Feiten: hoe hoog zijn de zorgkosten eigenlijk?

De laatste weken is er veel gediscussieerd over de zorgkosten en wie die moet betalen. Maar hoe hoog zijn de kosten eigenlijk? De feiten. Mark Rutte (VVD) en Diederik Samsom (PvdA) hebben hun plannen bijgesteld: er wordt toch geen inkomensafhankelijke zorgpremie ingevoerd. Maar hoe wordt de zorg eigenlijk wel gefinancierd? En wat gaat het kabinet doen aan de stijgende zorgkosten? Tijd om de feiten over de financiering van de zorg op een rij te zetten. In 2011 waren de totale zorguitgaven op basis van de zorgrekeningen van het CBS 90 miljard euro. In 2000 was dit nog 59 miljard euro (prijsniveau 2011). Een stijging van52 % dus. Van die 90 miljard wordt 83% collectief gefinancierd, zie verderop voor uitleg.

Foto: -JvL- (cc)

Neoliberaal of socialistisch? Rutte II kan alle kanten op

COLUMN - Het was een raar debat over de regeringsverklaring. Want waar moet je het over hebben als de visie ontbreekt en een lawine van cijfers over iedereen is neergedaald?

Na alle commotie rondom de inkomensafhankelijke zorgpremie, gaf premier Rutte gisteren eindelijk de regeringsverklaring af, waarna alle fractieleiders hun visie op het regeerakkoord gaven. Wilders oreerde er een half uur lustig op los, opvallend genoeg slechts eenmaal geïnterrumpeerd door D66-leider Pechtold – de PVV-leider moet zich enigszins verloren hebben gevoeld in de Tweede Kamer. Het waren de fractievoorzitters van regeringspartijen VVD en PvdA die veelvuldig werden onderbroken. Het is logisch dat de oppositiepartijen Zijlstra en Samsom voornamelijk wezen op beloftes en standpunten uit de verkiezingstijd die nu niet meer worden waargemaakt.

Vandaag debatteerde de Tweede Kamer verder. Zoals gebruikelijk vond Wilders dat de ‘sorry-premier en zijn knudde-kabinet’ maar het beste direct konden opstappen omdat zij er zo’n bende van hebben gemaakt. Rutte pareerde dat scherp door te stellen dat hij, in tegenstelling tot de PVV-leider, ‘geen weglooppoliticus is.’ Overigens liet Rutte zich, refererend aan het mislukte Catshuisoverleg, voor het eerst ontvallen dat samenwerking met de PVV een fout was.

Los daarvan kabbelde het debat lekker voort. Natuurlijk waren er vragen over versobering van de sociale voorzieningen, toename van werkloosheid, de besteding van de 250 miljoen euro uit infrastructuur voor de sociale agenda en de vraag of dat geld ten koste gaat van asfalt of van openbaar vervoer, effecten van kabinetsbeleid op werkgelegenheid in de bouw, of er nog wel geld is voor blauw op straat en voldoende personeel voor gevangenissen, economische effecten op de land- en tuinbouwsector en hulp aan Griekenland. Bij natuur en duurzaamheid kwamen PvdD-leider Marianne Thieme en GroenLinks-fractievoorzitter Van Ojik naar voren. Wilders hakte nog even in op minister van Buitenlandse Zaken Timmermans en het kabinetsbeleid ten opzichte van het Israëlisch-Palestijnse conflict.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Blok past regels aan: Nationale Hypotheekgarantie mag toch meeverhuizen

NIEUWS - Afgelopen weekeinde meldde Nationale Hypotheekgarantie dat vanaf volgend jaar de NHG-hypotheek alleen nog mee te nemen was naar een volgende woning als hij voortaan annuïtair en volledig wordt afgelost. Minister Blok van Wonen meldde vandaag dat hij de regels wil laten aanpassen. Daardoor kunnen bestaande gevallen hun NHG toch meenemen naar een volgend huis, zonder dat wordt geëist dat de lening annuïtair wordt afgelost.

