Twintig jaar onderzoek naar de boze burger

Na de moord op Pim Fortuyn, twintig jaar geleden, kregen we te maken met een nieuw fenomeen: de boze burgers. Jelle van der Meer en Marcel Ham plozen uit hoe de wetenschap al die jaren dacht over boze burgers. De moord op Pim Fortuyn op 6 mei 2002 bracht het land in shock. Maar achteraf gezien, heeft het enorme electorale succes van Fortuyn en zijn partij LPF een veel grotere impact gehad op politiek en samenleving. Een slagveld was het, in zetels. Niet voor niks heette dit al snel ‘de opstand’ en ‘de revolte’; daaruit sprak schrik en angst. Het had grote indruk gemaakt dat op de avond van de moord een woedende menigte Fortuyn-aanhangers aan de poorten van het Binnenhof stond te rammelen. Het beeld van ‘boze burgers’ was geboren. De analyses en onderzoeken kwamen onmiddellijk op gang en zijn sindsdien niet meer gestopt. Wie zijn zij, wat willen zij? Zijn ze wel boos? We zetten twintig jaar onderzoek op een rijtje. En beginnen bij het begin. Acht jaar paarse coalitie Een revolte lag rond de eeuwwisseling niet in het verschiet. Na acht jaar paarse coalitie (VVD, PvdA en D66) stonden de economische indicatoren op zonneschijn. Als die opstand er dan opeens toch is, staan columnisten en opiniemakers onmiddellijk met hun duidingen klaar. Ze gaan alle kanten op. Het zijn ‘onzekere burgers’ in identiteitscrisis door ongereguleerde immigratie en een mislukte integratie (onder anderen Paul Scheffer). Of ‘verliezende burgers’ die de nadelen voelen van neoliberalisering en globalisering (onder anderen René Cuperus). Door de ‘politieke elite monddood gemaakte burgers’, vanwege hun ‘racistische’ zorgen over de multiculturele samenleving (onder anderen Afshin Ellian). ‘In de steek gelaten burgers’, door een bureaucratische overheid die niet levert wat ze zou moeten leveren (o.a. Gabriël van den Brink), of juist ‘assertieve, veeleisende burgers’ die ongeduldig hun vinger opsteken (ook Gabriël van den Brink). Of ‘de teleurgestelde kiezers’ die politiek de weg zijn kwijtgeraakt omdat de ont-ideologiserende partijen op elkaar zijn gaan lijken, samengeklonken tot een politiek-bestuurlijke kaste die de werkelijke noden van de burgers niet meer ziet (bijna allen). Revolutionaire trekken De grote gemene deler is een alarmistische toon over een gevaarlijk smeulend ongenoegen, en een vertrouwensbreuk tussen kiezer en gekozene, met revolutionaire trekken. De politiek had dit moeten onderkennen. En zeker ook de beleidsonderzoekers. Daarmee heeft men vooral het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) op het oog. Het SCP zag vooraf geen revolutionaire stemming en ziet die ook achteraf niet. De SCP-rapporten prediken keer op keer geruststelling en kalmte: onderzoek toonde geen heftige stijgende trends in onvrede en ontevredenheid onder de Nederlanders. 2002 was een samenloop van omstandigheden, zo luidt de analyse: een deel van de kiezers was om verschillende redenen uitgekeken op paars, en een charismatische buitenstaander slaagde erin die uiteenlopende groepen te mobiliseren op onvrede over zorg, veiligheid en natuurlijk migratie en integratie. Ontevredenheid over beleid, leidend tot een democratische afrekening met een kabinet, is iets anders dan een fundamentele breuk. Daarvan was geen sprake, en van afkeren van de politiek evenmin, gezien de hoge opkomst (Dekker & De Hart 2003). Het gaat de verkeerde kant op Een direct gevolg van de Fortuyn-revolte is een toename van opiniepeilingen en opinieonderzoek bij media, wetenschap en beleidsonderzoek. Om de vinger aan de pols te houden, breidt het SCP zijn systematische bevolkingsonderzoek stevig uit, met vanaf 2008 zelfs elk kwartaal een monitor onder de naam Burgerperspectieven. De onderzoeken laten zien dat het vertrouwen in de politiek sterk reageert op actualiteiten (crises, verkiezingen, nieuw kabinet), met pieken en dalen. Op de lange termijn – tot heden – is er door alle schommelingen heen hoogstens een licht dalende trend voor het vertrouwen in regering en Tweede Kamer. Opvallend is een andere uitkomst: Nederlanders zeggen