Er is heel veel bedenkelijks aan de opkomst van kunstmatige intelligentie, en in het onderwijs veroorzaakt het een crisis waarvan we de bodem nog niet zien, maar hopelijk leidt het uiteindelijk allemaal tot iets goeds. Dat is mijn conclusie uit het nieuwe boek Als wij denken, dat geredigeerd is door een informaticus (Mehdi Dastani), een didactica (Nanja Kleemans) en een letterkundige (Els Stronks) en dat boordevol bijdragen staat van auteurs uit ieder van die gebieden.
Interessant aan het boek is dat de ondertitel luidt Verantwoorde inzet van generatieve AI in het (taal)onderwijs, maar dat het verschillende essays (bijvoorbeeld van Felienne Hermans en van Mark Dingemanse) bevat waarvan de strekking is dat de meest verantwoorde inzet van kunstmatige intelligentie misschien wel is: geen kunstmatige intelligentie. Er zijn bezwaren tegen de techniek in het algemeen – dat het enorme hoeveelheden energie opslurpt, dat het in handen is van een paar grote bedrijven van twijfelachtig allooi, dat gebruik ervan mogelijk een negatief effect heeft op de eigen intelligentie en creativiteit van de gebruiker – en er zijn specifieke bezwaren tegen het gebruik in het onderwijs – wat leren leerlingen ervan als ze opstellen met een druk op de knop kunnen genereren? Veel van de stukken in het deel dat gaat over praktische toepassingen zijn dan ook te lezen als wanhoopskreten – wat moeten we hier nu mee? ‘Ik ben leraar en heb een probleem: ChatGPT’ heet bijvoorbeeld het hoofdstuk van Johannes Visser.
Er zijn ook wel artikelen die proberen kunstmatige intelligentie wel degelijk te integreren, of het bijvoorbeeld in te zetten voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, die de leerkracht nu eenmaal niet kan leveren. Voor mijn gevoel is dat vooral het gebruik van kunstmatige intelligentie als een lapmiddel: het zou natuurlijk beter zijn als de menselijke leerkracht wel de gelegenheid zou hebben. Als ik het goed zie is er geen enkele auteur die echt dolenthousiast is over kunstmatige intelligentie als leermiddel, iemand die ziet dat het onderwijs echt beter wordt op een manier die anders niet mogelijk zou zijn. Op zijn best zijn het pogingen er het beste van te maken.
Doorgronden
Toch stemt dat alles mij hoopvol. Wat er mis is met kunstmatige intelligentie is vooral een extreme versie van wat er toch al mis is in het onderwijs: de nadruk op schrijfproducten, op begrijpend lezen in de vorm van toetsen waarop alleen bepaalde lezingen ‘correct’ zijn, de massificatie van het onderwijs op alle niveaus. Kunstmatige intelligentie maakt examineren moeilijker omdat die examens gebaseerd waren op een verkeerd idee van onderwijs (dat je een 7.9 haalt voor een opstel omdat het aan van te voren gegeven criteria voldoet over de structuur, de opbouw en de stijl van de tekst). Het laat zien dat we leerlingen vooral moeten leren hoe belangrijk het is dat ze lezen en schrijven, niet alleen maar hoe ze dat moeten doen.
>Misschien is de enige echte vorm van onderwijs wel: een paar mensen, samen in een ruimte, zonder hulpmiddelen, die hun gezamenlijke fascinatie volgen. De chatbots moeten geweerd worden, maar misschien de powerpoints, de laptops, de mentimeters, net zo goed. Als iemand graag iets aan de anderen wil laten zien, is er een bord met krijt. Voor zover beoordelingen nodig zijn, kan de docent die na afloop van zo’n intensieve cursus heus wel geven. Eventueel kan er een keer een chatbot centraal de klas in worden gebracht, om er experimentjes mee te doen en te proberen te doorgronden hoe die dingen werken.
Schoolbord
Ja, maar dat is onvoorstelbaar duur! En daar hebben we ook bij lange na niet genoeg docenten voor! We moeten nu wel zo veel mogelijk leerlingen en/of studenten in een ruimte zetten, en een docent dat allemaal maar laten administreren, en die onderwijsvormen en examenvormen laten kiezen die het allemaal nog een beetje behapbaar maken. Dat is de enige manier om het onderwijs nog te bekostigen te houden.
De artikelen in Als wij denken laten wat mij betreft zien dat deze vorm van onderwijs failliet is. Het is sympathiek om te proberen kunstmatige intelligentie als pleister te gebruiken om bestaande problemen op te lossen, maar het is ook gevaarlijk en mist bovendien de kans om het onderwijs echt diepgaand te veranderen. De komst van de chatbots is misschien wel de ultieme Verelendung van het onderwijs. Wie op deze manier denkt, levert ons onherroepelijk over aan kunstmatige intelligentie en aan vormen van onderwijs waar uiteindelijk niemand van leert. Laten we de komst van kunstmatige intelligentie gebruiken om een revolutie in het onderwijs te bewerkstelligen: terug naar het groepje van hooguit 15 mensen verenigd rondom een schoolbord.
Mehdi Dastani, Nanja Kleemans en Els Stronks (red.) Als wij denken. Verantwoorde inzet van generatieve AI. Pica, 2026.