Antwoord op Kamervragen

Foto: Margo Akermark (cc)

Rutte II moet huiswerk over doen

ANALYSE - Het debat over de regeringsverklaring is uitgesteld tot dinsdag 13 november. Aanleiding tot het uitstel is de paniek over de zorgpremie. Dat is slechts één maatregel uit een snel in elkaar geflanst en rammelend regeerakkoord. De Tweede Kamer zou Rutte II op moet dragen het hele huiswerk over te doen.

Rutte en Samson waren snel. Ze hebben elkaar wel het ‘vertrouwen’, maar niet ‘de ruimte en voldoende tijd’ gegeven die ze in het regeerakkoord noemen als ‘belangrijke randvoorwaarden’ om ‘Nederland uit de crisis te laten komen.’ Nu wordt Rutte II gedwongen de tijd te nemen niet alleen het vertrouwen van de Tweede Kamer, maar ook van een groeiend aantal ongeruste maatschappelijke organisaties en burgers te winnen.

Regeerakkoord creëert wantrouwen

Het aantal alarmerende koopkrachtplaatjes, cijfers over banenverlies en kritische reacties over onduidelijkheden in het regeerakkoord neemt met de dag toe. Is het wantrouwen van de samenleving in Rutte II terecht?

Nee, kan het antwoord zijn. Een regeerakkoord formuleert slechts algemene uitgangspunten. Als Rutte verklaart dat iedereen offers moet brengen, maar dat de regering het akkoord rechtvaardig zal uitwerken, dan zou dat voldoende moeten zijn. De regering kan aan het werk en de debatten volgen wel al onderdelen daadwerkelijk aan de orde komen.

Foto: Margriet PR (cc)

Geen bruggen slaan voor integratie

OPINIE - Het thema integratie lijkt van de politieke agenda verdwenen te zijn, schrijft Hasib Moukaddim.

De kogel is door de kerk en een brug gebouwd. Het kabinet Rutte II is zo goed als een feit. VVD en PvdA hebben wekenlang aan een sociaal-liberaal manifest gesleuteld dat het daglicht eindelijk mocht zien. Een regeerakkoord waarin de aandacht voor specifieke problemen van minderheden lijkt weggedacht.

Bij de eerste lezing van het regeerakkoord is het meer dan duidelijk dat iedereen in Nederland de bezuinigingen gaat merken. Iedereen. En dat is eerlijk en dat moet ook gebeuren. Wat dat betreft moedig ik het kabinet aan om de rekening niet bij latere generaties te leggen. Maar dan hebben wij het over de financiële rekening. Maar hoe zit het met de maatschappelijke rekening?

In het akkoord is niets te lezen over de aanpak van discriminatie, terwijl verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat bewust en onbewust discrimineren dagelijkse kost is bij de politie, de geestelijke gezondheidszorg, de horeca en de uitzendbranche. Zonder effectieve discriminatiebestrijding wordt participatie van specifieke groepen een brug te ver. En wat zegt het regeerakkoord over de jeugdwerkloosheid, en die van minderheden in het bijzonder? Geen woord. Dit is geheel in strijd met de ambitie van het kabinet in wording om Nederland met een solide beleid uit de crisis te laten komen. Rutte en Samsom moeten beter weten.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

Buitenlands beleid gaat om geld

OPINIE - Het buitenlands beleid gaat om geld verdienen en kosten beperken. Een blik op het regeerakkoord.

Op 30 oktober zei Diederik Samsom in Nieuwsuur dat de onderhandelaars geen visie op het terugdringen van de werkloosheid en het creëren van banen hebben geformuleerd omdat PvdA en VVD daarvoor te veel van elkaar verschillen. Het is aan de Tweede Kamer om visies uiteen te zetten, zodat de partijen hun politieke kleur behouden, aldus Samsom. Wat impliceert dat onze nieuwe regering geen visie heeft.

Wat betreft het buitenlands beleid van Rutte-II klopt dat vrij aardig, afgaande op het regeerakkoord. Nu had de VVD in haar verkiezingsprogramma al verkondigd dat de partij ‘geen behoefte heeft aan vage vergezichten.’ Vergezichten zijn er dan ook niet echt te vinden, of het moeten de bezuinigingstabellen voor de jaren 2013 – 2017 zijn. Wel heeft het nieuwe kabinet, zoals verwacht, een mantra als het gaat om buitenlands beleid: economie, economie, economie.

