Jona Lendering

637 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.
Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | De uitvinding van het jodendom

COLUMN - De vraag was simpel: als Jezus een jood was, waarom vormen de christenen dan een zelfstandige religie en geen joodse sekte? Ik heb vorige week al aangegeven dat er weinig of niets in het Nieuwe Testament staat dat niet door althans een deel van de joden voor hun rekening kon worden genomen. Sommige ideeën waren zelfs behoorlijk gangbaar of behoorden althans tot actuele discussies.

Er waren destijds verschillende joodse groepen, verdeeld door heftige polemieken. Nadat de Romeinen in 70 n.Chr. de tempel hadden verwoest, bleven de polemische teksten in gebruik, maar was de discussie beperkt tot eigenlijk slechts twee groepen: de liberale stroming binnen het farizeïsme (het ‘Huis van Hillel’), waaruit het rabbijnse jodendom is voortgekomen, en enkele christelijke groeperingen die ook heidenen in hun gelederen hadden. Dit laatste was niet onjoods maar betekende wel dat het christendom als religieuze identiteit niet langer samenviel met een etnische identiteit.

Het is makkelijk te onderschatten hoe problematisch dit is geweest. Je denkt immers dat, zoals je nu christenen hebt uit diverse landen, je ook destijds Griekse, Romeinse, Gallische, Egyptische, Bataafse en Joodse christenen kon hebben. Naast een nationaliteit kun je een religie hebben. Daarmee denk je echter vanuit een modern perspectief. Erger nog, dat je religie kunt loskoppelen van nationaliteit is nou net een christelijke uitvinding en dus ongeschikt om over joden te schrijven.

Foto: harry_nl (cc)

Polare

De laatste keer dat ik in een Polare-boekhandel was, lagen er precies twee titels in de hoofdetalage. Op stapels. Erachter hing een poster van een die week opzichtig gehypete Japanse auteur wiens laatste roman ik overschat vond. Ik overwoog een foto te maken van de etalage omdat ze naar mijn gevoel de keten zo aardig typeerde: men benaderde slechts één soort lezer, namelijk degene die is geïnteresseerd in hypes en auteurs.

Jammer dat ik die foto niet heb gemaakt, denk ik nu, want ze zou een leuke illustratie bij dit stukje zijn geweest. Ik denk namelijk dat het publiek diverser is dan alleen mensen die lezen wat iedereen leest.

Niet elke lezer zoekt hetzelfde. De etaleur van de genoemde Polare-winkel dacht aan iemand die wilde meepraten over de laatste romans, maar een ander is bibliofiel, een derde is op zoek naar informatie, een vierde leest poëzie. Het internet biedt alle ruimte aan deze pluriformiteit: jij selecteert uit het informatieoveraanbod wat jij wil, en dat betekent dat er voor boeken simpelweg weinig toekomst zal zijn. Wie informatie wil overdragen, kan beter gaan bloggen of een website ontwikkelen dan een boek schrijven. Ik voor mij heb al een tijdje geleden besloten na mijn boeken over het uiteengaan van de wegen van joden- en christendom geen boeken meer te schrijven maar me meer te richten op het internet.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Joden en christenen

COLUMN - Als Jezus een jood was, waarom is het christendom dan geen stroming binnen het jodendom? Of, anders gezegd: hoe kan een klein koninkrijkje transformeren in twee godsdiensten? Zo simpel als de vraag is, zo complex is het antwoord. Het boek dat ik erover aan het schrijven ben, dreigde een pil van 600 pagina’s te worden, dus ik heb een week of drie geleden maar besloten dat het twee boeken moesten worden. Minder complex wordt het zo niet, overzichtelijker wel. Hoop ik dan.

Het oudste antwoord staat bekend als de vervangingstheologie. Christenen meenden dat het jodendom een verstarde religie was, dat Jezus een nieuwe boodschap bracht, dat de joden blind waren en dat zij daarom als Gods uitverkorenen waren vervangen door de christenen. De beelden van een geblinddoekte synagoge die je in wat oudere katholieke kerken nog wel eens ziet, herinneren aan deze visie.

