Jona Lendering

632 Artikelen
15 Waanlinks
322 Reacties
Studeerde geschiedenis en vertelt er graag over. Scepticus, recensent, fietser, webmaster (LiviusOrg), Don Quichot, blogger (Mainzer Beobachter) en beheerder van GrondslagenNet. Reist regelmatig in het Midden-Oosten, schreef een paar boeken, gruwt van de zelfmoord van de geesteswetenschappen en droomt van een eigen huis in Downtown Beiroet.
Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Cultuurschok

COLUMN - Wie buitenlandse gasten ontvangt, heeft het privilege zijn eigen land opnieuw te kunnen bekijken alsof het de eerste keer is. Mijn vrienden en ik mochten zo rond oudjaar twee jonge vrouwen uit Libanon door Amsterdam (en, vooruit, Volendam) rondleiden en ik heb geleerd dat het Tassenmuseum echt de moeite waard is, dat het Concertgebouw ontzettend leuke rondleidingen aanbiedt en dat Volendam te overleven valt.

Omgekeerd is het voor bezoekers leuk dingen te herkennen die bij nader inzien anders blijken te zijn. Dat relativeert je eigen gelijk en om die reden ben ik overtuigd van de waarde van toerisme. Onze gasten waren maronitische christenen, een soort katholieken, en herkenden daarom Sint-Nikolaas, de beschermheilige van Amsterdam. We zijn langs de drie kerken gewandeld – de Oude Kerk, Ons’ Lieve Heer op Solder en de basiliek – en onze gasten waren verbaasd nergens hangers te kunnen kopen met het portret van de stadspatroon.

De constatering is even wonderlijk als logisch. Ze zijn in Padua en Fátima geweest en konden daar hangers kopen van Antonius en Maria. Ze dragen die hangers ook, en niet onopvallend onder een bloes, maar erboven. Het is een statement, niet geheel onvergelijkbaar met de sjiitische propaganda in het stadje naast dat van onze Libanese vriendinnen.

Foto: Calcio Streaming (cc)

Hoezo, bekentenis?

OPINIE - Als iemand door de politie wordt verhoord en toegeeft dat hij iets heeft misdaan, dan heet dat een bekentenis. Naar mijn idee zeg je dat alleen als iemand iets toegeeft dat werkelijk verkeerd was: je bekent dat je een greep in de kas hebt gedaan of arsenicum deed in de koffie van je schoonmoeder, maar je erkent dat je je haar hebt geblondeerd of dagdroomt astronaut te zijn.

Ik heb het voor de zekerheid nog even nagezocht in de Van Dale, maar ook daarin lees ik dat “bekennen” wil zeggen dat je uitkomt voor iets verkeerds. Het is geen juridische term, maar het woord maakt duidelijk dat datgene wat wordt toegegeven, niet is zoals het hoort.

Homoseksualiteit is geen misdrijf en ook geen overtreding. Het is daarom dat ik me wat stoor aan het taalgebruik van een stukje 9 januari in Trouw:

Met de openlijke bekentenis van Thomas Hitzlsperger dat hij op mannen valt, is er weer een stap gezet in de strijd voor acceptatie van homoseksualiteit binnen de voetbalwereld.

Vanwaar zo’n formulering? Ik ken Trouw niet als een krant die homo’s terug in de kast wil hebben. Misschien is er een journalist aan het woord die niets moet hebben van homoseksualiteit en zich freudiaans verschreef toen hij het ANP-persbericht bewerkte, maar je zou denken dat er dan een eindredacteur is die ingrijpt.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Drie Koningen

COLUMN - Sint-Maarten, Sint-Nikolaas, Kerstmis, Drie Koningen: van de cadeautjesfeesten die de christenen in de winter vierden, is het laatste het minst bekend en ik denk dat het niet veel meer wordt gevierd. Op de ochtend van 6 januari kregen de kinderen koek te eten. In één stuk was een boon verstopt. Wie die kreeg, werd met houtskool zwart gemaakt en was die dag koning. Hij was vrijgesteld van karweitjes, mocht zeggen wat er werd gegeten en deelde de cadeautjes uit. In vroeger eeuwen werden ook optochten gehouden en zongen kinderen liedjes om snoep op te halen. Ik miste de zwarte koning in de Zwarte Piet-discussie.

