Een van de genoegens van de oudere wetenschapper is dat je alles voor je ogen steeds ingewikkelder ziet worden. Neem gender. Ik herinner me nog onderzoek van zo’n dertig jaar geleden naar de vraag of mannen anders klonken dan vrouwen. Ja, was het interessante antwoord: mannen hebben gemiddeld bijvoorbeeld een lagere stem, maar dat kan niet alléén aan verschillen in lichaamsdeel liggen. Deels bleek het verschil namelijk cultureel bepaald: in sommige landen spreken de mannen lager en de vrouwen hoger dan in andere landen.
Gezien vanuit het heden was dit natuurlijk alleen maar een klein eerste barstje in het idee dat mannen mannen zijn en vrouwen vrouwen en dat daarmee alles gezegd is. Als het gaat over hoe iemand klinkt speelt natúúrlijk iemands lichaamsbouw mee – hoe groot het strottenhoofd is, hoe lang de mondholte, enzovoort – maar ook sociale identiteit. Soms praten vrouwen om hun vrouwelijkheid te tonen net wat vrouwelijker.
Stevige uitspraken
Inmiddels denken onderzoekers veel genuanceerder over dit soort dingen. Ze erkennen bijvoorbeeld dat er mensen zijn die zich niet in de tweedeling man-vrouw laten stoppen. En dat er verschillende manieren zijn om een indeling te maken: door het aan mensen zelf te vragen, door je te richten op het gender dat mensen bij de geboorte is toegekend, door mensen in een vragenlijst voor te leggen in hoeverre ze in eigen ogen aan ’typisch mannelijke’ of ’typisch vrouwelijke’ eigenschappen te voldoen, of in hoeverre ze in hun jeugd als jongetje of meisje werden opgevoed.
In een nieuw artikel in het Journal of Phonetics beschrijven Duitse onderzoekers een ambitieus onderzoek dat ze onder een groep Duitstalige sprekers hebben gedaan. Het onderzoek is ambitieus omdat het keek naar alle manieren van in gender indelen die ik net noemde, én naar een groot aantal mogelijke akoestische verschillen – niet alleen hoogte van de stem, maar ook bijvoorbeeld de precieze manier waarop klinkers worden gemaakt, of s-klanken en zo nog een heleboel. Als je zoveel verschillende dingen allemaal met elkaar wil vergelijken moet je onderzoek doen bij heel veel mensen, en een mogelijk kritiekpunt op dit onderzoek is dat ze net wat te weinig mensen hebben gevonden om over alles even stevige uitspraken te doen.
Compenseren
Toch zijn er een aantal duidelijke bevindingen. Zo vonden de onderzoekers dat je op basis van sommige karakteristieken, zoals toonhoogte en de vorming van klinkers, niet twee categorieën kunt meten: niet alleen (‘cis’) mannen en vrouwen, maar ook een groep die er tussen inzat – niet binairen. De manier waarop iemand sprak – iets wat je heel lastig bewust kunt manipuleren – correleerde dus met het gender waarmee iemand zich identificeerde. Tegelijkertijd kon je binnen de non-binaire groep verschil maken tussen mensen die bij hun geboorte als jongen waren aangemerkt en degenen die als meisje waren aangemerkt. Dat is ook niet zo gek, want in sommige opzichten speelt lichaamsbouw hier dus een rol (en er is een statistische correlatie tussen welk gender iemand bij geboorte krijgt aangemerkt en diens latere lichaamsbouw).
Er waren ook akoestische factoren waar de groep non-binaire mensen duidelijk ánders was dan die van de cis-mensen, en er niet alleen maar tussen inzat. Het voorbeeld daarbij zijn de s-klanken. Het geval wil dat mannen gemiddeld wat meer sj-achtige s-klanken maken, en vrouwen wat scherpere. Maar bij cis-mensen doet zich iets eigenaardigs voor: mannen met een wat hogere stem lijken dat te compenseren met nog wat sterker sj-achtige s’en, en voor vrouwen met een wat lagere stem dan gemiddeld maken juist een nog wat scherpere s. Mensen drukken nu eenmaal hun gender-identiteit uit met hun spraakorganen, en als het lichaam je een ’te hoge’ of ’te lage’ stem geeft, kun je dat op andere manieren compenseren.
Ongelijk
Maar bij mensen die zich als non-binair identificeerden, zagen de onderzoekers dat effect helemaal niet. Er was geen correlatie tussen iemands stemhoogte en diens uitspraak van de s. Deze mensen trokken zich met andere woorden niet zoveel aan van de onbewuste normen van hoe een man of een vrouw een s moet maken.
Ik word daar vrolijk van: wat is de wereld toch verbazingwekkend ingewikkeld. Ook ik ken heus wel intelligente oudere heren die bij hoog en bij laag volhouden dat er alleen mannen en vrouwen zijn. Alsof er in de prachtige wereld waarin wij leven ooit iets binair is. De feiten geven die mensen ongelijk.