AI en kapitalisme: een structurele botsing

Er bestaat een hardnekkig verhaal dat kunstmatige intelligentie het huidige kapitalisme naar een nieuw niveau zal tillen. Efficiënter, productiever, innovatiever, voor iedereen. Alsof de machine eindelijk doet wat de spreadsheet altijd al beloofde, zelfs de aloude hypothetische 4-urige werkdag kwam weer eens om de hoek kijken. Tegelijk schuurt er iets fundamenteels. AI en dat soort kapitalisme versterken elkaar slechts tot op een bepaald punt. Daarna beginnen ze elkaar te ondermijnen. De kern van het probleem ligt in waardecreatie. Kapitalisme draait om schaarste, eigendom en het vermarkten van arbeid. AI ondergraaft precies die drie pijlers. niet in de nieuwe AI-markt, maar bijna alle dienstverlenende markten, op een ongekende schaal. Zodra een model teksten, beelden, code en zelfs beslissingen reproduceerbaar maakt tegen marginale kosten die richting nul gaan, verdampt schaarste in die markten. Wat overblijft is overvloed. En overvloed laat zich slecht vangen in een systeem dat afhankelijk is van prijsmechanismen. Het is al zichtbaar in de praktijk. Bedrijven investeren miljarden in AI, om vervolgens hun eigen markt te kannibaliseren. Denk aan softwarebedrijven die generatieve AI integreren waardoor maatwerkontwikkeling sneller en goedkoper wordt, met directe druk op hun eigen consultancy-inkomsten. Of mediaplatforms die AI-tools aanbieden waarmee gebruikers zelf content genereren, wat de vraag naar professionele makers op datzelfde platform ondermijnt. De efficiëntiewinst slaat terug op het verdienmodel. Daar komt een tweede spanning bij. AI is kapitaalintensief. De infrastructuur bestaat uit datacenters, gespecialiseerde chips en enorme datasets. De toegang daartoe concentreert zich bij een klein aantal bedrijven. Daarmee verschuift de economie bijna noodzakelijk van concurrentie naar oligopolie en misschien zelfs monopolie. Niet omdat dat efficiënter is, maar omdat de instapdrempel absurd hoog ligt. Kapitalisme kan met ongelijkheid omgaan zolang er een belofte van mobiliteit bestaat. Het kapitalisme dat ons is de afgelopen eeuw (natuurlijk deels onterecht) is voorgespiegeld deed dat. AI ondermijnt die belofteny. Wanneer productiviteit niet langer gekoppeld is aan individuele arbeid, maar aan toegang tot modellen en infrastructuur, verliest het individu zijn economische hefboom. Die kan overal worden vervangen. Wat resteert is een systeem waarin eigendom van technologie bepalend is voor inkomen. Daarbij valt weinig terughoudendheid te verwachten van eigenaren en gebruikers als het gaat om het aanhouden van personeel dat door AI kan worden vervangen. De prikkelstructuur wijst één kant op: kostenreductie. Dat kan, bij brede en snelle adoptie, uitmonden in een arbeidsmarktshock met systeemrisico’s die verder reiken dan individuele sectoren. De vraag die daaronder ligt is fundamenteler: waar blijft de arbeider in dit systeem, wanneer arbeid zelf structureel aan waarde verliest? De derde breuklijn is epistemologisch. AI-systemen worden getraind op collectieve kennis. Teksten, beelden en code die door miljoenen mensen zijn geproduceerd. Dat wordt vervolgens geprivatiseerd in modellen die eigendom zijn van bedrijven. Het resultaat is een vorm van extractie zonder duidelijke tegenprestatie. De commons worden leeggetrokken en opnieuw verkocht. Dat mechanisme bestaat al eeuwen, van omheining van land tot privatisering van kennis, alleen nog nooit zo totaal en op deze schaal. Dat leidt tot een paradox. Kapitalisme heeft innovatie nodig, maar AI versnelt innovatie op een manier die het verdienmodel ondergraaft. Als alles gegenereerd kan worden, wat is dan nog schaars genoeg om winst op te maken? Het antwoord verschuift naar controle. Niet de output is waardevol, maar de toegang tot de systemen die die output genereren. Daarmee verandert de aard van het kapitalisme zelf. Van een systeem dat draait om productie naar een systeem dat draait om toegang en beperking. Paywalls, API-tarieven, licenties. Kunstmatige schaarste als laatste verdedigingslinie. Dat is geen evolutie, maar een noodgreep. De vraag is dan of AI en kapitalisme samen kunnen gaan, en in welke vorm. Een scenario is verdere concentratie. Een handvol bedrijven controleert de infrastructuur en dicteert de voorwaarden, met voorstelbare verstrekkende gevolgen. Een ander, minder waarschijnlijk scenario is dat AI dwingt tot herverdeling. Als arbeid structureel minder waarde genereert, wordt inkomen losgekoppeld van werk. Wat in ieder geval duidelijk wordt, is dat de huidige logica wringt. Een systeem dat afhankelijk is van schaarste botst met een technologie die overvloed produceert. Dat conflict laat zich tijdelijk maskeren met prijsmodellen en juridische constructies. Structureel blijft het bestaan.

