Innovatiebeleid is obstakels opruimen
Een gastbijdrage van Bart Nooteboom, hoogleraar innovatiebeleid aan de Universiteit van Tilburg. Het stuk is ook te lezen op Me Judice.
Minister Verhagen richt zijn innovatiebeleid op gebieden ‘waar Nederland goed in is’. Bestaande sectoren en bestaande spelers innovatieplannen laten maken kan bijna geen vernieuwing opleveren. Beter is het ruimte te geven voor nieuwe spelers. Een effectief innovatiebeleid is uiteindelijk niets meer dan het wegnemen van obstakels voor vernieuwende ideeën.
Om te bewegen hebben we twee benen nodig: rechts en links. Om te bewegen in de economie hebben we nieuw rechts nodig en nieuw links. Volgens nieuw rechts moeten we zo weinig mogelijk centraal plannen en maximaal putten uit de rijkdom aan verspreide ideeën en initiatieven, van burgers in de politiek en van ondernemers in de economie.
Een voorbeeld van een teveel aan centraal ontwerp en planning in de economie is het denken in termen van ‘focus en massa’ dat momenteel de beleidsvorming in innovatie en onderzoek beheerst, en onder andere leidt tot het benoemen van bestaande gebieden ‘waar Nederland goed in is’ tot ‘topgebieden’.
Dat is oud links beleid, en ik begrijp niet dat minister Verhagen daar mee doorgaat.

“Elk wapen gemaakt, elk oorlogsschip dat van stapel liep, elke afgevuurde raket betekent uiteindelijk diefstal van hen die hongeren en zonder voedsel zitten en van hen die kou lijden en geen kleren hebben. Deze wereld van de wapens geeft niet alleen geld uit. Ze besteed ook het zweet van de arbeiders, het genie van wetenschappers en de hoop van de kinderen. Hoe dan ook, dit is geen manier van leven.” Dit zei de Amerikaanse president Eisenhower in 1953.
Ze stonden er weer, de vertegenwoordigers van de acht grootste partijen, dit keer niet in de gedaante van de landelijke lijsttrekkers, maar van partijleden die in de Eerste Kamer hun groep aanvoeren of dat van plan zijn te gaan doen, zoals de pas benoemde PVV – er De Graaf die volgens eigen zeggen al bij de partij behoorde nog voor die bestond.
Nettime is een mailinglist waar mensen willen nadenken over media, internet, politiek en alles daartussen en daaromheen. Een paar dagen gelden
Facebook was natuurlijk belangrijk: de pagina ‘We are all Khaled Said’ mobiliseerde jongeren, en vanaf die pagina werd de oproep gedaan om op 25 januari te gaan demonstreren. Weblogs waren belangrijk: al jarenlang bloggen veel Egyptenaren over de politiek. Reporters Sans Frontières meldt al jarenlang dat nergens zoveel burgerjournalistiek wordt bedreven als in Egypte, maar ook: dat nergens zoveel bloggers gevangen zitten als daar. En Twitter was belangrijk: een geweldig medium om informatie snel door te geven.
Van iedereen worden talloze gegevens opgeslagen in databases. Je naam en adres staan in de gemeentelijke basisadministratie. Wat je lichamelijk of psychisch mankeert en welke medicijnen je daarvoor slikt, staat in het elektronisch patiëntendossier. Waar je in- en uitcheckt met de OV-chipkaart is opgeslagen in de centrale database van Trans Link Systems, de verenigde vervoersbedrijven. Dit zijn slechts enkele voorbeelden; de gemiddelde persoon staat in zo’n 250 tot 500 digitale databestanden.