Wat kunnen sociaal-democraten van Piketty leren?

Hoe kunnen sociaal-democraten de bevindingen van Thomas Piketty het beste vertalen naar concreet beleid? Naar aanleiding van een analyse van 'Capital in the Twenty-First Century', doet Paul de Beer enkele aanbevelingen. Capital in the Twenty-First Century van de Franse econoom Thomas Piketty heeft een schokgolf onder economen teweeggebracht. Een enkeling heeft het boek al begroet als het belangrijkste economische werk sinds Marx’ Das Kapital. Niet alleen de titel geeft hiertoe aanleiding, maar ook de breedte en diepgravendheid van Piketty’s analyse. In een tijd waarin de grote verhalen heten te hebben afgedaan omdat de wereld van vandaag te complex is om in enkele simpele formules te vangen, is dat precies wat Piketty doet. Heel kort samengevat luidt Piketty’s geschiedenis van de afgelopen twee eeuwen dat zowel de omvang als de concentratie van vermogen en het aandeel van vermogensinkomsten in het nationaal inkomen een U-vormig verloop vertonen. Daardoor zijn de westerse landen momenteel op weg naar een situatie waarin het vermogen net zo omvangrijk is (in verhouding tot het nationaal inkomen) en net zo sterk geconcentreerd als in de negentiende eeuw.

Quote du jour | Ongelijkheidspopulisme

In linkse kringen is het bon ton om te roepen dat de ongelijkheid groeit. […] Dit ongelijkheidspopulisme kan met feiten worden weerlegd.

Arno Scheepers, VVD-raadslid in Hilversum, in de Volkskrant.

Kom maar op dan, zou ik zeggen:

Eind 2013 heeft het CBS aan de hand van de gini-coëfficiënt, de internationale maatstaf voor inkomensongelijkheid, aangetoond dat die sinds 2000 nagenoeg ongewijzigd is gebleven.

En wat heeft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid daar in juni van dit jaar over gezegd?

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Parti Socialiste du Loiret (cc)

De toekomst van ongelijkheid

OPINIE - Zonder ingrijpen, dreigt de economische ongelijkheid de komende decennia drastisch toe te nemen, vindt Thomas Piketty.

De verdeling van inkomen en vermogen is een van de meest controversiële vraagstukken van vandaag. Het goede nieuws is dat het verschillende kanten op kan gaan. De geschiedenis leert ons dat economische krachten zowel naar meer als minder gelijkheid kunnen voeren. Welke kracht sterker blijkt is afhankelijk van de welke instellingen en welk beleid we gezamenlijk kiezen.

Efficiëntie en gelijke kansen in het onderwijs combineren

Historisch gezien is de belangrijkste gelijkmakende kracht de verspreiding van kennis en vaardigheden. Maar hiervoor zijn wel onderwijsinstellingen nodig die voor iedereen toegankelijk zijn, en structurele investeringen in scholing. De vraag hoe te komen tot een hogeronderwijssysteem dat efficiënt is en tegelijk gelijke kansen biedt, vormt wereldwijd een grote uitdaging waarvoor nog geen enkel land een volledig adequate oplossing heeft gevonden.

Heroverweeg belasting op hoge inkomens uit arbeid

Gelijke toegang tot onderwijs is noodzakelijk, maar niet voldoende. Het garandeert niet automatisch een eerlijke en harmonieuze verdeling van inkomen en vermogen. De inkomensongelijkheid in de VS is sinds de jaren tachtig spectaculair gestegen, vooral door de ongekende explosie van de inkomens van grootverdieners. Daardoor is nu sprake van een ware scheiding tussen de topbestuurders van grote bedrijven en de rest van de bevolking.

Foto: Seth Anderson (cc)

Rechts is doodsbang voor Piketty

OPINIE - Deze observatie wordt weer eens bevestigd, deze keer door Patrick van Schie, directeur van de Teldersstichting, die op zijn gebruikelijke leugenachtige wijze zijn lezers zand in de ogen probeert te strooien.

In zijn laatste column ‘Afgunst, door links opgepoetst tot deugd‘ doet hij een poging niet alleen Piketty, maar ook het recente rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, waarin wordt gesteld dat de ongelijkheid in Nederland al decennialang toeneemt, te ondergraven.

Ziehier dus een schaamteloze propagandist in actie.

Allereerst krijgen we vage verdachtmakingen:

In Nederland heeft Piketty deze week hulp gekregen van linkse wetenschappers die opereren onder de quasi-neutrale vlag van de WRR.

Want:

Minstens twee auteurs van het afgelopen week gepubliceerde WRR-rapport Hoe ongelijk is Nederland? zijn al decennia actief in PvdA-kring

Dat er nog zes andere auteurs dus niet bij een linkse politieke partij zijn aangesloten, krijgen we uiteraard niet te horen.

Dat de leden van de WRR worden voorgedragen door de ministerraad en dat de laatste keer dat ‘links’ de grootste regeringspartij leverde nog in de tijd van Kok was, krijgen we uiteraard ook niet te horen.