tevreden te zijn over hun eigen leven, maar dat gaat samen met onbehagen over de samenleving. Jaar op jaar, tot vandaag aan toe, is er een vrij constante meerderheid van rond de 60 procent die vindt dat het met Nederland de verkeerde kant op gaat. Gevraagd naar oorzaken, komen er thema’s langs als veiligheid, zorg, economische onzekerheid, ongelijkheid, ‘de politiek’ en immigratie en integratie. De volgorde wisselt van jaar tot jaar, maar bijna altijd staan bovenaan de zorgen over het samenleven: de omgangsvormen, het gebrek aan fatsoen en respect, verlies van gemeenschapszin. Ergernis en machteloosheid De uitkomsten gelden voor alle soorten Nederlanders, maar er zijn wel verschillen tussen groepen, met opleiding als belangrijkste verschilmaker. Onder lager opgeleiden is er minder tevredenheid over het eigen leven, meer onbehagen over de samenleving, minder vertrouwen in de politiek en minder tevredenheid over het functioneren van de democratie. Omdat het onbehagen zo hardnekkig en breed aanwezig is, verdiept het SCP zich erin en probeert het te achterhalen welke emoties mensen voelen bij hun verhalen (Dekker e.a. 2013). En dat zijn vooral ergernis en machteloosheid, en iets minder ook boosheid. Boosheid gaat samen met het aanwijzen van schuldigen, met name ‘de politiek’ die burgers negeert en niets van hun problemen begrijpt. Deze groep ‘boze burgers’ is negatiever over politiek, migranten en de EU. Ze zijn niet politiek afgehaakt, juist meer dan gemiddeld politiek en maatschappelijk betrokken; ze gaan vaker stemmen (vooral PVV) of participeren anderszins. Deze categorie ‘boze burgers’ vormt echter slechts een paar procent van die grote groep Nederlanders met onbehagen. Onderstroom wordt bovenstroom Niet zozeer boosheid dus, maar maatschappelijk onbehagen is wat ons plaagt. Nederland is geen uitzondering, ook in de meeste andere Europese landen is een dergelijk onbehagen zichtbaar, constateert socioloog en politicoloog Eefje Steenvoorden (2016). En in vergelijking is Nederland een van de minst pessimistische landen. De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) wijst in een advies aan het kabinet op mogelijke oorzaken als individualisering en meritocratisering, en noemt onbehagen een diffuse free-floating emotie. Mensen voelen dat zelf anders. Zij koppelen hun onbehagen aan concrete ervaringen en vraagstukken, zoals migratie, veiligheid en fatsoenlijk samenleven, waarvan ze niet snappen dat ze niet allang opgelost zijn. En dat dat niet is gebeurd, versterkt het gevoel van frustratie (RMO 2013). Grote maatschappelijke kloven Als je het kwantitatieve en kwalitatieve onderzoek op een rijtje zet, springen twee pijnpunten eruit. Met voorop machteloosheid: een gevoel bij velen geen grip te hebben op samenleven en samenleving. En als tweede een vervreemding van de politiek: de afstand, het gevoel niet gezien, niet begrepen en niet gehoord te worden. Deze pijnpunten zijn niet uniek bij specifieke groepen te traceren, al weten we van de kwantitatieve onderzoeken dat ze niet gelijk verdeeld zijn. Het onbehagen is geen onverschilligheid; mensen tonen politieke en maatschappelijke betrokkenheid, die echter samengaat met een gevoel geen invloed te hebben. Ze uiten hun grote zorgen over wisselende kwesties, zonder dat duidelijk wordt waar precies de schoen wringt, laat staan in welke richting mensen oplossingen zoeken. Veel commentatoren weten het wel. Zij wijzen op grote, maatschappelijke kloven veroorzaakt door sociaal-economische en sociaal-culturele ongelijkheden. Met vooral opleiding als verdelende factor. Het onbehagen is een uiting van onvrede hierover, de oplossing is het dichten van die kloven. De toon van deze analyses is net als twintig jaar geleden vaak alarmistisch – ‘veenbrand’, ‘de perfecte storm’ – en daarin resoneert de angst voor een herhaling van een Fortuyn-achtige opstand door een onderklasse. Niet alleen boos, maar ook afgehaakt (zie bijvoorbeeld de Atlas van afgehaakt Nederland (De Voogd & Cuperus 2021)). Sluimerende revolutie Brandstof voor deze ongerustheid is de groeiende steun voor