COLUMN - Accepteren we afwaardering van veel winbare koolstof, of stevenen we af op ontwrichtende klimaatverandering?
Van de middelbare school herinner ik me nog steeds een paar strofen uit Shakespeare’s Macbeth dat we destijds lazen en zagen: ‘Double, double toil and trouble; Fire burn and cauldron bubble.’ Ik kan het niet helpen: elke keer als ik de term carbon bubble voorbij hoor komen, verschijnen de heksen uit Macbeth voor mijn geestesoog.
Zo gek is het misschien niet. Het heeft immers iets magisch: roeren in de aarde, daar wat vaste, vloeibare en gasvormige koolwaterstoffen uithalen, en voilá: warmte, kracht, voortstuwing en licht in overvloed. Onze economische succesformule is gebaseerd op overvloedige fossiele brandstoffen.
Dat maakt inzichten die laten zien dat de ecologische en maatschappelijke effecten van een doorgroeiend gebruik van fossiele koolwaterstoffen onaangenaam kunnen zijn niet populair. De ideeën over carbon budgets en carbon bubbles zijn misschien wel de exponent van dat soort inzichten.
De basis is middelbareschoolnatuurkunde in combinatie met een normatieve, maatschappelijke keuze. Middelbareschoolnatuurkunde leert dat meer CO2 in de atmosfeer brengen de gemiddelde temperatuur op aarde verder zal doen stijgen.
De normatieve keuze is: welke temperatuurstijging vinden we maximaal aanvaardbaar, gezien de kosten en baten van klimaatverandering én de kosten en de baten van het tegengaan van klimaatverandering.
De wereldgemeenschap heeft na lezing van tal van studies gekozen voor maximaal 2 °C temperatuurstijging. Dat is geen wetenschappelijke grens, zoals soms ten onrechte wordt gedacht, maar een maatschappelijke. Verschillende wetenschappers maken zich al grote zorgen vanaf 1 à 1,5 graad opwarming, terwijl sommige burgers en beleidsmakers denken dat er niks gebeurt of dat een paar graden opwarming wel prima is.