Omgekeerd zeiden joden dat de timmerman-messias een afvallige was. De messiasbekennende joden, die Jezus zien als een joodse wijsheidsleraar, worden door de meeste joden beschouwd als buitenbeentjes.

Zowel in de vervangingstheologie als in het idee dat Jezus een afvallige was, wordt aangenomen dat de breuk stamt uit de tijd van Jezus. Al in de negentiende eeuw was echter duidelijk dat dit niet kon kloppen en wie in de twintigste eeuw zei dat Jezus een jood was, trapte een wagenwijd openstaande deur in. De vraag werd nu echter wel hoe joden en christenen dan uit elkaar waren gegaan.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Antisemitisme

COLUMN - In de krantenstrip Inside Woody Allen is een aflevering waarin we de komiek in een achttiende-eeuws ruiterkostuum door de straten zien galopperen om à la Paul Revere de mensen te waarschuwen dat ‘The British are coming!’ De omstanders zien het aan en geven als commentaar ‘Alles goed en wel, maar waarom roept hij dat in Londen?!’ Een vergelijkbare ervaring had ik in het najaar van 2005, toen ik in Almere of Lelystad – dat ben ik vergeten, maar het was ergens in het nieuwe land – op de trein stond te wachten en de poster zag hangen: ‘Vroeger vertrok hier de trein naar Auschwitz.’

De poster had effect: enkele jongens van, zoals dat tegenwoordig heet, Noord-Afrikaanse afkomst stonden erom te lachen. Ze kenden de recente geschiedenis van Nederland beter dan degenen die de posters hadden laten ophangen: de Nederlandse Spoorwegen en het Centraal Joods Overleg.

Het zou grappig zijn als het niet triest was. Het was fatsoenlijk dat de NS erkenden dat ze ooit medewerking verleenden aan de moord op de Nederlandse joden. Het maakt dat ik met des te meer bewondering kijk naar de plaquettes die op zoveel stations de NS-medewerkers noemen die tijdens de Tweede Wereldoorlog wél integer waren en daarvoor met hun bloed betaalden. De erkenning van het spoorwegbedrijf dat het niet dezelfde hoogstaande normen had gehad verdiende echter een zorgvuldigere uitwerking.

Foto: Skara kommun (cc)

Nieuwe gedichten van Sapfo?

ACHTERGROND, LONGREAD - Dat was dus iets waar ik helemaal blij van werd: de aankondiging, eergisteren, dat twee gedichten waren ontdekt van de Griekse dichteres Sapfo van Lesbos. U vindt de voorgenomen wetenschappelijke publicatie hier, u vindt de vertaling die de Nijmeegse classicus Vincent Hunink terstond maakte daar en u vindt hieronder mijn poging te tonen hoe leuk oudheidkundige puzzels zijn.

Eerst even iets over Sapfo. Ze is een van de weinige bij het grote publiek bekende antieke auteurs. Vrijwel iedereen heeft wel eens van haar gehoord: ons woord “lesbisch” is afgeleid van haar woonplaats. Haar gedichten zijn echter minder bekend en dat is ook logisch, want ze zijn merendeels verloren gegaan.

Dat komt niet, zoals je soms leest, doordat de christenen een hekel hadden aan de homoseksuele dichteres en daarom haar teksten vernietigden. Het is veel prozaïscher: omdat papyrusrollen na ongeveer honderd jaar sleets werden, ging een antieke tekst onherroepelijk verloren als ze langer dan een eeuw uit de mode was en dus niet meer werd gekopieerd. Dat dit met Sapfo’s gedichten gebeurde, is bepaald niet uniek.