Door: Foto: Mike MacKenzie (cc)
Foto: Max Kukurudziak on Unsplash

Brand als boodschap: van theorie naar lucifer

De onderstaande video uit Ontario, Canada voelt als een concrete, rauwe illustratie van wat How to Blow Up a Pipeline van Andreas Malm theoretisch probeert te duiden.

Een werknemer steekt een distributiecentrum in brand, filmt het moment van ontsteking en zet het online. Geen paniek, geen onsamenhangend geschreeuw. Eén zin: “All you had to do was pay us enough to live.” Daarna vuur en een gebouw dat verdwijnt.

Dat is geen uitbarsting zonder richting. Dit is communicatie, zij het in de meest destructieve vorm denkbaar.

Malm stelt dat sabotage van eigendom een rationele escalatie kan zijn wanneer politieke en sociale kanalen structureel falen. Hij plaatst dat buiten geweld tegen personen en probeert er een strategisch kader omheen te bouwen. Veel kritiek richt zich op de vraag of dat onderscheid houdbaar blijft. Tegelijk legt hij wel iets bloot: frustratie stapelt zich op tot het moment waarop symbolische actie plaatsmaakt voor materiële ingreep.

Wat in Ontario gebeurt, lijkt op een ongepolijste versie van die gedachte. Geen beweging, geen strategie, geen discipline. Wel dezelfde onderliggende conclusie: praten levert niets op, dus volgt een daad die niet genegeerd kan worden.

En eigenlijk is het logisch. In de VS ontvangen miljoenen mensen die voltijd werken bij bedrijven als McDonalds en Walmart bijvoorbeeld voedselbonnen van de staat, terwijl de bedrijven miljardenwinsten maken, en niemand die daar iets aan lijkt te willen doen. Wie decennia aan loonstagnatie, toenemende onzekerheid en structurele afhankelijkheid ondergaat, gaat hier anders tegenaan kijken. Dan verschuift de vraag van legitimiteit naar effectiviteit. Wat werkt nog? Wat dwingt aandacht af?

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Quote du Jour | fuckin’ private equity

QUOTE - Uit het nieuws van vandaag:

De landelijke dekking van kraamzorg staat onder druk. En dat terwijl vrouwen recht hebben op minimaal 24 uur kraamzorg. Voorname oorzaak is dat sommige grote zorgorganisaties stoppen in bepaalde gebieden, met name in sociaaleconomische achterstandswijken.

De gemeente [Utrecht] luidt dan ook de noodklok. “Waar relatief veel gezinnen wonen die veel zorg nodig hebben, is juist minder kraamzorg dan in de wijken waar het andersom is. En dat komt door cherry picking van kraamzorgorganisaties”, zegt Eelco Eerenberg, wethouder Volksgezondheid.

Foto: "happy!" by nolifebeforecoffee is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Ons geluk en de blinde vlek

In het verlengde van de ongemakkelijke conclusie rond Israël en het World Happiness Report, dringt zich een tweede vraag op. Minder comfortabel, omdat die dichter bij huis komt. Het blijft ook voor ons namelijk verleidelijk om naar internationale ranglijsten te kijken en onszelf een schouderklopje te geven: Nederland hoog in het World Happiness Report, opnieuw.

