In de Democratische Republiek Congo breidt de ebola epidemie zich razendsnel uit buiten de oostelijke provincies waar het virus onlangs weer opdook. Gevreesd wordt dat andere delen van het land, inclusief de hoofdstad Kinshasa met 19 miljoen inwoners niet gespaard kunnen worden. Deze ebola-uitbraak wordt veroorzaakt door de zeldzame Bundibugyo-stam van het virus, waarvoor nog geen vaccin of behandeling is goedgekeurd. Tot nu toe zijn er 2000 doden te betreuren maar volgens de WHO is de kans groot dat het aantal slachtoffers hoger wordt dan bij de vorige uitbraak in 2014-2016. Er zijn niet genoeg bedden beschikbaar in de ziekenhuizen om besmette patiënten te isoleren. Onderzoekers waarschuwen dat Afrika naast deze epidemie moet rekenen op een verhoogde kans op malaria, een ziekte die vooral veel kinderen treft. Oorzaak is de klimaatverandering die voor hogere temperaturen zorgt, ook in gebieden waar deze ziekte nu nog minder voorkomt.
De verspreiding van malaria is van oudsher het meest gunstig geweest in veel tropische gebieden van West- en Centraal-Afrika, waar de temperaturen doorgaans binnen het bereik liggen dat geschikt is voor overdracht van de infectieziekte door de malariamug. Daarentegen zijn sommige delen van Zuidelijk Afrika en de hooglanden van Oost-Afrika van oudsher koel genoeg gebleven om de verspreiding van malaria tegen te gaan, waardoor de ziekte geen grote belasting voor de volksgezondheid is geworden. Dat begint nu te veranderen. Stijgende temperaturen veroorzaken ook daar meer malariagevallen. Het betekent overigens niet dat landen waar de temperatuurstijging uitgaat boven het meest gunstige bereik voor de overdracht van malaria nu van een last verlost zijn, zegt de Nigeriaanse hoogleraar Olugbenga Mokuolu. ‘Een wereld die te warm is voor malaria is geen goede wereld voor de algehele gezondheid van kinderen.’
Anders dan in het geval van ebola kan malaria al lang effectief worden bestreden. Ook in noordelijke landen zoals Nederland kwam vroeger malaria voor, maar de ziekte werd in Nederland al in de 19e eeuw sterk teruggedrongen door onder meer betere huisvesting, voeding en kleding en door drooglegging van de landerijen. De bestrijding van malaria in Afrika heeft in sommige landen nu ook succes. Malawi slaagde er dit jaar in het aantal malariagevallen drastisch terug te dringen door een combinatie van de verspreiding van muskietennetten, binnenshuis spuiten met insecticiden, vaccinatie, vroege diagnose en behandeling, en een sterkere betrokkenheid van de gemeenschap. Toch waren er hier in het eerste half jaar van 2026 nog 555 doden te betreuren. Een groot risico op malaria zit in stilstaand water waar de muggen hun eitjes kunnen leggen. Malawi heeft de laatste jaren veel langdurig stilstaand water vanwege de vele overstromingen die het land te verduren heeft gehad. En dat heeft ook alles te maken met de klimaatverandering. Zo is een groot deel van het land langs de Shire rivier veranderd in een moeras door de orkaan Freddy die het land drie jaar geleden teisterde. Bewoners moesten elders op zoek naar middelen van bestaan. Die nieuwe moerasgebieden kunnen de bron zijn van een heropleving van de malariagevallen als het land daartegenover niet een adequaat volksgezondheidsbeleid kan zetten.
De bestrijding van de gevolgen van de klimaatopwarming is voor een groot deel afhankelijk van de welvaart van een land. Maar hoewel Afrika tot de landen behoort met de laagste uitstoot van broeikasgassen, blijft het juist daarom een van de meest kwetsbare regio’s voor klimaatverandering. De opwarming van het klimaat vormt een bedreiging voor de economie, de infrastructuur en ook voor de fragiele gezondheidszorg. Noodzakelijke aanpassingen komen gegeven het tempo van de klimaatopwarming te laat. De economie van de meeste Afrikaanse landen staat voorts onder grote druk van de neoliberale politiek van het IMF dat vooral aanstuurt op aflossing van schulden.
Grieve Chelwa and Vijay Prashad, beide verbonden aan het blad Tricontinental, analyseerden recente IMF-rapporten over Malawi en enkele andere Afrikaanse landen. Het bekende IMF-recept is: fiscale consolidatie, een strakker monetair beleid, door de markt bepaalde wisselkoersen, hervorming van subsidies, deregulering en “door de particuliere sector geleide groei”. Het gaat er meer om hoe de staat zich moet terugtrekken dan om hoe Afrikaanse economieën de productieve capaciteiten kunnen verwerven die nodig zijn om te groeien, te diversifiëren en fatsoenlijke banen te creëren.
Net als Malawi zijn veel Afrikaanse staten sterk afhankelijk van het IMF-beleid om hun begroting op orde te krijgen. Het IMF dringt ook in dat land aan op een streng fiscaal en monetair beleid, aanpassing van de wisselkoers en het wegnemen van administratieve belemmeringen voor de particuliere sector. De particuliere economie van Malawi bestaat echter overwegend uit kleine boeren en informele bedrijven die te maken hebben met dure kredieten, onbetrouwbare infrastructuur en een tekort aan buitenlandse valuta. Een oproep aan de “particuliere sector” om het voortouw te nemen, leidt niet tot de oprichting van bedrijven die in staat zijn tot industriële investeringen, schrijven Chelwa en Prashad. ‘De particuliere sector wordt voorgesteld als één enkele actor. Dat is niet zo. Afrika kent miljoenen handelaren, boeren en kleine bedrijven, maar in veel landen is er slechts een kleine groep binnenlandse bedrijven met het kapitaal, de technologie en de organisatorische capaciteit om op grote schaal te investeren.’ Hun harde conclusie: ‘Het IMF-beleid voor Afrika is gericht op het ontwikkelen van onderontwikkeling.’