Wie was het meest succesvol aan de onderhandelingstafel?

door Simon Otjes (eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees) Het regeerakkoord ligt er. Na een formatie van negen maanden zijn VVD, D66, CDA en ChristenUnie eruit. We hebben het eindresultaat van de onderhandelingen. Een cruciale vraag voor politicologen is wie daar de meeste invloed op heeft kunnen uitoefenen. Journalisten stellen al de vraag: heeft de VVD niet te veel weggegeven? Volgens de Telegraaf ademt het akkoord D66. Kunnen we een beeld krijgen van welke partij aan het langste eind getrokken heeft? En kunnen we een beeld krijgen van onder welke voorwaarden een partij succes boekt? Het meten van onderhandelingssucces Papier is geduldig. Vage formuleringen kunnen veel conflicten afdekken. Ook dit akkoord blinkt daarin uit: “We bezinnen ons op de positie van het lokale bestuur en de positie van de burgemeester daarbinnen om het toekomstbestendig te maken.” Tussen de partijen die de burgemeester in huidige vorm willen behouden en de partijen die een directer democratisch mandaat willen, is hier een wazig compromis gesloten. Bovendien worden sommige beslissingen uitgesteld in verband met de nieuwe bestuurscultuur. De financiële paragraaf van het regeerakkoord is een stuk preciezer. De coalitiepartijen committeren zich aan bepaalde bedragen. Bovendien: partijen hebben ook bij de doorrekening hun programma in eenzelfde mal aangeboden. Die twee, de programma’s en het regeerakkoord, zijn zo direct te vergelijken. Deze financiële paragraaf bevat het overgrote deel van het akkoord: klimaat, economie, zorg, onderwijs veel van deze voornemens hebben financiële implicaties, maar zelfs de rol van de Tweede Kamer staat in de budgettaire bijlage. Samen met mijn collega David Willumsen ontwikkelde ik zo een methode om vast te stellen onder welke voorwaarde partijen succes boeken bij coalitie-onderhandelingen. Deze methoden hebben we al eerder ingezet bij formaties tussen 2007 en 2017 in een conferentiepaper. Hoeveel van hun programma krijgen partijen in het regeerakkoord We kunnen zo turven welk deel van het programma van de onderhandelende partijen in het akkoord gekomen is. De bij het CPB ingeleverde financiële paragraaf van de VVD had 110 punten, ik zie daar ongeveer een derde van terug in het regeerakkoord. Ook D66 en CU zien een derde van hun financiële paragraaf terug (zij het dat zij bijna twee keer zoveel punten hadden ingeleverd bij het CPB). Het CDA scoort iets beter: zij bijna de helft van hun punten terug.  Partij Voorstel-len Waarvan in regeerakkoord Miljarden verschoven Waarvan in regeerakkoord VVD 110 34% 44.5 32% CDA 119 48% 48.8 61% D66 203 36% 188.5 17% Christen-Unie 188 34% 256.9 15% Tabel 1: Voorstellen van VVD, CDA, D66 en CU in de doorrekening in de financiële paragraaf van het regeerakkoord   Nu behandel ik hier de 5 miljoen die het CDA geregeld heeft voor de ondersteuning van de Tweede Kamer en de 3 miljard aan lastenverlichting voor de middeninkomens gelijk, terwijl dat eerste bedrag maar een fractie is van de tweede bedrag. We kunnen dus ook rekening houden met hoe belangrijk voorstellen zijn, door ze te wegen naar hun budgettaire impact: de VVD wilde volgens zijn financiële paragraaf ongeveer 45 miljard op de Rijksbegroting schuiven. 29% daarvan komt terug in het regeerakkoord. D66 en de ChristenUnie doen veel ruigere voorstellen: zij schuiven 200 miljard (D66) en 250 miljard (CU). Beide willen een nieuw belastingstelsel invoeren waarvoor een groot deel van de Rijksbegroting op de kop moet. Zij realiseren een veel kleiner deel van hun ambities gewogen naar budget: ongeveer een zevende. De sterke positie van het CDA wordt hier wel bevestigd: het CDA schuift 50 miljard in hun plannen. Daarvan komt 60% terug in het regeerakkoord.[1] Waarom is het CDA zo succesvol? Het beeld dat hier sterk uit naar voren komt is dat de partijen elkaar niet veel ontlopen. Toch lijkt het CDA er het meeste eruit gesleept te hebben. Is dit een kwestie van onderhandelingsstijl Hoekstra? Om de uitkomsten van onderhandelingen te begrijpen, moeten we goed weten wie er aan tafel zitten en wat zij willen. Het klinkt banaal maar de beste voorspeller van of een voorstel in het regeerakkoord komt is of andere partijen aan tafel het steunen. Van de voorstellen die maar door één partij gedaan worden, komt minder dan een kwart in het regeerakkoord. Van de voorstellen die alle partijen aan tafel komen komt meer dan de helft in het regeerakkoord. Aantal partijen voor Aantal voorstellen Aandeel in regeerakkoord Aandeel in regeerakkoord (gewogen naar euro’s) 1 231 23% 8% 2 180 33% 16% 3 129 58% 56% 4 80 55% 42% Tabel 2: Aantal partijen voor en deel in het regeerakkoord Als we dat wegen naar euro’s wordt het effect nog scherper: slechts 8% van de voorstellen die door één partij worden