populistische partijen. Los van de vraag of deze partijen inderdaad een gevaar zijn voor de democratie − onder politicologen woedt daarover een stevig debat − valt te betwisten of het onbehagen inderdaad een onderklassevraagstuk is en een sluimerende revolutie in zich draagt. Sociaal-economische thema’s als ongelijkheid komen in de onderzoeken, zowel enquêtes als interviews, niet bovendrijven als de grootste zorgen. Bovendien bestaat het onbehagen bij een veel grotere groep Nederlanders dan alleen bij een laagopgeleide onderklasse. Onderzoeken tonen geen toename in maatschappelijk of democratisch afhaken. Het gaat er niet om of er ongelijkheden bestaan in Nederland. Waar het hier wel om gaat, is dat het onbehagen niet een-op-een gekoppeld is aan die ongelijkheden. Daarmee zoek je in de verkeerde richting. Boze protesten Net zomin kan onbehagen gekoppeld worden aan boze protesten. Dat zijn collectieve uitingen van onvrede op een specifiek thema. Denk aan boeren tegen stikstof, studenten tegen leningen, Groningers voor meer compensatie, gekleurde Nederlanders tegen Zwarte Piet en voor Zwarte Levens, buurtbewoners tegen asielzoekerscentra, anti-vaxers voor vrijheid, enzovoort. Elke tijd heeft zijn protesten, en soms waren die een stuk groter of heftiger dan tegenwoordig, zoals de krakersrellen en vredesdemonstraties van begin jaren tachtig. Ergens in de afgelopen jaren is de ‘boze burger’ een etiket geworden dat op allerlei protest of ontevredenheid wordt geplakt. Met steeds de betekenis: pas op, dit staat voor veel meer; en als subtekst: misschien maar een beetje toegeven. De ‘boze burger’ wordt gezien als een ‘risicoburger’ (Van Gunsteren, geciteerd in Verhoeven 2009). Dat is te angstig. Protest, boosheid en zelfs ressentiment, van welk slag dan ook, horen bij een democratie. Coherente politieke visie We verwijzen nog een keer naar de RMO, die het onbehagen beschrijft als een diffuse free-floating emotie. De filosoof Hans Blokland schreef in een mooi essay over onbehagen dat je niet moet verwachten dat mensen heel precies en consistent onder woorden kunnen brengen wat ze denken en vinden van politiek en samenleving. Blokland: ‘Ondanks een voortdurend stijgend scholingsniveau beschikken mensen ook vandaag maar zelden over een enigszins consistente en coherente politieke visie, en worden zij vooral bewogen door vooroordelen, beelden, emoties en wanen van de dag.’ Daardoor is het lastig om te achterhalen waar voor burgers de pijn zit achter dat maatschappelijk onbehagen. Met als gevolg dat iedere onderzoeker, journalist of politicus daar iets in kan leggen. Niet gehoord, niet gezien, niet begrepen Populistische politici maken hier gebruik van; ze zullen de mensen precies vertellen waaronder ze gebukt gaan (veiligheid, migranten) en wijzen op ‘de Puinhopen van Paars’ of ‘de Ravage van Rutte’ (Baudet). Goede politici zullen mensen de ruimte geven om met elkaar en samen met hen op zoek te gaan naar hun problemen, wensen en verlangens achter het onbehagen. We hoeven nu niet verder te zoeken, eigenlijk weten we genoeg. De rode draad in alle onderzoek naar onbehagen is een gevoel van machteloosheid en van verbroken verbindingen, waaronder met de politiek. Mensen voelen zich niet gehoord, niet gezien en niet begrepen. Dan is het antwoord: ga in gesprek. Laat mensen vertellen over hun leven en hun problemen, over hun zorgen en over samenleven. Begin met het herstel van verbinding, leg een brug tussen hun leven en dat van anderen en de politiek. Doe op die manier iets aan die machteloosheid. Spreekuren in de wijk Laten we het concreet maken: gemeenteraadsleden en wethouders gaan ieder minstens eenmaal per week een dagdeel spreekuur houden in een vaste buurt of wijk. Doel: luisteren, ervaringen uitwisselen, problemen leren kennen, elkaar serieus nemen. En serieus nemen betekent zo nodig ook tegenspreken. En helpen is niet per se overnemen, maar ook niet met een kluitje in het riet sturen. Te snel heet dat cliëntelisme, maar dat is watervrees; politici zijn volksvertegenwoordigers en daarbij hoort contact met de kiezers. Veel zorgen