Europa: geld verdienen, kosten beperken

Europa en de rest van de wereld zijn er om geld te verdienen. ‘Europa is van groot belang voor onze vrede, veiligheid en welvaart. We verdienen er ons geld; onze banen zijn er voor een groot deel van afhankelijk’ en ‘als het goed gaat met Europa gaat het goed met Nederland,’ zo staat in het nieuwe regeerakkoord. En dus moet de interne markt worden versterkt. Hoe? ‘Effectieve maatregelen om de noodzakelijk groei in Europa te versterken, worden bevorderd en ondersteund’. Blijft de vraag: wat zijn dan effectieve maatregelen? Een heldere visie hierop ontbreekt vooralsnog.

Foto: Maurice (cc)

Een sprintje of een grote tocht?

OPINIE - Politiek gaat over doelen, middelen en tijdstippen. Het is een losse pols definitie, maar het gedoe over de fiscalisering van de zorgpremie illustreert hem prachtig. Over het doel praten we niet, want zo hebben de VVD en PvdA het afgesproken. Over middelen en tijdstippen des te meer.

Het is een boeiende week voor de nationale politiek. Ons parlement gaat de confrontatie aan met het kabinet Rutte-II. Daarbij zal het gaan over het regeerakkoord, voor het eerst sinds lange tijd tussen slechts twee partijen. Dat is nogal wat in een meerpartijenstelsel met evenredige vertegenwoordiging.

Het waren “wittebroodsuren” tussen “Marx” Rutte en Diederik Samsom, maar De Telegraaf had maar een paar koppen met chocoladeletters nodig om de verzuring te doen toeslaan. Het roept de vraag op hoe dat kan en of het een uitkomst is van een verouderd systeem?

Opwinding, maar waarover precies?

Is deze regering het eens over de doelen? Dat lijkt mij niet. In de eerste plaats is een formatie niet een manier om je verder liggende doelen goed met elkaar af te stemmen. Dat kan nog lukken bij verwante partijen, maar niet bij tegenpolen die tot de verkiezingsdag hun verschillen hebben uitvergroot. In de tweede plaats hebben VVD en PvdA  niet geprobeerd het eens te worden over die doelen. De partijen besloten ideologisch uit te ruilen. Zoals Spekman zei: we doen het met blauw, maar worden niet paars. We blijven hartstikke rood.

Foto: Danny Mekic' (cc)

Zorg dichtbij en toch zo veraf

ANALYSE - In de zorgparagraaf van het regeerakkoord staan slechts twee noviteiten: het zorgpremiestelsel en het populatiegebonden budget. Door gebrek aan duidelijkheid is over het eerste is al veel rumoer losgebarsten. Er bestaat een gerede kans dat het andere onderdelen van de zorgparagraaf ook zo zal vergaan.

“Zorg dichtbij” luidt de titel van de zorgparagraaf. Het regeerakkoord belooft meer wijkverpleegkundigen, meer tweedelijnszorg naar de eerste lijn en hevelt voorzieningen over naar de gemeenten. Daar staan echter bezuinigingen op de lonen van verplegend personeel, schaalvergroting, volumebeperking en  gekrompen budgetten tegenover.

De prioriteiten: goede zorg en goede gezondheid, kwaliteitsverbetering, kostenbeheersing en samenwerking tussen zorgaanbieders. ‘Kwaliteitsverhoging gaat (…) vaak samen met kostenverlaging’ en ‘Concentratie van voorzieningen zorgt  voor hogere kwaliteit tegen lagere kosten’ zijn een paar citaten die het droomland van Rutte II goed illustreren.

Maar het regeerakkoord geeft weinig duidelijkheid over hoe de brei van maatregelen een consistent, kwalitatief goede zorg  waarborgt.

