was minder het verzet tegen de Romeinen dan de halacha, de juiste manier om te leven volgens de Wet van Mozes.

Een joodse Jezus moet dus halachische discussies hebben gevoerd. Een voorbeeld vinden we in het Matteüs-evangelie, waarin Jezus iemands verschrompelde hand geneest. Meteen volgt kritiek. Het is sabbat! Joden mogen niet werken! Jezus geeft lik op stuk:

Stel dat u maar één schaap hebt en dat valt op sabbat in een kuil, wie van u zou het niet vastgrijpen en het er weer uit halen? En is een mens niet veel meer waard dan een schaap? Daaruit volgt dat we op sabbat goed mogen doen. [Matteüs 12.9-12; NBV]

Foto: Post-Atheïst

Post-Atheïst | Paus

COLUMN - Jaren geleden had Frits Abrahams een vraaggesprek met kardinaal Simonis. Hoewel Abrahams’ interviews altijd steengoed waren, herinner ik me in dit geval weinig van de eigenlijke conversatie en des meer van het slot, waarin de geïnterviewde constateerde dat het gesprek weer eens was gegaan over abortus en homoseksualiteit en niet over de zaken waar het zijns inziens om draaide: de liefde van God en sociale rechtvaardigheid. Dat lag waarschijnlijk ook aan Simonis zelf. De journalist zat daar om hem z’n verhaal te laten doen en als de kardinaal dat niet over het voetlicht kreeg, had hij het vermoedelijk slecht voorbereid.

Ondertussen had Simonis wel een punt. Als er één boodschap is die van de oudste tot de jongste delen van de Bijbel terugkeert, van de donderprofetieën in Amos tot de voorschriften in 1 Korinthiërs, is het de oproep tot sociale gerechtigheid. Abortus wordt bij mijn weten nergens genoemd, homoseksualiteit een paar maal. Seksualiteit is een ondergeschikt thema; sociale gerechtigheid is waar het allemaal om gaat.

De nieuwe paus, Franciscus, lijkt daar meer op te hameren dan zijn voorgangers Johannes Paulus II en Benedictus XVI. Het begon met de keuze van zijn naam, en daarna volgden Franciscus’ intrek in een sobere accommodatie, reizen met goedkope vluchten of een tweedehands Renault 4, en een bezoek aan een vluchtelingenkamp. Kwam homoseksualiteit ter sprake, dan zei Franciscus dat het niet aan hem was te oordelen over homoseksuele priesters. En pas geleden zei hij dat de kerk ‘niet enkel bezig moet zijn met abortus, homohuwelijk en contraceptie.’

Foto: Post-Atheïst

Post-Atheïst | Dode Zee-rollen

COLUMN - Toen onlangs enkele oude opnames van Bob Dylan werden uitgebracht, noemde een journalist ze ‘Dylans Dode Zee-rollen.’ Verdere uitleg was overbodig: elke lezer begreep dat het ging om herontdekt materiaal dat nieuw licht wierp op de tijd waarin iets belangrijks was ontstaan. In het geval van de echte Rollen gaat het om een kleine duizend teksten uit de tijd waarin de grondslagen zijn gelegd voor het christendom en rabbijnse jodendom.

Ze zijn in 1947 teruggevonden in de buurt van een ruïne die Qumran heet. Sommige teksten waren al bekend uit de Bijbel, andere uit Ethiopië of uit de synagoge van Cairo, maar er was ook nieuw materiaal. De eerste onderzoekers identificeerden de ruïne als het klooster waar de rollen waren geschreven en meenden dat ze behoorden tot een kolossale bibliotheek.

Maar wie waren de joodse monniken? Toevallig hebben we een overzicht van de stromingen binnen het toenmalige jodendom: historicus Flavius Josephus onderscheidde sadduceeën, farizeeën, essenen en zeloten, en de eerste onderzoekers meenden dat de ideeën in de Rollen het meest leken op die der essenen. De beroemd geworden Oorlogsrol toont dat deze asceten geloofden dat Israël in een apocalyptische oorlog de buurvolken – lees: de Romeinen – zou verslaan, terwijl andere teksten vertellen dat daarna een “koninklijke messias” de macht zou delen met een priesterlijke collega.

