Etnische registratie noodzakelijk voor overheid
De RMO adviseerde onlangs demissionair minister Leers om categorisering naar etniciteit af te schaffen. Beleidsadviseur Arjen Verweij pleit voor het tegenovergestelde: om achterstanden te bestrijden en onrechtmatigheden te kunnen vaststellen is en blijft etnische categorisering onontbeerlijk.
In de buitenwijken van Parijs, de zogeheten banlieues wonen – althans volgens de officiële Franse statistieken – geen etnische minderheden of allochtonen. Frankrijk kent geen hoge werkloosheid of criminaliteit onder specifieke etnische groepen. Er bestaat ook geen discriminatie bij toetreding tot de arbeidsmarkt. Ten minste, op papier. Want Frankrijk registreert geen herkomstgroepen. In Frankrijk wonen slechts Fransen et les étrangers. Op basis van nationaliteit is het niet mogelijk om allochtone groepen te identificeren: die groepen hebben namelijk gewoon een Frans paspoort. Frankrijk is dus – op papier – het gedroomde land voor de RMO.
De werkelijkheid is natuurlijk volstrekt anders: de banlieues zijn échte ghetto’s, no-go-areas die we in Nederland niet hebben. De werkloosheid is er extreem hoog, evenals de criminaliteit. Er is sprake van een bedroevende leefbaarheid, zowel als het gaat om de kwaliteit van de woningen als om de kwaliteit van de woonomgeving. Er vindt red-lining plaats, dat wil zeggen dat mensen geen baan of lening krijgen als ze uit zo’n gebied afkomstig zijn. De bevolking bestaat er eerst en vooral uit niet-westerse allochtonen. En dat is ook precies het beeld dat er breed bestaat: de banlieues zijn ‘zwarte’ wijken met grote maatschappelijke problemen.



In de serie ‘De jaren nul (2000-2009)’ blikt de Volkskrant terug op het afgelopen decennium. Op 28 december was het onderwijs aan de beurt. In het overzichtsartikel kwam ook het dalende taalniveau ter sprake. Maar er is (kennelijk) goed nieuws: “de touwtjes (in het onderwijs) worden weer aangehaald”.
In de serie ‘De jaren nul (2000-2009)’ blikt de Volkskrant terug op het afgelopen decennium. Op 28 december was het onderwijs aan de beurt. Het jaar 2005 was volgens de Volkskrant kennelijk het omslagpunt in het denken over onderwijs: “Halverwege het decennium begint de slinger terug te bewegen. In het najaar van 2005 klagen universiteiten dat nieuwe studenten niet meer kunnen rekenen en schrijven. Een paar maanden later blaast onderwijsminister Maria van der Hoeven in een vraaggesprek met de Volkskrant het studiehuis op. ‘De slinger is te ver doorgeslagen’, zegt ze, en: ‘Het vakkenpakket bestaat nu uit veel vakken en vakjes. Er is te weinig ruimte voor kennis en vaardigheden, voor verdieping. Het blijft vaak oppervlakkig. In datzelfde najaar boort Martin Sommer in zijn Volkskrant-column ‘Onder Onderwijzers’ een vat aan frustraties onder leraren aan. Ze klagen dat ze hun vak zijn kwijtgeraakt door tegenwerkend management en nieuwe leermethoden. Vanuit hetzelfde ongenoegen wordt een half jaar daarop Beter Onderwijs Nederland opgericht.”