EPD, korte geschiedenis van een nationale ramp

Het EPD kent een lange geschiedenis. Voorstanders zeggen dat het absoluut noodzakelijk is het EPD in tevoeren omdat het mensenlevens redt. Tegenstanders wagen dat betwijfelen, en hekelen het IT-sausje dat nu over talloze databases in de geschonken wordt.  Heeft u wel eens 'De grote beurt' gezien? Dit is een auto-programma kloon van MTV's 'pimp my ride' waar oude auto's een makeover krijgen om ze weer hip&cool te maken. Probleem bij al het opleuken dat in deze programma's wordt gedaan is dat onder de nieuwe lak en glimmende velgen het een oude auto blijft die z'n beste tijd gehad heeft. Zo is het ook met het EPD. Ruim twaalf jaar geleden werd onder leiding van Minister Els Borst het plan opgevat een nationaal elektronisch patiëntendossier te realiseren. Een dergelijk dossier zou medicatie- en andere fouten door informatieachterstand bij zorgverleners voorkomen en zo vele mensenlevens redden. Het waren tenslotte de jaren '90 en er was niets dat IT niet leek te kunnen oplossen.

ICT & Overheid, wat te doen?

<Webwereld column>

Afgelopen vrijdag mocht ik met andere ‘experts’ vragen beantwoorden van de in Parlementaire werkgroep ICT-projecten bij de overheid. Dit is een groep Kamerleden die een Parlementair onderzoek naar de vele ICT fails van de overheid aan het voorbereiden is. Na de zomer (en de verkiezingen) moet het onderzoek van start gaan met een set scherpe onderzoeksvragen. Aan de genodigde experts om voorstellen te doen voor die vragen. Het was opvallend hoe eensgezind de aanwezige IT-ers waren, ook al hadden we allemaal heel verschillende achtergronden (video).

Net als andere columnisten en opinieschrijvers heb ik ook op deze plek de overheid ook wel eens afgebrand over het rijke palet aan verspilling van veiligheid, privacy en algemene middelen. Het gaat, zeker bij de Rijksoverheid, dan ook al snel om gegevens van miljoenen Nederlanders en miljarden Euro’s.

Voor columnisten is het dus eigenlijk altijd prijsschieten met zo’n overheid. Daarom is het ook wel mooi om op dit soort gelegenheden een meer constructieve bijdrage te kunnen leveren. Hoewel het eigenlijk jammer is dat dergelijke bijeenkomsten niet veel vaker worden georganiseerd en niet veel beter worden bezocht door de ambtenaren en leveranciers die verantwoordelijk zijn voor al die projecten. Voor de 6 miljard die op jaarbasis door het putje gaat (en dat zijn alleen nog maar de out-of-pocket kosten – de maatschappelijke impact is mogelijk vele malen groter) is het wellicht handig om wat vaker te overleggen. Niet dat ik het idee heb dat het clubje van vorige week kant-en-klare oplossingen heeft voor alle problemen die er zijn. Wel denk ik dat er een redelijke mate van eensgezindheid was over de grondoorzaken van problemen:

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Doublethink en Zen

<Webwereld column>

Doublethink is een begrip dat door George Orwell geïntroduceerd is in zijn beroemde roman ‘1984’. Het is een mentaal mechanisme dat mensen in staat stelt oprecht en tegelijkertijd twee volkomen tegengestelde ideeën te geloven zonder die tegenstelling als problematisch te ervaren.

In de ruim tien jaar dat ik me in Nederland heb beziggehouden met opensource en open standaarden in de publieke sector ben ik heel wat geoefende doublethinkers tegen gekomen. Zo is mij gedurende al die jaren door ‘experts’ en insiders geduldig uitgelegd dat de migraties naar opensource desktops die de community  wilde onmogelijk waren omdat ambtenaren niet met andere platformen konden werken. Non-techies iets anders geven dan de Windows+Office desktop waarop ze getraind waren in het Nederlands onderwijs zou tot rampen leiden. Het Kon Echt Niet.

De stelligheid waarmee dit (tot op de dag van vandaag) op allerlei plekken als tegeltjeswijsheid gezegd wordt heeft mij altijd verbaasd. Eerder was Nederland namelijk van WP5.2 op DOS naar Word6 op Windows gemigreerd en toen is de Aarde toch ook echt gewoon blijven draaien, gingen kinderen naar school en kwam er water uit de kraan.

De diverse migraties, de meeste buiten Nederland, laten inmiddels ook zien dat gewone eindgebruikers prima hun werk kunnen doen met alternatieve platformen, mits ze daar even wat uitleg en ondersteuning bij krijgen (iets dat men trouwens ook volkomen normaal vindt bij de migratie naar nieuwe releases van de gebruikelijke proprietary systemen).

Dezelfde mensen die jaren lang met grote stelligheid beweerden dat ‘Het Echt Niet Kon’ zijn inmiddels druk bezig om heel trots iPads uit te rollen naar allerlei managers en directeuren die daar om allerlei redenen om vragen, of ze zelf meenemen. Kennelijk is de adoptie van een totaal ander platform, met een totaal andere interface, helemaal niet zo problematisch als al die jaren is gesteld. Huh?

