Zoekresultaten voor

'privacy'

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Intieme en intimiderende technologie

Sociale media hebben niets te maken met intimiteit, schrijft filosoof Jan Vorstenbosch. Een nieuwe aflevering in de serie Intieme Technologie van het Rathenau Instituut.

‘Intieme technologie’…een intrigerende paring van woorden. Het klinkt een beetje als ‘zwarte sneeuw‘. Dat ligt vooral aan de suggestieve betekenis van ‘intiem’. Bij intiem denk ik aan een etentje (gezelligheid, close, romantiek), een omhelzing (warmte, lichamelijkheid), aan vrienden (vertrouwelijkheid, nabijheid, gehechtheid). ‘Intiem’ drukt uit dat we gedurende een zekere episode op een bepaalde wijze een ervaring hebben, zoals ook ‘knus’, ‘plezierig’, ‘fijn’ en ‘heerlijk’ en ‘gezellig’ dat doen. De kern van het intieme als een dimensie van ervaring bij een situatie of handeling, is relationeel en intersubjectief. De ervaring wordt bijvoeglijk uitgedrukt en ze is in beginsel positief – de complicaties laat ik graag liggen voor schrijvers. Iemand die helemaal geen intieme relaties heeft, nooit eens een intiem etentje, geen omhelzingen, geen vrienden, vinden we ‘zielig’.

Zielig. Ook zo’n woord trouwens. Min of meer per abuis meldde ik me aan bij Facebook. Ik dacht een beter contact te organiseren met een vriend die verhuisd was. Na drie maanden heb ik, welbewust, nog altijd maar die ene vriend, die de reden van mijn aanmelding was. Ik weersta tot nu toe de verleiding om al die aardige, interessante, mij vaag bekende mensen die er blijk van gaven aan die ene willen worden toegevoegd, te bevrienden. Een verre vriend uit een ver verleden vond het maar zielig, één vriend! op Facebook!!!  Ik vind mensen die prat gaan op driehonderd vrienden op Facebook zielig.

Privacy voor een koopje

Nederlander ruilt privacy niet in voor een ‘koopje’ kopt Nu.nl. KPMG heeft onderzoek gedaan onder 10.000 Nederlanders en die zeggen niet goedkopere of online diensten te willen in ruil voor het prijsgeven van hun persoonsgegevens.

Dit is natuurlijk een lachwekkend onderzoek. Even handen opsteken: wie betaalt hier voor Google (docs, maps, gmail, charts, insight, news, reader, etc.), Hotmail, Hyves, Facebook, Twitter? Wie betaalt voor de online Telegraaf, Nu.nl, NRC? Wie betaalt er hier voor Wordfeud, Angry Birds of Buienradar?

Hoe betalen deze bedrijven hun rekeningen denkt u? Juist.

foto Susanti Chandra

Pax Americana (et Hollywoodana)

(met update onderaan) In Washington woedt een felle strijd tussen voor- en tegenstanders van de SOPA, de strenge anti-piraterijwet die buitengewoon veel macht geeft aan de entertainment-industrie ten koste van, nou ja, zo’n beetje de hele internetbevolking. Die strijd tussen de gevestigde industriële belangen van Hollywood et al. en de daadwerkelijke innovatieve sector is echter geen louter Amerikaanse aangelegenheid. Of laat ik het anders zeggen: Amerika zet achter de schermen andere landen onder grote druk om SOPA te volgen.

De Spaanse krant El Pais heeft onthuld hoe de Verenigde Staten Spanje onder druk zetten om zeer vergaande anti-piraterijwetgeving door te voeren. Voorheen had Spanje tamelijk pragmatische wetgeving op dit gebied. Als auteursrecht werd geschonden, kon je als gedupeerde naar de rechter stappen. Nu ligt er een wetsvoorstel waarbij ISP’s binnen 48 uur moeten ingrijpen, file-sharing sites afknijpen en waar mogelijk ook de personen daarachter opsporen.

