Ik ben te lui om het even op te zoeken

In de auto richting het midden des lands luisteren wij naar Radio 1, waarop het programma Tros Kamerbreed bezig is. Arie Slob, Jolande Sap en Thijs Berman zijn aanwezig om te praten over de consequenties van het Lente-in-Kunduz-akkoord. Terwijl mijn zoon achterin om zijn speentje jengelt, hoor ik hoe met name Jolande Sap het zinloos zwaar te verduren krijgt dankzij de vragen van de mannelijke helft van de twee interviewers. De interviewer heeft een onwaarschijnlijk zeikstem, de  verzuurde zelfgenoegzaamheid sijpelt uit de luidsprekers en brandt zich een gat in de vloer waardoor er imaginaire walmen ontstaan die de beperkte ruimte in onze gehuurde Volkswagen Polo zodanig vullen dat het, ondanks de wind die door de open staande ramen raast, niet te harden is. Maar wij blijven luisteren, uit solidariteit en piëteit met Sap. Zo zijn wij. In- en ingoede mensen.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol
Foto: copyright ok. Gecheckt 27-09-2022

Zeer gehecht

Als u tegen de zestig loopt en u hield niet van de muziek van The Cats of van Sam en Dave, dan is er een grote kans dat u Manic depression van Jimi Hendrix zo meeneuriet. Ook de jongeren zullen het lied misschien herkennen, want de Red Hot Chili Peppers en Yngwie Malmsteen en nog wel tien anderen hebben het nummer ook eens gecovered. Het is dan ook een prachtig nummer uit 1967, geschreven in die toentertijd vreemd aandoende driekwartsmaat.

Tekstueel is het minder goed: het is tamelijk slordig geschreven. Wat moet je als luisteraar nu met een mededeling als Manic depression is touching my soul of Manic depression is a frustating mess? Maar de meeste songteksten zijn nu eenmaal ‘ongericht geoudehoer’, zoals ik het eens heb genoemd. Je zou gemakkelijk een andere tekst bij dit nummer kunnen verzinnen, Spanish recession bijvoorbeeld. Je hoeft maar een paar woorden te veranderen in de oorspronkelijke tekst. Als ik mijn huis had schoongemaakt, zong ik op Jimi’s melodie: In mijnen huize is alles weer fris! Padompadom pompadompadom!

Wat later, in de jaren zeventig, ontdekte ik Bach. Dat kwam door Glenn Gould, die ook geen kwaad kan doen bij mij thuis. Fantastische pianist. Ik las in een Amerikaans blad eens dat Gould boring zou spelen, en ik heb toen een avond en een nacht besteed aan een stuk waarin ik dat weersprak. De volgende ochtend gooide ik mijn stuk in de prullenmand, want toen was mijn nijd wel over. Op Facebook zei iemand exact hetzelfde, Gould is boring, dat is ongeveer een maand geleden. Toen heb ik kalm en nuchter commentaar geleverd in de trant van: welke van de ongeveer 100 elpees vind je dan niet goed? Het hele Bachwerk, volgens hem, want (ik ben te lui om het even op te zoeken, dus ik parafraseer nu) Gould sprak de taal niet van de barok. Ik heb me beheerst en schreef terug: ‘En u natuurlijk wel.’ Daarop kwam geen antwoord meer. Ik heb hem niet ontvriend, want andere keren zegt hij soms tamelijk verstandige dingen en ontvrienden moet je eigenlijk alleen doen met de misdadigers in je kringen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-11-2022

Ga aan het werk, luie donder

Het zijn eigenaardige tijden voor mij. Afgelopen donderdag had ik de laatste werkdag bij het reclamebureau waar ik een klein twaalf jaar had gewerkt. Het ging niet meer. Het klantenbestand droogde op en nieuwe klanten kwamen er niet bij. Mijn baas was van de oude stempel. Opgevoed in de reclamewereld gedurende de woelige jaren ’80 en ’90. Niet de klant had altijd gelijk, het reclamebureau had altijd gelijk. En als de klant het daar niet mee eens was, dan zocht de klant maar een ander reclamebureau.

