Een twitterverbod voor Wilders?
OPINIE - Het grondrecht op de vrijheid van meningsuiting is een van de meest bekende burgerrechten. Te pas en te onpas wordt het gebruikt als argument in allerlei maatschappelijke debatten. Ondanks het universele karakter van het recht staat de uitingsvrijheid bovenaan in het rijtje ‘Nederlandse’ waarden die we hoog moeten houden. Maar er heerst nog veel onbegrip over waar het bij dit grondrecht nu werkelijk om draait.
Twee weken geleden schreef ik over de medewerkers en studenten van de Universiteit van Amsterdam die een Canadese professor onder curatele wilden stellen. Met hun onhandige open brief miskenden ze de wederkerigheid van de uitingsvrijheid: ik tolereer uitingen ondanks de afkeer die ik voel en reken er op dat aan mij ook de ruimte gegund wordt om mijn standpunten naar buiten te brengen. En alleen de rechter bepaalt de grenzen.
Tolerantie was ook ver te zoeken bij de Friezen die vorig jaar de A7 blokkeerden om demonstranten tegen Zwarte Piet te verhinderen hun protest bij de intocht van Sinterklaas in Dokkum te laten horen. De ‘blokkeerfriezen’ kregen deze week taakstraffen opgelegd van 80 tot 240 uur. De rechtbank: ‘Het recht om te demonstreren is een grondrecht. Verdachten hebben het recht echter in eigen hand genomen. Eigenrichting kan in een democratische rechtsstaat niet worden getolereerd.’ Een van de actievoerders: ‘Als ze een straf opleggen is het om die linkse ratten in Den Haag tevreden te stellen.’