Jona Lendering

637 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.
Foto: Post-Atheïst

Post-Atheïst | Paus

COLUMN - Jaren geleden had Frits Abrahams een vraaggesprek met kardinaal Simonis. Hoewel Abrahams’ interviews altijd steengoed waren, herinner ik me in dit geval weinig van de eigenlijke conversatie en des meer van het slot, waarin de geïnterviewde constateerde dat het gesprek weer eens was gegaan over abortus en homoseksualiteit en niet over de zaken waar het zijns inziens om draaide: de liefde van God en sociale rechtvaardigheid. Dat lag waarschijnlijk ook aan Simonis zelf. De journalist zat daar om hem z’n verhaal te laten doen en als de kardinaal dat niet over het voetlicht kreeg, had hij het vermoedelijk slecht voorbereid.

Ondertussen had Simonis wel een punt. Als er één boodschap is die van de oudste tot de jongste delen van de Bijbel terugkeert, van de donderprofetieën in Amos tot de voorschriften in 1 Korinthiërs, is het de oproep tot sociale gerechtigheid. Abortus wordt bij mijn weten nergens genoemd, homoseksualiteit een paar maal. Seksualiteit is een ondergeschikt thema; sociale gerechtigheid is waar het allemaal om gaat.

De nieuwe paus, Franciscus, lijkt daar meer op te hameren dan zijn voorgangers Johannes Paulus II en Benedictus XVI. Het begon met de keuze van zijn naam, en daarna volgden Franciscus’ intrek in een sobere accommodatie, reizen met goedkope vluchten of een tweedehands Renault 4, en een bezoek aan een vluchtelingenkamp. Kwam homoseksualiteit ter sprake, dan zei Franciscus dat het niet aan hem was te oordelen over homoseksuele priesters. En pas geleden zei hij dat de kerk ‘niet enkel bezig moet zijn met abortus, homohuwelijk en contraceptie.’

Foto: Post-Atheïst

Post-Atheïst | Dode Zee-rollen

COLUMN - Toen onlangs enkele oude opnames van Bob Dylan werden uitgebracht, noemde een journalist ze ‘Dylans Dode Zee-rollen.’ Verdere uitleg was overbodig: elke lezer begreep dat het ging om herontdekt materiaal dat nieuw licht wierp op de tijd waarin iets belangrijks was ontstaan. In het geval van de echte Rollen gaat het om een kleine duizend teksten uit de tijd waarin de grondslagen zijn gelegd voor het christendom en rabbijnse jodendom.

Ze zijn in 1947 teruggevonden in de buurt van een ruïne die Qumran heet. Sommige teksten waren al bekend uit de Bijbel, andere uit Ethiopië of uit de synagoge van Cairo, maar er was ook nieuw materiaal. De eerste onderzoekers identificeerden de ruïne als het klooster waar de rollen waren geschreven en meenden dat ze behoorden tot een kolossale bibliotheek.

Maar wie waren de joodse monniken? Toevallig hebben we een overzicht van de stromingen binnen het toenmalige jodendom: historicus Flavius Josephus onderscheidde sadduceeën, farizeeën, essenen en zeloten, en de eerste onderzoekers meenden dat de ideeën in de Rollen het meest leken op die der essenen. De beroemd geworden Oorlogsrol toont dat deze asceten geloofden dat Israël in een apocalyptische oorlog de buurvolken – lees: de Romeinen – zou verslaan, terwijl andere teksten vertellen dat daarna een “koninklijke messias” de macht zou delen met een priesterlijke collega.

Foto: Post-Atheïst

Post-Atheïst | De polemiek voorbij

COLUMN - Klaas Knooihuizen, aka Johnny Volente, is na 38 columns gestopt met zijn Volentekriebels. Vanaf vandaag verwelkomen we Jona Lendering als nieuwe Vaste Gast. Elke maandag om half vier zal hij op Sargasso schrijven over religie.

Een goede column is amusant, heeft een pointe, staat op zichzelf en kan zonder toelichting. Het zou beter zijn geweest als ik mijn debuut als religie-columnist had gemaakt door op de actualiteit in te haken, maar ik denk dat het zinvol is eerst wat uit te leggen.

