Closing Time | Smoko
Working class punk van The Chats uit Australië. Met dat vette Australische accent klinkt dat nog net wat lekkerder. Verder moeten we ze maar met rust laten. Ze hebben rookpauze.
De dagelijkse afsluiter met muziek en heel soms wat anders
Working class punk van The Chats uit Australië. Met dat vette Australische accent klinkt dat nog net wat lekkerder. Verder moeten we ze maar met rust laten. Ze hebben rookpauze.
Een nummer over de poedelprijs, dat leek me wel toepasselijk na de week van de Amerikaanse midterms. Al gaat de tekst van Greg Freeman niet over politiek, maar over relationele complicaties. Wikipedia deelt Freeman in bij de alternatieve country, anderen noemen het rock of leggen zelfs een link met punk. Het komt er vooral op neer dat Freeman het niet moeilijker wil maken dan hij nodig vindt, en dat hij expressie verkiest boven virtuositeit of perfectie. Muziek live met band opnemen in de studio past helemaal bij die benadering. Dat heeft Freeman dan ook gedaan met zijn nieuwe plaat, waar Loser’s Prize op staat.
In Frankrijk hebben ze gisteren de juiste toon gevonden waarmee de protesten tegen de miserable staat van het onderwijs, de hoge kosten voor levensonderhoud en tegen het fascisme.
De Nederlandse media konden die toon niet vinden. Verblind als ze waren door hun blik die vooral op de politie was gerichten, want je weet maar nooit wanneer die er op los gaan.
De landelijke protestdag verliep desalnietteminn redelijk rustig. Het rumoer kwam bovenal van vrolijke, dansende en zingende mensen die een voor de gelegenheid opgepimtpe versie brachten van J’ai deux amours (Ik heb twee liefdes: mijn land en Parijs), een chanson uit 1930 van Josephine Baker (1906 – 1975).
Het was best wel een paar drukke dagen. Dagen met drukte, bedoel ik. Met druktemakers. Als we dat zelf niet zijn, zijn het de anderen wel.
Tijd voor een wat rustiger, meer contemplatief muziekje. Kalmerende muziek, met een alarmerende tekst. Voor Brian Eno is het allemaal wel helder:
In deze wereld (…)
Zoveel te verliezen en te redden
En de roos van de liefde zal bloeden
En de dag is vervloekt in schande
Gisteren was er hoop dat ‘Old man Trump’ een pak slaag zou krijgen, vandaag is hoop zekerheid geworden.
We kunnen dan ook, net als gisteren, weer een liedje van gouwe ouwe Woody Guthrie er bij halen. Bij leven was hij een die-hard anti-fascist, met zijn gitaar als wapen:
My big Gibson guitar has got a sign I painted on it, says, “This machine kills fascists” and it means just what it says too.
Hoe het met de ouwe Trump zal aflopen – doen de midterms-verkiezingen hem de das om of niet – weten we op dit moment nog niet. Er zijn tekenen dat steeds meer Amerikanen hem wel zat beginnen te worden.
De midterms zijn geen presidentsverkiezingen. Ook geen referendum over al dan niet aanblijven van de ouwe Donald. Toch menen analisten dat wegens de gevolgen van zijn beleid veel Amerikaanse kiezers tot een ‘anti-Trump’-stem zullen uitbrengen.
My Purse is een band uit Amsterdam. Ze worden nogal eens ingedeeld bij de postpunk, maar zijn het daar zelf niet zo mee eens. Ze kiezen voor een opener geluid dan gebruikelijk is in de punk of postpunk. Geen van beide gitaristen neemt de rol van ritmegitarist in, en dus wordt het geluid niet gevuld met powerchords, of volle akkoorden. In plaats daarvan maken ze een weefsel van gitaarlijntjes, bovenop het fundament van de bas, die zo vanzelf meer ruimte krijgt.
Nadat de Screaming Trees waren gestopt, dook zanger Mark Lanegan regelmatig op in samenwerkingen met andere artiesten. Maar hij maakte ook enkele prachtige soloplaten, in zijn eigen stijl, ergens in het gebied tussen de rock van zijn oude band en de oude Amerikaanse muzikale tradities. En natuurlijk deed hij ook een sessie bij KEXP in zijn stad Seattle.
Hier bezingt hij zijn lot als eenzame wolf, uit de roedel verstoten; weliswaar “high, wild and free“, maar meevallen doet dat niet:
Rock, jaren ’80, Seattle, dan moet het wel grunge zijn, zou je zeggen. Maar in mijn herinnering werd Screaming Trees daar destijds niet zoveel mee geassocieerd. Ze kwamen net iets eerder op dan de bekende grunge-bands, en ze klonken ook wel iets anders. Dat zal de reden zijn. Dat ze nu, met terugwerkende kracht, alsnog als grondlegger of inspirator van die beweging worden gezien valt wel te begrijpen. Ook omdat er in een niet al te grote stad als Seattle allerlei lijntjes liepen tussen bands, labels, studio’s, enzovoort. Qua bekendheid bij het grotere publiek moesten de Trees het afleggen tegen de grote namen van de grunge, zoals Nirvana en Pearl Jam.
“Well you play that tarantella, all the hounds will start to roar….” (*.*)
Wie speelt daar eigenlijk die tarantella?
Dat is het Legiana Collective, een moderne folkband uit Nederland die eigen composities en traditionele nummers van over de hele wereld speelt.
Met ‘tarantella’ wordt meestal een snelle, traditionele Zuid-Italiaanse dans bedoeld. Legiana Collective maakt er een lenteliedje van, dat zich afspeelt in de bergen waar het weer zomaar kan omslaan.
De Zweed Bo Hansson bracht in 1972 een instrumentale ode aan Lord of the Rings uit. Hier rijden de zwarte ruiters door The Shire – kunnen jullie ze horen?
Er wordt rondgebazuind dat we in tijden van polarisatie leven. En polarisatie zou dan betekenen dat de schreeuwers tegenover de stillen staan.
Om dat allemaal een beetje goed te breien (wat neerkomt op 1 rechts, 1 averechts en vooral links overhalen heur muil te houden)roept men de gepolariseerden op met elkaar in gesprek te gaan.
Begrip tonen, luisteren, meevoelen, vragen stellen, vriendelijk blijven.
Mijn advies: sluit je niet aan bij de schreeuwerds, ook niet bij de stillen. Zoek het bij hullie die van allebei wat zijn: “the gentle, angry people”.