NOS verkiezingsdebat 14 februari 2011

Dit is een gastbijdrage van publicist, schrijver, recensent Rein Swart.

Ze stonden er weer, de vertegenwoordigers van de acht grootste partijen, dit keer niet in de gedaante van de landelijke lijsttrekkers, maar van partijleden die in de Eerste Kamer hun groep aanvoeren of dat van plan zijn te gaan doen, zoals de pas benoemde PVV – er De Graaf die volgens eigen zeggen al bij de partij behoorde nog voor die bestond.

Men zou verwachten dat deze lichting een ander geluid zou laten horen dan hun overbekende collega’s, maar dat bleek niet het geval. Dat had minder te maken met, zoals dat heet, het feit dat men in de Eerste Kamer bezadigder met elkaar omgaat, maar eerder met de keuze van de partijen die het kabinet steunen om het beleid inzet te maken van deze verkiezingen. Het was weer dezelfde retoriek die over de lippen kwam. Hermans (VVD) ging voorop met uitgekauwde en achterhaalde uitspraken over burgers die last zouden hebben van de bemoeizucht van de overheid en het liever zelf doen, maar ook Barth (PvdA) bracht de platgetreden wijsheid in stelling dat het kabinet de tegenstelling tussen de verschillende bevolkingsgroepen vergroot. Het was allemaal niet nieuw en dat gold voor iedereen.

Voor een deel valt dat op rekening van de NOS te schrijven, want met onderwerpen als het dragen van hoofddoekjes en de inzet van de dierenpolitie wordt de discussie vanzelf omlaag getrokken. Het begon al met het commentaar dat de lijsttrekkers mochten leveren op hun verkiezingsleuze. Waarschijnlijk waren ze daarvan op de hoogte want ze trokken zich niets aan van de snedige opmerkingen van Ferry Mingele en Dominique van der Heyde en trakteerden zichzelf meteen op een sigaar uit eigen doos. Grappig was wel de leus Een koe in de wei is ook natuur van de VVD die deed denken aan de poster ooit van de PSP.

Na de opening kregen Hermans, Barth, Van Boxtel (D’66) en Kox (SP) de stelling voorgelegd dat dit kabinet goed is voor de economie. Barth vond natuurlijk dat de koek niet eerlijk wordt verdeeld en Hermans dat we teveel geld uitgeven waardoor we volgende generaties opzadelen met een last. Van Boxtel miste hervormingen zoals innovatie in het onderwijs en Kox vond het verkeerd dat de rijkste kwart van de bevolking wordt ontzien en dat het kabinet het sociale de nek omdraait en een samenleving van individuen schept.

De tweede stelling ging over de onderwijsbezuinigingen, die al eerder door verschillende partijen, D’66 voorop, aangekaart werd, maar dat was van hetzelfde laken een pak. Hermans ontkende dat er bezuinigd werd en vond dat de versnippering in het hoger onderwijs aangepakt moest worden en dat teveel basisschoolleerlingen, namelijk één op de vijf, een speciale behandeling nodig heeft. Barth trok zich het lot van die kinderen aan en zei dat zoiets niet op de schouders van de leerkrachten neergelegd kan worden, waarvan er straks zesduizend worden ontslagen, terwijl er tegelijk een prestatiebeloning wordt ingevoerd waar niemand op zit te wachten. Ze deelde alvast een gele kaart uit en dreigde dat het een rode gaat worden.
Hermans vond dat Van Boxtel onzin uitkraamde over innovatie en dat de budgetten anders verdeeld moeten worden. Kox vroeg zich af hoe men Nederland slimmer kan maken door niet te investeren in het onderwijs. Dominique van der Heyde vroeg Hermans hoe hij dat dacht te gaan doen. Hermans noemde effectievere uitgaven, een minder versnipperd hoger onderwijs en een efficiënte organisatie, maar Van Boxtel bestreed dat en zei dat er een extra impuls nodig was.