Het verhaal is bekend: de evangelist Matteüs vertelt dat kort na de geboorte van Jezus oosterse wijzen, die wisten dat een nieuwe ster aan de hemel de geboorte aankondigde van een koningskind, met geschenken op bezoek kwamen in Betlehem. Er is nergens sprake van drie koningen, al zijn de geschenken – goud, wierook en mirre – bepaald royaal voor een kraamvisite. Het Bijbelverhaal zit vol vreemde elementen en dan heb ik het niet over de ster, waarover het laatste woord nog niet is gezegd.

Minstens even curieus is de aanduiding van de bezoekers als ‘magiërs’. Dat klinkt alsof het tovenaars zijn en het is begrijpelijk dat oudere Bijbelvertalingen ervoor kozen er ‘wijzen’ van te maken. Er wordt echter wel degelijk verwezen naar de offerspecialisten van het oude Perzië, de magoi. Het problematische is dat die niet bekendstaan als sterrenwichelaars: dat was een Babylonisch specialisme. Degenen die geïnteresseerd waren in de hemelse voortekens, stonden bekend als astrologoi, chaldaioi en mathematikoi. U leest er hier meer over.

Foto: President of the European Council (cc)

Ach, Europa

ANALYSE - ‘Je kunt geen gemeenschappelijke munt hebben zonder gemeenschappelijk beleid,’ zegt de voorzitter van de Europese raad, Herman van Rompuy, onlangs in Trouw. Dat haal je de koekoek, zou je zeggen: het was immers de bedoeling dat economische integratie zou leiden tot gemeenschappelijk beleid.

Voor de jongere lezertjes: tijdens de Tweede Wereldoorlog werd duidelijk – en dit kunnen jullie nalezen in de redactionele commentaren van bijvoorbeeld de verzetskrant Het Parool – dat de toekomst behoorde aan de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, dat de Europese mogendheden hun koloniale rijken zouden kwijtraken en dat ze hun welvaart alleen zouden kunnen wederopbouwen door een grote interne markt te scheppen. Dat betekende onvermijdelijk dat Duitsland, als machtigste land van het continent, zou moeten worden ingekapseld in nieuwe bestuurlijke structuren.

Dat gebeurde ook. In 1952 werd de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) opgericht, waaraan Duitsland en Frankrijk de voornaamste deelnemers waren. Italië en de Benelux brachten het totale aantal leden op zes: zes landen die welbewust hun ertsen en kolen supranationaal begonnen te besturen. De opzet was van meet af aan dat de samenwerking er enerzijds toe zou leiden dat voormalige vijanden elkaar weer zouden leren vertrouwen en anderzijds dat er een prikkel zou zijn tot verdere samenwerking.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | De joden van Afghanistan

COLUMN - Het lemma “Afghanistan” in de 2007-editie van de Encyclopaedia Judaica is op één zinnetje na identiek aan het artikel uit de editie van 1971. Dat is ook niet zo vreemd, want het oorspronkelijke stuk eindigde met een beschrijving van een vervolging die de omvang van de joodse gemeenschap al had gereduceerd tot driehonderd. Het enige dat de redacteur van het artikel in 2007 nog hoefde toe te voegen, was het zinnetje dat er in 2005 in Afghanistan nog één jood over was.

De Afghaanse joden hebben er niet lang geleefd. Het gaat om een groep die in 1839 in de Perzische heilige stad Mashhad de keuze kreeg tussen bekering tot de islam en emigratie, en koos voor het laatste. Ze vestigden zich in de grote Afghaanse steden, tot in 1933 ook daar vervolgingen begonnen. Toen hun in 1950 werd toegestaan te emigreren, verhuisden ze naar de staat Israël. En nu is er dus nog één over.