Volgens El Pais  voerden de VS de druk verder op, waarbij zelfs stappen werden ondernomen naar het opleggen van handelssancties. Dat is nogal wat, zeker gezien het feit dat SOPA zelf zwaar onder vuur licht (lichtpuntje: er wordt eindelijk een hoorzitting gehouden waarbij technisch onderlegde mensen uit de veiligheids- en internetsector SOPA mogen becommentariëren).

http://youtu.be/kJvAUqs3Ofg

Opsporing en vervolging via sociale media

Stel: je wordt verdacht van een ernstig misdrijf en opsporingsambtenaren leggen een link tussen daad en dader door gebruik te maken van sociale media. Mag dat, vraagt gastauteur Sebastiaan van der Lubben zich af?

In Amerika is een debat ontstaan over deze zoekmethode. Een verdachte van ontvoering en moord werd herkent door gebruik te maken van profielen die hij aanmaakte op datingsites. Daarop veel foto’s vanuit verschillende hoeken van de dader. Slimme gezichtsherkenning (denk CSI) deed de rest. Dus kopte (het uitstekende NextGov): Feds turn to dating websites and facial recognition tools to catch crooks. Logisch: de zoekmethode gaat een stuk sneller dan het opsporen en overtuigen van (onwillige) getuigen om mee te werken aan het proces. De techniek doet de rest.

Gezichtsherkenning gaat sneller en beter dan vijf, zes jaar geleden. De technologie wordt goedkoper en het aantal foto’s op internet explodeert. Zoeken in online bestanden naar boefjes is een fluitje van een cent. En precies daartegen maken rechtsgeleerden, de Federal Trade Commission en het Congres grote bezwaren. De overheid krijgt zo wel heel veel macht om naast verdachten ook een referentiecheck te maken van iedereen in de (directe) omgeving. Law enforcement goes 2.0 zou je kunnen zeggen, met alle juridische vraagstukken van dien.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

CleanIT: schoolvoorbeeld van een ontspoord veiligheidsproject

Het bestrijden van criminaliteit via internet is belangrijk. Het is dan ook onvergeeflijk als overheden geen idee hebben wat ze aan het doen zijn, onze internetvrijheid te grabbel gooien en bakken met belastinggeld pompen in amateuristisch broddelwerk zoals het CleanIT-project, stelt Ot van Daalen, directeur van Bits of Freedom.

Het onlangs gelanceerde Clean IT project is één van de ergste voorbeelden hiervan. We twijfelden zelfs of we er aandacht aan moesten besteden. Maar omdat het van serieuze overheidspartijen komt, leek het ons goed om toch eens in detail uit te leggen waarom dit project rechtstreeks de prullenbak in kan.

De drijvende kracht achter het Clean IT project is de Nederlandse Nationale Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV). Deelnemers zijn onder meer Spanje, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, België en Europol. Het doel van het project is “to counter the illegal use of the internet by terrorists”, zo staat op de website.

De leden zijn een aantal keren bij elkaar gekomen en gaan dat het komende jaar blijven doen. Uiteindelijk hopen ze regels te ontwikkelen om, ja wat precies? Het is onduidelijk, maar belooft weinig goeds. 

Het doel is niet duidelijk

Alle overheidsprojecten moeten een helder omschreven en zo beperkt mogelijk doel hebben. Op die manier zorg je dat belastinggeld zo effectief mogelijk wordt ingezet. Bovendien kan je niet alle problemen in één keer oplossen. Daarnaast beperk je zo het risico dat het project ook voor andere doeleinden wordt ingezet (zogenoemde “function creep“). En als privacy en communicatievrijheid in het geding zijn, is een heldere doelomschrijving zelfs verplicht op grond van Europese mensenrechtenverdragen.

Het doel van het Clean IT project is de eerste maanden al hopeloos uit de klauwen gegroeid:

  • Eerst was het projectdoel “combating the misuse of internet for Al Qaida influenced terrorist purposes” (project outline van 15 september 2011, PDF).
  • Nog niet een maand later werd dit al uitgebreid. De workshop van het project werd georganiseerd “to discuss illegal use of the internet”. Opeens blijkt het project zich te richten op het misbruik van het internet door “terrorists and extremists”. En dat zijn er nogal wat: “all kinds of terrorists organizations, including lone wolf terrorists and individual extremists. Including (alphabetical) animal rights, left-wing, racist, religious, right-wing, separatist and all other terrorist and extremist organizations and individuals.” Al Qaida wordt niet meer specifiek genoemd. Zie het verslag van de workshop van 24 en 25 oktober 2011 (PDF).
  • Bovendien blijkt het project zich opeens te richten op geweld en hate speech: “The project also aims to limit the use of the internet by organizations or individuals inciting murder and violence, and or publishing or disseminating racist and xenophobic material, and hate speech.”
  • En terloops wordt opgemerkt dat het internet “is misused in many forms, including cybercrime, hate speech, discrimination, illegal software, child pornography and terrorism”.