gedaan, komt dan in het regeerakkoord. Van de voorstellen die alle partijen steunen is dat vijf keer zo veel. Het verschil tussen het gewogen en het ongewogen resultaat geeft aan dat met name ‘goedkope’ voorstellen die één partij doet in het regeerakkoord komen en dat duurdere voorstellen niet in de geplande investeringen en bezuinigingen komen, zelfs als alle partijen het steunen. [2], [3] Overlappende programma’s Hoekstra had dus niet zo zeer een harde onderhandelingsstijl maar de juiste partijen aan tafel: meer dan de helft van de voorstellen van het CDA stonden ook in de financiële paragraaf van D66. De overlap met de andere twee partijen was ongeveer 40%. Ook tussen de CU en D66 was veel overlap: ongeveer helft van de CU-plannen stonden in het D66 programma en vice versa. In VVD programma In CDA programma In D66 programma In CU Programma VVD-voorstellen 38% 41% 41% CDA-voorstellen 35% 52% 43% D66-voorstellen 22% 31% 46% CU-voorstellen 24% 28% 49% Tabel 3: Overlap tussen partijen   Wie aan tafel zit, bepaalt wat er op tafel komt We zien hier dus wel íets van de onderhandelingsstijl van Hoekstra: door GL en PvdA hard te vetoën kon hij onderhandelen met een coalitie waarin het CDA veel overlap had. We zien hier ook waarom D66 bewoog. Het uitsluiten van de ChristenUnie was inhoudelijk onhoudbaar: D66 zag een veel groter deel van haar programma terug bij de CU dan bij de VVD. De vraag waarmee dit stuk opende, is dus fundamenteel verkeerd. Onderhandelingen worden niet gewonnen door een enkele partij. In een regeerakkoord komt datgene waar partijen het gezamenlijk over eens zijn. Als één partij iets wil is de kans dat het in het regeerakkoord komt twee tot zes keer zo klein als wanneer alle partijen iets willen. Noten [1] Ik moet hier wel een methodologische caveat maken, de mallen van de doorrekening van de programma’s en de financiële paragraaf zijn niet precies hetzelfde. Dat betekent dat de toewijzing soms arbitrair en in de ogen van experts misschien verkeerd is. Bovendien: voor het conferentiepaper heb ik de codering tot in den treure gecontroleerd. Dit is daarentegen een eerste telling. Daar kunnen foute inschattingen of zelfs scheve tellingen in zitten. Ik sta open voor correcties! Als iemand alle coderingen wil doorlopen, mail me, ik heb graag een tweede check! [2] Bij mij roept dit de vraag op wat er gebeurd is met de andere helft van de voorstellen waar deze partijen het wél over eens zijn. Een deel hiervan staat wel in het regeerakkoord maar niet in de financiële paragraaf: Invoering digitale dienstenbelasting – moet volgens het regeerakkoord op het Europese niveau geregeld, terwijl de partijen in hun doorrekening zeggen hier 200-400 miljoen mee op te halen. Invoeren vrachtwagenheffing  – stellen de regeringspartijen uit tot 2030 terwijl de partijen in hun doorrekening zeggen hier gemiddeld 1 miljard mee op te halen Nieuwe artsen in loondienst nemen – gaat het regeerakkoord pas doen als andere maatregelen uitgeput zijn. Maar een deel -volgens mijn tellingen- ook niet: Verlagen van de arbeidsongeschiktheidsfondspremie voor kleine werkgevers Baangerelateerde Investeringskorting (de compensatie voor het niet afschaffen van de dividendbelasting) afschaffen Verhogen van de uitgaven voor de WMO Beperken van de 30% regeling voor expats [3] We kunnen de berekening ook omgekeerd maken: hoeveel van het regeerakkoord komt bij een bepaalde partij vandaan. Als we kijken naar de punten in de financiële paragraaf komt meer dan een derde bij D66 vandaan. De CU en het CDA zitten daar vlak in de buurt met ongeveer 30%. De VVD zit daar ruim onder met 20%. We kunnen dit wegen naar hoeveel euro’s met het voorstel gemoeid is: dan zitten CU, D66 en CDA allemaal net onder 50% en de VVD net onder 40%.  Partij Aandeel voorstellen in het coalitieakkoord van Aandeel voorstellen in het coalitieakkoord van (gewogen naar euro’s) VVD 19% 38% CDA 28% 44% D66 36% 46% CU 31% 47% Geen van deze 59% 29% Tabel 4: Aandeel voorstellen regeerakkoord per partij D66, CU en CDA komen hier dus alle drie goed uit. Dat veel bij D66 en CU vandaan komt, komt deels omdat ze ook veel plannen hadden. Maar let wel: D66 heeft veel van haar meer ambitieuze plannen niet in dit akkoord gekregen. Opvallend is ook dat bijna 60% van de punten in de financiële paragraaf niet in de doorrekening van een van de betrokken partijen zat. Dat niet heel raar: het mediane voorstel dat er niet komt, kostte 65 miljoen euro. Dat ligt onder de grens van 100 miljoen die CPB hanteert om een voorstel mee te nemen. Als we dan ook kijken naar de voorstellen gewogen naar euro’s is dit nog maar 30%. En toch zitten hier ook grote posten tussen. Het kabinet wil bijvoorbeeld 1,5 miljard uit het Europees Recovery and Resilience Facility. In de doorrekening hadden de partijen hun hand nog niet in die snoeppot gestoken.

