Goed volk | Balspel in de kerk

In mijn vorige stukje heb ik het gehad over de narrenfeesten en over de ezelsmissen die daar onderdeel van waren. Beide hebben uiteindelijk een serieuze, liturgische oorsprong, waarschijnlijk als mysteriespel, hoewel volgens middeleeuwse bronnen ook invloeden vanuit oudere heidense feesten aanwijsbaar zijn, zoals de Romeinse Saturnalia. Dat geldt ook voor een liturgisch balspel dat in de Middeleeuwen met name in Noord-Frankrijk werd uitgevoerd. Om het te begrijpen, moeten we ons eerst enigszins verdiepen in de labyrinten op de vloeren van grote kerken in het noorden van Europa.

Door: Foto: © Sargasso logo Goed volk
Foto: © Sargasso logo Goed volk

Een monnik vertelt

ACHTERGROND - In de Middeleeuwen leefde in de cisterciënzer abdij Heisterbach aan de voet van het Zevengebergte in het Rijnland de monnik en novicemeester Caesarius. Ten behoeve van zijn leerlingen noteerde hij tal van exempelen die uiteraard vaak over het kloosterleven gaan maar even zo vele keren over het dagelijks leven van het volk buiten de poort. Hij bezocht samen met zijn abt op diens visitatiereizen onder meer de toenmalige Noordelijke Nederlanden, waar hij als een soort Ate Doornbosch avant la lettre verhalen van wonderen, visioenen en verschijningen uit de mond van zijn zegslieden optekende. Zoals we straks zullen lezen ging hij hierbij nauwkeurig te werk met de intentie de historische werkelijkheid vast te leggen. Kortom: we hebben hier te maken met één van de schaarse schriftelijke middeleeuwse bronnen van Nederlandse volkscultuur.

Cisterciënzers en mirakelen

cc commons.wikimedia.org Caesariusdenkmal Dollendorf.jpg

Caesarius Denkmal in Königswinter-Oberdollendorf

Caesarius was monnik van de nog steeds bestaande orde der Cisterciënzers die in 1098 door Robert de Molesme werd opgericht als reactie op de qua beginselen stevig verslapte orde der Benedictijnen, met name die in het monumentale klooster van Cluny.

Dat de Cisterciënzers in 1664 op hun beurt tot de orde geroepen werden door de Trappisten is een verhaal apart, maar in de eerste eeuwen van de het tweede millennium vonden de Cisterciënzers zich van de westerse christenen toch het dichtst bij God staan, en niet zonder reden. Dat alles onder de bezielende leiding van ongetwijfeld de grootste Cisterciënzer van de Middeleeuwen: de mysticus Bernardus van Clairvaux (1090-1153). Ook Caesarius was ervan overtuigd dat het leven van een cisterciënzer monnik de beste, veiligste en zekerste weg naar de hemel was.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Closing Time | Stella Splendens

Countertenor Luc Arbogast is een straat- en festivalmuzikant die zich heeft gespecialiseerd in het vertolken van traditionele middeleeuwse muziek, waar hij zijn eigen interpretatie en arrangementen bij maakt. Volgens eigen zeggen is hij geheel autodidact. Hier zien we hem in 2012 met het Nederlands Blazers Ensemble.

Met het oog op discussies over onze eeuwenoude ‘joods-christelijke cultuur’ is het nog wel leuk de Arabische invloeden op dit traditionele pelgrimslied op te merken.

Foto: © Sargasso logo Goed volk

Goed volk | Een Saksisch heldenepos

ACHTERGROND - Of de negende-eeuwse Heliand nu is geschreven in het Oudsaksisch of in een voorloper van het Nederlands, daarover kun je van mening verschillen. Het gaat erom waar je de taalgrenzen van die tijd trekt. De befaamde literatuurgeschiedenis van Knuvelder noemt de tekst slechts terloops, terwijl zijn opvolger, Stemmen op schrift van Frits van Oostrom, ruim anderhalve pagina aan de Heliand besteedt, wat duidt op zo niet voortschrijdend dan toch veranderend inzicht.

In elk geval is het ‘Hebban olla vogala nestas hagunnan‘, geschreven rond 1175, als oudste Nederlandse tekst van zijn voetstuk gevallen. Er zijn ook wetenschappers die beweren dat de runeninscriptie van Bergakker (ca 425-450) Oudnederlands is. Maar hoe interessant ook, ik ga de lezer niet meeslepen in het moeras en mijnenveld dat Oudnederlandse taalkunde heet, want de Heliand is veel interessanter en unieker om een heel ander aspect.

