Zuid-Korea wil helemaal geen dialoog
Wederom een gastbijdrage van Bas Verbeek, correspondent in Zuid-Korea. Lees ook zijn blog.
En toen was het weer stil in Panmunjom. Een paar dagen nadat de gesprekken tussen de Korea’s vastliepen sputterde de wederzijdse scheldmachine nog even door, maar nog geen week later zijn we weer terug bij de orde van de dag. Gaat Noord-Korea zijn frustratie uiten in een militaire provocatie? Is de verjaardag van Kim Jong-il aanleiding om middels militaire provocatie zijn zoon verder te installeren? De conservatieve kranten schreven: wil Noord-Korea wel écht dialoog? De boosaardige communisten wilden immers niet toegeven dat ze de Cheonan hebben getorpedeerd en schuldig zijn aan het Yeonpyeong incident – de voorwaarde voor het Zuiden om de gesprekken voort te zetten. Omdat het erg curieus is te eisen dat een verdachte eerst zijn daad toegeeft voordat het proces begint, wil ik het graag omdraaien: wil Zuid-Korea wel écht dialoog?
Terwijl het volk verhongert, wordt er grof geld uitgegeven aan het leger, paleizen en nucleaire reactoren. In plaats van menselijke prioriteiten te stellen in zijn budget, doet Noord-Korea een beroep op het buitenland om de honger te bestrijden en zo zijn onmenselijke mismanagement en militaire politiek voort te kunnen zetten. Natuurlijk zijn Zuid-Korea en de VS hier doodmoe van. Ze willen zich al jaren best inzetten om het land vooruit te helpen, maar als de geboden hulp telkens weer resulteert in een wapen dat recht in het gezicht van de gever gericht wordt terwijl het volk blijft lijden, is dat dubbel frustrerend. Het is op zichzelf niet gek dat de huidige Zuid-Koreaanse regering roept: ammehoela, zoek het lekker zelf maar uit. Als Noord-Korea écht vooruit wilt, moeten ze akkoord gaan met harde voorwaarden. Dat het voedsel door de buitenlandse hulporganisaties zelf tot in de keuken van de Noord-Koreanen wordt gebracht. Dat ze er vrij kunnen rondlopen om een oogje in het zeil te houden om te voorkomen dat het leger het voedsel komt ophalen. Dat Noord-Korea zich ontwapend voordat er serieuze zaken gedaan worden.
Minister Verhagen richt zijn innovatiebeleid op gebieden ‘waar Nederland goed in is’. Bestaande sectoren en bestaande spelers innovatieplannen laten maken kan bijna geen vernieuwing opleveren. Beter is het ruimte te geven voor nieuwe spelers. Een effectief innovatiebeleid is uiteindelijk niets meer dan het wegnemen van obstakels voor vernieuwende ideeën.
“Elk wapen gemaakt, elk oorlogsschip dat van stapel liep, elke afgevuurde raket betekent uiteindelijk diefstal van hen die hongeren en zonder voedsel zitten en van hen die kou lijden en geen kleren hebben. Deze wereld van de wapens geeft niet alleen geld uit. Ze besteed ook het zweet van de arbeiders, het genie van wetenschappers en de hoop van de kinderen. Hoe dan ook, dit is geen manier van leven.” Dit zei de Amerikaanse president Eisenhower in 1953.
Ze stonden er weer, de vertegenwoordigers van de acht grootste partijen, dit keer niet in de gedaante van de landelijke lijsttrekkers, maar van partijleden die in de Eerste Kamer hun groep aanvoeren of dat van plan zijn te gaan doen, zoals de pas benoemde PVV – er De Graaf die volgens eigen zeggen al bij de partij behoorde nog voor die bestond.
Nettime is een mailinglist waar mensen willen nadenken over media, internet, politiek en alles daartussen en daaromheen. Een paar dagen gelden
Facebook was natuurlijk belangrijk: de pagina ‘We are all Khaled Said’ mobiliseerde jongeren, en vanaf die pagina werd de oproep gedaan om op 25 januari te gaan demonstreren. Weblogs waren belangrijk: al jarenlang bloggen veel Egyptenaren over de politiek. Reporters Sans Frontières meldt al jarenlang dat nergens zoveel burgerjournalistiek wordt bedreven als in Egypte, maar ook: dat nergens zoveel bloggers gevangen zitten als daar. En Twitter was belangrijk: een geweldig medium om informatie snel door te geven.
Van iedereen worden talloze gegevens opgeslagen in databases. Je naam en adres staan in de gemeentelijke basisadministratie. Wat je lichamelijk of psychisch mankeert en welke medicijnen je daarvoor slikt, staat in het elektronisch patiëntendossier. Waar je in- en uitcheckt met de OV-chipkaart is opgeslagen in de centrale database van Trans Link Systems, de verenigde vervoersbedrijven. Dit zijn slechts enkele voorbeelden; de gemiddelde persoon staat in zo’n 250 tot 500 digitale databestanden.