Alleen komt dat comfort nergens uit het niets.

Welvaart heeft een geschiedenis, en die geschiedenis is zelden neutraal. De Nederlandse positie in de wereld is mede gevormd door eeuwen van handel die zelden gelijkwaardig was, door koloniale extractie waarbij grondstoffen en arbeid elders werden onttrokken en hier werden verzilverd. Dat verleden is geen afgesloten hoofdstuk, maar werkt door in hedendaagse verhoudingen.

Ook in het heden is geluk geen gesloten systeem. De mondiale economie waar Nederland in opereert, is gebaseerd op ketens waarin kosten structureel worden verschoven. Productie vindt plaats waar arbeid goedkoper is, waar milieuregels minder streng zijn, waar de prijs van grondstoffen lager kan worden gehouden. Het resultaat is een vorm van welvaart die lokaal zichtbaar is, en elders wordt gedragen.

Dat maakt de vraag naar geluk minder onschuldig dan ze lijkt. Want als geluk wordt gemeten binnen nationale grenzen, verdwijnen de externe effecten uit beeld. De uitstoot, de uitputting, de arbeidsomstandigheden elders die onze welvaart en daarmee geluk dragen: ze tellen niet mee in de tevredenheidsscore van de consument die profiteert.

Foto: "happy!" by nolifebeforecoffee is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Israël en ‘geluk’

Het World Happiness Report presenteert zich elk jaar als een soort morele thermometer van de wereld. Landen worden gerangschikt op basis van hoe gelukkig hun inwoners zich voelen. Nederland scoort hoog, we staan op de zevende plek. Geen verrassing. Functionerende instituties, relatief weinig onzekerheid, een verzorgingsstaat die nog soort van overeind staat.

En dan Israël, op plek 8. Ook hoog. Ook structureel.

Daar wringt het. En niet een beetje ook. Want het rapport doet alsof het hier om een neutrale vergelijking gaat, terwijl het een politieke keuze maakt die het zelf nergens benoemt: Israël blijft gewoon meedoen. Alsof er geen context is. Alsof er geen structureel systeem van ongelijkheid bestaat. Alsof dat er simpelweg niet toe doet.

Het Israël dat in deze lijst figureert, is geen neutraal afgebakende samenleving. Het is een staat die controle uitoefent over miljoenen mensen zonder gelijke rechten. Een systeem waarin rechten, bewegingsvrijheid en toegang tot middelen systematisch langs etnische lijnen worden verdeeld. Human Rights Watch en Amnesty International noemen dat expliciet: apartheid. De Israëlische geograaf Oren Yiftachel noemt het een etnocratie: een staat waar een bepaalde groep mensen van de bevolking, langs etnische lijnen, systematisch meer rechten heeft dan de anderen. Het staat zelfs zwart op wit in de grondwet.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Fat Cat Day 2023

Dit jaar een dagje eerder: de dag dat de 14 meest invloedrijke CEO’s van Nederland gemiddeld net zo veel salaris/bonus/etc. hebben binnengeharkt als iemand met een minimumloon aan het einde van het jaar. Vakbond FNV roept sinds 2020 deze dag uit tot Fat Cat Day.

Vorig jaar was het dus op 7 januari. En dat terwijl door de stijging van het minimumloon dit jaar (van €10,65 per uur naar €11,75) de CEO’s in principe iets langer zouden moeten werken om een jaarloon te verdienen. Of zou die stijging het gat dan misschien toch niet dichten?

Foto: Jeremy Bishop on Unsplash

De top van je eigen piramide

Er bestaat een hardnekkig misverstand over macht. Dat die zich concentreert in een kleine, overzichtelijke top, waar een handvol mensen het geheel overziet en bestuurt. In werkelijkheid lijkt macht eerder op een verzameling piramides, in elkaar geschoven als een Russische matroesjka. Iedereen zit ergens in zo’n constructie. En vrijwel iedereen ervaart zichzelf als de top van zijn eigen deelpiramide.