Een Saksisch heldenepos

Pas in 1830 is de tekst door de Duitse germanist J.A. Schmeller Heliand genoemd: hetzelfde woord als ons Heiland, ‘heelmaker’, te vinden in een zin in de passage waarin de annunciatie wordt beschreven. Het gaat om een zogeheten diatessaron ofwel evangelieharmonie. De vier canonieke evangeliën werden hierin samengevoegd tot één doorlopend, chronologisch geordend verhaal. De Heliand is echter een bijzondere diatessaron, want hij is naar vorm en inhoud een Saksisch heldenepos. En dat impliceert het een en ander.

Foto: De oppergod Odin op zijn paard Sleipnir, op een steen uit Ardre (Zweden). copyright ok. Gecheckt 01-03-2022

Waarom tóch een boek over Noordse mythologie?

RECENSIE - Er zijn wat standaardadviezen voor iedereen die nonfictie recenseert: kijk vooral naar de inhoud en niet teveel naar de stijl; het gaat om de lezer en niet om de auteur; beperk je tot het boek en polemiseer niet met titel, flaptekst of reclame. En ook: laat een boek onbesproken als de informatie al op het internet is te vinden. Niemand wordt er immers beter van als overbodige boeken ook nog eens onder de aandacht wordt gebracht. De Noordse mythen. Goden en helden van het oude Scandinavië van Carolyne Larrington is een voorbeeld van zo’n boek dat dertig jaar geleden de moeite waard zou zijn geweest, maar inmiddels geen noemenswaardig doel meer dient.

Ik heb het met plezier gelezen, dat wel, maar meer positiefs valt er niet over te zeggen. Larrington vertelt de oude verhalen na en geeft daarop commentaar, maar het is bijna allemaal ook online te vinden, waar je slechts een paar muisklikken bent verwijderd van aanvullende informatie. Ik zou dan ook eigenlijk liever niet over De Noordse mythen bloggen, maar de gebreken komen vaker en ik denk dat het zinvol is ze nog eens te benoemen.

Ten eerste: de structuur van het boek. Het begint met de bronnen, waarbij een ereplaats is voor Snorri Sturluson (1179-1241), een christelijke auteur die de verhalen in de Volle Middeleeuwen heeft opgeschreven. Hij presenteerde de aloude Germaanse goden als mensen van lang geleden en we mogen aannemen dat hij meer aanpassingen heeft gedaan. Er volgen hoofdstukken over goden en godinnen, over de schepping, over reuzen en andere bovenmenselijke wezen, over de helden van weleer en tot slot over de ragnarök ofwel de eindtijd.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Nobel en tragisch

RECENSIE - Op 9 april 1410 verscheen Jan van Brederode, gewapend en vergezeld door enkele andere ridders, voor de poort van het kartuizerklooster van Wijk bij Duurstede. Hij kwam zijn vrouw Johanna halen. Jan werd toegelaten en er volgde een verhit gesprek met Koenraad, een voorman van deze kloosterbeweging die toevallig aanwezig was. Koenraad gaf Jan te verstaan dat hij weg moest wezen, dat het uittreden van zijn vrouw ondenkbaar was. De Bazeler Kroniek van de orde, waarin de overval wordt beschreven, vervolgt:

En toen de woesteling zag dat hij met geen mogelijkheid de zalige kloostervrouw terug zou kunnen krijgen zoals hij begeerde, toen ging hij met zijn mannen oorlog maken in die contreien over deze zaak. Vooral in de stad Wijk greep de angst om zich heen. Ook vader Koenraad werd gemolesteerd, met duwen en trekken.

Wijk viel onder het bisdom Utrecht. Een ijlbode vertrok naar Rhenen, waar de bisschop op dat moment verbleef. Deze sprong direct te paard en vertrok met een aantal soldaten richting Wijk. Daar ergens in de buurt kregen ze Jan te pakken. Enkele van zijn medestanders werden ter plekke onthoofd.

De overval op het klooster werd een Europese cause célèbre. Een zaak waar de grote Parijse rechtsgeleerde Jean Gerson nauw bij betrokken was. Jan was namelijk ooit samen met zijn vrouw in het klooster gegaan, om aan een groeiende schuldenlast te ontkomen. Zijn broer zou dan Heer van Brederode worden, zonder die last. Maar kort na hun intrede liep alles anders.

Foto: St.-Pietersnieuwstraat 132, Gent copyright ok. Gecheckt 06-11-2022

Boekenweek! | Henri Pirenne

RECENSIE - Afgelopen zondag ben ik in Gent langs het huis aan de Sint-Pietersnieuwstraat 132 gewandeld waar de Belgische historicus Henri Pirenne (1862-1935) woonde, de auteur van Mahomet et Charlemagne. Het bleek een moderne bouwval. Zelfs geen gevelsteentje herinnerde aan de ooit beroemde bewoner, maar eigenlijk verbaasde dat me niet. Wie een écht belangrijk boek schrijft, zal zien dat zijn inzichten zó ingeburgerd raken dat niemand meer herkent dat je er anders over kunt denken, waarna degene die het heeft bedacht kan worden vergeten.