Foto: Wonder woman0731 (cc)

Aanpak institutioneel racisme centrale plaats in regeerakkoord

BRIEF - Meer dan honderd organisaties, vertegenwoordigers van verschillende gemeenschappen, hebben gezamenlijk een brief aan informateur Hamer gestuurd waarin ze vragen om de aanpak van institutioneel racisme en discriminatie een centrale plaats in het regeerakkoord te geven. Ze doen hiertoe 11 concrete voorstellen. Daarnaast hebben veel individuen de brief getekend.

De initiatiefnemers roepen organisaties op deze brief te ondersteunen en te tekenen.
Hieronder de gehele brief, onderaan de brief een link naar het document waar de brief ondertekend kan worden.

Onderwerp: Voorstellen voor het tegengaan van institutioneel racisme en discriminatie

Geachte mevrouw Hamer, beste Mariëtte,

Met deze brief willen wij, als coalitie van diverse gemeenschappen in Nederland, een krachtig en gezamenlijk signaal afgeven over de noodzaak om de strijd tegen institutioneel racisme en discriminatie een centrale plaats te geven in het komende regeerakkoord en in de noodzakelijke verbetering van de veelbesproken bestuurscultuur in Nederland.

Sinds 1 juni 2020 zijn er meer dan 60.000 mensen de straat op gegaan om tijdens Black Lives Matter (BLM) NL-protesten solidariteit te tonen met slachtoffers van racistisch politiegeweld en anti-zwart racisme in Nederland en in de VS. De verschillende demonstraties in Nederland hebben ertoe geleid dat er zowel nationaal als lokaal meer aandacht is voor institutioneel racisme en discriminatie. Hierdoor heeft het maatschappelijk debat over racisme en discriminatie een nog hogere vlucht genomen. Het belang daarvan moge helder zijn: het kindertoeslagenschandaal bij de belastingdienst en het etnisch profileren door de politie zijn slechts twee voorbeelden die laten zien hoe beleid op discriminerende wijze is ingericht en werd uitgevoerd. Echter, antizwart racisme, antimoslim racisme, anti-Aziatisch racisme, antiziganisme, antisemitisme en racisme tegen migranten en vluchtelingen uit Midden- en Oost-Europa, Afrika en/of landen met een moslimmeerderheid is niet iets van de laatste jaren en het gaat niet om losstaande incidenten. Sterker nog, er is een groeiende trend in het aantal gemonitorde racistische en discriminerende incidenten, welke slechts het topje van de ijsberg zichtbaar maken.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Foto: Bron rechtenvrije foto'sTweede Kamer. copyright ok. Gecheckt 25-08-2022

