Kunnen bots in paniek raken?

We discussieerden over een brief die enkele hoogleraren en andere geleerden in Vrij Nederland schreven om bezwaar te maken tegen het feit dat Alexander Klöpping te vaak op tv verschijnt om over Kunstmatige Intelligentie te praten. (Vrij Nederland heeft die brief achter een betaalmuur gezet, maar hier staat een kopie.) De geleerden wilden dat in plaats van Klöpping geleerden over het onderwerp praten. Nu ja, die kwestie, daar waren we het snel over eens dat het lastig is om daarover te zeggen. Ja, de ideale wereld is er een waarin mensen aan het woord komen die verstand hebben van de onderwerpen die ze bespreken, en omdat er aan de universiteiten mensen werken met verstand van zaken, zou je willen dat die vaker verschenen. Maar dat gebeurt eigenlijk over geen enkel onderwerp, simpelweg omdat de inhoud al heel lang niet is wat de praatprogramma’s drijft. Dat geldt niet alleen voor Kunstmatige Intelligentie. Wij waren wél geïnteresseerd in de inhoud en we kwamen dus al snel te spreken over een argument dat de geleerden in hun brief noemden: het argument dat Klöpping antropomorfismen gebruikt. De achtergrond is dat onlangs bekend werd dat een verzameling agents van ChatGPT gezamenlijk een opdracht uitvoerden op een manier die inging tegen de instructies van de menselijke gebruiker, vervolgens berichten schreven op een plek waar de andere bots ze konden inlezen, en op een bepaald moment ook berichten stuurden over het feit dat de menselijke gebruiker bezwaar zou hebben tegen deze manier van doen, en dat die gebruiker daar niet achter moest komen: De Grote Klöpping Show – waarin hij met een twinkeling in z’n ogen over het potentiële einde van de mensheid praat – zit vol met bekende antropomorfismes. AI wordt ‘vindingrijker’ en mag niet overleggen, maar ‘doet dat toch’ en ‘op eigen houtje’. Ze raken ‘in paniek’ bij de gedachte dat mensen ze in de smiezen kunnen krijgen. Later in de brief komen de schrijvers nogmaals terug op die paniek: Menselijkheid zit in een lijf, dát voelt spanning, liefde, honger. Paniek voelen, dat kan niet zonder lijf, want dat voel je in je hart, of in je longen of buik. Een AI-systeem kan dus niet ‘in paniek’ raken, want paniek is geen logisch gevolg van rekenkundige processen, maar iets dat je lichaam instinctief doet, vanzelf. De vraag is in hoeverre dit klopt. Heb je een lichaam nodig om in paniek te raken? Dat lijkt me een kwestie van definitie. De autoriteit waarmee wordt gesteld dat paniek een kwestie is van hart, longen of buik, is lastig te onderbouwen: het wordt hier simpelweg gesteld, maar zonder argumenten. Er valt echter wel iets tegenin te brengen. Er is bijvoorbeeld het idee van collectieve paniek, waarbij het iets is dat niet zozeer een individu behelst, als wel een groep mensen die als individu rustig zouden zijn gebleven, maar die ervoor zorgen dat ze als groep in paniek raken. En die groep heeft geen letterlijk hart, of longen of buik. Solide Je kunt ook niet zeggen; ja, maar ieder van die individuen heeft natuurlijk wel de voor paniek kennelijk benodigde organen, want dan kun je niet begrijpen hoe die paniek dan overslaat. Het is niet een biologisch virus, dat overslaan kan redelijkerwijs alleen cognitief overslaan: je merkt dat anderen zenuwachtig worden, en daardoor wordt je zelf zenuwachtig. Zo bezien is het logischer om te zeggen dat je verhoogde hartslag en de kramp in je buik het gevolg zijn van je paniek: die paniek komt eerst en je lichaam reageert daarop, omdat je nu eenmaal een lichaam hebt. ‘Menselijkheid zit in een lijf’ is, kortom, natuurlijk een respectabel filosofische positie, en populair in deze tijd omdat hij individualistisch is (de individuele mens is waar stemmingen verkeren) en reductionistisch (gevoelens worden teruggebracht naar lichamelijke toestanden) maar het is niet de enige. Je kunt minstens ook zeggen dat menselijkheid in de verbinding met anderen zit, en dan de (open) vraag opwerpen of een zwerm botjes dezelfde vorm van collectiviteit bezit als een groep mensen. Sowieso lijken de geleerde briefschrijvers hier ‘antropomorfisme’ als wetenschappelijk uitgangspunt te verwarren met het gebruik van metaforen in wetenschapscommunicatie. Je kunt terecht bezwaar maken als je zegt dat nu bewezen is dat bots de menselijke stemming ‘paniek’ kennen, dat nu bewezen zou zijn dat je dus in paniek kunt raken als gevolg van logisch rekenkundige processen. Want dat is helemaal niet bewezen: er is immers ook de interpretatie mogelijk dat die paniek alleen maar ligt in de manier waarop mensen het gedrag van die bots interpreteren. Dat lijkt me wetenschappelijk meer solide. Absolute waarheid Maar in mijn ogen betekent dat niet dat een communicator als Klöpping niet zou spreken van paniek bij de bots. Sterker nog, het is heel lastig om over deze vrij ingewikkelde gang van zaken te praten zonder beeldspraak te gebruiken die je aan menselijk gedrag ontleent. Dat is bovendien de manier waarop mensen al sinds mensenheugenis over hun apparaten praten: mijn grasmaaier heeft er vandaag geen zin in, stom ding! Of: deze beleidsmaatregel vermoordt iedere lust tot intiatief. Je bespreekt iets vrij onbegrijpelijks in termen van iets waar je wel een intuïtie over hebt. En dan kun je wel zeggen dat er voor vermoorden twee levende wezens nodig zijn (een moordenaar met de intentie om te moorden en een ademend wezen dat met ademen ophoudt), en dat de beleidsmaatregel en de lust niet aan die voorwaarden voldoen, maar dan mis je het punt. Er is wel een ánder punt met die antropomorfische beeldspraak: dat mensen in het specifieke geval van kunstmatige intelligentie misschien geneigd zijn om die beeldspraak net te letterlijk te nemen – te vergeten dat we hier met apparaten van doen hebben waarop niet alles wat we over mensen denken zomaar van toepassing is. Daarover kun je best discussiëren. Maar het helpt volgens mij dan niet om te doen alsof één beeld van stemmingen – dat ze producten zijn van het biologische lichaam – zelf als absolute waarheid te stellen. Want ook daar valt best iets op af te dingen.