De vraag die Pirenne wilde beantwoorden, was waarom de Middeleeuwen zo’n ander karakter hadden dan de Oudheid. Er was een transitie geweest, zoveel was duidelijk. In het Romeinse Rijk was er interregionale handel, bloeiden de steden, betaalden de mensen met munten, beloonde de overheid zijn functionarissen in geld; in de Middeleeuwen was de handel beperkter, waren de steden kleiner, ruilde men producten en compenseerde de vorst zijn graven en hertogen door ze land in leen te geven. Wat was er gebeurd?

De negentiende-eeuwse visie, die in Nederland nog wordt aangehangen door de welbekende Leidse historicus M. Rutte, kwam erop neer dat barbaarse stammen het Romeinse Rijk onder de voet hadden gelopen: de Angelen en Saksen hadden zich gevestigd in Brittannië, de Franken in Gallië, de Visigoten en Sueben op het Iberische Schiereiland, de Vandalen in Tunesië en de Ostrogoten in Italië. De geschreven bronnen vermelden allerlei gevechten, we weten van serieuze militaire problemen, het staat vast dat Rome tweemaal is geplunderd en het is een feit dat het staatsapparaat in de westelijke provincies desintegreerde.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Eric Andresen (cc)

Het Nederlands als taal van vluchtelingen

RECENSIE - De Italiaan Lodovico Guicciardini verbaasde zich in 1567 over de talenkennis van de Antwerpenaren: zowel jongens als meisjes leerden Frans op school, zodat menigeen de bezoeker in die taal te woord kon staan. “En dan zijn er ook nog maestro’s die de Italiaanse taal en het Spaans onderwijzen.”

Eigenaardig genoeg vind je van die meertaligheid van de zestiende-eeuwse Lage Landen nog maar weinig terug in het hedendaagse onderzoek, merken Samuel Mareel en Dirk Schoenaers op in hun inleiding bij het nieuwe nummer van Queeste, Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden. Mensen denken bij middeleeuwse literatuur in de Nederlanden vaak aan teksten die in het (Middel-)Nederlands geschreven zijn, of eventueel in het Latijn. Dat er allerlei andere talen gebruikt werden, wordt daarbij nogal eens over het hoofd gezien.

In dit nummer laten enkele letterkundigen zien hoe vals het beeld dan is – het idee dat er in deze streken ooit zuiver en alleen Nederlands gesproken werd, is eenvoudigweg onjuist. Zo is het waarschijnlijk zelfs nooit geweest.

Dat geldt in ieder geval voor het zuiden, waarop de meeste bijdragen zich richten, zoals ze zich ook over het algemeen concentreren op de late middeleeuwen: de titel van dit nummer luidt Literature and Multilingualism in the Low Countries (1100-1600), maar het gaat toch eigenlijk vooral over de vijftiende en zestiende eeuw. De laatste bijdrage, van Alisa van de Haar, over de taalspelen in emblemata, betrekt zelfs de zeventiende eeuw erbij.

Foto: Post-Atheïst

Post-atheïst | Willibrordus

ACHTERGROND - In het jaar 384 overleed in Maastricht Servatius, die tot kort daarvoor als bisschop had geresideerd in Tongeren. Veel meer weten we eigenlijk niet over de man, wiens leven vooral bekend is uit latere legenden. In elk geval is zeker dat er christelijke gemeenschappen waren in de twee genoemde Romeinse steden. Uit Nijmegen is er nog een haarspeld met een Christusmonogram, die erop wijst dat er ook aan de Waal christenen leefden. Dat was zo’n beetje al het bewijs voor de aanwezigheid van het christendom in de Lage Landen.

De val van Rome

Een generatie na de dood van Servatius viel het Romeinse rijksbestuur in onze contreien weg. De macht kwam in handen van de laatste garnizoenscommandanten, die stonden aan het hoofd van plaatselijke gerekruteerde legertjes. Nu was de plaatselijke bevolking aan het begin van de vijfde eeuw niet meer wat ze voordien was geweest: in 355 waren groepen Frankische immigranten vanuit het huidige Drenthe, Gelderland en Overijssel het Romeinse Rijk binnengetrokken, waar generaal Julianus hun land in het huidige Brabant had toegewezen en had geëist dat ze zouden dienen in de legers. Toen het Romeinse staatsapparaat rond 410 desintegreerde – de onlangs gevonden munten uit het Limburgse Echt werpen enig licht op deze gebeurtenis – kwam de macht dus in handen van mannen met Frankische (over)grootouders. Als de nieuwe heersers christelijk zijn geweest, zal het niet diep hebben gezeten.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Y♥YNTL (cc)

Niet Athene of Rome, maar Friesland is de bakermat van de moderne beschaving

De geschiedenis van de donkere middeleeuwen is aan herijking toe. Volgens de Britse historicus Michael Pye is niet de Middellandse Zee, maar de Noordzee de kraamkamer van onze moderne wereld. Het waren vooral de Friezen die gedurende de achtste en negende eeuw de economische touwtjes stevig in handen hadden.