De kabinetten Rutte I, II en III over immigratie en integratie

ACHTERGROND - Door Ewoud Butter

Net als dat bij Rutte I en Rutte II het geval was, bevat het regeerakkoord van Rutte III op het terrein van immigratie en integratie veel maatregelen waarvan het de vraag is of ze politiek of juridisch haalbaar zijn. Een overzicht.

CDA en VVD bepalend voor het Nederlandse immigratie en integratiebeleid

Het CDA en de VVD, de twee grootste partijen die Rutte III vormen, hebben sinds de regering De Quay, die begin jaren 60 de eerste wervingsakkoorden sloot met Italië en Spanje, de grootste stempel op het Nederlandse immigratie- en integratiebeleid gedrukt.

Het derde kabinet Rutte wordt het 23e kabinet na 1959. Hiervan nam het CDA (of haar voorgangers) zitting in 20 kabinetten en de VVD in 16 kabinetten. Op grote afstand volgen de PvdA (8 kabinetten) en D66 (7 kabinetten). Het CDA leverde 17 keer de premier, de PvdA drie keer (Den Uyl en twee keer Kok) net als de VVD (drie keer Rutte).

Wat waren de belangrijkste maatregelen uit de regeerakkoorden van deze drie kabinetten Rutte?

Rutte I (VVD, CDA met gedoogsteun PVV, 2010- 2012)

In het gedoogakkoord ‘Vrijheid en verantwoordelijkheid’ werd onder andere fors bezuinigd op het integratiebeleid, werd aangekondigd dat diversiteitsbeleid zou worden stopgezet evenals de export van kinderbijslag naar landen buiten de EU. Aan de aanpak van discriminatie, in het regeerakkoord van het laatste kabinet Balkenende (CDA, PvdA, ChristenUnie) nog een speerpunt, werd geen woord meer gewijd en ook voor het tegengaan van radicalisering was geen aandacht meer. Wel werden onder andere de volgende maatregelen aangekondigd:

Foto: Broo_am (Andy B) (cc)

Tegen ongelijkheid doet Rutte III keer niks

Het zal niet verbazen dat Rutte III geen grootse plannen heeft om ongelijkheid te verminderen. Kansengelijkheid, steun aan de armste en kwetsbaarste groepen, mensenrechten: het is hier een beetje geven, daar een beetje nemen, of erger, een stap vooruit en twee stappen achteruit.

Aan de hand van mijn eerdere korte serie over de aanpak van ongelijkheid in de verkiezingsprogramma’s bespreek ik de aangekondigde maatregelen in het regeerakkoord op het gebied van onderwijs, inkomen, vermogen en rechten. Drie uitspraken die Rutte III niet waarmaakt:

1: “De voornaamste ambities van dit kabinet liggen in de bestrijding van kansenongelijkheid…”

Het woord ‘ongelijkheid’ komt sowieso maar één keer voor in het akkoord, in bovenstaande zin (blz.9). Maar erg ambitieus wordt het niet. Ja, in lijn met het SER-advies, gaat er 170 miljoen euro naar vroeg- en voorschoolse educatie, wat moet zorgen voor een aanbod van 16 uur per week voor achterstandsleerlingen (wens D66). Het budget voor het onderwijsachterstandenbeleid wordt verhoogd met 15 miljoen euro per jaar, maar dat bedrag is lachwekkend laag als je weet dat er sinds 2006 zoveel is bezuinigd dat de regering in de afgelopen jaren 100 miljoen euro heeft kunnen besparen.

Die bezuinigingen zijn steeds gelegitimeerd door de definitie van ‘achterstandsleerling’ zo bij te stellen waardoor het leek dat het aantal achterstandsleerlingen was afgenomen. Realiteit is dat zo’n twintig procent van de leerlingen die extra onderwijs en aandacht nodig hebben buiten de boot vallen. Het regeerakkoord belooft dat ‘de verdeling wordt geactualiseerd’: het is een stap, maar echt ambitieus was geweest de omvang van het probleem te erkennen en een adequaat budget vrij te maken.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Creëer conflict in de coalitie!

