Donald Trump haalt regelmatig weer een cognitieve test. Althans, dat zegt hij zelf, en hij zegt het vaak genoeg om het tot campagneritueel te verheffen: een perfecte score. Alweer. De conclusie volgens Trump: geniaal. De conclusie volgens de test zelf: geslaagd voor een screening die bedoeld is om vroege signalen van cognitieve achteruitgang te detecteren. Een niet-perfecte score wijst op problemen.
Die test heet de Montreal Cognitive Assessment, de MoCA. In de kliniek is het een laagdrempelige screening voor onder meer Alzheimer en andere vormen van dementie. Artsen gebruiken hem om te zien of verder onderzoek nodig is. Niet om iemand tot stabiel genie te kronen. Het feit dat Trump er telkens op terugkomt, en dat die test volgens zijn eigen woorden regelmatig wordt herhaald, suggereert vooral dat er reden is om te blijven screenen. In de geneeskunde herhaal je geen simpele check-ups omdat alles zo uitzonderlijk goed gaat.
Ook steeds meer neurologen en geriatrische specialisten laten in media en vakreacties doorschemeren dat het patroon opvalt: de nadruk op een eenvoudige screening, het herhalen ervan, en het publieke gedrag van Trump dat moeilijk te rijmen is met de bravoure waarmee de uitslag wordt verkocht. Ze formuleren dat meestal omzichtig, met de bekende disclaimer dat een diagnose op afstand onzinnig is. Tegelijk stellen ze wel vast dat herhaald testen en opvallend gedrag precies de omstandigheden zijn waarin je normaal gesproken juist verder kijkt, niet achterover leunt.
Dat gedrag is inmiddels uitvoerig gedocumenteerd. Lange, meanderende monologen die halverwege een nieuwe richting inslaan, zinnen die eindigen waar ze nooit begonnen, associaties die eerder lijken te worden gestuurd door het laatste woord dan door een gedachtegang. Daar bovenop een motoriek die geregeld aanleiding geeft tot vragen: een stijf, soms schuifelend looppatroon, moeite met hellingen en trappen, momenten van zichtbaar zoeken naar balans. Elk afzonderlijk element kan een onschuldige verklaring hebben. De optelsom vormt het probleem.
De medische literatuur is daar niet dubbelzinnig over. Veranderingen in taalgebruik, executieve functies en motoriek worden in samenhang bekeken wanneer men denkt aan cognitieve achteruitgang. Studies naar ‘gait and cognition’ laten zien dat veranderingen in looppatroon en loopsnelheid samenhangen met verhoogd risico op dementie. Dat maakt van elk videofragment nog geen diagnose. Het maakt wel dat het vreemd oogt wanneer iemand die nadrukkelijk onder die vergrootglasvoorwaarden valt, zichzelf presenteert als schoolvoorbeeld van cognitieve superioriteit op basis van een korte screening. En er is voldoende materiaal dat aantoont dat Trump zijn taalgebruik de afgelopen decennia flink is veranderd, in negatieve zin.
Daar komt een politieke laag bovenop. Trump gebruikt de test als bewijsstuk, en dwingt daarmee zelf een vergelijking af tussen claim en werkelijkheid. Hij vraagt het publiek om de witte jas te geloven, en tegelijkertijd om het eigen oordeel te negeren. Dat werkt alleen zolang men bereid is de framing over te nemen. Jarenlang gebeurde dat, vooral door hem welgezinde media: de test werd gebracht als ‘moeilijk’, de score als ‘indrukwekkend’. Inmiddels begint dat te schuiven. Factchecks en medische duiding maken steeds explicieter dat de MoCA geen IQ-test is en dat herhaald testen geen teken van uitzonderlijke scherpte vormt.
De gebruikelijke tegenwerping blijft de Goldwater Rule: geen diagnoses op afstand. Terecht. Alleen fungeert die regel hier steeds vaker als schild voor een andere realiteit, en kan je afvragen of de regel wel opgaat voor iemand die dag in dag uit in het voetlicht staat. Het debat gaat allang niet meer over een formeel etiket. Het gaat over risicobeoordeling bij iemand die de macht heeft, en kan beslissen over oorlog en vrede. Alzheimer tast bijvoorbeeld inhibitie aan, toch niet geheel ongevaarlijk voor iemand die de Amerikaanse nucleaire codes heeft. In vrijwel elke andere context zou iemand met dit profiel onderwerp zijn van verdiepend onderzoek en transparante rapportage. Hier wordt een simpele screening opgevoerd als eindstation.
Een test die bedoeld is om vroege tekenen van achteruitgang te signaleren, wordt ingezet als marketinginstrument voor onverwoestbaarheid. En elke herhaling van die test, elke nieuwe verwijzing naar die perfecte score, onderstreept precies wat hij moet ontkennen: dat de vraag al gesteld is, en dat steeds meer mensen met medische achtergrond die vraag inmiddels hardop durven te herhalen.
Reacties (1)
Het lijkt me duidelijk dat Trump niet zo gezond is, cognitief, psychisch en fysiek. Je zou hopen dat de (Amerikaanse) pers hier net zo’n punt van maakt als bij de achteruitgang van Biden het geval was.
Toch blijft het lastig om in alle chaos van afstand nu precies de vinger te leggen op wat er aan de hand is. Verhalen over Trumps (mogelijke) dementie dateren al van zijn eerste termijn, en hoewel hij er niet op is vooruitgegaan zou je toch ook een sterkere achteruitgang verwachten in 8 jaar is mijn gevoel. Dus inderdaad: diagnoses op afstand blijft een tricky business. Het is ook uiteindelijk niet echt belangrijk wat hem precies mankeert; er zijn immers meer dan genoeg redenen om te concluderen dat hij volstrek ongeschikt is als president van de VS en zo snel mogelijk afgezet zou moeten worden.