Bezuiniging op kinderopvang blijft zonder grote gevolgen
Deze bijdrage van Egbert Jongen is overgenomen van Me Judice.
De Tweede Kamer debatteert donderdag over het kabinetsplan om flink te bezuinigen op de kinderopvangtoeslag. De door critici voorspelde negatieve effecten van de bezuiniging worden zwaar overdreven, stelt Egbert Jongen, onderzoeker bij het Centraal Planbureau op het terrein van arbeidsmarkt en kindregelingen. De beslissing wel of niet te werken en hoeveel uur te werken wordt maar beperkt beinvloed door de subsidie voor kinderopvang. Personeel van kinderopvang heeft weinig te vrezen: de groei van de formele kinderopvang staat voor een belangrijk deel los van de hoogte van de subsidie. En of kinderen beter of slechter af zijn in de formele kinderopvang is niet goed te zeggen.
Kritiek op bezuinigingsplannen
Minister Kamp heeft onlangs de kabinetsplannen bekend gemaakt voor de kindregelingen. Daarbij is een aanzienlijke bezuiniging op de kinderopvangtoeslag voorzien. Dit heeft de nodige aandacht gekregen in de media en ook op dit forum (Sent en Schippers, 2011). De plannen zijn niet overal enthousiast ontvangen. Aanstaande donderdag debatteert de Tweede Kamer over de plannen. Een goed moment voor een kort overzicht van wat we van de plannen kunnen verwachten. Wat betekenen de plannen voor de arbeidsparticipatie van jonge ouders? Moeten medewerkers in de formele kinderopvang vrezen voor hun baan? Worden de kinderen de dupe? En, tot slot, wat betekenen de plannen voor de administratieve lastendruk?
Géén massale uittocht jonge ouders
Het effect van kinderopvangsubsidies op de arbeidsparticipatie van jonge ouders is beperkt. Ondanks de forse verlaging van de ouderbijdrage in de jaren 2005-2007 is de arbeidsparticipatie van vrouwen in de leeftijd van 20 tot 50 jaar met een kind tot 12 jaar niet uitzonderlijk gegroeid ten opzichte van vrouwen 20 tot 50 jaar zonder een kind tot 12 jaar (Jongen, 2010). Dit geldt zowel voor de participatie in personen als het aantal uren per werkende. Soortgelijke studies in het buitenland vinden doorgaans ook kleine participatie-effecten van wijzigingen in de subsidie voor kinderopvang. Verder blijken in enquêtes de kosten van kinderopvang maar een beperkte rol te spelen bij de participatiebeslissing van jonge ouders (Portegijs e.a., 2006). Ten slotte geeft een simulatieanalyse van het Centraal Planbureau eveneens aan dat er slechts kleine participatie-effecten zijn. (noot 1)