En betekent dit dan ook dat we nooit meer een wetenschapper van VVD-huize serieus hoeven te nemen? Geldt dat evenzo voor de ‘historicus’ Patrick van Schie die directeur is van het wetenschappelijk bureau van de VVD? Goed om te weten.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Duopolie

Duopolie | Piketty: Ongelijk over ongelijkheid?

COLUMN - Sinds de Engelse versie van zijn boek Capital in the 21st century ongeveer een maand geleden uitkwam, kun je niet meer om Thomas Piketty heen. De Franse econoom beheerst het nieuws, schuift aan bij Nobelprijswinnaars en het aantal pagina’s aan lovende boekbesprekingen komt in de buurt van het 577 bladzijden tellende boek. De ophef was dan ook groot toen de Financial Times vorige week mankementen vond in Piketty’s data. Maar wie heeft er gelijk, Piketty of de Financial Times? En waar gaat het nu precies over?

Het boek van Piketty gaat over vermogensongelijkheid en wordt geroemd om de kwaliteit van de onderliggende data. Want hoewel data over inkomensongelijkheid redelijk goed te vinden is, is het een stuk lastiger om aan data te komen over vermogensongelijkheid. Er bestaan wel studies over vermogensongelijkheid, maar die beslaan meestal verschillende korte perioden. Grof gezegd plakt Piketty de data uit die studies aan elkaar en hier lijkt iets mis te zijn gegaan. Want wanneer de Financial Times reconstrueert hoe de data uit de onderliggende studies verwerkt is, lijken arbitraire keuzes gemaakt te zijn, waarbij bijvoorbeeld een percentage met twee wordt opgehoogd, of data uit een verkeerde cel wordt overgenomen.

Wanneer de Financial Times dan nog eens kijkt naar de onderliggende data, blijkt ineens dat de ongelijkheid in met name het Verenigd Koninkrijk niet omhoog is gegaan in de laatste vijftig jaar, maar juist omlaag. En wanneer je deze nieuwe data gebruikt, en ook nog eens de ongelijkheidscijfers per land weegt naar populatie in plaats van een ongewogen gemiddelde per land, blijkt dat ook vermogensongelijkheid in Europa niet stijgt maar juist licht daalt.

Foto: Pedro González Betancor (cc)

Piketty, ongelijkheid en domrechts

ACHTERGROND - Conservatief-rechts houdt zich graag van de domme. Zo ook in deze column in Elsevier over ‘nivelleringsgoeroe’ Thomas Piketty.

We moeten ons niet, in navolging van Piketty, druk maken over ongelijkheid, meent ‘filosoof’ Sebastien Valkenberg, maar over armoede. En de armoede neemt af: sinds 1990 is het percentage mensen dat van minder dan één dollar per dag moet rondkomen, gehalveerd!

Maar dat betekent natuurlijk niet dat ook de armoede in Nederland afneemt. Integendeel, zo valt op te maken uit dit nieuwsbericht van eind vorig jaar:

Vorig jaar leefden zo’n 1,2 miljoen mensen in Nederland in armoede. Dat waren er fors meer dan in 2011, blijkt uit het rapport Armoedesignalement 2013.

Mogen we ons daar dan niet druk over maken omdat het tegenwoordig beter gaat in de Derde Wereld? Bespeur ik hier een onverwacht gevalletje van oikofobie?

Verder bestaat er überhaupt nauwelijks ongelijkheid in Nederland, vindt Valkenberg. Uitgedrukt in de Gini-coëfficiënt (0 = maximale gelijkheid; 1 = maximale ongelijkheid) bedraagt de inkomensongelijkheid een heel bescheiden 0,274.

Het zal echter geen toeval zijn dat over de Nederlandse vermogensongelijkheid in alle talen wordt gezwegen, terwijl juist deze verrassend hoog, rond 0,8 ligt.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Quote du jour | Nucleaire herverdeling

As noted earlier, […] property is somewhat harder than unsheltered population. For single surface bursts of 3- and 10-Mt, about 64 percent and 46 percent of the property values survive, while only 32 and 18 percent of the unsheltered population survives. In a macabre sense, the surviving population would be individually “wealthier” than before the attack.

For a single 10-Mt weapon, surviving property value per capita nearly doubles from a pre-attack value of about $9,000 to slightly more than $16,000 and, as the weight of the attack increases, the greater the per capita gain in “wealth” of the survivors. For a 100-Mt surface burst, the surviving population is nearly four times wealthier than pre-attack ($34,000).

However, any joy among the surviving population may be quite shortlived; none of these gross estimates of the effects of nuclear attack indicate whether or not the immediate metropolitan area is viable, either by itself or with the assistance of the rest of the country.

Foto: Truthout.org (cc)

Piketty voor dummies

ACHTERGROND - Onlangs verscheen in The New York Times een lang commentaar van David Leonhardt gewijd aan het boek van dit moment: Thomas Piketty’s Capital in the Twenty-First Century.

