KRAS | Ophefconsument

De Chef Ophef van Strijdgroep Nederlandje ging een bos tulpen leggen bij het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn. Niemand vroeg hem wat hij precies bewonderde in Coen, die in zijn eigen tijd al zo hard op de vingers getikt werd voor de slachtpartij op Banda, dat hij boos ontslag nam bij de VOC. De Chef had het waarschijnlijk niet geweten. Hij had gehoord dat zijn tegenstanders de bloemlegging zouden verfoeien en daar had hij wel vijf euro voor over. Het gaat in één moeite door: weglopen uit een interview, op naar het controversiële monument en ter plekke ook nog eens het journaille schofferen door hen te verbieden foto's te maken. Als ophefconsument vind ik het behoorlijk vermoeiend, maar Chef lijkt een niet-aflatende reactionaire energie te bezitten. Je zou hem er bijna een standbeeld voor geven.

Door: Foto: Opgelet, onderstaande tekst kan sporen van ironie bevatten

Quote du Jour | Racisme vaste bestanddeel van koloniale geschiedenis

Zes miljoen vermoorde Joden vormen een ijkpunt in de geschiedenis; hetzelfde geldt voor de 12,5 miljoen Afrikanen die als slaaf zijn verhandeld. Dit zijn nu eenmaal de feiten.

In een interview met Sander van Walsum in De Volkskrant vertelt hoogleraar Gert Oostindie dat het, ondanks wetenschappelijk vastgestelde feiten, “knap lastig is een verhaal te vertellen waarin de trots op Rembrandt de schaamte over de slavernij niet in de weg staat.”

Bestel je boeken bij Bazarow

Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

Foto: Vrede van Utrecht (cc)

Slavenhandel – business a usual

RECENSIE - ‘O, Gij christenen in naam! Zou niet een Afrikaan u kunnen vragen, hebt gij dit geleerd van uw God die tegen u zegt: Doe aan alle mensen zoals u wilt dat u behandeld wordt? Is het niet erg genoeg dat wij losgerukt worden van ons land en onze vrienden om te zwoegen voor uw weelde en winstbejag? Moeten de liefste vrienden en verwanten nu ook nog van elkaar worden gescheiden? (…) Waarom moeten ouders hun kinderen verliezen, broeders hun zusters of echtgenoten hun vrouwen?’

Aldus het droeve lot van de slaven wanneer, ze na weken of maanden opgesloten te zijn geweest op zee, onder de meest smerige omstandigheden, verhandeld worden op de slavenmarkt. De oproep komt van Olaudah Equiano, een van de zeer weinige zwarte slaven die hun ervaringen op schrift hebben gesteld. Hij was toen al een vrij man en verbonden aan de Engelse Society for the Abolition of the Slave Trade, een door hoogstaande christelijke idealen gedreven organisatie. Vandaar dat hij in zijn memoires een hartstochtelijk beroep op zijn christelijke, burgerlijke lezers om een einde te maken aan de gruwel van de slavernij, die gezinnen uiteenjaagt. Maar, zo schrijft Piet Emmer droogjes, uit deze passage blijkt dat het activisme zijn herinneringen heeft gekleurd (p.186): ‘De Europeanen in de West waren helemaal niet in staat om de familiebanden onder de slaven te verbreken. Dat was meestal al gebeurd in Afrika vóórdat de slaven daar aan de Europese handelaren waren verkocht.’ Daar komt bij dat er aanwijzingen zijn dat Equinao persoonlijk nooit de gruwelijke oversteek plus slavenmarkt heeft meegemaakt, maar als slaaf in de West is geboren. Desondanks gaan historici ervan uit dat zijn ‘herinneringen’ betrouwbaar zijn, namelijk gebaseerd op zijn vele gesprekken met andere slaven. Ook Piet Emmer denkt dat. Bij gebrek aan beter, waarschijnlijk.

Foto: Eric Heupel (cc)

Vuile oorlogen

RECENSIE - © De Arbeiderspers boekcover Piet Hagen Koloniale oorlogen in IndonesiëDe Nederlander staat niet erg kritisch tegenover zichzelf en tegenover het nationale verleden, vindt historicus Gary Schwartz. (Zo lees ik in De Volkskrant van 9 augustus.) En bij wijze van bewijs voegt hij daaraan toe: ‘Momenteel is op Netflix een tiendelige serie te zien over de oorlog in Vietnam, met alle tragische fouten en misdaden van dien. Wanneer komt de eerste tiendelige serie over Indonesië?’

