1. 1

    Gezien de financiele deals waarmee het hoofdstuk `bouwfraude’ is afgesloten, heeft het bouwfraude onderzoek nauwelijks ergens toegediend. De strafrechtelijke vervolging is volstrekt onvoldoende geweest. Een en ander heeft bij mij absoluut niet tot het vertrouwen geleidt dat dit niet meer voorkomt. Het gebeuren in Limburg bevestigt voor mij alleen maar dat een en ander hooguit een dipje heeft gehad, maar verder gewoon door is gegaan.

  2. 2

    Het is optie 2: business as usual.
    Even tegen de geldende weblog-etiquette in, verwijs ik naar dit artikel van 16 januari jl. , waarin niet alleen herinnerd wordt aan de affaires in de jaren na de parlementaire enquete van 2002, maar ook wordt gewezen op nieuwe tacktieken in de bouwwereld.
    In 2004 werden ambtenaren en een aannemer veroordeeld wegens corruptie, in 2006 werden alweer verboden prijsafspraken ontdekt en in 2008 concludeerde het NMa dat de bouwwereld zelf meent dat een kwart van de collega’s nog steeds fraudeert.

    Naast regelrechte fraude heeft de bouwwereld ondertussen andere methoden ontdekt om aan hun gerief te komen: dwangmaatregelen, ofwel een vorm van chantage.
    Bouwprojecten stagneren omdat aannemers zich niet inschrijven bij aanbestedingen, als er geen inschrijfgeld of rekenvergoedingen worden betaald.
    Dat rekengeld is een relikwie die na de parlementaire enquete tot taboe is verklaard. Nu zien aanbesteders zich gedwongen dat wel te betalen.
    Hebben de aannemers deze strategie onderling afgesproken?

  3. 3

    De bouwfraude-zaak draaide om kartel-afspraken rondom rekenvergoedingen.

    De casus in Limburg draait om omkoping. Allebei laakbaar, maar ook heel verschillende zaken.

    Met rekenvergoedingen is overigens niets mis (=voor je rekenwerk betaald krijgen, grote acquisities kosten tot miljoenen aan offrtewerk).

  4. 6

    @3: Juist, de binnengehaalde vergoedingen werden verdeeld onder degenen die opdracht niet zouden krijgen. De verdeling (van zowel de opdrachten als de vergoedingen) werden onderling bepaald.
    Nu is het alleen toegstaan een vergoeding te geven als bij de offerte ook een ontwerp wordt verlangd. In zo’n geval is het maken van een offerte een stuk duurder, want dan moeten er ontwerpers/architecten aan de slag.
    Voor dat deel kan men dus nog steeds vergoed worden.

    Maar om nu voor het overig rekenwerk massaal te besluiten niet aan de inschrijvingen mee te doen, riekt toch naar onderling afgesproken strategie, die bijna afpersing is te noemen.

    @4: Ik denk dat elke provincie wel een vriendenrepubliek kent.