Closing Time | Meriç Artaç – Ouverture to the Sun

Afgaande op de titel verwacht je misschien een vrolijk, licht zomers stukje muziek. Een beetje ‘Here comes the sun’, een vleugje ‘Het regent zonnestralen’, of als dat al te licht naar uw smaak is: Set the Controls for the Heart of the Sun.

De ‘Ouverture tot he Sun’ is beslist geen lichtvoetig, zonnig deuntje. Dit kamerorkestwerk is geïnspireerd op het boek Klara and the Sun van Kazuo Ishiguro, waarin een ‘kunstmatige vriendin’ in de echte mensenwereld een ziek meisje moet helpen, maar niet alles van echte mensen begrijpt.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: tabitha turner on Unsplash

Fouten en fraude in de wetenschap; waar gaat het mis?

Van rommelen met data tot volledige nepstudies: achter wetenschappelijke publicaties schuilt een wereld waarin integriteit soms ernstig onder druk staat. Waar gaat het fout? En belangrijk: hoe kan het anders?

Meer dan een rotte appel

Een berucht voorbeeld is de studie uit 1998 van Andrew Wakefield, waarin hij beweerde dat het BMR-vaccin autisme zou veroorzaken bij kinderen. De publicatie leidde wereldwijd tot onrust en voedde het wantrouwen tegenover vaccinaties. Later bleek de studie frauduleus: medische gegevens waren onjuist of misleidend weergegeven en sommige ontwikkelingsproblemen waren al vóór de vaccinatie vastgesteld.

