De Russische romanschrijver Lev Tolstoj heeft een essay geschreven over Shakespeare. Hij vertelt hoe hem altijd werd voorgehouden dat Shakespeare’s ‘King Lear‘ de meest indrukwekkende prestatie in de wereldliteratuur was. Dus las Tolstoj het stuk, in een Russische vertaling. Daarna nam hij nog een andere Russische vertaling ter hand, en nog een. Hij ging verder met het lezen van King Lear in het Duits, en in het Frans. Uiteindelijk nam hij de ultieme stap – hij besloot Engels te leren om King Lear in de oorspronkelijke taal te kunnen lezen.
Na King Lear zes keer gelezen te hebben, in wel vier verschillende talen, kon hij met zekerheid zeggen dat ‘King Lear’ niet het grootste literaire werk ooit was. Integendeel. Het stuk was van A tot Z ridicuul, zonder een moment van diepgang of geloofwaardigheid. Hetzelfde gold, wat Tolstoj betreft, voor de rest van Shakespeare’s werk.
Ik ben het altijd eens geweest met deze inschatting. Ook ik (een fanaat waar het op literatuur aankomt) verafschuw Shakespeare. Ik heb echter maar weinig prominente medestanders. Naast Tolstoj is er alleen nog de fantasy-auteur J.R.R. Tolkien, maar die naam te moeten noemen is bijna genant. Verder kwijlt de hele wereld (waaronder velen van mijn beste vrienden, en zelfs mijn eigenste moeder) het orakel van Stratford onder van bewondering.