zijn landelijk en dus gaan ook landelijke politici (Eerste en Tweede Kamerleden) spreekuren houden op vaste plekken. Waarom moet het regionale ziekenhuis dicht? Waarom gaan de grenzen niet dicht? Waarom worden er niet meer huizen gebouwd? Spreekuren zouden een toeslagenaffaire veel eerder aan het licht brengen. Hoe is het mogelijk dat Kamerleden niet weten hoe hun regels in de praktijk uitpakken? Onbegrijpelijke regels We gaan nog een stap verder. Ook de hoogste bestuurders van de instanties waarmee burgers dagelijks te maken hebben, moeten uit hun cocon komen: de woningcorporaties, de zorginstellingen, de zorgverzekeraars, het UWV, de Belastingdienst, de politie... Ook zij weten onvoldoende wat er leeft bij mensen. Met vrijwel alle instanties ervaren burgers afstand en onbereikbaarheid; ook figuurlijk, door onbegrijpelijke regels en gebrek aan inlevingsvermogen bij uitvoering. Het is voor burgers belangrijk dat zij directeuren zien, en voor directeuren − of hoe zij zich ook noemen − is het belangrijk dat zij burgers zien en spreken, hun leven en hun problemen kennen. Ten slotte: mensen – buren, wijkbewoners, dorpsbewoners, stadsbewoners, burgers – moeten ook met elkaar gaan praten, in het echt, niet alleen op sociale media. Om te beginnen over het samenleven. Van alle verbindingen is deze het moeilijkste, want hoe organiseer je dit? In ieder geval kunnen de spreekuren met politici en bestuurders mensen helpen stappen te zetten als ze herontdekt hebben dat ze niet machteloos zijn als ze samenwerken. Mensen met de meeste toerusting op dit gebied kunnen hierin een voortouw nemen. Noblesse oblige. Gebrek aan verbindingen We leven in tijden van pessimisme. Niet de ongelijkheden of kloven zijn het eerste probleem, dat is wel het gebrek aan verbindingen. ‘Van kloof naar brug’, in de woorden van Tim ’S Jongers in zijn Participatielezing van dit jaar. Uitwisseling van ervaringen, om een einde te maken aan het gevoel van mensen dat ze niet gezien worden. Het meest vernederende, zo schrijft de filosofe Marjan Slob in de Volkskrant begin 2022, is dat er niet werkelijk naar je gekeken wordt. ‘Dat je wordt genegeerd. Dat je een figurant bent in het verhaal van een ander.’ Laten we proberen om verhalen te verbinden. Dit artikel verscheen eerder bij Sociale Vraagstukken. Jelle van der Meer is journalist. Marcel Ham is hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Dit is een ingekorte versie van het boek 'Niet boos maar machteloos. Twintig jaar onderzoek naar de boze burger', te bestellen bij Uitgeverij Van Gennep. -o-o-o- Bronnen Blokland, H. (2006). Een poel van maatschappelijk onbehagen. De Witte Raaf, editie 120, maart/april Dekker, P. & J. de Hart (2003). Geen knieval voor het tijdgeestje: het SCP en de onvrede van 2002. Beleid & Maatschappij 30 (1) Dekker, P., J. den Ridder (2011). Stemming onbestemd. Verdiepingsstudie Continu Onderzoek Burgerperspectieven. Den Haag: SCP Dekker, P., L. van Noije & J. den Ridder (2013). Overvloed aan onbehagen. In: RMO, Het onbehagen voorbij. Een wenkend perspectief op onvrede en onmacht. Den Haag: RMO Lange, S.L. de, J. Zuure (2018). Woest. De kracht van verontwaardiging. Amsterdam: ROB/UAP (zie ook deze bewerkte versie) RMO (2013). Het onbehagen voorbij. Een wenkend perspectief op onvrede en onmacht. Den Haag: RMO Tim ’S Jongers. (2022). Beledigende broccoli. Over de ervaringskennis van kwetsbaren. Van Gennep SCP (2021). Verschil in Nederland. Zes sociale klassen en hun visies op samenleving en politiek. Den Haag Slob, M. (2022). De tijd van hautaine polemiek is voorbij. De Volkskrant, 21-1-2022 Steenvoorden, E. (2016). Societal Pessimism: A Study of its Conceptualization, Causes, Correlates and Consequences. Proefschrift UvA Verhoeven, I. (2009). Burgers tegen beleid. Een analyse van dynamiek in politieke betrokkenheid. Amsterdam: Aksant Voogd, J. de, R. Cuperus (2021). Atlas van afgehaakt Nederland. Over buitenstaanders en gevestigden. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Door: Foto: Foto Engin Akyurt portrait of an angry man, via unsplash.
Foto: id-iom (cc)