De uitbreiding van het project wordt bevestigd in een voortgangsrapportage van 16 november 2011 (PDF). Desondanks schrijft het NCTV in een persbericht op 18 november 2011 dat het project nog steeds beperkt zou zijn tot Al Qaida: “The project focuses on Al Qaïda influenced content.”

Niet alleen zijn in een paar maanden de groepen waar het project zich op richt uitgebreid: ook is het soort gebruik in de loop van het project uitgebreid. Hoewel het project zich in eerste instantie richtte op “the illegal use” van het internet door bepaalde groepen, is het doel een maand later uitgebreid tot “the illegal and unwanted use” van het internet (verslag van workshop van 24 en 25 oktober 2011, onderstreping toegevoegd).

Dat betekent dus dat het project erop is gericht om gedrag dat niet op basis van een wet verboden kan worden, toch te beperken. Ook hier stelt het persbericht van een maand later weer dat het project zich beperkt “to counter the illegal use of the internet by terrorists”. Dat steekt des te meer, nu het project parlementaire controle omzeilt. We komen hieronder op terug.

De vraag is niet helder

Niet alleen moet het doel helder omschreven zijn: ook de vraag moet  kraakhelder zijn. Want pas dan weet je naar welke oplossingen je moet zoeken. Het klinkt bijna te simpel. Maar niet voor het Clean IT project. In de project outline staat slechts een aanname: “The internet plays a central role and is of great strategic importance for Al Qaida influenced extremist networks.” Daar volgt geen vraag uit.

Terwijl de vraag van alles kan zijn: hoe kan worden voorkomen dat aanhangers van Al Qaida gebruik maken van het internet, of dat sympathisanten fondsen werven via het internet, of dat zij nieuwe recruten werven via het internet? Ga zo maar door.

Ook een maand later was nog steeds niet duidelijk wat de deelnemers precies aan het oplossen waren. En toch organiseren ze allemaal workshops. Als je geen duidelijke vraag hebt, zijn alle zogenaamde oplossingen nutteloos. Want je weet niet of ze werken.

De gevolgen voor communicatievrijheid en privacy worden niet besproken

Clean IT maakt inbreuk op de privacy en communicatievrijheid. Daarom schrijven de organisatoren dat respect voor fundamentele rechten onderdeel moet zijn van het project. Maar dat voornemen opschrijven is niet voldoende: er moet expliciet onderzoek worden gedaan naar de manieren waarop deze grondrechten worden ingeperkt en wat de onbedoelde en ongewenste neveneffecten van het project kunnen zijn.

Want zelfs als zo een systeem met de beste bedoelingen zou worden opgezet: het risico dat dit project in de toekomst wordt misbruikt voor censuur en surveillance is groot:

  • Dit project heeft een megalomane reikwijdte en zou zich richten op misbruik: “within in [sic] all layers and parts of the internet. This includes (in alphabetical order) audio messages posted on internet, blogs, chat rooms, documents posted, e-mail, messaging systems, payment systems, social media, static texts on websites, video messages, web forums” (verslag van workshop van 24 en 25 oktober 2011).
  • En vrijwel de hele internetgemeenschap zou moeten meewerken aan deze regels: “browser providers, certificate providers, cloud providers, domain registrars, e­‐mail service providers, exchange points, filter providers, hosting providers, hotlines, investigation companies, law firms, security consultants, search engine companies, social network sites, technology innovators, vendor sites and web forum providers”.
  • Daarbij komt dat de oplossingen die worden voorgesteld in het document het grondrecht op communicatievrijheid en privacy inperken, zoals het publiceren van zwarte lijsten van verboden websites of het afschaffen van anonimiteit.