De tweede ronde was voor De Graaf (PVV), Kuiper (CU), Brinkman (CDA) en Thissen (Groen Links). Hun eerste stelling handelde over de vraag of hoofddoekjes in overheidsdienst verboden moesten worden. Alleen De Graaf was het hiermee eens. Thissen begon zoals van hem verwacht mocht worden over samenbinden en moslims die hun best doen om te integreren. Brinkman vond dat hoofddoekjes moesten kunnen, behalve in functies als de rechtspraak. Volgens De Graaf staan hoofddoekjes symbool voor onderdrukking van de vrouw en dient de overheid een voorbeeldfunctie te vervullen. Kuiper wilde graag een moslimpartij erbij zodat ook hun stem wordt gehoord. Thissen vroeg aan De Graaf waarom de PVV de gratis inburgering wil afschaffen als men tegen vrouwenonderdrukking is.
De Graaf antwoordde dat mannen zich niet met hoofddoekje moeten bemoeien. Kuiper riep De Graaf op om mensen hun eigen gang te laten gaan, maar De Graaf lokte Kuiper uit zijn tent door hem te laten beweren dat het christendom een betere godsdienst is dan de islam.
Brinkman zei de nieuwkomers aan werk geholpen moeten worden en tegelijk te eisen dat ze de taal spreken want anders maakt men ze rijp voor de bijstand.
Ferry Mingele verbreedde de discussie door de stelling dat het goed was dat Europa een strenger integratiebeleid tegenhield. Brinkman betwijfelde of dat zo was, maar vond het niet goed dat importbruiden hier zomaar binnen konden komen en dat hun leeftijd naar vierentwintig moest. Thissen vond daarentegen dat iedereen gelijk behandeld diende te worden en stelde dat CDA en VVD zich laten ringeloren door de PVV. Toen De Graaf verwees naar de IND over massa-immigratie, vroeg Thissen hem over hoeveel mensen het ging en kreeg hij als antwoord 23.000 maar dat waren er volgens Thissen maar 6500. Kuiper hield vol dat het kader is veranderd en dat allochtonen kunnen ophoepelen. Brinkman was tegen het oneigenlijk gebruik van gezinsvereniging want andere landen doen dat ook en al te goed is buurmans gek. Kuiper begon over verboden hulp aan illegalen, maar Brinkman suste dat er geen razzia’s plaatsvinden. Mingele herinnerde hem eraan dat hulp wel strafbaar gesteld wordt. Brinkman zei dat hij zich tijdens de behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer daar tegen zal uitspreken. De Graaf was op zijn beurt tegen procedures die illegalen steeds weer aanspannen. Thissen zei dat het om mensen gaat die geen kant uit kunnen.

Dit laatste debat wat minder chaotisch omdat het beperkter was en dat zelfde gold voor het debat over de dierenpolitie.

Tenslotte debatteerden alle lijsttrekkers over de stelling dat het kabinet zonder meerderheid in de Eerste Kamer, waar het 35 van de 75 zetels bezet, niet door kan regeren. Thissen vond dat het regeerakkoord opengebroken moet worden, maar kreeg Hermans en Brinkman niet mee. Hermans erkende dat het moeilijk wordt maar stelde anderzijds dat Rutte in het Kunduz debat heeft laten zien dat hij creatief is. Brinkman zei dat men voor stabiliteit op het CDA moet stemmen. Mingele draaide dat om en vroeg of de stabiliteit van het kabinet afneemt bij een kleiner CDA. Barth gaat het kabinet in ieder geval moeilijk maken. Thissen zei dat provinciale thema’s te weinig aan de orde kwamen. Kuiper vond het fout van Edith Schippers om te zeggen dat degelijke wetgeving de Eerste Kamer zal passeren.
Mingele voelde De Graaf aan de tand over de opstelling van de PVV inzake Kunduz.
De Graaf vindt vooringenomenheid negatief en week uit door te zeggen dat links die op deze Valentijnsdag meer moet samenwerken. Dominique van der Heyde vroeg hem nog eens of de PVV Kunduz gaat blokkeren. De Graaf gaf toe dat hij vindt dat de missie niet moet doorgaan. Van Boxtel betreurde het dat het debat over klein leed ging, dat de politiek geen ondernemingsgeest uitstraalt en geen perspectief biedt en sloeg daarmee de spijker op de kop.
Barth riep nog eens dat het debat diende te gaan over de toekomst van Nederland en dat ze een dam zal opwerpen tegen de bezuinigingen op onderwijs, de zorg en de huurverhoging. Hermans kreeg op de verjaardag van de premier als laatste het woord en pleitte weer voor een financieel sterke natie die mensen ruimte geeft en daarmee waren we terug bij het begin.