Kunst op Zondag | Politicomedie

Volodymyr Zelensky bewijst dat niet alleen dat iedereen president kan worden, maar het ook kan zíjn.

Zijn carrière als komiek en acteur wordt bij herhaling van stal gehaald om te illustreren wat een bijzondere carrièreswitch hij heeft gemaakt. Met als pikante toevalligheid dat hij al eerder president was in televisieserie (en film) ‘Dienaar van het volk’.

De gelijknamige politieke partij (‘Sluha narodu’ in het Oekraïens) presenteerde in 2018 Zelensky als presidentskandidaat. In 2019 won hij de verkiezingen en de rest is inmiddels een korte maar hevige geschiedenis.

Het is geen bijzonderheid dat filmacteurs de politiek ingaan. Maar een komiek die het tot president schopt? Ook dat is geen unicum.

Komiek Dick Gregory (1932 – 2017) deed in 1968 een gooi naar het presidentschap in Amerika. Als inschrijfkandidaat voor de Freedom and Peace Party. Een inschrijfkandidaat is iemand wiens naam niet op de stembiljetten staat, maar die door kiezers op het biljet kan worden bijgeschreven. Gregory kreeg zo nog 47.097 stemmen

Hier een button die bij zijn campagne werd gebruikt en hieronder een kort fragment uit de David Frost-show (1968).

Als komiek heeft hij het lang volgehouden. Hieronder een fragment uit het tv-programma ‘1st Amendment Stand Up’, waarin we Gregory op 77-jarige leeftijd nog actief zien.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Closing Time | Politiek

Nederpop uit 1980, toen Bram Vermeulen na de breuk (Fram & Breek, grapten de media, als varatie op Dram & Preek) met Freek de Jonge, solo ging, nou ja solo, met de band De Toekomst, waarin onder andere gitarist Jan de Hont, met Nederlandstalige pop. Mooie toetsen, verschrikkelijk koortje.