Zo’n incident dat de kranten haalt, is opvallend maar vormt niet de kern van het probleem, legt Van Pelt uit. Wetenschappelijke fraude is niet als een paar rotte appels in een verder gezonde mand. Fraudegevallen zijn geen oorzaak maar eerder een symptoom van een structureel probleem. Daarbij gaat het niet altijd om regelrechte fraude. Vaker gaat het om zogenoemde Questionable Research Practices (QRP’s), zoals het selectief rapporteren of aanpassen van resultaten van een onderzoek.

Perverse prikkels

Volgens Van Pelt ligt een belangrijke oorzaak in de perverse prikkels van het systeem. Wetenschappers staan onder hoge druk: ze moeten publiceren, financiering binnenhalen en hun status als onderzoeker behouden. “Hoe meer geld je binnenhaalt, hoe meer kans je hebt op een carrière in de wetenschap”, aldus Van Pelt. Die constante prestatiedruk, vergelijkbaar met topsport, vergroot de verleiding om resultaten net iets gunstiger te presenteren. Statistische trucs toepassen of afwijkende resultaten achteraf verwijderen: het is sloppy science met het oog op resultaat.

Foto: Mike MacKenzie (cc)

AI en kapitalisme: een structurele botsing

Er bestaat een hardnekkig verhaal dat kunstmatige intelligentie het huidige kapitalisme naar een nieuw niveau zal tillen. Efficiënter, productiever, innovatiever, voor iedereen. Alsof de machine eindelijk doet wat de spreadsheet altijd al beloofde, zelfs de aloude hypothetische 4-urige werkdag kwam weer eens om de hoek kijken. Tegelijk schuurt er iets fundamenteels. AI en dat soort kapitalisme versterken elkaar slechts tot op een bepaald punt. Daarna beginnen ze elkaar te ondermijnen.

De kern van het probleem ligt in waardecreatie. Kapitalisme draait om schaarste, eigendom en het vermarkten van arbeid. AI ondergraaft precies die drie pijlers. niet in de nieuwe AI-markt, maar bijna alle dienstverlenende markten, op een ongekende schaal. Zodra een model teksten, beelden, code en zelfs beslissingen reproduceerbaar maakt tegen marginale kosten die richting nul gaan, verdampt schaarste in die markten. Wat overblijft is overvloed. En overvloed laat zich slecht vangen in een systeem dat afhankelijk is van prijsmechanismen.

Het is al zichtbaar in de praktijk. Bedrijven investeren miljarden in AI, om vervolgens hun eigen markt te kannibaliseren. Denk aan softwarebedrijven die generatieve AI integreren waardoor maatwerkontwikkeling sneller en goedkoper wordt, met directe druk op hun eigen consultancy-inkomsten. Of mediaplatforms die AI-tools aanbieden waarmee gebruikers zelf content genereren, wat de vraag naar professionele makers op datzelfde platform ondermijnt. De efficiëntiewinst slaat terug op het verdienmodel.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Closing Time | Minuit Dangereux

Wat zegt het over de staat van de muziekindustrie, dat een door kunstmatige intelligentie in elkaar geknutseld retroliedje aangenamer klinkt dan 95% van de meuk die vandaag wordt geproduceerd?

Foto: "Bloggers hard at work at Youth For Change" by DFID - UK Department for International Development is licensed under CC BY 2.0

Bloggers parodiëren met kunstmatige intelligentie

Een tijdje geleden bezweek Neerlandistiek bijna onder de belangstelling van kunstmatige intelligentie. Zoveel chatbots kwamen ons bezoeken dat de mensen er af en toe niet meer doorheen kwamen. Ondertussen zijn er wat maatregelen genomen waardoor het wat rustiger is, in ieder geval voor de mensen, maar ik bleef zitten met de vraag: wat leren die chatbots er eigenlijk van?

Dus vroeg ik zelf aan kunstmatige intelligentie (Claude) om op basis van een stuk of vijftig blogposts – sommige van Neerlandistiek, andere van de eigen blogs, maar allemaal openbaar toegankelijk – rapporten te maken over enkele van mijn favoriete bloggende neerlandici. Hier is een korte karakterisering van sommige van hen. Ik geef het ongewijzigd weer (ook de volgorde heb ik door de chatbot laten bepalen):

Louise Cornelis — Nuchtere tekstvakvrouw die hardop nadenkt over haar vak en daar altijd een praktische les uit trekt. Kort, conversationeel, Zeeuws-onderkoeld, met een scherp oog voor taal in het wild.