Dat had het hele verhaal kunnen zijn, ware het niet dat begin vorig jaar een archief is ontdekt met joodse teksten van eeuwen vóór 1839. Zo’n ontdekking is op zich niet zo opmerkelijk: sinds de VS Afghanistan binnenvielen, zijn allerlei archeologische vondsten gedaan, meestal bij clandestiene opgravingen. Ook dit keer is er geen sprake van officieel onderzoek, maar dat doet maar weinig afbreuk aan het sensationele karakter van de ontdekking.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Kerstmis in Isfahan

COLUMN - Het was de ochtend voor kerstmis en ik liep over straat met over mijn schouder een sporttas, over de ene arm een colbertje, onder de andere arm drie kerststollen en in de rechterhand een tasje met chocoladekerstkransjes. Het was duidelijk dat ik iets ging vieren en dat trok de aandacht: een voorbijganger vroeg me of ik wel wijn had kunnen kopen.

In één seconde had ik drie verschillende reacties. Eerst was ik uit het veld geslagen door de bizarre vraag. Daarna hervond ik mezelf: ik was in Iran, waar niemand de verleiding kan weerstaan een praatje aan te knopen met een vreemdeling. Je moet als Europeaan niet opkijken van curieuze vragen, zelfs niet van een aanbod je te helpen zoeken naar iets wat eigenlijk niet is toegestaan. En tot slot begreep ik wat de man had gebracht tot zijn opmerkelijke vraag: hij had uit mijn kerststollen en -kransen afgeleid dat ik kerstmis kwam vieren, wist dat christenen daarbij een ritueel hebben met brood en wijn, maar wist niet dat ze niet hun eigen drank naar de kerk meenemen.

Ik schoot in de lach om het misverstand en vertelde de man dat ik weliswaar over straat ging met kerstattributen, maar dat ik in Isfahan was voor een verlovingsfeest en wat lekkernijen had meegenomen uit eigen land. Om er zeker van te zijn dat ik niet verstrikt zou raken in een langer gesprek dan me op dat moment lief was, vervolgde ik dat ik nu op weg was naar mijn hotel om slaap in te halen na een nachtvlucht. De man begreep de hint, informeerde nog waar ik vandaan kwam, schudde me de hand – ik had alleen de linker vrij – en verzocht me de verloofden zijn gelukwensen over te brengen.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Alva en de Spaanse Inquisitie

COLUMN - Ik begrijp daar dus niets van: dat je een rechtbank begint om de religieuze meningen van anderen te beoordelen en dat je daarna, als je vaststelt dat er aan iemand een vlekje zit, zo iemand overlevert aan de wereldse autoriteiten om hem levend te laten verbranden. Het verontrustende van de Spaanse Inquisitie is niet – om de obligate grap maar meteen te maken, dan hebben we dat ook gehad – dat niemand haar verwacht, maar dat niemand haar begrijpt of begrijpen kan.

Dat ligt aan ons. Wij zijn gewend aan de godsdienstvrijheid en vinden dat de gedachten vrij zijn. Misschien vinden Nederlanders dat nog wel meer dan anderen: onze voorouders kwamen in opstand tegen de koning van Spanje omwille van de ‘liberteyt van conscientie’. Maar wij zijn de uitzonderingen: religieuze intolerantie is van alle tijden en plaatsen. De Romeinse Senaat legde de Bacchuscultus aan banden, Karel de Grote gaf de Saksen de keuze tussen doopvont en schavot, hindoes slaan islamitische heiligdommen kort en klein. De causaliteitsvraag, of intolerantie voortkomt uit religiositeit, is volgens mij onbeantwoordbaar, maar de stelling valt in elk geval te illustreren met een hoop naargeestigheden.

Misschien moeten we, om godsdienstige intolerantie te begrijpen, de verklaring ook niet zoeken in religiositeit zelf, maar ons verplaatsen in de vervolgers. Ik heb de laatste dagen gefascineerd gelezen in een pas verschenen boek over de hertog van Alva: Alba. General and Servant to the Crown.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Is religie waardevol?

COLUMN - Aan het begin van de Bijbel valt te lezen dat God de eerste mensen verbiedt te eten van de vrucht van de ‘boom van kennis van goed en kwaad’ in de Tuin van Eden. Zoals bekend doen ze het toch en betalen ze daarvoor een hoge prijs: ze moeten het paradijs verlaten.