Ik ben historicus en werk momenteel aan een boek over het ontstaan van het christendom en het rabbijnse jodendom. Dat roept meer en fellere reacties op dan andere zaken waarover ik schrijf. Zo is me eens, na een lezing waarin ik had verteld dat Jezus altijd een jood is gebleven, verweten dat ik het christendom wilde opblazen, terwijl me ook eens is voorgehouden dat een modern mens zich moest distantiëren van zoiets middeleeuws als religie.

Niet dat zulke reacties onverwacht komen. In het niet eens zo lang geleden nog verzuilde Nederland waren er maar weinig aspecten van het dagelijks leven waarop de kerk geen invloed had. Religie is geen voltooid verleden tijd en vermoedelijk is het uit frustratie hierover dat de anticonfessionele polemiek soms zoveel extremer is dan doelmatig.

Foto: Thomas van de Weerd (cc)

Vertraagde treinen

COLUMN - Ik weet niet wie de communicatiestrateeg is van de Nederlandse Spoorwegen, maar het staat buiten kijf dat hij briljant is. Slecht nieuws wordt de laatste tijd steeds zó gebracht dat alleen enorme zuurpruim er geen plezier aan beleeft. Wanneer je hoort dat de trein “aankomt over tien minuten”, heb je toch maar mooi een leuk puzzeltje om op te lossen: wat de NS eigenlijk willen laten weten is immers dat je trein is vertraagd. Als de trein niet rijdt “wegens aangekondigde werkzaamheden” weet je dat ze bedoelen dat het je eigen schuld is dat je het niet weet. De uitleg van NS-boodschappen is een schone zaak en schenkt forenzen veel vermaak.

Tot zover het sarcasme. Er schuilt een fundamenteel probleem in de manier waarop de NS mensen slecht nieuws brengen: door mooi weer te spelen. Ze laten je geen ruimte om je te ergeren, terwijl die ergernis wel degelijk reëel is. Een trein die te laat is, is gewoon te laat en het is extra storend als degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn, doen alsof er niets aan de hand is.

Het is evenmin verstandig dat de NS je inpeperen dat niet het spoorbedrijf verantwoordelijk is voor het feit dat jij niet wist dat de trein niet rijdt. Weliswaar hebben ze gelijk – je had het inderdaad kunnen weten – maar het is een slechte benadering van een gefrustreerde reiziger. C’est le ton qui fait la musique. De NS kunnen je beter eerst zeggen dat het vervelend voor je is en je daarmee brengen in een welwillende stemming, moeten je dan vervolgens uitleggen wat de oplossing is, en kunnen daaraan tot slot iets toevoegen als “ga voor actuele reisinformatie naar onze website”. Dan concludeer je zelf wel dat je zulks voortaan beter wel kunt doen.

Foto: Kennisland (cc)

Naturalisatie

COLUMN - Op een maand na tien jaar geleden ontmoette ik een jonge vrouw die drie jaar eerder naar Nederland was gevlucht en asiel had aangevraagd (en ook zou krijgen). Ik zal haar hier aanduiden als H, omdat nog altijd een buitenlandse inlichtingendienst in haar is geïnteresseerd, zelfs al onthoudt ze zich hier van politieke activiteiten.

Gisteren kreeg ze de Nederlandse nationaliteit en daarom reisde ik naar het provinciestadje waar de naturalisatieplechtigheid plaatsvond. U zult zich misschien herinneren dat deze jaarlijkse ceremonie een erfenis is van minister Verdonk en ik beken dat ik me er alleen al om die (slechte) reden wat ongemakkelijk bij voelde. Ik heb niet het idee dat allochtonen zich meer aangesloten voelen bij onze samenleving doordat ze in het openbaar een eed afleggen tegenover onze driekleur.

De raadszaal zat vol met mensen uit alle werelddelen en het Nederlands werd gesproken met meer accenten dan ik ooit in één vertrek bij elkaar hoorde. Vanachter de tafel waar normaliter het college van B&W zit, keek  onze nieuwe koning zijn nieuwe onderdanen welwillend aan.