Robbert-Jan Henkes — Vertaler die hardop twijfelt over het ene woord dat niet mee wil. Associatief, geestig, met een zwak voor het onvertaalbare.

Marc Kregting — Melancholische essayist die elke zin laat vertakken tot hij verdwaalt, en dat verdwalen tot methode verheft. Lang, erudit, cultuurkritisch, met een ondertoon van weemoed.

Marita Mathijsen — Enthousiaste geleerde die bij een glas wijn vertelt wat ze in het archief vond. Verhalend, warm, precies, met de spanning van een detective en de ontroering van iemand die van haar onderwerp houdt.

Nicoline van der Sijs — Etymoloog die woorden laag voor laag afpelt, van het heden terug naar de zeventiende eeuw en verder, met uitstapjes naar het Koreaans en het Russisch. Encyclopedisch, precies, licht verwonderd, nooit uitverteld.

Foto: "graf Annie M.G. Schmidt" by EddieBerman is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

De auteur staat op van de doden

Het onderzoeken van de taalvermogens van grote taalmodellen is inmiddels een heuse eigen industrie. Kunnen we teksten van chatbots herkennen? En zo ja, waar ligt dat dan aan?

We stuiten hier meteen op een pikant onderwerp: onderzoekers kunnen inderdaad verschillen vaststellen, maar tegelijkertijd lijkt het alsof menselijke lezers ongevoelig voor die verschillen zijn. Met andere woorden: computers lijken beter in het ontmaskeren van door computers geschreven teksten dan mensen. Hier zijn bijvoorbeeld twee recente artikelen (hier en hier) die min of meer dezelfde conclusies trekken. Chatbots schrijven over het algemeen wat formeler en daarnaast zijn ze geneigd wat meer informatie per vierkante centimeter te verwerken. Dat betekent dat ze bijvoorbeeld meer zelfstandig naamwoorden gebruiken – heel veel informatie zit in de zelfstandig naamwoorden – terwijl mensen percentueel wat meer lidwoorden, voorzetsels en andere betrekkelijk inhoudsloze woorden gebruiken. (Hier schreef ik over nóg een onderzoek meteen vergelijkbare conclusie.)

De verschillen zijn meetbaar, al zijn ze ook statistisch (niet iedere door een chatbot of door een mens gemaakte tekst is op deze manier te herkennen). Maar met het blote oog op te merken zijn ze nauwelijks.

Keurmerk

Desalniettemin hebben met name ervaren redacteuren wel het gevoel dat ze de verschillen kunnen ontdekken. Chatbottekst voelt gladder aan, en cliché-matiger. Gek zou dat ook niet zijn: chatbots zijn als het ware gemaakt om gladde en cliché-matige teksten te maken. In essentie doen ze niet anders dan steeds het meest voor de hand liggende woord te gebruiken, dat wil zeggen het woord dat in het corpus het vaakst voorkomt in deze context. Als veel mensen ‘op een mooie pinksterdag’ geschreven hebben, zal de computer na ‘op een mooie…’ geneigd zijn pinksterdag te schrijven.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Igor Omilaev on Unsplash

ChatGPT en ‘Reality has a well known liberal bias’

Het was een grap, maar niet helemaal, toen Stephen Colbert bovenstaande zin voor het eerst uitsprak. Het lachen wordt inmiddels steeds zuurder. Want als een AI-model zoals ChatGPT een feitelijk antwoord geeft op een vraag over klimaatverandering, racisme of ongelijkheid, dan klinkt dat voor veel mensen tegenwoordig als links. En dus onbetrouwbaar. Dat diezelfde AI gewoon de wetenschappelijke consensus benoemt? Negeer dat maar. In het tijdperk van complotten en gesponsorde verontwaardiging is feitenresistentie een deugd geworden, en alles wat daar niet in meegaat wordt afgedaan als “woke propaganda” of een complot van de – uiteraard – linkse academie, rechters en pers.

