Met enige regelmaat biedt Sargasso ruimte voor gastredacteuren. Vandaag wederom een stuk van Ingo Piepers, defensiespecialist.
— Update: Ingo is inmiddels associated blogger. Daarom staat dit stuk nu onder zijn eigen naam —
Ja, dat is toch wat, die Amerikanen. In 2001 werden door de VS Al Qaeda en de hun gastheren in Afghanistan aangepakt. Bondgenootschappelijke hulp werd daarbij niet aanvaard, dat zou maar een blok aan het Amerikaanse been zijn. Echter, de klus is nog niet geklaard of Irak wordt onder valse voorwendselen binnengevallen. Vervolgens gaan de VS bijna strijdend ten onder in dat land. Je komt ze vervolgens te hulp in Irak en in Afghanistan – dat weer dreigt te talibaniseren – en dan verklaart de Amerikaanse minister van Defensie Gates doodleuk in de Los Angeles Times dat: ” I’m worried we have some military forces that don’t know how to do counterinsurgency operations“. Er is volgens Gates sprake van een “Cold War orientation” en militaire experts verklaren dat “NATO forces in the south are too quick to rely on high-caliber forepower, such as airstrikes, a practice which alienates the local population“. Nederland wordt zelfs met naam en toenaam genoemd, en dat wekt begrijpelijk de nodige irritatie op. De Amerikaanse ambassadeur in Den Haag is om opheldering gevraagd. Zoveel recht van spreken hebben de VS bovendien niet: de VS creëerden het vacuüm in Afghanistan, en bovendien heeft het Amerikaanse optreden – zowel in Irak als Afghanistan – een groot aantal burgerslachtoffers geëist. Wie verwijt wie nu wat eigenlijk?
Maar toch, Gates heeft wel een punt. We mogen nu niet door Gates zijn ondiplomatieke uitspraken al te halsstarrig worden. De aanpak van de NAVO – en dus ook van Nederland – moet wel degelijk kritisch worden geëvalueerd. Die noodzaak wordt ook steeds meer onderkend. Er is namelijk geen sprake van een duidelijke strategie en de aanpak is niet effectief. De VS hebben in Irak – (vooralsnog?) met enig succes – een counterinsurgency aanpak geïntroduceerd, waarbij relatief kleine eenheden zich tussen de bevolking ‘nestelen’ en ook tijdens de nachtelijke uren de veiligheid waarborgen. Zo ontstaat vertrouwen en wordt de bevolking los geweekt van de opstandelingen. Deze aanpak brengt echter – zeker initieel – een aantal risico’s met zich mee. De militairen worden namelijk meer blootgesteld aan de burgerbevolking, waartussen zich de opstandelingen hebben genesteld. Dat zijn nieuwe risico’s voor onze militairen waarvoor specifieke training noodzakelijk is. Het lijkt erop dat Gates met dit initiële succes zijn kritische – maar helaas ook nogal ondiplomatieke – taalgebruik legitimeert.
Het interview met minister van Defensie Gates kan eigenlijk het beste worden getypeerd als “high-caliber firepower“, waardoor bondgenoten onnodig vervreemd raken. Over effectiviteit gesproken.