Ik weet niet wie de NOS met dit televisiedebat denkt te bereiken, want jongeren zullen geen boodschap hebben aan lieden als Elco Brinkman die, met uitspraken over politieke vluchtelingen die hier welkom blijven in tegenstelling tot gelukszoekers die in vrouwen handelen of in andere duistere zaken, in een wassenbeeldenmuseum thuishoort en ouderen zullen langzamerhand deze grijsgedraaide plaat niet meer kunnen aanhoren, zeker niet als Kox van Hermans wil weten hoe het zat met de financiële crisis en de rol van de banken daarin en hij daarvoor niet de kans krijgt.

Het lijkt alsof we, getuige de matheid van de PvdA, meevaren met een vermoeid Europa, maar in een kajuit die binnensteedser is dan elders. Wellicht blijft het een kwestie van uitzweten, zoals Pechtold in zijn Abel Herzberglezing stelde, maar het kan ook zijn dat deze formule van debatteren uitgewerkt is en dat gezocht moet worden naar andere manieren om de toekomst van Nederland te bespreken. Anders dan in slogans, zoals ook steeds meer geldt voor de uitspraken van de lijsttrekkers, moet er ruimte zijn voor een uitwisseling van gedachten. Een levende democratie vraagt erom en heeft dat broodnodig.

  1. 1

    Dank voor uw wedstrijdverslag. Volgens mij heb ik welgeteld niets gemist toen ik lekker iets anders aan het kijken was. Wat vrij weinig uitmaakt want ik ging toch niet stemmen.

  2. 2

    Andere formule:

    Ik ben erg voor een “zomergasten” concept. Waarbij de weken voor de verkiezingen lijststrekkers allemaal een avond lang hun wereldbeeld uiteenzetten en onderbouwen.

    Dan weet je tenminste van iemand beweegt en welke kant die echt op wil. IPV die one-liners.

    Uiteraard is deze formule alleen van toepassing bij 2de kamer verkiezingen.

  3. 3

    Ik vond het toch al een raar debat, want we kunnen op geen van deze lijsttrekkers stemmen. Dat debat zouden ze moeten houden in een zaal voor de verzamelde PS-leden (van na 2 maart), want die moeten op hen stemmen.

  4. 4

    Bismarck, precies, want provinciale thema’s kwamen niet aan de orde. Alleen voor of tegen dit kabinet, hoe staan we t.o.v. de PVV, en de miljarden bezuinigingen, wat meer voer voor discussie is op 2e kamer niveau.

  5. 5

    Op zich lijkt me dat een perfecte formule, net als “24 uur met…” maar ik vrees dat de politici die aan dat soort programma’s meedoen toch door voorlichters en partij spin-doctors voorgebakken partij cliches gaan afleveren. Onder voorwaarde dat er een bijzonder goede interviewer (m/v) aan de andere kant van de tafel zit zou je hier en daar een uitzonderingsgeval kunnen meemaken, maar voor de rest krijg je dan toch half ware anecdotes hoe ze in hun jeugd het licht hebben leren zien en vanaf dat moment liberaal, socialist, sociaal-liberaal, progressef, conservatief etcetcetc zijn geworden om vervolgens de zegeningen van hun partij te ventileren in uitgekauwde cliches.
    Ik vrees dat om echt een levendig debat in de politiek te bewerkstelligen een eerste, onrealistische, stap is om spindoctors, mediastrategen en marketeers uit te bannen.