Kostenbeheersing

Met een bekende, maar sleetse, tactiek moet in 2017 vijf miljard euro zijn bezuinigd. Evenals vorige kabinetten gaat Rutte II vooral schuiven met potjes. Onderdelen van de zorg worden overgeheveld van Rijk naar gemeenten, van  tweedelijnszorg naar de eerste lijn en van de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) naar de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) of ZVW (Zorgverzekeringswet). De overhevelingen gaan uiteraard gepaard met verlaagde budgetten.

Foto: mystic_mabel (cc)

Soepeler ontslag: oplossing voor welk probleem?

ANALYSE - Komt een versoepeling van het ontslagrecht de dynamiek van de arbeidsmarkt ten goede en helpt het werklozen eerder aan een baan? Of draagt het niets bij aan het overbruggen van de kloof tussen insiders en outsiders op de arbeidsmarkt? Hoogleraar Arbeidseconomie Joop Schippers pleit voor een ander beleid. 

Dagelijks worden er in Nederland werknemers ontslagen. Soms na een tijdelijk dienstverband van een half jaar. Soms na een dienstverband van tientallen jaren. De ene keer gaat het om een individueel ontslag. De andere keer gaan er honderden werknemers tegelijkertijd de poort uit. Inmiddels is het aantal werklozen opgelopen tot ruim boven een half miljoen. Kennelijk is het niet zo ingewikkeld om – als je dat echt wilt of als het vanwege een reorganisatie of bedrijfssluiting onvermijdelijk is – van je personeel af te komen. Natuurlijk, zomaar zonder reden mensen op straat zetten, bijvoorbeeld omdat hun nieuwe brilmontuur je als werkgever niet aanstaat, kan niet. Maar dat is ook niet wat de meeste werkgevers ambiëren.

Toch worden er telkens – zowel in de wetenschap als de politiek – pleidooien gevoerd voor verdere versoepeling van het ontslagrecht. Dat zou de arbeidsmarkt flexibeler maken en zou, zo is de redenering, ook mensen die nu aan de kant staan meer kansen bieden op een baan. In het regeerakkoord van het nieuwe kabinet van VVD en PvdA zijn een aantal afspraken op dit punt opgenomen. Hierbij lijken twee observaties op hun plaats.

De eerste is dat de Nederlandse arbeidsmarkt al tamelijk flexibel is. Vanuit buurlanden als Duitsland en België wordt bij tijd en wijle bewonderend dan wel verlekkerd over de grens gekeken. De perceptie daar is dat de Nederlandse arbeidsmarkt aanzienlijk flexibeler is dan die in veel andere Europese landen. De Nederlandse arbeidsmarkt is zelfs zo flexibel dat vanuit werkgeverskring afgelopen zomer waarschuwende geluiden opklonken dat de grenzen van de flexibiliteit bereikt waren. Nog meer flexibiliteit zou ten koste gaan van investeringen door werkgevers en werknemers in nieuwe kennis en vaardigheden. Deze vormen van menselijk kapitaal renderen immers het beste bij een langduriger verbintenis tussen werkgever en werknemer, ook al gaat het dan niet noodzakelijk meer om een baan voor het leven. In die zin vormt een reële ontslagvergoeding een goede stok achter de deur: een verbroken arbeidsrelatie resulteert vrijwel altijd in verlies aan menselijk kapitaal en het besluit daartoe mag niet lichtvaardig worden genomen.

Kloof tussen ‘insiders’ en ‘outsiders’ wordt niet overbrugd

De tweede observatie betreft de claim dat een (nog) flexibeler arbeidsmarkt de kloof tussen ‘insiders’ en ‘outsiders’ op de arbeidsmarkt zou kunnen dichten. Die kloof is ongetwijfeld het grootste probleem van de Nederlandse arbeidsmarkt. Werken in Nederland is topsport en wie niet met de (productief) besten kan meekomen, staat al snel aan de zijlijn.

In het verleden (laatste kwart van de 20ste eeuw) was dat veelal met een royale inkomensvoorziening. In het huidige tijdsgewricht betreft het veelal een uitkering die maximaal schraal genoemd kan worden. Wat erger is: wie eenmaal aan de kant staat, vindt slechts moeizaam de weg terug naar de arbeidsmarkt. En velen lukt dat helemaal niet. Momenteel geldt dat bijvoorbeeld in toenemende mate voor ouderen die als gevolg van de crisis hun baan hebben verloren. Honderden sollicitaties en geen enkele uitnodiging.