De tekst is toepasbaar op Mark Rutte. Men zou van minder cynisch worden.

Als ik niet praat
Heb ik het niet gezegd
Heb ik het niet gezegd
Wist ik er niets van
Kunnen ze mij niets maken
Dus ik praat niet

 Als ik niet luister
Hoor ik het niet
Hoor ik het niet
Wist ik er niets van
Kunnen ze mij niets maken
Dus ik luister niet

 

Foto: DoD photo by Lisa Ferdinando copyright ok. Gecheckt 21-03-2022

Een Nieuwe Democratische Partij

ANALYSE - Joe Biden, de populaire progressieve politicus. Het is niet bepaald een zinsnede die je pakweg een jaar terug had verwacht. Biden won als gematigde “compromiskandidaat” de Democratische voorverkiezingen. Hij mocht dan niet de meest inspirerende beleidsplannen hebben, maar hij zou tenminste wel Trump verslaan.

Maar presidentskandidaat Biden is niet dezelfde als president Biden. Hoewel de 78-jarige Democratische politicus als gematigde staatsman campagne voerde, is zijn presidentschap tot dusver verbazingwekkend progressief.

Underpromise

Reeds tijdens de campagne viel op dat de presidentskandidaat weliswaar niet alle progressieve paradepaardjes overnam (Medicare for all, uitbreiding Hooggerechtshof), maar wel voor zijn doen een grote stap naar links maakte.

Zo bepleitte Biden een significante uitbreiding van de Affordable Care Act (Obamacare), het afschaffen van collegegeld voor het overgrote deel van de Amerikanen en een grondige hervorming van het Amerikaanse faillissement-stelsel.

Desalniettemin stond de presidentskandidaat bekend als een gematigde “traditionele” Democraat, een label waar hij maar al te graag in mee ging. Ook heerste bij progressieve Democraten eerst nog scepsis. Zij vreesden dat Biden een hoop water bij de wijn zou doen in een tevergeefse handreiking naar de Republikeinen

Overdeliver

Die angst blijkt, voor nu, ongegrond. Binnen twee maanden na zijn aantreden, drukte President Biden tot verbazing van de GOP zijn COVID-steunpakket door het Congres met de kleine Democratische meerderheden in het Huis en de Senaat.[1]

Foto: Fossielvrij NL (cc)

Klimaatdoelen haal je nooit met kerncentrales

Gastbijdrage Jan Willem van de Groep

ANALYSE - Over de non-lineariteit van zowel CO2-emissie doelen als CO2-budgetten

Het einddoel kennen we allemaal, nul CO2-emissie per 2050. Voor veel politici lijkt dat een doel welke lineair behaald moet gaan worden met 2030 slechts als tussendoel. Sterker nog. Velen denken dat we nog volop tijd hebben om te oefenen, kleine stappen te zetten en aan het einde te versnellen. De discussie over het al dan niet toepassen van kerncentrales is er zo één. Lineaire verlaging van de CO2-emissie is echter niet de manier waarop we antwoord kunnen geven op deel 2 van de klimaatdoelstellingen van Parijs. Daar is namelijk ook afgesproken dat we opwarming van de aarde beperken op een waarde tussen 1,5 en 2,0 graden met een streven zo dicht mogelijk bij de 1,5 graden te eindigen in 2050 (tekst klimaatakkoord: “ruim onder de 2 graden”). Laten we daar eens op inzoomen.