Foto: Post-Atheïst

Post-Atheïst | De polemiek voorbij

COLUMN - Klaas Knooihuizen, aka Johnny Volente, is na 38 columns gestopt met zijn Volentekriebels. Vanaf vandaag verwelkomen we Jona Lendering als nieuwe Vaste Gast. Elke maandag om half vier zal hij op Sargasso schrijven over religie.

Een goede column is amusant, heeft een pointe, staat op zichzelf en kan zonder toelichting. Het zou beter zijn geweest als ik mijn debuut als religie-columnist had gemaakt door op de actualiteit in te haken, maar ik denk dat het zinvol is eerst wat uit te leggen.

Ik ben historicus en werk momenteel aan een boek over het ontstaan van het christendom en het rabbijnse jodendom. Dat roept meer en fellere reacties op dan andere zaken waarover ik schrijf. Zo is me eens, na een lezing waarin ik had verteld dat Jezus altijd een jood is gebleven, verweten dat ik het christendom wilde opblazen, terwijl me ook eens is voorgehouden dat een modern mens zich moest distantiëren van zoiets middeleeuws als religie.

Niet dat zulke reacties onverwacht komen. In het niet eens zo lang geleden nog verzuilde Nederland waren er maar weinig aspecten van het dagelijks leven waarop de kerk geen invloed had. Religie is geen voltooid verleden tijd en vermoedelijk is het uit frustratie hierover dat de anticonfessionele polemiek soms zoveel extremer is dan doelmatig.

Foto: Thomas van de Weerd (cc)

Vertraagde treinen

COLUMN - Ik weet niet wie de communicatiestrateeg is van de Nederlandse Spoorwegen, maar het staat buiten kijf dat hij briljant is. Slecht nieuws wordt de laatste tijd steeds zó gebracht dat alleen enorme zuurpruim er geen plezier aan beleeft. Wanneer je hoort dat de trein “aankomt over tien minuten”, heb je toch maar mooi een leuk puzzeltje om op te lossen: wat de NS eigenlijk willen laten weten is immers dat je trein is vertraagd. Als de trein niet rijdt “wegens aangekondigde werkzaamheden” weet je dat ze bedoelen dat het je eigen schuld is dat je het niet weet. De uitleg van NS-boodschappen is een schone zaak en schenkt forenzen veel vermaak.

Tot zover het sarcasme. Er schuilt een fundamenteel probleem in de manier waarop de NS mensen slecht nieuws brengen: door mooi weer te spelen. Ze laten je geen ruimte om je te ergeren, terwijl die ergernis wel degelijk reëel is. Een trein die te laat is, is gewoon te laat en het is extra storend als degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn, doen alsof er niets aan de hand is.

Het is evenmin verstandig dat de NS je inpeperen dat niet het spoorbedrijf verantwoordelijk is voor het feit dat jij niet wist dat de trein niet rijdt. Weliswaar hebben ze gelijk – je had het inderdaad kunnen weten – maar het is een slechte benadering van een gefrustreerde reiziger. C’est le ton qui fait la musique. De NS kunnen je beter eerst zeggen dat het vervelend voor je is en je daarmee brengen in een welwillende stemming, moeten je dan vervolgens uitleggen wat de oplossing is, en kunnen daaraan tot slot iets toevoegen als “ga voor actuele reisinformatie naar onze website”. Dan concludeer je zelf wel dat je zulks voortaan beter wel kunt doen.

Foto: Kennisland (cc)

Naturalisatie

COLUMN - Op een maand na tien jaar geleden ontmoette ik een jonge vrouw die drie jaar eerder naar Nederland was gevlucht en asiel had aangevraagd (en ook zou krijgen). Ik zal haar hier aanduiden als H, omdat nog altijd een buitenlandse inlichtingendienst in haar is geïnteresseerd, zelfs al onthoudt ze zich hier van politieke activiteiten.

Gisteren kreeg ze de Nederlandse nationaliteit en daarom reisde ik naar het provinciestadje waar de naturalisatieplechtigheid plaatsvond. U zult zich misschien herinneren dat deze jaarlijkse ceremonie een erfenis is van minister Verdonk en ik beken dat ik me er alleen al om die (slechte) reden wat ongemakkelijk bij voelde. Ik heb niet het idee dat allochtonen zich meer aangesloten voelen bij onze samenleving doordat ze in het openbaar een eed afleggen tegenover onze driekleur.

