‘Wilders moet Limburgs paspoort opgeven’
[speld]

Gedoogpoliticus Geert Wilders is in opspraak geraakt nu hij een Limburgs paspoort blijkt te hebben. De fractievoorzitter van de Partij voor de Vrijheid was altijd fel gekant tegen de dubbele nationaliteit van bewindslieden en voerde succesvol actie tegen Ahmed Aboutaleb, Nebahat Albayrak en de dame met die moeilijke naam waarbij het voor de vorm ook moest. D66-leider Alexander Pechtold reageert geschokt.
Waar voorheen de integratie van Limburg hoog in het vaandel stond, is de afgelopen jaren steeds meer kritiek gekomen op de multilinguale samenleving. De lokale taal, het Limburgs, is moeilijk te verstaan en kent geen eigen schriftcultuur. Pechtold: “Het gaat hier dus eigenlijk om analfabeten die weigeren Nederlands te praten.” De fractievoorzitter van D66 verdenkt Wilders ervan dat hij het Limburgs wil verspreiden door heel Nederland. “Wilders heeft zich naadloos aan de Haagse mores aangepast, maar van binnen is het nog steeds een Limburger en zijn Groot-Limburgse waandenkbeelden heeft hij nooit opgegeven. Die houding noem ik ‘Limbitude’. Het is een kwestie van geduld, maar straks lullen we allemaal dat halfduits van ze,” zo waarschuwt hij.
Critici van de limburgse cultuur noemen een veelheid aan redenen waarom het behoud van de limburgse nationaliteit onwenselijk is. “Het vieren van carnaval is exemplarisch voor een achterlijke cultuur,” aldus cultuurhistoricus Bert Bokhoven. “Het buitensporig drankgebruik, de bijna dierlijke drang tot voortplanten in het openbaar, de muziek, het zijn allemaal zaken die je in Nederland niet zou moeten willen. Als je belangrijkste exportproducten kersenvlaai en Mark van Bommel zijn, mag je je sowieso afvragen of je een plaats in de Europese cultuur verdient.”

Vanmiddag verscheen er op GeenStijl een ronkend postje van collegablogger Spin Stift waar geen speld tussen te krijgen leek: 


De democratie in het oude Athene was in onze moderne ogen niet zo democratisch. Vrouwen, slaven en mensen zonder burgerrechten mochten hun stem niet uitbrengen. Dat was niet zo aardig van die Atheners. Maar hoe zouden de vrije Atheners eigenlijk kijken naar onze democratie? Wij stemmen eens in de 4 jaar op iemand die ons gaat vertegenwoordigen. De Athener stemde zelf: over iedere belangrijke kwestie, ongeveer eens per 10 dagen. Als een Athener het ergens niet mee eens was dan liet hij dat weten in het parlement. Wij sturen een email naar een Kamerlid, sturen een boze brief naar de krant of, in het meest waarschijnlijke geval, doen niets behalve mopperen op de Haagse boevenbende. Verder vervulden de meeste Atheners in hun leven een politieke functie. Wij niet. Kortom: Atheners participeerden, kenden directe democratie en de kloof tussen burger en politiek bestond niet. Dus hoe zou de Athener met zijn antieke ogen kijken naar onze moderne democratie? Ik weet het wel: hij zou de Nederlandse democratie een farce vinden.