CO2-budgetten  wereldwijd

Het CO2-budget is de hoeveelheid CO2 die nog uitgestoten kan worden tot 2050 om binnen de doelstelling van 1,5 tot 2,0 graden te blijven. Een flink aantal wetenschappers hebben daar met verschillende modellen aan gerekend. Het IPCC heeft uit al die publicaties een gemene deler gehaald (link) en met allerhande voorzichtigheden de zekerheid bepaald wat het meest aannemelijke getal is voor een 1,5 en 2,0 graden budget.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Viruswaanzin kaapt leden van nieuwe politieke partij

NIEUWS - Zojuist sloot de zitting van de Kiesraad waar werd vastgesteld welke partijen met welke kandidaten mee gaan doen bij de komende verkiezingen. Na de bekendmaking meldden zich een hele rij bezwaarmakers. Het werd een uiterst verwarrende zitting.

Een deel van de bezwaarmakers wilde dat twee lijsten werden samengevoegd. De lijst Vrij en Sociaal Nederland (VSN), ingeleverd door Bas Philipini,  en de Blanco lijst met als eerste kandidaat Zeven, A.J.L.B.., ingeleverd door Anna Zeven, die tot gisteren nog als bestuurslid van VSN stond vermeld op de website van VSN.

Foto: © Sargasso

Het probleem dat politieke partij heet

ANALYSE - De hoofdrolspelers in ons politieke stelsel zitten niet in de Tweede Kamer of het kabinet. Ze hebben daar wel afgevaardigden die als woordvoerder fungeren en hun standpunten naar voren brengen. Ze hebben een bestuur zonder mandaat van de Nederlandse kiezer. En ze bepalen op wie wij in maart mogen stemmen. Die hoofdrolspelers zijn de politieke partijen. Over hen gaat de reeks waar dit het startpunt van is. En over een alternatief. Want zou het niet fijn zijn om niet op een partij te hoeven stemmen?

OPMAAT

Een korte terugblik op 2020. Van politieke partijen zou je kunnen denken dat ze zich ophouden in de coulissen van het politieke toneel. Maar ook in het afgelopen jaar waren ze weer regelmatig op het hoofdpodium te vinden. Voor sommige van hen was het een turbulent jaar. Partijfolklore in vijf bedrijven.

50 Plus

Voorjaar 2020. Terwijl Nederland druk bezig is overrompeld te worden door een pandemie, zit 50 Plus niet stil. Vanaf eind 2019 wordt er samengewerkt met Femke Merel van Kooten-Arissen, het afgesplitste kamerlid van de Partij voor de Dieren. Een op het oog constructieve samenwerking, wat ongebruikelijk is in ons partijpolitieke landschap. Versplintering komt als tijdverdrijf vaker voor, zeker onder ouderenpartijen. Maar het duurt niet lang voordat 50 Plus zich herpakt en Henk Krol, zijn grote talent aanwendend, de partij vakkundig de sloot in begint te fietsen. De vele episodes van persoonlijke onmin en kinnesinne die volgen zijn de vergetelheid waardig. Het heeft met politiek weinig van doen.

Foto: -JvL- (cc)

De Balie: Klimaatdebat 2021

NIEUWS - De Tweede Kamerverkiezingen zijn dit jaar op 17-18-19 maart 2021. Hoewel er veel aandacht uitgaat naar corona is er ook nog die andere crisis: klimaatverandering. De Balie organiseerde op 5 februari een klimaatdebat tussen de woordvoerders van VVD, CDA, D66, PvdA, GroenLinks, SP, PvdD, CU en de twee uitdagers BIJ1 en JA21. Het debat is een verademing vergeleken met het gemiddelde lijsttrekkersdebat van de afgelopen jaren op tv. De deelnemers laten elkaar uitpraten en pakken elkaar aan op inhoud in plaats van op frames. Ook beide debatleiders, Rokhaya Seck en Tim Wagemakers, deden het prima en waren inhoudelijk voldoende op de hoogte om bij verschillende woordvoerders prikjes uit te delen op het moment dat ze  ronkende verkiezingstaal afweek van eerdere standpunten of daden.

