Geert Wilders, een nieuwe regent

De fractieleiders van de progressieve partijen hebben een Kamerdebat aangevraagd over de legitimiteit van de vorming van een minderheidskabinet, op een moment dat nog niet alle mogelijkheden voor een meerderheidskabinet onderzocht zijn. De rechtse fractieleiders zullen het niet moeilijk vinden deze vraag te beantwoorden. De standpunten van de verschillende partijen liggen zover uit elkaar, dat een meerderheidskabinet zeer waarschijnlijk niet meer mogelijk zou zijn. De onmiddellijke formatie van een minderheidskabinet is een manier om verder tijdsverlies te voorkomen.
Vragen over de vorm die het minderheidskabinet aanneemt zullen echter moeilijker te beantwoorden zijn. De kiezers hebben een aantal duidelijke signalen afgegeven. Een serieus te nemen deel van de Nederlandse bevolking steunt de PVV, zo blijkt uit het verkiezingsresultaat, dus heeft de partij alle recht om bij de formatiebesprekingen aan te schuiven. De winst van de PVV was echter niet het duidelijkste signaal in dit verkiezingsjaar. Dat was namelijk het verpletterende verlies van het CDA. Na acht jaar aan de macht te zijn geweest verloor de partij twintig zetels, de grootste verschuiving bij deze editie. Het is daarom op zich al bevreemdend dat de partij opnieuw in beeld is bij de formatie, maar dit is nog te rechtvaardigen. De afstand tussen links en rechts is zo groot dat het CDA, zo aangeslagen als de partij is, toch weer mee moet doen om Nederland bestuurbaar te houden.
Wat echter nauwelijks valt te verklaren is, waarom het CDA een volwaardig regeringspartner wordt, ondanks het verlies, en dat de PVV, door de kiezer beloont met een gigantische verkiezingswinst, en bovendien groter dan het CDA, slechts gedoogsteun zal leveren. Het CDA hoeft niet te regeren. Door zich als gedogende, stille partner van een kabinet VVD-PVV op te werpen zou de partij aan zijn verplichting om het land bestuurbaar te houden voldoen. Door te gaan regeren negeert de partij een toch wel heel erg duidelijk signaal van de kiezer.

