De Verenigde Staten lijken de afgelopen maanden buitenlandse politiek te bedrijven alsof iemand halverwege een potje Risk telkens het bord omgooit. Eerst onderhandelingen met Iran. Dan signalen dat een deal “nog steeds mogelijk” is. Vervolgens weer aanvallen. Daarna opnieuw diplomatieke taal. Ondertussen stijgen olie- en gasprijzen zodra Washington besluit ergens een raket op af te sturen.
Wie probeert hier eigenlijk nog een lijn in te ontdekken?
Het klassieke beeld van de VS was ooit dat van een cynische, imperialistische grootmacht met tenminste een strategische doctrine. Die doctrine kon verwerpelijk zijn, desastreus zelfs, denk aan Irak, Vietnam of talloze staatsgrepen, alleen er zat doorgaans een herkenbare logica achter. Bondgenoten werden beschermd, vijanden – echte of bedachte – geïsoleerd, markten bewaakt, invloedssferen afgebakend. De wereld wist ongeveer waar Washington stond, ook wanneer dat standpunt neerkwam op: wij bepalen de regels.
Dat beeld valt inmiddels hard uit elkaar. Onder Trump is buitenlandse politiek steeds meer gaan lijken op een reeks losse impulsen, gestuurd door verkiezingsdruk, mediacycli, persoonlijke profilering en de behoefte om voortdurend kracht uit te stralen. Onderhandelingen ogen als tijdelijke tussenstations. Diplomatie functioneert vooral als decor tussen escalaties door. Zelfs eigen ministers lijken geregeld pas via de televisie te ontdekken welke koers Trump die ochtend heeft gekozen. Bondgenoten inlichten lijkt optioneel geworden, ook wanneer besluiten hen direct raken of wanneer tegelijk verwacht wordt dat ze loyaal meebewegen.
Daar komt de economische component bovenop. De VS presenteerden zichzelf graag als stabiliserende wereldmacht, terwijl hun beleid nu steeds vaker werkt als een motor van mondiale onzekerheid. Een aanval hier, een sanctie daar, een dreigement erbovenop, en prompt schieten energieprijzen omhoog. En de dag erna wordt alles weer teruggedraaid. Andere regeringen mogen vervolgens uitleggen waarom burgers opnieuw meer betalen voor gas, elektriciteit en transport, alsof geopolitieke instabiliteit spontaan uit de lucht komt vallen.
De VS gedragen zich tegelijk als onderhandelaar, brandstichter en scheidsrechter van hetzelfde conflict. Alsof een pyromaan tussendoor aanbiedt om ook de brandveiligheidsinspectie uit te voeren. Iran moet “aan tafel blijven”, terwijl die tafel elk moment weggebombardeerd kan worden zodra dat binnenlands politiek beter uitkomt. Of omdat Trump slecht geslapen heeft.
Dat is onder Trump inmiddels de echte doctrine geworden: maximale onvoorspelbaarheid als machtsinstrument. Alleen tast zo’n strategie precies datgene aan waarop Amerikaanse macht decennialang dreef: voorspelbaarheid, allianties, vertrouwen in instituties en het idee dat Washington uiteindelijk soort van rationeel handelde vanuit een herkenbaar eigenbelang.
Nu ontstaat steeds vaker de indruk dat ook Washington geen duidelijk antwoord meer heeft op de vraag waar het eigenlijk naartoe wil, hoe druk Fox News ook bezig is om het te framen als een vijfdimensionaal schaakspel van een hoogbegaafd leider.