De burgemeester legde uit wat de plechtigheid inhield, droeg een gedicht voor en las de “verklaring van verbondenheid” voor: de korte tekst waarmee iemand toezegt ‘de grondwettelijke orde van het Koninkrijk der Nederlanden, haar vrijheden en rechten te respecteren’ en ‘de plichten die het staatsburgerschap met zich meebrengt getrouw te vervullen.’ Geen proza waarover ik enthousiast kon worden. Over het bijbehorende stuk drukwerk ook al niet, met een molen op de omslag.

Een voor een kwamen de mensen naar voren om hun eed af te leggen, waarna ze een verklaring, een bos bloemen (oranje) en een kookboekje met Hollandse gerechten kregen. Na afloop zongen we – zie de bijgevoegde foto – het Wilhelmus, net zo slapjes als tijdens een internationale voetbalwedstrijd. Het was goed dat het maar één couplet duurde, want ik zou deze belediging van het beste volkslied ter wereld anders niet hebben verdragen. Daarna werden Nederlandse vlaggen tevoorschijn gehaald voor een groepsfoto. De hele ceremonie straalde Rita Verdonk uit.

Desondanks was ik geboeid en ontroerd. Voor een formele bijeenkomst was het prettig informeel. Het colbertje dat ik voor de gelegenheid had aangetrokken, had beslist niet gehoeven. Er waren kinderen in de zaal, die er enthousiast doorheen kletsten. De mensen die met hun bos bloemen (oranje) terugkeerden, werden door hun vrienden en familie vrolijk gefeliciteerd en gezoend. Als een kind de belofte had afgelegd, klonk er applaus. Het ging er zo gemoedelijk aan toe dat de burgemeester de aanwezigen moest verzoeken iets rustiger te zijn.

De mensen die de eed aflegden, hebben allemaal een bijzonder verhaal te vertellen. Ze hebben zonder uitzondering een keuze gemaakt die autochtone Nederlanders nooit zullen begrijpen. H heeft om politieke redenen moeten vluchten. Ik heb geen idee wat dat inhoudt, zoals ik ook niet kan navoelen wat twee homoseksuele mannen, die gelijktijdig hun belofte deden, in hun vaderland moeten hebben doorstaan. De mensen die met een Nederlander zijn getrouwd, hadden natuurlijk een veel leuker motief, maar ook hun ervaring is voor mij een onbegrijpelijke.

Ze hebben ook behoorlijk veel moeten doen voor ze hun Nederlanderschap kregen. Een inburgeringsexamen behaal je niet zomaar en Nederlands is bepaald niet gemakkelijk. (Ik zal een gemakkelijke grap over Ann Goldstein achterwege laten.) Gaandeweg realiseerde ik me dat het voornaamste deel van de ceremonie niet de eedaflegging was, maar het praatje van de burgemeester, die namens de gemeente en de gemeenschap uitlegde aan de nieuwkomers dat hun inspanningen zijn gewaardeerd.

Na afloop streken we neer op een terrasje bij het raadhuis. Het zonnetje scheen heerlijk, we dronken wat koffie en spraken over het nieuwe huis dat H en haar echtgenoot hadden gekocht, over de hypotheek die ze toevallig net die middag rond hadden gekregen, over de tuin, over kinderen krijgen, over H’s ouders, over de reis naar Amerika die H – voorzien van een paspoort – en haar man willen gaan maken en over de plechtigheid die we net hadden meegemaakt.

Ik vertelde dat ik het wat goedkoop vond dat de gemeente de mensen een bosje bloemen (oranje) en een Hollands kookboek gaf om aan te geven hoezeer hun inzet gewaardeerd was geweest.

‘In ceremonies als deze zijn we in Nederland gewoon niet goed,’ zei ik.

‘Inderdaad,’ beaamde H werktuigelijk, ‘hierin zijn we niet goed.’

We.

Foto: Regionaal Archief Nijmegen (cc)

Droom

OPINIE - Ik rommelde vanmorgen tegen een interessante vraag aan. In de huidige wetenschappelijke praktijk wordt kwaliteit vooral gemeten door wetenschappelijke publicaties te tellen. De gevolgen zijn bekend: publicatiedwang, een stortvloed aan artikelen over kleine onderwerpen en een neiging tot specialisme. De meeste artikelen worden vervolgens nauwelijks geciteerd.