De raadszaal zat vol met mensen uit alle werelddelen en het Nederlands werd gesproken met meer accenten dan ik ooit in één vertrek bij elkaar hoorde. Vanachter de tafel waar normaliter het college van B&W zit, keek  onze nieuwe koning zijn nieuwe onderdanen welwillend aan.

De burgemeester legde uit wat de plechtigheid inhield, droeg een gedicht voor en las de “verklaring van verbondenheid” voor: de korte tekst waarmee iemand toezegt ‘de grondwettelijke orde van het Koninkrijk der Nederlanden, haar vrijheden en rechten te respecteren’ en ‘de plichten die het staatsburgerschap met zich meebrengt getrouw te vervullen.’ Geen proza waarover ik enthousiast kon worden. Over het bijbehorende stuk drukwerk ook al niet, met een molen op de omslag.

Een voor een kwamen de mensen naar voren om hun eed af te leggen, waarna ze een verklaring, een bos bloemen (oranje) en een kookboekje met Hollandse gerechten kregen. Na afloop zongen we – zie de bijgevoegde foto – het Wilhelmus, net zo slapjes als tijdens een internationale voetbalwedstrijd. Het was goed dat het maar één couplet duurde, want ik zou deze belediging van het beste volkslied ter wereld anders niet hebben verdragen. Daarna werden Nederlandse vlaggen tevoorschijn gehaald voor een groepsfoto. De hele ceremonie straalde Rita Verdonk uit.

Desondanks was ik geboeid en ontroerd. Voor een formele bijeenkomst was het prettig informeel. Het colbertje dat ik voor de gelegenheid had aangetrokken, had beslist niet gehoeven. Er waren kinderen in de zaal, die er enthousiast doorheen kletsten. De mensen die met hun bos bloemen (oranje) terugkeerden, werden door hun vrienden en familie vrolijk gefeliciteerd en gezoend. Als een kind de belofte had afgelegd, klonk er applaus. Het ging er zo gemoedelijk aan toe dat de burgemeester de aanwezigen moest verzoeken iets rustiger te zijn.

De mensen die de eed aflegden, hebben allemaal een bijzonder verhaal te vertellen. Ze hebben zonder uitzondering een keuze gemaakt die autochtone Nederlanders nooit zullen begrijpen. H heeft om politieke redenen moeten vluchten. Ik heb geen idee wat dat inhoudt, zoals ik ook niet kan navoelen wat twee homoseksuele mannen, die gelijktijdig hun belofte deden, in hun vaderland moeten hebben doorstaan. De mensen die met een Nederlander zijn getrouwd, hadden natuurlijk een veel leuker motief, maar ook hun ervaring is voor mij een onbegrijpelijke.

Ze hebben ook behoorlijk veel moeten doen voor ze hun Nederlanderschap kregen. Een inburgeringsexamen behaal je niet zomaar en Nederlands is bepaald niet gemakkelijk. (Ik zal een gemakkelijke grap over Ann Goldstein achterwege laten.) Gaandeweg realiseerde ik me dat het voornaamste deel van de ceremonie niet de eedaflegging was, maar het praatje van de burgemeester, die namens de gemeente en de gemeenschap uitlegde aan de nieuwkomers dat hun inspanningen zijn gewaardeerd.

Na afloop streken we neer op een terrasje bij het raadhuis. Het zonnetje scheen heerlijk, we dronken wat koffie en spraken over het nieuwe huis dat H en haar echtgenoot hadden gekocht, over de hypotheek die ze toevallig net die middag rond hadden gekregen, over de tuin, over kinderen krijgen, over H’s ouders, over de reis naar Amerika die H – voorzien van een paspoort – en haar man willen gaan maken en over de plechtigheid die we net hadden meegemaakt.

Ik vertelde dat ik het wat goedkoop vond dat de gemeente de mensen een bosje bloemen (oranje) en een Hollands kookboek gaf om aan te geven hoezeer hun inzet gewaardeerd was geweest.

‘In ceremonies als deze zijn we in Nederland gewoon niet goed,’ zei ik.

‘Inderdaad,’ beaamde H werktuigelijk, ‘hierin zijn we niet goed.’

We.

Vorige Volgende