ANALYSE - De grote industrieën in Nederland, waaronder Shell en DSM, heffen een klaagzang aan over de toegenomen prijs van energie en wijzen daarbij naar de Verenigde Staten als land waar het beter gaat. Daarmee klampen ze opnieuw en onterecht vast aan achterhaalde denkbeelden over energie.
In de papieren editie van De Telegraaf krijgen een paar grote bedrijven ruimte om hun beklag te doen over de hoge energieprijzen, waardoor hun concurrentiepositie in gevaar komt. En in de Verenigde Staten gaat het zoveel beter. Ze hebben er goedkope energie door winning van schaliegas en -olie. En ook veel meer bio-brandstofcapaciteit. En vervolgens geeft het artikel een sneer naar de milieubeweging die de introductie van schaliegas zou tegenhouden.
De bedrijven baseren zich niet alleen op verkeerde aannames, ze blijken ook hun hoofd na dertig jaar nog steeds niet uit het zand gehaald te hebben. Zo lang is het namelijk al met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid duidelijk dat de prijs van energie in een op fossiele brandstoffen gedomineerde markt zal blijven stijgen tot een ongemakkelijk niveau.
Maar nu even de aannames ontkrachten.
De prijs van energie daalt niet in de VS. Oke, hij stijgt ook niet. Maar de energieprijs voor de industrie in Nederland doet dat ook niet. Het prijsverschil is al een hele tijd constant.De enorme hype die momenteel rondom het schaliegas in de VS leeft, staat in schril contrast met de werkelijkheid. Productie van schaliegas is duur, vervuilend en levert slechts zeer tijdelijk resultaat op. Vooral dat laatste maakt inzetten op die bronnen onzinnig. Een boring (waarvan er duizenden nodig zijn om een beetje productie te halen) levert hooguit vier jaar een beetje productie op. Daarna kan het gat verlaten worden. Dus hoe hard de industrie ook roept om verlossing middels Schaliegas, het is en blijft een korte termijn illusie.