Het debat opende met de vraag over het ophogen van de doelstelling voor 2030. Waar GroenLinks en PvdD uiteraard voorstander van zijn, dat de VVD daar geen voorstander van is is ook geen verrassing. Daarin namen Joris Thijssen van PvdA en Pieter Grinwis een uitzonderingspositie in. De eerste door te pleiten voor het bereiken van doorbraken, zoals bij de kosten voor wind op zee. De tweede door te pleiten voor daden in plaats van nieuwe doelstellingen.  Opvallend vond ik verder dat van alle partijen enkel de VVD nog vind dat de luchtvaart mag groeien. Tjeerd de Groot, D66, nam een bijzondere spagaat in, waar hij bij de veestapel ervan uitging dat een halvering nodig is, weigerde hij zich vast te leggen op een maximaal aantal vluchten voor Schiphol.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: duncan c (cc)

De schone kunst van het zegeningen tellen

COLUMN - Zelden heb ik zo uitgekeken naar het einde van een jaar. Niet dat ik erop reken dat alles volgend jaar beter zal gaan, maar op een beetje beter hoop ik toch wel – al is het maar omdat er vaccins in aantocht zijn, al blijken we in de logistieke operatie die de verstrekking ervan behelst, het sloomste jongetje uit de hele klas te zijn. Moge het de laatste blunder van Hugo de Jonge zijn.

De komende dagen wil ik me bekwamen in de schone kunst van het zegeningen tellen. Want heus, die zijn er. Zo is het verpleeghuis van mijn moeder nog immer coronavrij, en wordt ze liefdevol behandeld. Mijn vader, die volgende maand 90 wordt, is kwiek en we kunnen samen – dat hebben we net bewezen – nog altijd met gemak een kerstdag vullen met lange gesprekken, een wandeling, een film en een fles drambuie.

Ik heb werk waar ik dol op ben, veel van leer en goed in ben. Ik krijg er komend jaar zelfs een vaste baan in – niet slecht, op mijn leeftijd (over vier jaar krijg ik AOW). Ik heb gave collega’s en een baas met wie ik soms duchtig doorzak. Soms voelt hij als mijn tweede broer, maar dan een met wie ik nooit ruzie heb.

Foto: Judy van der Velden (cc)

Staat van het klimaat en de verkiezingen in 2021

NIEUWS - In de aanloop naar de verkiezingen van 2017 heeft Sargasso alle verkiezingsprogramma’s doorgelicht op de klimaatdoelstellingen en het klimaatbeleid dat de verschillende partijen voorstonden. Inmiddels zijn we vier jaar verder, is de klimaatwet van kracht geworden en maken de politieke partijen zich op voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2021. Een mooi moment om de verkiezingsprogramma’s opnieuw tegen het licht te houden op klimaatbeleid. We beginnen vandaag met de belangrijkste ontwikkelingen sinds 2017 en met de huidige staat van het klimaat, zoals beoordeeld door de Raad van State en het Planbureau voor de Leefomgeving. Daaruit destilleren we ook de sectoren en terreinen waarop we in de verkiezingsprogramma’s aanvullende maatregelen verwachten om de doelstellingen voor 2030 en 2050 te halen. Overal waar in dit stuk CO2 wordt genoemd gaat het om alle broeikasgassen en kun je dus ook CO2 equivalenten lezen.

Internationale ontwikkelingen

Internationaal is er de afgelopen vier jaar behoorlijk wat veranderd. Aan de ene kant staan de VS op het punt uit het klimaatakkoord van Parijs te stappen en heeft ook de Australië regering zijn aloude rol van vol inzetten op kolen en gas weer opgepakt. Aan de andere kant is het Trump niet gelukt om de neergang van de kolensector in de VS te stoppen. Niet alleen zijn de meeste kolenmijnbouwbedrijven de afgelopen jaren doorgestart, ook de sluiting van kolencentrales in de VS zet onverminderd door. Alleen al in 2019 werd bijna 16 GW aan kolencentrales gesloten, terwijl er geen nieuwe kolencentrales in de pijplijn zitten. Sinds 2016 is er geen nieuwe kolencentrale meer geopend in de VS.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Volgende