Closing Time | Hooverphonic
Eind mei in Paradiso, vanavond op Sargasso: Hooverphonic, het Belgische gezelschap dat er op de een of andere manier in slaagt om ambient melodielijnen te paren aan scheurende gitaren.
De dagelijkse afsluiter met muziek en heel soms wat anders
Eind mei in Paradiso, vanavond op Sargasso: Hooverphonic, het Belgische gezelschap dat er op de een of andere manier in slaagt om ambient melodielijnen te paren aan scheurende gitaren.
Alles loopt een beetje anders dan anders, na ruim een dag down zijn en dus ontbrak er een closing time voor vandaag. Bij deze. Niet van mezelf, maar van iemand waarmee ik drift compatible ben.
Michelle Gurevich is een Canadese met Russische roots, die de nostalgische knoppen op het keyboard goed weet te vinden. De release van bovenstaand nummer was tien dagen geleden, maar als ik veertig jaar geleden had gezegd, zou u het allicht ook geloofd hebben.
Paté De Fuá komt uit Mexico en speelt een breed palet aan jazz, tango, cumbia, enzovoort. Hierboven een slepende wals, met zang van Lila Downs, die we hier eerder voorbij zagen komen.
Tokyo Ska Paradise Orchestra is een tienkoppig gezelschap dat in de dertig jaar van zijn bestaan een behoorlijk eclectisch stempel op de Japanse popmuziek gezet heeft. Hierboven een latin feestlied met vocalen van zangeres iLe. De mannen beheersen uiteraard ook de ska.
Tyr was onlangs te bewonderen in Nijmegen, samen met Heidevolk, een gezelschap dat eerder al eens langskwamen in de Closing Time. Tyr komt van de Faeröer eilanden, en dat zullen we weten ook. Vikingschip, drinkhoorns, gespierde kerels met baarden: check, check, check. Ach, wat zou het, als de muziek maar lekker is. En dat is ze*!
Zoals wel vaker gebeurt bij Scandinavische bands met een rune-logo en liederen waarin strijd wordt verheerlijkt, heeft ook Tyr wel eens het verwijt gekregen extreemrechtse sympathieën te hebben. Daar zijn ze het niet mee eens:
Samael is een Zwitsers gezelschap, dat begon als black metal, maar steeds experimenteler werd en dingen ging doen met drumcomputers. Dit is een oudje, maar ze touren nog steeds en zijn over twee dagen te bewonderen in Hengelo.
De Peruaanse band Los Destellos bracht zijn eerste plaat uit in 1968. De mannen zagen er indertijd uit als een immitatie-rockband, maar wie ernaar luistert hoort duidelijk een eigen, Zuid-Amerikaanse sound. De groep hield het in de vroege jaren tachtig voor gezien, maar kwam in 1996 nog één keer bij elkaar om een plaat op te nemen ter ere van de overleden frontman Enrique Delgado.
Als je eerste tonen van dit liedje hoort herken je het meteen van de reclame van die reisorganisatie. Een van de weinige reclames die bij mij destijds meteen een glimlach op mijn gezicht bracht. En waardoor ik nieuwsgierig werd naar het hele nummer. Xavier Rudd was volslagen onbekend, en sindsdien is er weinig veranderd. Maar dit pareltje luister ik nog altijd graag. De bijbehorende clip vind ik trouwens ook ontroerend.
Johnny Thunders, die eigenlijk John Anthony Genzale heette, was gitarist van de New York Dolls, een band die in de tijd van de glamrock een behoorlijk verontrustende sound had. Proto-punk, maar wel op plateauzolen, in spandex-broeken en met make-up. In 1975 spatte de band uit elkaar, waarop Thunders The Heartbreakers oprichtte (niet dezelfde als de begeleidingsband van Tom Petty). Een van hun nummers, te vinden op hun elpee LAMF, is het bovenstaande “Born to Lose”.
Er is vandaag aardig wat volume geproduceerd op de diverse festivals. Als tegenwicht muziek van klein geluid.
Het muziekdoosje, de speeldoos, mag dan meer voor kitsch dan voor kunst doorgaan, het instrument wordt veelvuldig gebuikt voor covers van pop-muziek. En in 1994 kwam er een cd uit met composities van voornamelijk Nedrlandse composinisten als Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw en Theo Loevendie. Op muziekweb Mucic Box: 32 composities voor muziekdoos zij van alle stukken een fragment te beluisteren.
De stilte waarmee vanavond het leed wordt herdacht dat we vandaag moeten zien te voorkomen, wordt vooraf gegaan door de ‘Taptoe’. Ik heb bewondering voor de trompettisten die in elk weertype dat muziekje er zuiver uit moeten zien te blazen. Bij een beetje guur windje is dat een knappe prestatie (en ja, het kan ook erger…).
Maar gezien de herkomt van her riedeltje is het merkwaardig dat het een dodenherdenking aankondigt. Bij zulke treurnis is een of ander rouwliedje meer op zijn plaats. Neem bijvoorbeeld de hartverscheurende trompet die ‘Strange Fruit’ inleidt.