Labbekakkenland
In kringen van mensen die hun zaakjes voor elkaar hebben is het bon ton krachtige uitspraken te doen over werklozen. Die zijn lui en onbetrouwbaar; eigenlijk losers zonder doorzettingsvermogen.
Eind mei beklaagde Mark Rutte zich op een VVD-congres over mensen die na hun ontslag meteen een WW-uitkering aanvragen en niet eens eerst proberen ander werk te vinden. Voor het gemak ging onze premier voorbij aan het voorschrift dat je na ontslag binnen een week een uitkering moet aanvragen.
Hans de Boer van VNO-NCW meende in juni in ‘de Volkskrant’ nog een extra duit in het zakje te moeten doen: ‘Al die labbekakken die hier in een uitkering zitten, moeten aan het werk’.
Het leidde tot de nodige ophef. Prompt volgden ook excuses: althans, over de commotie die was ontstaan. Aan de inhoud ging men vlot voorbij. Tot inhoudelijke discussie over de inrichting van de sociale zekerheid die inspeelt op een flexibele arbeidsmarkt leidde het niet.
Ondertussen was het wel gezegd en instemmend ontvangen door de achterban.
Realiteitszin
Zowel de premier als de Hans de Boer kan dit soort fact free uitspraken makkelijk doen. Ze weten dat er tegenover 630.000 werklozen ongeveer 110.000 banen staan, maar dat zijn abstracties.