Persoonlijk háát ik het wanneer maatschappelijke kwesties gereduceerd worden tot wat er op de tillefiesie gebeurt. Ik zie ook geen enkele reden waarom we de al decennia heersende Amerikaanse obsessie met de ondergang hun imperium zouden moeten vergelijken met de Nederlandse discussie over wat Nederland in Indonesië heeft uitgevreten. Appels met peren. Komt daarbij dat ‘de Amerikaan’ zich op volstrekt onkritische wijze tot zijn verleden verhoudt – laat staan dat zelfkritiek daar in de VS een verfijnd ontwikkeld zintuig is. Die serie bestaat inderdaad niet. Maar ach, er bestaat zoveel niet, volgens de televisie. Met de tv-gids in de hand kun je met gemak een inktzwart beeld schetsen van de cultuur en het geestelijk peil van dit land.

Maar goed, ter zake. Die serie. Moet die er komen? Wat zou er in moeten? Uiteraard hoe ‘wij Nederlanders’ onze eigen ‘tragische foute en misdaden’ pleegden. Wie dat alles op een rijtje wil hebben, doet er goed aan om Piet Hagens ‘Koloniale oorlogen in Indonesië’ te lezen,. Daar staat het allemaal zwart op wit. Van onze komst zo rond 1600 tot ons smedelijke vertrek rond 1949. Van Jan Pietszoon Coen tot Soekarno.

Blackface-boot op Brabantparade

Een carnavaleske boot met stereotiepe paters en zwart geschminkte Brabanders met speren en quasi-Afrikaanse kledij. Kennelijk vond men dat bij de organisatie van de Brabantse Dag-parade in Heeze (even onder Eindhoven) wel een puik idee.

De organisatie zelf is zich van geen kwaad bewust. Het zou allemaal verkeerd zijn begrepen.

Foto: Minister-president Rutte (cc)

Helden, roofheren en moordenaars

COLUMN - Wat is dat toch, dat politieke discussies zo rap verzanden in schijngevechten, waarbij iedereen met stropoppen aan het zeulen slaat?

Wijzen critici erop dat al die belastingontwijkings-maatregelen waarin Nederland excelleert, hoofdzakelijk betekenen dat bedrijven schier onbelast winst kunnen maken, overheden inkomsten derven en burgers opdraaien voor de gaten in de begroting – begint er prompt iemand over ‘trickle down’ en dat een zonnig investeringsklimaat ons aller welzijn dient. Nou nee: vorig jaar kwam er elke twee dagen een miljardair bij, bezaten de 42 rijkste mensen evenveel als de armste helft van de wereldbevolking, en ging 82 procent van alle rijkdom die gecreëerd werd, naar de rijkste één procent van de wereldbevolking.

Ontstaat er godlof een breed debat over seksuele opdringerigheid en seksueel machtsmisbruik, beginnen mensen te jammeren dat op die manier de flirt de nek wordt omgedraaid – terwijl vrijelijk ‘nee’ kunnen zeggen toch werkelijk een voorwaarde is voor een oprechte en eerlijke flirt.

Komt eindelijk de discussie los over de gewelddaden die eerder uit naam van Nederland zijn gepleegd, gekoppeld aan de vraag of het werkelijk verstandig is de handlangers daarvan blijvend te eren met standbeelden, pleinen, bruggen en tunnels, worden fractievoorzitters Buma (CDA) en Dijkhoff (VVD) in koor kwaad:

Foto: Citra Pramadi (cc)

Wanneer een school niet meer de naam wil dragen van ‘de Slachter van Banda’

Veel ophef dinsdag op sociale media en woensdag in De Telegraaf over de aankondiging van de Amsterdamse J.P. Coenschool om van naam te willen veranderen. Er wordt gesproken over een ‘beeldenstorm’ en ‘geschiedvervalsing’. Is dat zo?, vraagt Ewoud Butter zich af.

Het begon met een artikel op de website Napnieuws.nl waarin directrice Sylvie van den Akker liet weten dat de Amsterdamse J.P. Coenschool in de Indische Buurt haar naam gaat veranderen.

Kritiek op de naam kwam de afgelopen tijd eerst van ouders en later ook van leerkrachten, vertelt Van den Akker. Het hele team staat achter de naamverandering.

Aan De Telegraaf liet Van den Akker weten dat een andere reden is dat de school de ‘eerste Unesco-school’ is in Amsterdam. ‘We vinden dat Coen daar niet bij past. (…) Hij heeft natuurlijk veel mensen vermoord. Daar voelen wij ons niet meer senang bij.’