COLUMN - De onderhandelaars van CDA, CU, D66 en VVD zijn druk in overleg over een mogelijk regeerakkoord. Tom van der Meer, hoogleraar Politicologie, adviseert op Stuk Rood Vlees: streef niet naar een dichtgetimmerd akkoord, maar durf ook tijdens de regeerperiode het onderlinge conflict op te zoeken.

Nederlandse regeer- en gedoogakkoorden zijn de laatste decennia vaak gesloten geweest. Regering en coalitiefracties binden zich al voor de regeerperiode aan een vaak veelomvattend akkoord, waarin de grootste thema’s worden opgelost. Opdat de regering zich kan richten op het door de Kamers loodsen van beleidsvoorstellen, wordt het openlijke conflict tussen coalitiepartners jarenlang uit de weggegaan.

Vanuit bestuurlijk oogpunt heeft dit duidelijke voordelen. De regering hoeft zich immers geen zorgen te maken over de stabiliteit van de coalitie die door een openlijk uitgevochten conflict onder spanning kan komen te staan. Vanuit electoraal oogpunt zitten daar echter ook risico’s aan vast.

NRC-journalist Jan Kuitenbrouwer schreef deze week een mooie column over het belang van conflict in de politiek. Hij verwees daarbij naar de Amerikaanse politicoloog EE Schattschneider, een van de oervaders van de moderne politicologie. Die schreef in 1960:

“Above everything, the people are powerless if the political enterprise is not competitive. It is the competition of political organization that provides the people with the opportunity to make a choice. Without this opportunity popular sovereignty amounts to nothing.”

Foto: mystic_mabel (cc)

Kolossaal decentraal

OPINIE - Het kabinet wil vaart maken met een onderwerp waarvan iedereen dacht dat er geen haast mee gemaakt zou worden. De ministerraad van vrijdag 14 december gaf de aftrap voor de schaalvergroting van provincies en gemeenten.

In het regeerakkoord spraken VVD en PvdA af er de tijd voor te nemen. ‘Voor de lange termijn hebben wij het perspectief van vijf landsdelen (…) en gemeenten van tenminste honderdduizend inwoners voor ogen.’ Nu blijkt dat de eerste samenvoeging van provincies (Noord-Holland, Utrecht en Flevoland) in maart 2015 een feit moet zijn.

De bestuursparagraaf van het regeerakkoord schetst een kleinere overheid, die uit grotere provincies en gemeenten moet bestaan. Ook het aantal waterschappen moet kleiner en zullen uiteindelijk opgaan in landsdelen, het nieuwe woord voor provincies.
De provincies  zijn de enigen die zonder al te veel kanttekeningen voor deze ontwikkeling zijn. Gemeenten (pdf) en waterschappen zijn op een diplomatieke manier kritisch. Ze erkennen dat samenwerking voordelen kan hebben, maar zijn wantrouwend over de koers die het Rijk wil varen.

Burgers en media lijken ongeïnteresseerd. Terwijl deze plannen betekenen dat de burgers straks een kolos van een lokale overheid tegenover zich hebben staan. Bestuurlijke gebieden waar meer inwoners met minder volksvertegenwoordigers en bestuurders te maken krijgen. En niet omdat men er zelf voor kiest, maar omdat het Rijk het afdwingt.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Foto: Truthout.org (cc)

De valse onderwijsbeloftes van Rutte II

OPINIE - Het klonk zo mooi bij de presentatie van het regeerakkoord: Het onderwijs is de enige sector waarop niet bezuinigd wordt, maar waarin zal worden geïnvesteerd. Ook de andere voornemens zijn boterzacht.

Het klinkt mooi: ‘Onderwijs en wetenschap in Nederland zijn van hoog niveau, maar onze ambitie reikt verder: wij willen tot de top vijf van de wereld gaan horen. De kwaliteit van de man of vrouw voor de klas of in de collegezaal is daarbij van doorslaggevende betekenis. En die kwaliteit staat of valt met opleiding en selectie van leraren en van directeuren en bestuurders die hun medewerkers stimuleren, belonen en zo nodig sanctioneren. Dit zijn de mannen en vrouwen van wie we het moeten hebben: in hen willen we investeren.’ 

Kijken we echter naar de harde feiten, dan komt er een aanzienlijk minder mooi beeld naar voren.

