Inspraak bedrijfsleven is niet de oplossing voor het HBO-probleem
Dat de reputatie van het Inholland de laatste tijd niet geweldig is, is een understatement. Aanleiding was de ‘Theo-route‘ bij de opleiding Media en Entertainment Management van Inholland die afgelopen zomer in het nieuws kwam. Studenten met studieachterstand kregen zonder enige belemmering een diploma. Ondertussen is vastgesteld dat dit niet de enige opleiding was met een discutabel afstudeertraject. Zowel binnen als buiten Inholland blijken er meerdere opleidingen niet echt in orde. Inmiddels maakt ook het bedrijfsleven zich zorgen over de kwaliteit van de HBO-opleidingen. Gisteren pleitte het VNO-NCW er dan ook voor om wettelijk vast te leggen dat het bedrijfsleven inspraak krijgt in de invulling van de opleidingen. Uh ok, interessante denkrichting. Maar is dit wel een oplossing voor het probleem? Dat lijkt me niet het geval.
Wat is/was eigenlijk het probleem?
Het ontstaan van dergelijke ‘Theo-routes’ komt voort uit financieringswijze van het hoger onderwijs: de HBO-instellingen krijgen geld per uitgereikt diploma. Anders gezegd: Hoe meer studenten in zo kort mogelijke tijd met een diploma de deur uit worden gewerkt hoe lager de kosten en hoe meer geld hogescholen ontvangen. Het gevolg van dit systeem is dat het onderwijs te veel als bedrijfsproces wordt gezien en dus de financiële kengetallen leidend zijn bij het nemen van beslissingen. Het systeem beoogt bewust om met financiële prikkels gewenst gedrag (= zo snel mogelijk afstuderen) te stimuleren. Het mag dan ook niet verbazen als mensen en instellingen economisch calculerend gedrag vertonen en proberen om met zo weinig mogelijk inspanning een zo goed mogelijk resultaat te halen. De grenzen van wat wel en niet toelaatbaar is vervagen dan snel.