Door buitenstaanders vaak omschreven als zompige provincialen, die als vissen in het water leefden en vrijwel uitsluitend per boot reisden, maar in werkelijkheid heer en meester in de wijnhandel, textiel en mode. Magna Frisia strekte zich langs de Noordzeekust uit van het Vlaamse Zwin tot de Duitse Wezer. Zelfs in het oosten van Engeland en het Noorse Kaupang zijn restanten van de Friese beschaving gevonden.

De Friezen herontdekten de vaarroutes over de Noordzee, stichtten steden die al opbloeiden toen het Romeinse Rijk in verval raakte en dreven overal waar ze kwamen handel. Het waren de Friezen die een in onbruik geraakt ruilmiddel nieuw leven inbliezen: muntgeld, zilveren deniers.

Het gebruik van muntgeld als betaalmiddel bracht boekhoudkundige technieken als kredietverschaffing en aandelen met zich mee. Ook een op feiten en bewijs gebaseerde rechtspraak deed zijn intrede om handelsconflicten te beslechten. Omdat de Friese handelaren vaak van huis waren en hun vrouwen dan thuis de boel bestierden stonden de Friezen volgens Pye aan de wieg van het feminisme.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Een Middeleeuws Venndiagram

Oudheidkundige vakgebieden

DATA - Het tekenen van Venndiagrammen is brugklasstof. Simpel samengevat: je tekent kringen die staan voor verzamelingen. Zo kun je makkelijk visualiseren waar de overlap zit. Het voorbeeld rechts toont historici, classici en archeologen; je kunt zien dat een oudhistoricus zowel een classicus als een historicus is, dat een klassiek archeoloog zich beweegt op snijvlak van archeologie en klassieke talen, dat een oudheidkundige alle drie wil doen en dat er betrekkelijk weinig samenwerking is tussen historici en archeologen (al is de archeologie van de Tweede Wereldoorlog groeiende). Je kunt zulke schema’s zou complex maken als je zelf wil. Als je de prehistorici toevoegt, zou je een overlap met de archeologie hebben en je zou de overlap met de klassiek archeologen aanduiden als “mediterraan archeologen”. Enzovoort.

Deze manier om verzamelingen voor te stellen is rond 1880 bedacht door de Britse wiskundige John Venn, die echter nooit heeft beweerd dat hij kwam met iets werkelijk nieuws. Het is dan ook een heel natuurlijke manier om deelverzamelingen te conceptualiseren. Ik stel me voor dat boeren zo wel eens schetsje maakten van de twintig schapen van de ene boer, de dertig van de andere, en de vijf lammetjes waarop ze allebei aanspraak konden maken.

Foto: copyright ok. Gecheckt 30-10-2022

De Nibelungen (1/2)

Waar mijn fascinatie voor het Nibelungenlied vandaan komt, weet ik eigenlijk niet. Ik sluit niet uit dat het iets te maken heeft met het lezen van Suske en Wiske en de Ringelingenschat, waarmee weliswaar is bewezen dat kennis van stripklassieken een mens ten voordeel strekt, maar nog niet is verklaard waarom het duistere middeleeuwse heldendicht me ook later is blijven boeien. Ik ben omgereisd om de Nibelungenmusea in Xanten en Worms te bezoeken (het tweede is beter dan het eerste), hoop volgend jaar eindelijk de reis van de Bourgonden naar Wenen te maken, en heb de nieuwe vertaling van Jaap van Vredendaal meteen aangeschaft nadat ik er (kort geleden) van had vernomen. En gelezen natuurlijk.

Alles is dubbel in het Nibelungenlied. Het bestaat bijvoorbeeld uit twee delen: het verhaal van Siegfrieds dood en het verhaal van de wraak die zijn echtgenote Kriemhilde voltrekt. Er zijn ook twee lagen: enerzijds een oude kern die zich afspeelt in de tijd van de Grote Volksverhuizingen en echo’s bevat van gebeurtenissen in het Merovingenrijk, anderzijds de tot ons gekomen bewerking, die tussen 1190 en 1205 moet zijn vervaardigd. Er zijn ook twee tradities: de IJslandse Völsungensaga en het Duitse Nibelungenlied, dat weer is overgeleverd in twee versies, met een verschillende beoordeling van Hagen en Kriemhilde.

Vorige