Ik herinner me hoe, toen de publicatienorm werd geïntroduceerd, deze in eerste instantie was: publiceren in een internationaal tijdschrift. Al snel verschenen dus tijdschriften met titels als Münstersche Beiträge zur Antiken Handelsgeschichte, zodat er voor iedereen gelegenheid was om van elk belang gespeende bijdragen te publiceren. Ik koester “Der Waren- und Dienstleistungsaustausch zwischen dem Römischen Reich und dem Freien Germanien in der Zeit des Prinzipats – Eine Bestandsaufnahme”: ofwel een artikel waarvan de eigenlijke analyse nog moest beginnen. Destijds ging het gerucht dat de universiteiten waren gedwongen soortgelijke tijdschriften uit te geven, om die tegen andere pulpblaadjes te kunnen ruilen. Om dit soort excessen te vermijden ontstond een rating-systeem, werd vastgesteld welke tijdschriften er echt toe deden. Zo veranderde de eis in: publiceren in de tijdschriften met de grootste impact.

Kwaliteit werd zo een kwantiteit, en dat is niet per se wat we willen hebben. Maar is een puur kwalitatieve beoordeling eigenlijk wel mogelijk? De KNAW denkt van niet, getuige het adviesKwaliteitsindicatoren voor onderzoek in de geesteswetenschappen (2011). Men blijft hangen in het tellen van zaken, en wel van

Foto: copyright ok. Gecheckt 25-10-2022

Klassiekers | The Dark Knight Returns

RECENSIE - Ze moet al twee jaar uit zijn, Ger Apeldoorns vertaling van The Dark Knight Returns, het stripverhaal waarmee Frank Miller midden jaren tachtig de Batman-reeks nieuw leven inblies. Dus het stukje dat ik er nu aan wijd, is wat aan de late kant. Gelukkig is het een klassieker, en voor klassiekers is het nooit té laat om erover te schrijven.

Ook in het Nederlands is dit een van de meest duistere stripverhalen die ik ken. Weliswaar eindigt het op een noot van optimisme, maar in feite zegeviert het kwaad op alle fronten en ik realiseerde me pas dit weekend hoe totaal die overwinning is.

Dat heeft iets te maken met de (opzettelijk) chaotische wijze waarop het verhaal wordt verteld. De plot zelf zit echter vrij simpel in elkaar. Batman is al een tijdje met pensioen, maar Gotham City maakt een criminaliteitsgolf mee en de held besluit op geheel eigen wijze in te grijpen. Toevallig menen psychiaters dat zijn oude tegenstander Two Face is uitbehandeld en kan worden vrijgelaten. Deze gaat meteen het verkeerde pad op en Batman rekent met hem af.

Een criminele bende is het volgende slachtoffer, en als ook The Joker uit een inrichting wordt vrijgelaten en enkele tientallen moorden pleegt, rekent Batman ook met die oude vijand af. Hij weet echter dat er geen politieke dekking meer bestaat voor een superheld als hij en Batman laat zich, als de overheid Superman tegen hem uitstuurt, door hem doden. In de laatste plaatjes leren we dat Batman helemaal niet dood is, maar in feite een manier heeft gevonden om onopvallend te verdwijnen. In een spelonk, diep onder de aarde, traint hij een nieuw leger om de wereld van gespuis te bevrijden.

Foto: Michael Raichelson (cc)

De technocratie ingerommeld

ACHTERGROND - Het gemak waarmee academici hun belang laten prevaleren boven andere maatschappelijke belangen is verontrustend. Vier recente voorbeelden illusteren deze tendens.

Voorbeeld één

In de Volkskrant van vandaag schrijft Ellen de Visser dat in het Leidse Universitair Medisch Centrum een reuma-onderzoekster vrij systematisch de resultaten van haar onderzoek heeft vervalst. Het is gelukkig uitgekomen op de normale manier: collega’s konden de resultaten niet reproduceren. Twee al gepubliceerde artikelen zijn inmiddels teruggetrokken, de vrouw is ontslagen en het onderzoek – dat had moeten leiden naar een geneesmiddel – is beëindigd. Het excuus van de onderzoekster is inmiddels al even normaal: de combinatie van hoge werkdruk en de noodzaak resultaten te kunnen tonen, leidde tot fraude. Blijkbaar vinden althans sommige onderzoekers het normaal dat bij de keuze tussen patiëntenbelang en eigenbelang het laatste prevaleert.