Piketty’s centrale thesis is dat groeiende economische ongelijkheid de historische norm is. De egalitaire, na-oorlogse samenleving (in de VS en West-Europa) is zodoende een historische anomalie. Inmiddels zijn we dan ook weer hard op weg een erfelijke, economische aristocratie te creëren.

Dit betekent tevens dat als we onze relatief egalitaire, ‘onnatuurlijke’ samenleving willen behouden, we daarvoor actief maatregelen moeten treffen. De ‘vrije markt’ gaat dit niet voor ons oplossen.

Het bovenstaande zal voor degenen die alle commentaren en discussie rondom Capital in the Twenty-First Century een beetje hebben bijgehouden niet als een verrassing komen.

Maar waarom neemt economische ongelijkheid onder normale omstandigheden voortdurend toe? Commentator David Leonhardt zocht het voor ons uit:

For all of the clarity of Piketty’s historical analysis, I emerged from the book not quite grasping the mechanics of rising inequality. What is it about market economies that typically cause the assets and incomes of the rich to rise more rapidly than those of everyone else? So I called Piketty at his office in Paris, and he agreed to walk me through it.

He suggested imagining a hypothetical village from centuries ago in which neither the population nor the economy was growing. Every year, the village produced the same amount of goods for the same number of people to divide — a reality that was typical before the Enlightenment, when material living standards and human longevity barely rose. (The peasants of the 15th century were not better off than peasants in ancient Rome.) Even in a zero-growth society, however, assets that helped people produce goods — also known as capital — had value. Capital, Piketty told me, counts as anything “useful, any kind of equipment. Basic tools. Stones in prehistorical times.” Anything, in other words, that “makes people more productive.”

In our hypothetical village, a large farm might produce $10,000 worth of crops in a year and yield $1,000 in profit for its owner. A small farm might have the same 10 percent rate of return: $1,000 in annual crop sales, yielding $100 in profit. If the large farmer and small farmer each spent all of their money every year, the situation could continue ad infinitum, Piketty said, and the rate of inequality in the village would not change.

But one of capital’s great advantages is that its owners can make enough income to spend some of their money and sock the rest of it away. If the large farmer saved $500 of that $1,000 profit, he could buy more capital, which would bring more profit. Perhaps a few owners of smaller farms had debts to pay, and one of the large farmers bought them out. Eventually, the owner of the expanding farm might find himself owning land that yielded $1,500 or $2,000 in annual profit, allowing him to put aside more and more for future capital acquisitions. Less-stylized versions of this story have been playing out for centuries.

I have come to think of this idea as Piketty’s First Law of Inequality. The fact that the rich earn enough money to save money allows them to make investments that other people simply cannot afford. And investments — whether stones, land, corporate stock or education — tend to bring a positive return. Piketty describes the relationship formally as r > g: the rate of return on capital usually exceeds economic growth.

Thomas Piketty pleit voor een nauwere politieke unie van de eurozone

Ziehier zijn manifest. Enkele hoogtepunten:

Het wordt tijd om het toe te geven: de huidige Europese instituties functioneren slecht en zijn aan herziening toe. De inzet is simpel: de democratie en de publieke overheid moeten weer de overhand krijgen zodat ze enerzijds op efficiënte wijze het financiële gemondialiseerde kapitalisme van de 21e eeuw kunnen reguleren en anderzijds een politiek van sociale vooruitgang kunnen voeren – politiek die op het moment ontbreekt. Een munteenheid met 18 verschillende publieke schulden waarop ze op de markt onbelemmerd kunnen speculeren, en met 18 verschillende belasting- en sociale systemen die met elkaar in een concurrentiestrijd zijn verwikkeld, werkt niet, en zal nooit kunnen werken.

Ons eerste concrete voorstel is dat de landen van de Eurozone, te beginnen met Frankrijk en Duitsland, gemeenschappelijk belasting heffen op de winsten van de maatschappijen. Wanneer een land alleen staat, wordt het bedrogen door de multinationals, die gebruik maken van de verschillen tussen nationale wetgevingen om nergens belasting te hoeven betalen. De nationale soevereiniteit is wat dit betreft een mythe geworden.

Ons tweede, belangrijkste voorstel vloeit voort uit het eerste. Om door stemming de schaal van de belasting op de maatschappijen te kunnen bepalen, en meer in het algemeen om na debat op democratische en soevereine wijze de besluiten op fiscaal, financieel en politiek terrein aan te kunnen nemen, is het nodig een parlementaire kamer van de Eurozone in het leven te roepen. […]

Ons derde voorstel heeft direct betrekking tot de schuldencrisis. Volgens onze overtuiging is de enige manier om er definitief uit te komen een samenvoeging van de schulden van de landen van de Eurozone. Gebeurt dit niet, dan zal aan het speculeren op rentestandaarden nooit een einde komen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Vorige Volgende