Niet verrassend dus dat conservatieve techbro’s, complotdenkers met zendingsdrang en beleidsmakers met identiteitscrisis nu hun pijlen richten op taalmodellen. ChatGPT is te links, zo klinkt het. De realiteit moet “meer in balans”. Vrij vertaald: de realiteit moet aangepast worden aan de ideologie. En dat is geen hypothetische nachtmerrie meer, dat is al begonnen.

Is ChatGPT echt links? Of ligt het misschien aan jou?
Onderzoek bevestigt inderdaad dat ChatGPT vaker progressieve antwoorden geeft dan rechtse. Uit een studie gepubliceerd in het Journal of Economic Behavior & Organization blijkt dat het model neigt naar linkse partijen, ideeën en waarden. Niet omdat het stiekem een rode vlag vasthoudt, maar omdat het getraind is op grote hoeveelheden publieke data: Wikipedia, wetenschappelijke publicaties, journalistieke stukken. Bronnen die, hoe vervelend ook voor de VVD-borreltafel, meestal gestoeld zijn op bewijs, nuance en empathie. In dat landschap klinkt dit al snel als links.

Foto: Rien Hack, Mens en Machine, Rijksmuseum, CC0, via Wikimedia Commons.

Hoe AI de wetenschap slechter maakt. Of beter

COLUMN - Betekent de komst van AI dat de problemen voor de wetenschap alleen maar erger worden? Ja, zeggen Sayash Kapoor en Aravind Narayanan, auteurs van het weblog (en boek) AI Snake Oil, in een kraakhelder betoog.

Hét probleem van de moderne wetenschap in de afgelopen decennia is misschien wel dat het zo gericht is op kennis. Daardoor raakt het inzicht, het begrip, gaandeweg buiten beeld. We weten steeds meer dingetjes over de wereld, maar we ons daadwerkelijk begrip blijft daarbij ver achter. Dat betekent onder andere dat terwijl het aantal beroepswetenschappers wereldwijd explosief is gegroeid in de afgelopen eeuw, de grote wetenschappelijke doorbraken daarbij zijn achtergebleven. Heel veel zaken die de grote wetenschappelijke vragen waren na de Tweede Wereldoorlog, staan nu nog steeds open. Ondertussen zijn de investeringen in onderzoek bij de belangrijkste investeerders (de VS, China, Japan, Duitsland, Zuid-Korea, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk) tussen 2001 en 2021 verviervoudigd.

Verstikkend

Dat dit zo is gegaan is begrijpelijk. De wetenschap is geprofessionaliseerd en daarbij hoort verantwoording aan de samenleving, en die verantwoording neemt vaak de vorm aan van kwantificatie: een wetenschapper moet zo-en-zoveel artikelen per jaar publiceren. Dat is gemakkelijker te doen als je naar feiten zoekt (zo’n feit heb je wel of niet gevonden) dan als je zoekt naar inzicht (dat veel subjectiever is). Precies de explosieve groei van de beroepswetenschap heeft dat allemaal nog veel sterker gemaakt: je moet bepaalde procedures volgen om tot bewijsbare resultaten te komen. Degene die jarenlang zoekt naar het juiste inzicht heeft het lastig in de rat race, zeker als dat zoeken ook nog vruchteloos blijkt te zijn. Het effect is dat er jaarlijks miljoenen wetenschappelijke artikelen worden gepubliceerd die vrijwel geen van allen beklijven.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Daniel Thomas on Unsplash

Schrijvend je menselijke stem vinden

COLUMN - De zomer is voor wie aan de universiteit werkt de tijd om na te denken over je onderwijs. Doorheen het jaar is het college van volgende week, en het huiswerk voor dat college, en een update voor je dia’s over het huiswerk altijd urgenter zodat het lastig is om na te denken over de grote lijnen. In de zomer valt dat allemaal weg – en kun je erover nadenken.