Het verhaal wordt al sinds mensenheugenis uitgelegd als een zondeval, maar het is de vraag of dat ook is wat de auteur ermee bedoelde, want die schrijft dat de ogen van de mensen opengingen. Wellicht wilde hij zeggen dat iemand pas echt mens is als hij morele vraagstukken begrijpt en dat zulk inzicht onherroepelijk leidt tot het verlies van de paradijselijke onbedorvenheid.

Het doet niet ter zake dat Adam en Eva geen historische personen zijn. Het bestaan van God is nu evenmin belangrijk. Het gaat erom dat de auteur wilde aangeven dat moralisme biologische wezens maakt tot mensen. Ik kan tegenargumenten noemen – ook ik heb wel eens iets gelezen van Frans de Waal – maar het standpunt is de moeite van het overwegen waard.

Anders gezegd, in ficties kan iets van waarde liggen en het kan zinvol zijn daarvan kennis te nemen, zelfs (of juist) als zulke ideeën je schokken. Ik vind het volstrekt verwerpelijk als ouders hun kind om religieuze redenen niet laten inenten tegen polio, maar het zet me wel aan het denken over de beslissingen die ik zou nemen namens mijn kinderen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Journalistiek als afleidingsmanoeuvre

OPINIE - Nelson Mandela is dood en het is geen al te wilde veronderstelling dat de NOS en RTL cameraploegen sturen naar de uitvaart. Die zullen mooie plaatjes terugsturen, zeker, maar ze zullen niets toevoegen aan het nieuws. Er is namelijk geen nieuws.

Er wordt immers een politicus begraven die zijn macht al enige jaren geleden heeft afgestaan. Mandela had allang geen invloed meer op wat er in de wereld gebeurde. Omdat het symbool-Mandela de man overleeft, hoeft ook daarvoor geen camerateam naar Zuid-Afrika. Natuurlijk zullen de politici die elkaar ontmoeten zaken doen, échte zaken, maar ze zorgen er wel voor dat bij die dealtjes geen journalist staat. Resteert het iconische plaatje van de handdruk van Obama en Rouhani, en om dat de wereld rond te doen gaan volstaat één fotograaf.

Het gaat me niet om de geldverspilling en ik schrijf dit niet als de zoveelste bijdrage aan het uitgekauwde debat over de financiering van de publieke omroep. Wat me stoort is het bombardement aan non-nieuws dat we dagelijks over ons uitgestort krijgen. Het feitelijke nieuws bij de uitvaart van Mandela bestaat uit de afspraken die achter de schermen worden gemaakt. Obama geeft Poetin de vrije hand om Assad te steunen, mits Rusland zijn steun aan het Iraanse nucleaire programma staakt. China zal minder territoriale aanspraken stellen in de Oost-Chinese Zee als Japan instemt met een handelsverdrag. De OAE stuurt extra troepen naar Mali als Frankrijk extra visa voor Afrikaanse immigranten afstaat. Dat werk, dat is het nieuws. De uitvaart is de afleidingsmanoeuvre van de eigenlijke goocheltruc. De journalisten staan erbij en kijken ernaar.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Een heidense Sinterklaas

COLUMN - Een triest verhaal van lang geleden: een man verliest zijn vrouw, heeft enkele financiële tegenslagen, kan zijn drie dochters geen bruidsschat meegeven, ja, moet de meisjes zelfs naar het bordeel sturen. Geheel onverwacht – hoewel: in een sprookje verwacht je zoiets – duikt er een wijze weldoener op die de bruidsschat regelt, ervoor zorgt dat de meisjes nette echtgenoten vinden en zo bewerkstelligt dat men verder nog lang & gelukkig leeft.

Misschien herkende u het verhaal. Het is inderdaad een van de legenden over Sint-Nikolaas. Hij wordt – behalve als kindervriend en patroon der zeevarenden – vereerd als beschermer van prostituées. Ik heb het altijd een poëtisch toeval gevonden dat op een steenworp van de Amsterdamse Wallen niet minder dan drie Sint-Nikolaaskerken zijn (1, 2, 3). Vroeger werd Nikolaas ook aangeroepen door vrouwen die geen man konden vinden: het schijnt dat ons ‘goedheiligman’ een verbastering is van ‘goedhuwelijksman’.