Voorbeeld twee

Ik vernam de afgelopen maand van twee identieke wetenschappelijke benoemingsprocedures. Beide keren ging het om een mij bekende onderzoeker – briljant, blank, Europees en man – die werd uitgenodigd te solliciteren bij een internationaal project. Beide waren de droomkandidaat. Beide keren bleek er een complicatie: op beide projecten werkten al veel briljante blanke Europese mannen en uiteindelijk werd in beide gevallen iemand benoemd met mindere wetenschappelijke kwalificaties. Dit betekent, met andere woorden, dat de wetenschap zélf inbreuk maakt op de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om de best-denkbare wetenschap te leveren. In één geval leidde het tot een boze reactie van een bedrijf dat bij het project was betrokken; die kwestie speelt nog.

Foto: Via Livius.org

Problematische vrijheid

ANALYSE - Joris Luyendijk had gisteren een aardige column waarin hij schrijft dat

hoe meer je van de financiële sector begrijpt, hoe beter je doorkrijgt dat het echt niet alleen de banken waren die er een puinhoop van hebben gemaakt.

Vervolgens legt hij uit dat veel mensen met hun hypotheek enorme risico’s hebben genomen en dat het niet aangaat de bankiers de schuld te geven van dat roekeloze gedrag. Als de mensen beter hadden begrepen wat ze deden, zouden we nu aanzienlijk minder problemen hebben.

Ik denk dat Luyendijk zich vergist. Al die mensen begrepen heel goed wat ze deden. Ik durf dat met enige stelligheid te beweren omdat de alleronhandigste zakenman van Nederland – ik dus – het wel begreep. Bladerend door mijn schrijfsels zie ik dat ik in 1999, 2002 en 2005 heb gewezen op de hypotheekbubbel. Als zelfs ik begreep dat het niet klopte, wist iedereen het. De vraag is dus: waarom deden mensen het toch?

Omdat het dom was het niet te doen.

Icesave is een mooi voorbeeld. Mijn schooltje heeft ook een leuke aanbieding gehad maar omdat bij de eerste tien Google-hits al vier waarschuwingen zaten, deden we het niet. Dom dom dom, want je kon gewoon een hoge rente opstrijken omdat, wanneer de voorspelde problemen zich eenmaal openbaarden, de overheid je tegoeden garandeerde. Ik denk dat alle spaarders bij Icesave wisten dat ze geen enkel risico namen: de irreële winst was voor hen en de verliezen konden ze doorschuiven naar de gemeenschap. Je zou een dief zijn van je eigen portemonnee als je het niet deed, en dus deed je het.

Foto: Gerard Stolk (cc)

Stiltecoupé

COLUMN - Ik heb al eens eerder geblogd over mijn frustratie dat het in de stiltecoupé lang niet altijd stil is. Soms besteed ik er een kunnen-die-proleten-hun-mond-niet-houden-in-de-stiltecoupé-tweet aan, wat door mijn reguliere volgers op Twitter inmiddels wordt herkend als een niet helemaal serieus te nemen running gag. Ik realiseer me dat de stiltecoupé, in het licht der eeuwigheid bezien, niet zo’n groot belang heeft.

Dat wil niet zeggen dat de frustratie niet reëel zou zijn. Op zondag 21 juli reisde ik rond het middaguur van Amsterdam naar Heerlen, toen op het Amstelstation een echtpaar binnenkwam dat de gezelligheid uitstraalde. Ik wist instinctief dat ze geen boeken, laptops of kranten tevoorschijn zouden halen, en inderdaad: ze keken uit het raam en gaven commentaar op wat ze zagen (“zie je wat een leuke crossbaan dat is?”). Na verloop van tijd besloot ik er iets van te zeggen.

Doorgaans werkt dat. Mensen hebben vaak niet in de gaten dat ze in een stiltecoupé zijn komen zitten, want het is niet heel erg duidelijk aangegeven. Dit keer werkte het niet.

