Ga aan het werk, luie donder

Het zijn eigenaardige tijden voor mij. Afgelopen donderdag had ik de laatste werkdag bij het reclamebureau waar ik een klein twaalf jaar had gewerkt. Het ging niet meer. Het klantenbestand droogde op en nieuwe klanten kwamen er niet bij. Mijn baas was van de oude stempel. Opgevoed in de reclamewereld gedurende de woelige jaren ’80 en ’90. Niet de klant had altijd gelijk, het reclamebureau had altijd gelijk. En als de klant het daar niet mee eens was, dan zocht de klant maar een ander reclamebureau.

Daar kwam bij dat wij dat hele internet enigszins verwaarloosd hadden. Niet omdat we het onderschatten, maar omdat onze klanten dachten dat je voor internet gespecialiseerde bureaus moest inschakelen. Hebben wij altijd maar laten gaan. Zoveel stelde het niet voor wat die gespecialiseerde bureaus voor onze klanten deden. Pas toen wij veel te laat tot de ontdekking waren gekomen dat een eenvoudige bannercampagne een kleine zeven ton had gekost, begrepen wij pas onze inschattingsfout.

Sinds april ben ik aan het solliciteren. Maar ervaren copywriters worden bijna niet meer gezocht. Daar zijn er veel te veel van. Er is een overschot aan copywriters. Met één of twee copywriters heb je ook wel genoeg voor een vrij groot reclamebureau. De rest van het creatieve team wordt opgevuld met art directors, strategen, web developers, 3D-designers en weet ik veel wat voor namen ze aan de beesies wensen te geven.

Gelukkig kwam er toen een postorderbedrijf op mijn pad, bekend om hun catalogi waarmee menigeen in mijn mannelijke kennissenkring zijn eerste masturbatie-ervaringen heeft opgedaan. Tegenwoordig opereren ze uitsluitend op internet. Ik wilde eigenlijk niet solliciteren, want de functie leek me veel te saai, maar ik deed het toch. Enige sollicitatie-oefening is nooit weg. Ik werd uitgenodigd. Het gesprek was prettig, en de functie was vele malen interessanter dan ik had gedacht. Het enige nadeel was: het postorderbedrijf lag op twee uur reizen van deur tot deur. Maar ik mocht in de trein werken.

Jarenlang heb ik in Amsterdam gewoond en gewerkt. Na al die jaren op mijn fietsje naar mijn werk te zijn gegaan, ga ik forensen. En meteen ook goed forensen. Als overtuigd taoïst begrijp ik dat het evenwicht bewaard moet worden. Het geluk om meteen weer met een zeer aantrekkelijke baan verder te kunnen, moest worden gecompenseerd. Het evenwicht hersteld. Ik dacht zelf dat die reistijd (twee uur van deur tot deur) wel genoeg compensatie was. Maar dat was buiten het blitzakkoord van de wandelgangencoalitie gerekend.

Op de foto ziet u de minicactus die jaren lang op mijn bureau heeft gestaan. Ik heb ’m gekocht van een dakloze die van deur tot deur ging met miniplantjes. De cactus is nu een jaar of vier oud. Ik kocht de cactus om aan mijn humane plicht te voldoen. En omdat ik heel slecht ben om te weigeren als iemand iets aanbiedt. Zeker als die iemand in een deuropening staat. Vandaar dat ik niet zo snel voor jehova-getuiges zou open doen (ik heb er trouwens nog nooit een aan mijn deur gehad, behalve toen ik heel klein was, maar toen vroegen ze naar mijn ouders – kennelijk vonden ze het de moeite niet waard om iemand van een jaar of zes van hun malle overtuigingen te overtuigen). Maar inmiddels ben ik zeer gehecht geraakt aan mijn minicactus. Hij gaat mee en zal me eraan helpen herinneren dat ik altijd gelijk heb.

  1. 1

    Verrek, forensen net nou de reiskostenvergoeding wordt afgeschaft.
    Jammer van je baan in A’dam. Maar per trein gaat er een wereld voor je open, kan ik je verzekeren. Je kan er zelfs weblogawards mee rondbrengen, zoals je wellicht nog weet.
    En naar aanleidng van die cactus: de daklozendinges is booming business. Alleen komen er geen banen bij. En wie een cv uit die branche heeft, komt elders slecht aan het werk. Maar goed, zo te zien kunnen we de eerste dakloze reclamelui niet aan onze deur verwachten ;-)

  2. 2

    En ik ben in april ook net veranderd van werkgever. Voor mij betekende dat juist een paar uur minder in de trein: mijn nieuwe werkplek is nu 5 minuten fietsen van huis. Voel me net die blijmoedige man uit die Telfortreclame: “Crisis? Ik vind het wel verfrissend”. Veel plezier op de nieuwe werkplek.

  3. 3

    Toen mijn zoontje zeven was (hij is nu twaalf) vond ik een blikken doosje onder zijn bed. Ik keek er even in en tot mijn verbazing vond ik allemaal uitgeknipte plaatjes van Wehkamp dames in ondergoed en badkleding. Waarmee ik maar gezegd wil hebben dat die papieren catalogus een instituut is dat je er niet zomaar uit kunt gooien. Maak je daar hard voor, Max. Generaties van pubers en prepubers deden het ook.

    Overigens is in de trein werken een zegen. Meestal heb ik mijn werk/ correspondentie al af voordat ik aankom en ben eigenlijk alleen nog maar bezig met “management by walking around”.

  4. 4

    Wat mij als collega-copywriter bevreemdt, is dat ze daar bij de W. überhaupt willen dat je naar ze toe komt. Je kunt toch gewoon thuis werken? In ieder geval een paar dagen per week? Ik zit nota bene al bijna 12 jaar copy te writen op 800km van mijn klanten. Geen enkel probleem.

  5. 6

    Ik hou van Amsterdam en mijn vrouw werkt in Amsterdam. Als ik mijn kinderen was, dan zou ik niet willen dat ik later moest zeggen dat ik een Zwollenaar was, terwijl ik ook een Amsterdammer had kunnen zijn.

    Alhoewel, dat zeg ik nu wel, maar mensen die zeggen Amsterdammer te zijn, zijn zo ongeveer de ergste mensen op aarde. Wat dan ook weer wat overdreven is, maar ja, overdrijven zit me nu eenmaal in het bloed. En wellicht ook in dat van mijn kinderen.

    Dus misschien is verhuizen inderdaad maar het beste.