Enige maanden terug schreef ik over de rol die het Kosovo-precedent speelde bij de Russische invasie in Georgië. De afscheiding van Kosovo, een bittere pil voor Rusland en Servië, heeft een precedent geschapen dat deze twee machten kunnen gebruiken om elders nog meer onrust te stichten. Georgië is een recent, en dramatisch voorbeeld, maar ook in Bosnië dreigt er gevaar.
Richard Holbrooke en Paddy Ashdown, politici met een grote betrokkenheid in de kwestie, waarschuwden onlangs in een open brief aan diverse kranten dat er in Bosnië een nieuwe oorlog uit kan breken. Deze brief is nogal eenzijdig. Ze hebben kritiek op de secessionistische uitspraken van Bosnisch-Servische leiders, en op het gebrek aan oplettendheid van de kant van Westerse mogendheden. De voornaamste misser van het Westen, Kosovo, en de net zo goed aggressieve houding van Kroatische en Moslim-leiders worden echter buiten beschouwing gelaten.
Wat is het probleem? De Servische etnische groep in Bosnië heeft een eigen deelrepubliek, 'Sirpska'. Servische politici lijken nu aan te sturen op onafhankelijkheid. Het wordt waarschijnlijk geacht dat de regering in Sarajevo, en ook buurland Kroatië, een dergelijke afscheiding niet zullen accepteren. De republiek Servië zal ook betrokken raken, en voila: een nieuwe oorlog.
En andermaal: met het toekennen van onafhankelijkheid aan Kosovo heeft het Westen een precedent laten ontstaan, waardoor deze gevaarlijke stap van de Serviers wettelijk gerechtvaardigd zou zijn. Holbrooke en Ashdown laten deze kant van de zaak volledig buiten beschouwing. Waarom noemen ze Kosovo niet? Wellicht omdat ze het amateurisme van de Westerse machten in de kwestie-Kosovo wat al te genant vinden.