Stille bezuinigingen en nullijn

Wat de nieuwe regering gemakshalve vergeet te vermelden is dat het onderwijs geconfronteerd wordt met allerlei stille bezuinigingen. Een paar voorbeelden: Het niet compenseren voor stijgende pensioenpremies. Materiële kosten die niet worden geïndexeerd. De invoering van de functiemix die niet volledig wordt vergoed. Het kan een school zomaar een strop van bijna 1 miljoen euro opleveren. Geen klein bier dus. Verder staan al sinds 2010 de salarissen in het onderwijs op de nullijn. Goed voor een besparing van 1,47 miljard euro. Een van de gevolgen is dat jonge leraren niet in het onderwijs kunnen blijven.

Foto: Netherlands Architecture Institute (NAI) (cc)

Sluipmoord op de sociale woningbouw

ANALYSE - De opwinding van inkomensafhankelijke zorgpremie is nog maar net bedaard, of de volgende affaire dienst zich aan: de sluipmoord op de sociale woningbouw.

Is dat een hyperbool van Wilders? Nou nee, ik durf het eigenlijk wel zo te formuleren. Maar een moord per ongeluk is toch hoogstens doodslag? En het probleem is toch niet anders dan bij de zorgpremies, slechte berekeningen, onvoldoende uitwerking, onvoldoende inschatting van de gevolgen?

Wat doet zich voor? Heeft het nieuwe kabinet echt nagedacht over de vastzittende woningmarkt en het vlot trekken daarvan? Ik probeer mijn strenge oordeel, “sluipmoord” te verklaren.

Sociale woningbouw

Er is in ons land sociale woningbouw sinds 1901. Sindsdien is er een woningwet, is de status van de woningcorporaties wettelijk geworden, hebben gemeenten een taak in het huisvesten. Soms was het Rijk bemoeizuchtig, soms scheutig met subsidies, soms niet.

Het systeem, waar de gehele wereld naar komt kijken, heeft ons een woningvoorraad van ongeveer 2.4. miljoen corporatiewoningen opgeleverd, met voor het grootste deel betaalbare huren.

De woningcorporaties zijn daarvan eigenaar. Dat is niet onlogisch: de subsidies zijn volgens de regels ontvangen en besteed, de woningen worden over het algemeen conform de regels verhuurd en verstandig geëxploiteerd.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Foto: Thomas Geersing (cc)

Feiten: hoe hoog zijn de zorgkosten eigenlijk?

ANALYSE - De laatste weken is er veel gediscussieerd over de zorgkosten en wie die moet betalen. Maar hoe hoog zijn de kosten eigenlijk? De feiten.

Mark Rutte (VVD) en Diederik Samsom (PvdA) hebben hun plannen bijgesteld: er wordt toch geen inkomensafhankelijke zorgpremie ingevoerd. Maar hoe wordt de zorg eigenlijk wel gefinancierd? En wat gaat het kabinet doen aan de stijgende zorgkosten? Tijd om de feiten over de financiering van de zorg op een rij te zetten.

In 2011 waren de totale zorguitgaven op basis van de zorgrekeningen van het CBS 90 miljard euro. In 2000 was dit nog 59 miljard euro (prijsniveau 2011). Een stijging van52 % dus. Van die 90 miljard wordt 83% collectief gefinancierd, zie verderop voor uitleg.

De Algemene Rekenkamer houdt bij of de collectieve zorguitgaven (dit is niet de 90 miljard) de afgesproken norm (Budgettair Kader Zorg) niet overschrijden. Sinds 2002 is dit slechts een keer (2007) niet gebeurd, alle andere jaren kennen overschrijdingen van rond de 2 à 3 procent.

Hoe wordt geld besteed?

In 2011 ging er van die 90 miljard 53 miljard naar gezondheidszorg, 34 miljard naar welzijnszorg en 3 miljard naar beleids- en beheerorganisaties (bijvoorbeeld het RIVM). Binnen de welzijnszorg gaat het grootste deel (47%) naar ouderenzorg en binnen de gezondheidszorg gaat het grootste deel (45%) naar medisch-specialistische (ziekenhuis) zorg. Uitzonderingen daargelaten kan worden gesteld dat de gezondheidszorg wordt gefinancierd vanuit de ZVW en de welzijnszorg vanuit de AWBZ.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Volgende