Daar kwam bij dat wij dat hele internet enigszins verwaarloosd hadden. Niet omdat we het onderschatten, maar omdat onze klanten dachten dat je voor internet gespecialiseerde bureaus moest inschakelen. Hebben wij altijd maar laten gaan. Zoveel stelde het niet voor wat die gespecialiseerde bureaus voor onze klanten deden. Pas toen wij veel te laat tot de ontdekking waren gekomen dat een eenvoudige bannercampagne een kleine zeven ton had gekost, begrepen wij pas onze inschattingsfout.

Sinds april ben ik aan het solliciteren. Maar ervaren copywriters worden bijna niet meer gezocht. Daar zijn er veel te veel van. Er is een overschot aan copywriters. Met één of twee copywriters heb je ook wel genoeg voor een vrij groot reclamebureau. De rest van het creatieve team wordt opgevuld met art directors, strategen, web developers, 3D-designers en weet ik veel wat voor namen ze aan de beesies wensen te geven.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

De vermoedelijke toedracht

 

In de jaren zeventig van de vorige eeuw – ik spreek voor de historici onder u – groeide alles nog als kool en straalden de mensen van geluk terwijl ze de essays van W.F. Hermans lazen. Het was in die jaren tamelijk normaal dat een baas naar je toe kwam en vroeg: ‘Kom je bij me werken?’ Dat gebeurde mij ook. Ik heb trouwens nooit ergens gesolliciteerd, ik zou niet weten hoe ik me moest gedragen. In mijn c.v. zou staan: ‘Ik houd bijvoorbeeld van Bach’, want ik weet niet hoe dat soort teksten gaan.

In die heerlijke jaren zeventig kwam Henk Weltens van Drukkerij Weltens uit het nabijgelegen dorp H. een keer bij me op bezoek. Hij had een zetter nodig, hij wist dat ik kon typen, want ik maakte toentertijd het dorpsblad bij een concurrerende drukkerij, en zo had hij van mij gehoord. Ik had er wel oren naar, want die Henk mocht ik op het eerste gezicht. Dus ik zei ja, ik kom over een maand bij je werken. Henk zei: ‘Dan maak ik je gelijk lid van de grafische bond, want daar moet je lid van zijn. Dat moet.’ Ik zei hem dat ik geen lid zou willen worden van welke vereniging ook en dat hij me dan maar moest opschrijven als administratief medewerker. Dan hoefde je geen lid van die bond te worden. Dat was ook goed, zei Henk. De volgende ochtend zegde ik mijn werk op bij het tamelijk vervelende Bureau voor de Verhuur van Vakantiewoningen te C.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-11-2022

Laten we beginnen

Het is nu twee dagen mooi weer en ik hoor al mensen klagen dat het te warm is. Als er één volk is dat kan klagen, dan zijn wij het. Alhoewel, dat zeg ik nu wel, maar de grootste klager die ik heb gekend, was wijlen mijn grootmoeder van vaders kant, en die kwam uit Georgië. Die klaagde over alles. Ze hoefde er niet over na te denken. Ze klaagde automatisch. Het was voor haar als ademen. Ze hoefde maar een kamer binnen te lopen of ze had drie dingen om over te klagen. Er was te veel herrie. De stoelen waren niet goed. Het was te koud. Dat laatste was standaard. Het was altijd te koud.

Toen ik nog heel klein was, was ik eens met mijn ouders op vakantie in Zuid-Frankrijk. In La Grande Motte, om precies te zijn, een eigenaardig mediterraan stadje dat bekend stond om zijn modernistische, in mijn peuterogen bijzonder vreemde architectuur. Ik kan me, naast die architectuur, twee dingen van die vakantie herinneren. De eerste herinnering speelt zich af op zo’n klein treintje waarmee toeristen over de boulevard een rondleiding krijgen. Twee Franse jongens waren opgestapt zonder dat ze een kaartje hadden. Nozems, noemde mijn vader ze, hoewel we het hier over het begin van de jaren ’80 hadden. Ze werden er af gegooid door het meisje dat tekst en uitleg gaf tijdens de rondgang. Mijn vader keek het goedkeurend aan en zei dat die nozems een draai om hun oren verdienden. Ik probeerde dit te visualiseren en zag voor mijn geestesoog hoe het meisje met haar rechterhand rondjes draaide om de oren van een van de jongens. Een bijzonder eigenaardige straf, vond ik.

Vorige