Wat resteert, is een verzameling fragmenten, die aan hun incompleetheid een eigen schoonheid ontlenen. Eén zin is voldoende om er een prachtig gedicht bij te fantaseren. Mijn favoriet:

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Cultuurschok

COLUMN - Wie buitenlandse gasten ontvangt, heeft het privilege zijn eigen land opnieuw te kunnen bekijken alsof het de eerste keer is. Mijn vrienden en ik mochten zo rond oudjaar twee jonge vrouwen uit Libanon door Amsterdam (en, vooruit, Volendam) rondleiden en ik heb geleerd dat het Tassenmuseum echt de moeite waard is, dat het Concertgebouw ontzettend leuke rondleidingen aanbiedt en dat Volendam te overleven valt.

Omgekeerd is het voor bezoekers leuk dingen te herkennen die bij nader inzien anders blijken te zijn. Dat relativeert je eigen gelijk en om die reden ben ik overtuigd van de waarde van toerisme. Onze gasten waren maronitische christenen, een soort katholieken, en herkenden daarom Sint-Nikolaas, de beschermheilige van Amsterdam. We zijn langs de drie kerken gewandeld – de Oude Kerk, Ons’ Lieve Heer op Solder en de basiliek – en onze gasten waren verbaasd nergens hangers te kunnen kopen met het portret van de stadspatroon.

De constatering is even wonderlijk als logisch. Ze zijn in Padua en Fátima geweest en konden daar hangers kopen van Antonius en Maria. Ze dragen die hangers ook, en niet onopvallend onder een bloes, maar erboven. Het is een statement, niet geheel onvergelijkbaar met de sjiitische propaganda in het stadje naast dat van onze Libanese vriendinnen.

Foto: Calcio Streaming (cc)

Hoezo, bekentenis?

OPINIE - Als iemand door de politie wordt verhoord en toegeeft dat hij iets heeft misdaan, dan heet dat een bekentenis. Naar mijn idee zeg je dat alleen als iemand iets toegeeft dat werkelijk verkeerd was: je bekent dat je een greep in de kas hebt gedaan of arsenicum deed in de koffie van je schoonmoeder, maar je erkent dat je je haar hebt geblondeerd of dagdroomt astronaut te zijn.

Ik heb het voor de zekerheid nog even nagezocht in de Van Dale, maar ook daarin lees ik dat “bekennen” wil zeggen dat je uitkomt voor iets verkeerds. Het is geen juridische term, maar het woord maakt duidelijk dat datgene wat wordt toegegeven, niet is zoals het hoort.

Homoseksualiteit is geen misdrijf en ook geen overtreding. Het is daarom dat ik me wat stoor aan het taalgebruik van een stukje 9 januari in Trouw:

Met de openlijke bekentenis van Thomas Hitzlsperger dat hij op mannen valt, is er weer een stap gezet in de strijd voor acceptatie van homoseksualiteit binnen de voetbalwereld.

Vanwaar zo’n formulering? Ik ken Trouw niet als een krant die homo’s terug in de kast wil hebben. Misschien is er een journalist aan het woord die niets moet hebben van homoseksualiteit en zich freudiaans verschreef toen hij het ANP-persbericht bewerkte, maar je zou denken dat er dan een eindredacteur is die ingrijpt.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Drie Koningen

COLUMN - Sint-Maarten, Sint-Nikolaas, Kerstmis, Drie Koningen: van de cadeautjesfeesten die de christenen in de winter vierden, is het laatste het minst bekend en ik denk dat het niet veel meer wordt gevierd. Op de ochtend van 6 januari kregen de kinderen koek te eten. In één stuk was een boon verstopt. Wie die kreeg, werd met houtskool zwart gemaakt en was die dag koning. Hij was vrijgesteld van karweitjes, mocht zeggen wat er werd gegeten en deelde de cadeautjes uit. In vroeger eeuwen werden ook optochten gehouden en zongen kinderen liedjes om snoep op te halen. Ik miste de zwarte koning in de Zwarte Piet-discussie.