Zou dat beter worden als je als werkgever (nog) gemakkelijker van je mensen af zou kunnen? Feit is dat de afgelopen jaren nog nauwelijks vaste banen worden vergeven. Nieuwe werknemers (jong of – een enkele keer – oud) gaan aan de slag via een uitzendconstructie of op een tijdelijk contract dat volgens de wettelijke regels een aantal keren mag worden verlengd. Zelfs gerespecteerde overheidsorganisaties kiezen er daarna voor hun werknemers een aantal maanden uit dienst te laten gaan om daarna het hele circus van flexibele contracten opnieuw op te starten. Dus welke (oplettende) werkgever zit er in Nederland nog aan zijn werknemers vast? Het probleem waar een soepeler ontslagrecht een oplossing voor pretendeert te bieden, lijkt amper te bestaan.

Inkomen werklozen daalt straks sneller

Wel leidt bijvoorbeeld een kortere WW-duur, een lagere uitkering na het eerste jaar en een beperking van de ontslagvergoeding, zoals overeengekomen in het coalitieakkoord van VVD en PvdA, er toe dat mensen die hun baan verliezen en niet snel een nieuwe vinden (en dat zijn er momenteel heel wat, zeker onder de ouderen die werkloos worden) sneller dan in het verleden met een inkomensdaling worden geconfronteerd die hen ook op andere terreinen dan de arbeidsmarkt in de problemen brengt. Overigens wordt in deze discussie vaak voorbijgegaan aan het al langer bestaande effect van de maximumdagloonbepaling in de WW. Die zorgt er voor dat mensen met een iets hoger inkomen in geval van werkloosheid hun koopkracht snel fors zien dalen, met alle gevolgen van dien. De wijzigingen in de regelgeving rond ontslag lijken vooral te resulteren in afwenteling van WW-kosten op een beperkte groep onfortuinlijke burgers die op het verkeerde moment voor de verkeerde baas werkten. Werklozen worden niet aangenomen omdat er geen werk is; niet omdat je als werkgever mogelijk te lang aan ze vast zit.

Koersen naar andere oplossing

Het probleem van de rigide scheiding tussen ‘insiders’ en ‘outsiders’ vergt een andersoortige oplossing. Voor een deel bestaat die in het opvijzelen van de (te lage) productiviteit van een deel van de ‘outsiders’. Scholing, training en stages kunnen daarbij helpen. Wellicht dat een deel van de ‘outsiders’ zich daarmee kwalificeert voor een positie in de eredivisie van het Nederlandse arbeidsbestel.

Aan anderen is verdere scholing en training niet besteed; zij zitten qua competenties aan hun maximum. Hun inschakeling vergt een andere inrichting van datzelfde arbeidsbestel. Die begint met de erkenning dat laag productief ook productief is en dat voor sommigen meedoen als zodanig al een overwinning is. Soms kunnen werknemers met een lage productiviteit buitengewoon nuttige ‘extra handjes’ zijn die drukke, hoog productieve collega’s het werkzame leven veraangenamen. Waar werknemers onvoldoende productief zijn om zelfstandig een adequaat loon te verdienen, moet dat uit andere bronnen worden aangevuld. Van dat laatste kun je een enorm probleem maken (wie draagt die kosten?), maar bedacht dient te worden dat deze mensen hoe dan ook van een inkomen moeten worden voorzien. Met dat gegeven in het achterhoofd lijkt het tot wederzijds voordeel te strekken als deze burgers zich – elk op hun eigen wijze en naar eigen vermogen – voor de samenleving verdienstelijk maken, terwijl het feit dat zij meedoen en meetellen bijdraagt aan hun eigenwaarde en zelfvertrouwen en een positieve impuls geeft aan de sociale cohesie in de samenleving.

 

Dit artikel verscheen eerder op Sociale Vraagstukken.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Vorige Volgende