Jan Pieterszoon Coen was de vierde gouverneur-generaal van Oost-Indië en wordt vaak gezien als de grondlegger van de Nederlandse heerschappij in de Indische archipel. Hij stichtte de handelspost Batavia, het latere Jakarta. J.P. Coen staat ook bekend als ‘De Slachter van Banda’. Historiek schrijft hierover:

In 1621 trad Coen hard op tegen de Bandanezen die onder druk van de Engelsen hun specerijen-contract niet nakwamen. Hij reisde met een grote vloot naar de Banda-eilanden. Hoewel de bevolking vluchtte ontkwamen slechts weinigen. Naar schatting overleefden slechts zeshonderd van de 15.000 Bandanezen de aanval. Bekend is dat de VOC tijdens deze volkerenmoord Japanse samoerai-beulen die in dienst waren van de VOC, opdracht gaven tientallen dorpshoofden te onthoofden. Jan Pieterszoon Coen, die het monopolie op de handel in nootmuskaatnoten en foelie veilig had gesteld, kreeg door deze gebeurtenis de bijnaam: Slachter van Banda.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Bas Bogers (cc)

Graven in het culturele archief

400 jaar kolonialisme heeft sporen nagelaten in onze huidige samenleving. Toch blijven veel Nederlanders ontkennen. Hoe komen we verder? In de lezingenserie ‘Duister verleden’ een bijdrage van cultureel antropoloog prof. dr. Gloria Wekker.

Een zwarte mannelijke universiteitshoogleraar verzorgt met zijn witte mannelijke assistent onderzoeker in opleiding een cursus. In het evaluatieverslag worden de rollen omgedraaid: veel studenten nemen aan dat de witte wetenschapper de universiteitshoogleraar is. Het is een van de voorbeelden die volgens cultureel antropoloog prof. dr. Gloria Wekker (UU) laat zien dat ras nog steeds een belangrijke basis van ongelijkheid is. De oorzaken daarvan moeten we zoeken in 400 jaar imperialisme en kolonialisme.

Cultureel archief

“Ras bestaat niet, maar racisme wel.” Het is de wrange erfenis van ons koloniaal verleden. Een raciale fictie, in het leven geroepen om een Westers imperialistisch systeem van ongelijkheid te legitimeren dat 400 jaar lang bestond. Maar wie tegenwoordig naar de Nederlandse samenleving kijkt, moet toegeven dat racisme nog steeds aan de orde van de dag is. Hoewel het kolonialisme formeel voorbij is, leeft de onderliggende logica dus nog steeds voort. Hoe kan dit? Volgens Gloria Wekker heeft Nederland in al die jaren een cultureel archief opgebouwd: een verzameling historisch bepaalde ideeën, houdingen en gevoelens tegenover mensen van kleur. Geen fysiek archief dus, maar een die tussen onze oren zit, en waar we nog steeds uit putten als we het over etnische minderheden hebben.

Foto: Bas Bogers (cc)

Waarom het koloniaal verleden wel èn niet aanwezig is

ACHTERGROND - Van de VOC tot de WIC: verhalen uit de koloniën duiken keer op keer op uit onze collectieve dode hoek om ons te verrassen en confronteren. Hoe is dit te verklaren? Een bijdrage uit de Studium Generale serie ‘Duister Verleden’ van de Universiteit Utrecht

“Laten we blij zijn met elkaar. Laten we zeggen: ‘Nederland kan het weer!’, die VOC-mentaliteit. Over grenzen heen kijken! Dynamiek! Toch?” Op deze befaamde naïeve uitspraak van Jan-Peter Balkenende in 2009 volgde een stortvloed aan reacties. Balkenende ging volledig voorbij aan donkere kanten van de ‘handelsgeest’, denk aan de plunderingen en slavenhandel. Was de oud-premier verblind door stiekeme trots en het romantische idee van het koloniaal verleden? Of was hij het echt ‘vergeten’?

Een vergeten verleden?

“De omgang met ons koloniaal verleden is als een weerlicht: iets flikkert in de verte. Het is er wel en het is er niet.” Dit is de metafoor die historicus prof. dr. Remco Raben (UU) graag aanhaalt. Collectief wordt er – bewust of onbewust – weggekeken van het koloniaal verleden. Tegelijkertijd duikt het keer op keer weer op uit onze collectieve dode hoek – het verrast en confronteert. Soms wordt de positieve kant belicht en soms alleen het negatieve, maar alle versies zijn relevant en kunnen naast elkaar bestaan. Raben: “Veel postkoloniale harten kunnen in een borst kloppen: trots en trauma, goed en fout, vergeten en herinneren.”

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Volgende