Zo vriendelijk mogelijk vroeg ik of ze hadden gezien dat ze in een stiltecoupé waren gaan zitten. “Wat ongezellig, het is toch weekend?” Ik legde uit dat er mensen zijn die op zondag moeten werken. “U had toch ander werk kunnen kiezen?” Het was niet eens beledigend bedoeld – de mevrouw sprak me aan met “u” – maar een uiting van totaal onbegrip voor het eenvoudige feit dat een stiltecoupé er is om mensen in staat te stellen te lezen of te schrijven. Ik ben vol machteloze woede weggelopen en ergens anders gaan zitten.

Foto: buzzthrill (cc)

Sluiting van het Zandpad

INTERVIEW - Alexandra van Dijk werkt voor Buro Bryck, een bureau dat overheidsinstellingen en andere belanghebbenden informeert over prostitutie (meer). Hoe kijkt zij aan tegen de sluiting van het Utrechtse Zandpad?

Wat is er nu eigenlijk aan de hand in Utrecht?

‘Het Zandpad en de Hardebollenstraat zijn de enige twee zones in Utrecht waar raamprostitutie mag plaatsvinden. Het gaat om zo’n 162 werkruimten, die in diverse “shifts” worden gebruikt. De ramen kunnen uitsluitend worden gehuurd van een exploitant, die ook de eigenaar is van de boot of het pand en die elke drie jaar zijn vergunning moet verlengen. Wie in Utrecht in de raamprostitutie wil werken, moet de ruimte voor minimaal vier aaneengesloten weken huren bij zo’n exploitant.

De prostitutie op het Zandpad staat onder verscherpt toezicht sinds de zogeheten SNEEP-affaire: toen werd vastgesteld dat Saban B., vrouwen dwong te werken aan het Zandpad. Omdat er ook na die affaire aanwijzingen waren voor mensenhandel, heeft de gemeente dit keer de vergunningen niet verlengd.’

Weet je of er ook werkelijk sprake is van mensenhandel?

‘Het lijkt er sterk op dat er op het Zandpad inderdaad sprake was van grootschalige mensenhandel. De pooiers, of je ze nou “boyfriends” noemt of niet, liepen er vrij rond en hielden meisjes in de gaten. Wat ik niet weet is of ook de exploitanten een rol speelden in de mensenhandel.

Foto: copyright ok. Gecheckt 23-09-2022

Klassiekers | De naam van de roos

RECENSIE - In het begin was het woord, dat al vrij snel werd gevolgd door taalplezier. Mensen kunnen niet alleen communiceren maar hebben er ook over nagedacht hoe ze dat het prettigst en effectiefst doen. Een mooie metafoor verduidelijkt. Een elegante opbouw verheldert. Esprit houdt de aandacht vast. Wie woorden zo gebruikt dat mensen luisteren of lezen met plezier, communiceert effectiever.

Om het tekstplezier te vergroten, kun je gebruik maken van citaten. Je kruidt er je tekst mee en behaagt je lezer, die zich gevleid voelt omdat je een brede algemene ontwikkeling bij hem veronderstelt. De beste manier om te citeren is het niet al te nadrukkelijk te doen, zodat degene die de verwijzing herkent erom kan glimlachen, maar degene die haar niet herkent niet het gevoel heeft iets te missen. Het eerste gebod bij een goed citaat is, om Joost Zwagerman aan te halen, dat elke boerenlul de tekst moet kunnen blijven begrijpen.

Kampioen

Umberto Eco is kampioen citeren, en dat is niet zo vreemd, want hij werkte als hoogleraar semiotiek, een wetenschap die zich bezighoudt met tekens en verwijzingen. De naam van de roos, het boek waarmee hij in 1980 debuteerde, staat bol van de literaire verwijzingen. Een deel ervan valt in de Nederlandse vertaling erg op: als Eco uit de Bijbel citeert, doet hij dat namelijk in het Latijn, wat in een Nederlandse tekst overdrevener overkomt dan in een Italiaanse. Het onbedoelde resultaat is dat het boek in ons taalgebied het speeltje werd van een intellectuele klasse. Ik herinner me dat men destijds sprak van een roman door een professor voor professoren.

Vorige Volgende