De heilige is echter niet de enige die bruidsschatten verzorgde. Bijna hetzelfde verhaal wordt verteld over Apollonius van Tyana, een rondtrekkende Griekse filosoof die, net als Sint-Nikolaas, leefde in wat nu Turkije heet. Er zijn allerlei overeenkomsten: beide leefden celibatair, gaven al hun bezittingen weg, grepen in tijdens een ontsporende rechtszaak, redden terdoodveroordeelden en beschikten over de gave der bilocatie.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Symboolpolitiek

COLUMN - Buren weten doorgaans veel van elkaar. Bijvoorbeeld hoe ze elkaar het bloed onder de nagels vandaan kunnen halen. Dat bewees de Turkse vicepremier Bülent Arınç vorige week weer eens, door openlijk te verklaren dat de Hagia Sofia wat hem betreft snel weer gebruikt moest kunnen worden als moskee. Hij moet hebben geweten dat hij daarmee een groot aantal Grieken op de kast zou jagen – en zulks geschiedde. Het gebouw ligt namelijk niet alleen de bewoners van Istanbul na aan het hart, maar ook de leden van de Grieks-orthodoxe kerk.

Het historisch bewustzijn zit diep in die contreien en wie wil begrijpen hoe gevoelig deze kwestie ligt, zal moeten teruggaan naar het Byzantijnse Rijk: een Griekssprekend, christelijk keizerrijk met als hoofdstad Constantinopel, het huidige Istanbul. In 537 voltooide keizer Justinianus de kerk van de goddelijke wijsheid, de Hagia Sofia, als een soort bekroning van een schier eindeloze reeks successen: vrede met de Perzen, een rechtscodificatie, de annexatie van het graanrijke Tunesië en Sicilië, de verovering van Rome en de sluiting van de laatste heidense cultusplaatsen in Athene en Egypte. De Hagia Sofia was een triomfmonument.

Het monument zou nog negen eeuwen dienst doen als kerk en gold voor menigeen als symbool van Gods steun aan Constantinopel, zijn bewoners, hun keizerrijk en hun godsdienst. Hoe sterk de associatie was tussen deze kerk en de Griekse orthodoxie, bleek in 1204, toen rooms-katholieke Kruisvaarders de stad veroverden en de kerk in gebruik namen: compromisloze Byzantijnen trokken naar Trebizonde in het oosten, stichtten een nieuw keizerrijkje en bouwden er een tweede Hagia Sofia. Voor Grieks-orthodoxen móest er een keizerlijke kerk zijn die aan de goddelijke wijsheid was gewijd.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Afstervend christendom

ACHTERGROND - Eind dit jaar krijg ik gasten uit Libanon. Ze nemen nogal wat politiek met zich mee. Bergachtig als dat land is, is het in de loop der eeuwen een schuilplaats geweest voor vrijwel elke vervolgde religieuze minderheid, zodat Libanon tegenwoordig onderdak biedt aan sjiieten, Armeniërs, druzen, maronieten en bahai, en dan mis ik nog achtentwintig erkende religieuze groepen.

Deze confessies zijn belangrijk in de Libanese politiek. De president is bijvoorbeeld altijd een christen, de parlementsvoorzitter een sjiiet en de minister-president een soenniet. Omdat religie zo essentieel is, wordt ze veel openlijker beleden dan in Nederland. Dat leidt tot voor ons vrij absurde rivaliteiten. Naarmate de sjiieten het lijden van imam Hoessein nadrukkelijker herdachten, gingen de christenen grotere diners organiseren als er een kind wordt gedoopt. Zo is Libanon in al zijn gevarieerdheid het Midden-Oosten in het klein.

De vorige keer dat ik mijn Libanese vrienden, maronitische christenen, sprak, onthielden ze zich van commentaar op de politiek, maar de laatste maanden zijn moeilijk geweest. Libanon (vier miljoen inwoners) moest ineens onderdak bieden aan 900.000 overwegend soennitische Syriërs, van wie niet aannemelijk is dat ze ooit terugkeren naar het land van de Alawitische president Assad. Ik vermoed dat mijn vrienden dit keer minder terughoudend zullen zijn in hun commentaar.

Vorige Volgende