Het verhaal is bekend: de evangelist Matteüs vertelt dat kort na de geboorte van Jezus oosterse wijzen, die wisten dat een nieuwe ster aan de hemel de geboorte aankondigde van een koningskind, met geschenken op bezoek kwamen in Betlehem. Er is nergens sprake van drie koningen, al zijn de geschenken – goud, wierook en mirre – bepaald royaal voor een kraamvisite. Het Bijbelverhaal zit vol vreemde elementen en dan heb ik het niet over de ster, waarover het laatste woord nog niet is gezegd.

Minstens even curieus is de aanduiding van de bezoekers als ‘magiërs’. Dat klinkt alsof het tovenaars zijn en het is begrijpelijk dat oudere Bijbelvertalingen ervoor kozen er ‘wijzen’ van te maken. Er wordt echter wel degelijk verwezen naar de offerspecialisten van het oude Perzië, de magoi. Het problematische is dat die niet bekendstaan als sterrenwichelaars: dat was een Babylonisch specialisme. Degenen die geïnteresseerd waren in de hemelse voortekens, stonden bekend als astrologoi, chaldaioi en mathematikoi. U leest er hier meer over.

Foto: President of the European Council (cc)

Ach, Europa

ANALYSE - ‘Je kunt geen gemeenschappelijke munt hebben zonder gemeenschappelijk beleid,’ zegt de voorzitter van de Europese raad, Herman van Rompuy, onlangs in Trouw. Dat haal je de koekoek, zou je zeggen: het was immers de bedoeling dat economische integratie zou leiden tot gemeenschappelijk beleid.

Voor de jongere lezertjes: tijdens de Tweede Wereldoorlog werd duidelijk – en dit kunnen jullie nalezen in de redactionele commentaren van bijvoorbeeld de verzetskrant Het Parool – dat de toekomst behoorde aan de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, dat de Europese mogendheden hun koloniale rijken zouden kwijtraken en dat ze hun welvaart alleen zouden kunnen wederopbouwen door een grote interne markt te scheppen. Dat betekende onvermijdelijk dat Duitsland, als machtigste land van het continent, zou moeten worden ingekapseld in nieuwe bestuurlijke structuren.

Dat gebeurde ook. In 1952 werd de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) opgericht, waaraan Duitsland en Frankrijk de voornaamste deelnemers waren. Italië en de Benelux brachten het totale aantal leden op zes: zes landen die welbewust hun ertsen en kolen supranationaal begonnen te besturen. De opzet was van meet af aan dat de samenwerking er enerzijds toe zou leiden dat voormalige vijanden elkaar weer zouden leren vertrouwen en anderzijds dat er een prikkel zou zijn tot verdere samenwerking.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | De joden van Afghanistan

COLUMN - Het lemma “Afghanistan” in de 2007-editie van de Encyclopaedia Judaica is op één zinnetje na identiek aan het artikel uit de editie van 1971. Dat is ook niet zo vreemd, want het oorspronkelijke stuk eindigde met een beschrijving van een vervolging die de omvang van de joodse gemeenschap al had gereduceerd tot driehonderd. Het enige dat de redacteur van het artikel in 2007 nog hoefde toe te voegen, was het zinnetje dat er in 2005 in Afghanistan nog één jood over was.

De Afghaanse joden hebben er niet lang geleefd. Het gaat om een groep die in 1839 in de Perzische heilige stad Mashhad de keuze kreeg tussen bekering tot de islam en emigratie, en koos voor het laatste. Ze vestigden zich in de grote Afghaanse steden, tot in 1933 ook daar vervolgingen begonnen. Toen hun in 1950 werd toegestaan te emigreren, verhuisden ze naar de staat Israël. En nu is er dus nog één over.