Dat geldt niet alleen voor organisaties, maar voor de samenleving als geheel. De huiseigenaar die neerkijkt op de huurder. De vaste werknemer die zich onderscheidt van de flexkracht. De burger die zich afzet tegen de bijstandsgerechtigde of de nieuwkomer. Het zicht naar beneden is scherp. Je ziet wie er volgens jou minder bezit, minder status heeft, minder zekerheid geniet. Het zicht naar boven is diffuus. Multinationals, investeringsfondsen, geopolitieke blokken, financiële markten. Abstracties waar je weinig directe invloed op ervaart.

Die asymmetrie vormt het fundament van maatschappelijke nervositeit. Naar beneden zie je concrete mensen die mogelijk aanspraak maken op wat jij hebt. Naar boven zie je structuren die als natuurwetten worden gepresenteerd. Zo ontstaat een permanente valangst. De angst om af te glijden op de sociale ladder.

Wantrouwen als maatschappelijk smeermiddel
Wie bang is om te dalen, ontwikkelt reflexen. Afbakenen. Uitsluiten. Strenger willen zijn voor wie onder je staat in de veronderstelde hiërarchie. Politieke voorkeuren verschuiven mee. Wie zich bedreigd voelt in zijn relatieve positie, zoekt bescherming in beleid dat de onderlaag disciplineert.

Foto: "Kantoren overheid" by Marvin Jansen van der Sligte is licensed under CC BY 2.0

Vaste verkeersboetes, variabele ellende

Het CJIB stelde recent dat verkeersboetes in Nederland te hoog zijn en niet meer in verhouding staan tot het vergrijp. Dat is een opvallende constatering uit de organisatie die ze dagelijks int. De uitspraak legt een ongemakkelijke realiteit bloot. Een verkeersboete heeft voor verschillende mensen een volledig andere betekenis.

Dezelfde overtreding, totaal andere gevolgen

Voor iemand met een hoog salaris vormt een boete hooguit een irritatie. Het bedrag wordt betaald, er volgt een schouderophalen en de dag gaat verder. Voor iemand met een krappe financiële situatie kan precies dezelfde overtreding het begin zijn van een keten van problemen. De boete blijft liggen omdat andere rekeningen eerst moeten. Daarna volgen verhogingen, aanmaningen en uiteindelijk een bedrag dat weinig relatie meer heeft met de oorspronkelijke overtreding.

Daarmee verandert een verkeersboete van gedragsprikkel in een mechanisme dat bestaanszekerheid onder druk zet. De overtreding blijft identiek, de financiële impact verschilt radicaal. Het systeem accepteert dus impliciet dat dezelfde regel voor de ene burger nauwelijks betekenis heeft en voor de andere mogelijk een financiële valkuil vormt.

Richting een eerlijker model

Het ministerie verdedigt de huidige hoogte vanuit handhaving, en I kid you not, dat ze noodzakelijk zijn voor de begroting. Maar de kern van het probleem ligt elders. Een vaste geldboete werkt alleen rechtvaardig wanneer ieders financiële situatie vergelijkbaar is. Dat is in werkelijkheid uiteraard niet zo.

Video du Jour | Ons geldstelsel

VIDEO - Carlijn Kingma is cartograaf en maakt “kaarten van de maatschappij”. Samen met Follow The Money, journalist Thomas Bollen en onderzoeker Martijn Jeroen van der Linden (tevens voorzitter van stichting Ons Geld) visualiseert ze de komende maanden ons geldstelsel, door geld voor te stellen als water. Kingma’s prachtig gedetailleerde tekeningen maken door middel van de water-metafoor zichtbaar hoe de structuren in onze samenleving tot stand komen en in stand worden gehouden, en hoe de (scheve) verhoudingen liggen. De eerste kaart, Het waterwerk van ons geld, is in oktober gepubliceerd. De komende maanden volgen er meer kaarten, volg het project hier. De kaarten zijn onderdeel van het langlopende FTM-project ‘Van wie is ons geld?‘.