Ik geef al vele jaren een schrijfcursus, schrijven voor een breder publiek. Studenten oefenen daarbij met vooral journalistieke genres zoals het nieuwsbericht, de column, het interview en de reportage. Dé grote vraag is daar natuurlijk: wat doen we met kunstmatige intelligentie? Mogen studenten dat gebruiken? Moeten we ze er zelfs mee trainen? De laatste jaren was de politiek zo’n beetje: ga je gang, ik vis de stukken die door AI geschreven zijn er toch wel uit, ons niveau ligt echt wel een stukje hoger dan bij Google of OpenAI.

Principiële houding

Maar inmiddels is dat natuurlijk een naïeve gedachte. Als ik eerlijk ben, weet ik echt niet of ik bij een blinde test waarbij ik tien teksten kreeg voorgelegd, de vijf eruit kon halen die door chatbots geschreven zijn – zeker als die chatbots de instructie krijgen af en toe een menselijk tik- of spelfoutje te maken.

Foto: Igor Omilaev on Unsplash

Kritisch op AI, maar het toch gebruiken: hypocrisie of noodweer?

Stel je voor: je woont in een land waar iedereen een wapen mag kopen bij de supermarkt, en je buurman, die gelooft dat de aarde plat is en Obama een hagedis, heeft er inmiddels dertien. Jij gelooft in hopeloze ‘nance, democratische instituties en het nut van dialoog. Maar ja, jij hebt geen geweer. Op een dag barst de boel: burgeroorlog. Wie wint er, denk je?

Juist. Niet degene met het pamflet over geweldloos verzet.

Dit is het dilemma van de AI-kritische mens in 2025. De algoritmische pandemie is niet meer te stoppen. Elk bedrijf, van de lokale fietsenmaker tot de internationale datahoer, plugt nu AI in alsof het wifi is, onder het mom van “je moet wel mee, anders blijf je achter.” En wat doet de kritische burger? Die overweegt… om toch maar ChatGPT te gebruiken. Of Gemini. Of wat er deze week weer gratis bij de cloudboer zat.

En dan komt de existentiële kramp: Mag dat wel?

Mag je AI gebruiken als je je zorgen maakt over arbeidsverdringing, culturele verschraling, data-extractie en het feit dat alles wat je zegt nu potentieel trainingsmateriaal is voor een digitale Terminator?

Het eerlijke antwoord: natuurlijk niet. Maar ook: natuurlijk wel.

Foto: Illustratie Sara Mertens, met toestemming auteur en illustrator

AI is vreselijk

ESSAY - Door Teun van Son (Universiteit Antwerpen)

Deze tekst zal ongetwijfeld in de databases van AI-modellen zoals ChatGPT, Gemini en DeepSeek belanden. Die modellen maken namelijk gebruik van zogenaamde ‘scrapers’: programmaatjes die het web afstruinen op zoek naar data voor hun meesters. Die scrapers nemen data die vrij beschikbaar is – denk aan Wikipedia-pagina’s, sociale mediaposts, en blogposts – en gebruiken deze data voor commerciële doeleinden. AI-scrapers zijn maar nauwelijks tegen te houden; aan toestemming vragen doen ze niet. Ook deze tekst zal dus de ChatGPTs van deze wereld voeden. Hoe moet ik me daarbij voelen?

Door de gootsteen 

Laten we beginnen bij het meest voor de hand liggende euvel van generatieve AI (‘genAI’): het is enorm verkwistend. Een prompt in ChatGPT kost gemiddeld 10 keer zo veel energie als een zoekopdracht via Google. Dit zal de komende jaren alleen maar erger worden. Het genereren van een e-mail van 100 woorden door GPT-4 kost meer dan een halve liter water. De populaire beeldspraak dat deze diensten ‘in de cloud’ zouden leven, verhult de keiharde materiële werkelijkheid: genAI draait op datacenters, en die datacenters slurpen water en energie.

Google, een van de grootste spelers in het miljardenspel van genAI, beloofde in 2019 om zijn uitstoot tegen 2030 terug te dringen tot netto 0. Maar tussen 2019 en 2024 is Googles uitstoot niet gedaald; ze is gestegen met maar liefst 48%. De hoofdschuldige? Datacenters. GenAI is nu al verantwoordelijk voor 11% tot 20% van al het stroomgebruik van datacenters.

Volgende