Dat had het hele verhaal kunnen zijn, ware het niet dat begin vorig jaar een archief is ontdekt met joodse teksten van eeuwen vóór 1839. Zo’n ontdekking is op zich niet zo opmerkelijk: sinds de VS Afghanistan binnenvielen, zijn allerlei archeologische vondsten gedaan, meestal bij clandestiene opgravingen. Ook dit keer is er geen sprake van officieel onderzoek, maar dat doet maar weinig afbreuk aan het sensationele karakter van de ontdekking.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Kerstmis in Isfahan

COLUMN - Het was de ochtend voor kerstmis en ik liep over straat met over mijn schouder een sporttas, over de ene arm een colbertje, onder de andere arm drie kerststollen en in de rechterhand een tasje met chocoladekerstkransjes. Het was duidelijk dat ik iets ging vieren en dat trok de aandacht: een voorbijganger vroeg me of ik wel wijn had kunnen kopen.

In één seconde had ik drie verschillende reacties. Eerst was ik uit het veld geslagen door de bizarre vraag. Daarna hervond ik mezelf: ik was in Iran, waar niemand de verleiding kan weerstaan een praatje aan te knopen met een vreemdeling. Je moet als Europeaan niet opkijken van curieuze vragen, zelfs niet van een aanbod je te helpen zoeken naar iets wat eigenlijk niet is toegestaan. En tot slot begreep ik wat de man had gebracht tot zijn opmerkelijke vraag: hij had uit mijn kerststollen en -kransen afgeleid dat ik kerstmis kwam vieren, wist dat christenen daarbij een ritueel hebben met brood en wijn, maar wist niet dat ze niet hun eigen drank naar de kerk meenemen.

Ik schoot in de lach om het misverstand en vertelde de man dat ik weliswaar over straat ging met kerstattributen, maar dat ik in Isfahan was voor een verlovingsfeest en wat lekkernijen had meegenomen uit eigen land. Om er zeker van te zijn dat ik niet verstrikt zou raken in een langer gesprek dan me op dat moment lief was, vervolgde ik dat ik nu op weg was naar mijn hotel om slaap in te halen na een nachtvlucht. De man begreep de hint, informeerde nog waar ik vandaan kwam, schudde me de hand – ik had alleen de linker vrij – en verzocht me de verloofden zijn gelukwensen over te brengen.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Alva en de Spaanse Inquisitie

COLUMN - Ik begrijp daar dus niets van: dat je een rechtbank begint om de religieuze meningen van anderen te beoordelen en dat je daarna, als je vaststelt dat er aan iemand een vlekje zit, zo iemand overlevert aan de wereldse autoriteiten om hem levend te laten verbranden. Het verontrustende van de Spaanse Inquisitie is niet – om de obligate grap maar meteen te maken, dan hebben we dat ook gehad – dat niemand haar verwacht, maar dat niemand haar begrijpt of begrijpen kan.

Dat ligt aan ons. Wij zijn gewend aan de godsdienstvrijheid en vinden dat de gedachten vrij zijn. Misschien vinden Nederlanders dat nog wel meer dan anderen: onze voorouders kwamen in opstand tegen de koning van Spanje omwille van de ‘liberteyt van conscientie’. Maar wij zijn de uitzonderingen: religieuze intolerantie is van alle tijden en plaatsen. De Romeinse Senaat legde de Bacchuscultus aan banden, Karel de Grote gaf de Saksen de keuze tussen doopvont en schavot, hindoes slaan islamitische heiligdommen kort en klein. De causaliteitsvraag, of intolerantie voortkomt uit religiositeit, is volgens mij onbeantwoordbaar, maar de stelling valt in elk geval te illustreren met een hoop naargeestigheden.

Misschien moeten we, om godsdienstige intolerantie te begrijpen, de verklaring ook niet zoeken in religiositeit zelf, maar ons verplaatsen in de vervolgers. Ik heb de laatste dagen gefascineerd gelezen in een pas verschenen boek over de hertog van Alva: Alba. General and Servant to the Crown.

Vorige Volgende