De monetarisering van het leven mag wel een onsje minder.
In de jaren negentig is in Nederland, in navolging van de Verenigde Staten, de trend ingezet om alles te willen monetariseren. Waarde in het leven is gelijkgeschakeld met economische waarde. En maatschappelijke waarde is verworden tot een kosten-batenanalyse.
Gsiteren in het nieuws: vrouwen krijgen pas op latere leeftijd kinderen en dat kost geld door meer medische kosten. Maar ook in het nieuws: het wisselen van studies/ doen van extra studies kost de maatschappij 6 miljard per jaar, voornamelijk in door de Staat misgelopen belastinginkomsten. Eerder dit jaar hebben we de hele discussie over de kosten van immigratie, vooral naar aanleiding van het onderzoek van Nyfer, gehad.
Nu valt op de meeste van dit onderzoeken nogal wat af te dingen. Leidt een betere studiekeuze of een tweede studie, hoewel chronologisch later, misschien niet toch tot meer belastinginkomsten over de totale levensloop? Of wat zijn de effecten van later kinderen krijgen door vrouwen op hun carrièrepad? Ik heb de antwoorden niet, maar dat dit soort berekeningen vrijwel altijd op onvolledige informatie berust lijkt bijna onvermijdelijk.
Maar het leidt ook af van de belangrijkere vraag: wat is de verhouding tussen maatschappelijke waarde, economische waarde, maar ook bijvoorbeeld geluk? Laat het duidelijk zijn voor het functioneren van een maatschappij is de economie van levensbelang, maar de monomane definitie van waarde als economische waarde leidt mijns inziens niet tot betere richtinggeving aan de maatschappij. De discussie over de kosten van immigratie bijvoorbeeld leidt, gezien de huidige al sterk beperkte kansarme immigratie, alleen maar af van de echte problemen met integratie.