De klassieke ‘Rijkswerkplek’ bloedgroep aangevoerd door IT hoofden van ministeries, gemeenten en gesteund door Microsoft, Pinkroccade en Centric, wilde jaren lang heel Nederland ‘standaardiseren‘ op proprietary tools. Het beheer daarvan dan zou dan gedaan worden door de Nederlandse businesspartners van Microsoft. Indien gevraagd waarom zo’n kwetsbare en peperdure monocultuur noodzakelijk is roept men: ‘samenwerken!’. Want ‘samenwerken’ kan volgens deze mensen alleen als iedereen met exact dezelfde spullen werkt (nevermind dat op internet miljoenen mensen samen dingen doen met zeer verschillende tools). En die spullen moeten aansluiten bij wat mensen al kennen want iets nieuws leren is tenslotte ‘niet realistisch’.

De Web2.0 bloedgroep wil alles in ‘de cloud’ zodat ze met iPads vanuit de Starbucks kunnen ‘samenwerken’ met collega’s en consumenten-burgers-ondernemers. Dat dit de controle over de informatievoorziening van de staat in handen legt van oncontroleerbare private en buitenlandse partijen is geen onderdeel van de discussie. ‘We moeten met de modernste tools kunnen werken!’ Gevraagd wat men dan concreet zou willen doen blijft het antwoord vrijwel altijd schuldig of wordt er wat gemompeld over experimenten en het belang van ‘samenwerken’.

Beide bovenstaande bloedgroepen worden door elkaar en na elkaar geprogrammeerd op ‘e-government’ congressen en andere feesten zonder dat iemand deze tegenstellingen lijkt waar te nemen. Het is Doublethink in z’n ultieme vorm: het tegelijkertijd geloven van twee tegengestelde ideeën zonder een conflict te ervaren. van 11:00 tot 11:30 geloven dat een Microsoft monocultuur een noodzakelijke randvoorwaarde is om ambtenaren ’te laten samenwerken’ en dan van 13:30 tot 14:00 met evenveel gemak geloven dat hippe 2.0 ambtenaren gewoon met hun privé aangekochte iPad, geautoriseerd via LinkedIn, op het Rijks-intranet moeten kunnen zodat ze eindelijk kunnen ‘samenwerken’ met andere ambtenaren. En niemand wijst naar de kleren-loze keizer en stelt vast dat minstens één van deze twee verhalen onzin moeten zijn (en waarschijnlijk beide).

Ondanks al deze focus op samenwerken zitten overheidsorganisaties elkaar regelmatig dwars, werken langs elkaar heen, vinden wielen 300 keer opnieuw uit of wijzen naar elkaar als er dingen fout gaan. Van zoveel surrealisme kunnen zelfs Caligula en G.W. Bush nog wat leren.

Opensource vs proprietary in de overheid is slechts één van de voorbeelden waar sluwe verkopers van dubieuze bedrijven kennelijk veel gewenster zijn dan personen met aantoonbare expertise. Ook bij het EPD, stemcomputers, de OV-chip en de beveiliging van haar eigen systemen kiest de overheid actief voor liegende en bedriegende verkopers en/of incompetente ambtenaren ten gunste van belangeloze burgers en academici met aantoonbare top expertise.

Na lektober en het Diginotar drama leek het er even op dat er wellicht een lampje was aangegaan maar inmiddels is duidelijk dat men problemen oplost door ze als onveranderbare werkelijkheid weg te definiëren. Met de logica van ‘het-is-nu-eenmaal-zo-dat’ is jarenlang iedere beweging naar grotere leveranciersonafhankelijkheid en diversiteit van systemen tegengehouden. Nu wordt dezelfde logica gebruikt als excuus bij het falen rond beveiliging. Het is een beetje alsof brandveiligheid wordt gerealiseerd door te roepen dat niet alle gebouwen in brand staan en de brandweerauto’s er bovendien met 130Km/u naar toe mogen rijden. ‘We reageren dus heel snel!’. Preventie wordt gezien als lastig en bovendien: ‘het-is-nu-eenmaal-zo dat je het nooit veilig krijgt’.

Ondanks deze meest recente knieval voor buitenlandse spionage diensten en criminelen gaan talloze megalomane IT-projecten gewoon door. De burger moet de overheid dus wel vertrouwen met allerlei intieme gegevens ondanks het feit dat die overheid zelf toegeeft niet in staat te zijn deze adequaat te beveiligen. Als uitvoerende van zo’n project moet je Doublethink wel tot een permanente mentale toestand hebben gemaakt om niet in ernstige gewetensnood te komen.

Ooit was er een overheid in Nederland die de Deltawerken bouwde en er voor zorgde dat Nederland in de top-2/3 van de wereld meedraaide op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs, sociale zekerheid, veiligheid, democratie en transparantie van bestuur. Alleen Zweden en Denemarken deden het soms beter.

Vandaag de dag voelt het alsof de Nederlandse overheid zichzelf aan het opheffen is. Kan niks, wil niks, doet niks. Wellicht moeten wij er als burgers ook zo tegenaan kijken. Geef ze niks, vraag ze niks, verwacht niks. Het Zenboeddhisme van de burger-overheids relatie. Happiness is low expectations!