Quote du Jour | Dood door ongelijkheid

Inequality contributes to the deaths of at least 21,300 people each day—or one person every four seconds.

Aldus een nieuw rapport van Oxfam. Extreme ongelijkheid is een vorm van ‘economisch geweld’: beleidskeuzes die structureel de rijkste en machtigste mensen bevoordelen veroorzaken direct leed voor een grote meerderheid van mensen wereldwijd, aldus de onderzoekers, die de schade door ongelijkheid wilden uitdrukken in harde cijfers. Dood door ongelijkheid ontstaat onder meer door honger, slechte toegang tot gezondheidszorg, gender-gebaseerd geweld en de klimaatcrisis.

Foto: Ahmed Zayan on Unsplash

Het coalitieakkoord: vooral VVD

Dit akkoord is in veel opzichten precies wat je van D66 mag verwachten wanneer het vooral door rechtse partijen wordt omringd: progressieve taal, institutionele zorgvuldigheid en morele accenten, maar verpakt in een beleidsstructuur die fundamenteel liberaal blijft. D66 mag het verhaal menselijker maken, maar niet richtinggevend, en de partij laveert handig mee met rechts beleid. Als je had gehoopt op iets meer tegenwicht tegen marktdenken, dan kom je bedrogen uit.

Wie het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA leest, kan zich laten meeslepen door woorden als ‘samen’, ‘vertrouwen’, ‘gemeenschapszin’ en ‘kansen voor iedereen’. Het klinkt als een kabinet dat de scherpe randjes van de afgelopen jaren wil bijvijlen. Alsof drie partijen elkaar in het centrum van de macht hebben gevonden en daar gezamenlijk een nieuw sociaal contract hebben gesmeed. Wie iets langer leest, ziet iets anders.

Dit akkoord is in de kern geen compromis tussen drie gelijkwaardige visies. Het is een liberaal programma met wat progressieve correcties en een christendemocratische strik erop. De motor draait op VVD-brandstof. D66 mag af en toe bijsturen. Het CDA mag zorgen dat niemand zich helemaal verlaten voelt.

De economie als moreel kompas
Vrijwel elk sociaal probleem in dit akkoord wordt vertaald naar een economisch vraagstuk. Armoede wordt een participatieprobleem. Wonen wordt een aanbodprobleem. Integratie wordt een arbeidsmarktprobleem. Onderwijs wordt een productiviteitsprobleem. Zelfs bestaanszekerheid wordt uiteindelijk gekoppeld aan inzetbaarheid.

Foto: NASA Kennedy (cc)

Ongelijkheid is immoreel

Een grote mate van ongelijkheid is niet alleen problematisch vanwege negatieve effecten op de kwaliteit van leven van velen, maar ook omdat het immoreel is.

In de Groene Amsterdammer ziet filosoof Sjaak Koenis enkele problemen in de huidige discussie en verontwaardiging over ongelijkheid. Koenis vindt het vaak onduidelijk wat nu precies het probleem van ongelijkheid is. In navolging van filosoof Harry Frankfurt stelt hij dat “gelijkheid op zich geen morele waarde heeft” en ongelijkheid op zich dus niet immoreel is. Het zou belangrijker zijn om te voorkomen dat mensen te weinig hebben (deprivatie) en dat anderen te veel hebben (hebzucht).

Als de ander (bij het streven naar gelijkheid) de maat levert, worden doelen volgens Frankfurt niet meer met het oog op eigen behoeften en omstandigheden van mensen beoordeeld, hetgeen afleidt van wat mensen zelf van belang vinden.

Natuurlijk moeten pogingen om de ongelijkheid te verkleinen niet afleiden van de verplichting om ervoor te zorgen dat iedereen genoeg heeft. Ervoor zorgen dat iedereen een waardig bestaan heeft moet prioriteit zijn. Theoretisch klinkt het nog wel redelijk, maar is er een realistische situatie denkbaar waarin de deprivatie van velen niet samenhangt met de hebzucht van anderen? Als het een samenhangt met het ander, maakt dat ongelijkheid dan niet per definitie immoreel?

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Volgende