Het project wordt niet gebaseerd op bewijs

Het lijkt voor de hand liggen: alle beleid moet worden gebaseerd op stevig bewijs. Het bestaan en de omvang van het probleem moet onderbouwd worden met deugdelijke, onafhankelijke data. En vervolgens moeten de effectiviteit en de gevolgen van alternatieve oplossingen op basis van onafhankelijk onderzoek in kaart worden gebracht. Als dat bewijs ontbreekt is een project niet meer dan een mening van een paar deelnemers. Helaas ontbreekt in Clean IT iedere poging om het project met bewijs te staven. Het probleem wordt niet onderbouwd – het blijft slechts bij aannames – en de oplossingen komen uit de lucht vallen.

Het project omzeilt parlementaire controle

Bij het Clean IT project is ervoor gekozen om parlementaire controle te omzeilen, zo blijkt uit de project outline:

“In addition to regulatory approaches, public-private partnerships can cause a breakthrough in deadlocked talks between government and industry. The internet is in most countries predominantly privately owned, and the internet knowledge is 100% privately owned. Therefore, the solutions to these problems can be found in direct cooperation between member-states and the Internet business.”

In plaats daarvan streven de deelnemers naar “gentlemens agreements” tussen de overheid en marktpartijen:

“The main objective of this project is of a non-legislative  ́framework ́ that consists of general principles and best practices. The principles will be used as a guideline or gentlemen’s agreement, adopted by many partners. They will describe responsibilities and concrete steps public and private partners can take to counter the illegal use of Internet. The principles should fill the gap between Member States (national) regulation and private initiatives / best practices.”

Iedere inperking op de communicatievrijheid en privacy die afkomstig is van de overheid moet gebaseerd zijn op een formele wet. Dat volgt uit de Europese mensenrechtenverdragen. En terecht: het parlement moet zich over die maatregelen kunnen uitspreken, regels moeten in volledige openheid tot stand komen en burgers moeten precies weten waar ze aan toe zijn.

Dat in dit geval ervoor is gekozen om het parlement te omzeilen, is onacceptabel, zeker omdat het project ook is gericht op het beperken van gedrag dat niet op basis van een wet verboden kan worden.

Conclusie: het Clean IT project kan de prullenbak in

De bestrijding van criminaliteit is te belangrijk om met dit soort halfbakken plannetjes aan te pakken. We hopen dat het parlement het Clean IT project in de kiem smoort en dat de overheid ons belastinggeld in de toekomst beter besteed.

Bonus of malus?

Minder privacy voor persoonlijke aanbieding’, kopte RTL Nieuws gisteren. Albert Heijn wil de data van de bonuskaart gebruiken om gerichte aanbiedingen te doen die per persoon verschillen. Het is zeker nieuws, maar niet omdat sprake zou zijn van een privacy-inbreuk.

De bonuskaart wordt al sinds 1998 gebruikt om het koopgedrag van klanten in kaart te brengen (dat is immers het doel van alle klantenkaarten). Op zich zie ik er niet zoveel problemen mee dat de AH weet wat ik koop. Omdat ik vrijwel altijd met PIN betaal, weten ze dat toch al en zoals gezegd, het is niet bepaald nieuw. Anno 2011 is persoonlijke informatie een ruilmiddel geworden met geldelijke waarde. Er zou alleen een groot privacyprobleem zijn als AH deze informatie met derden deelt of geen inzage geeft in de verzamelde gegevens (oeps)

Wat wel nieuwswaardig is, is dat klanten dus aanbiedingen op maat krijgen via Mijn Bonus. Daarmee krijg ik bijvoorbeeld korting op luiers (ik heb een klein kind) en mijn buren met puberkinderen niet. Nu zitten mijn buren wellicht niet op die korting te wachten, maar doordat aanbiedingen op invididueel niveau worden gedaan, gaat ook veel transparantie verloren. Hoeveel korting krijgen andere  klanten? Krijgen ze meer korting dan jij? En hoe werkt dat? Krijgen rijkere klanten meer korting? Of juist klanten die vaker euroshopper-producten kopen?

Waarheen, waarvoor?

Allereerst namens Sargasso de beste wensen voor het nieuwe jaar. Vandaag de afsluiter van onze korte serie over 10 jaar Sargasso (en bloggen, en social media, en nog veel meer). In deze laatste post wil ik vooruitblikken naar komend jaar en nog wat verder kijken.

2012 zal een spannend jaar worden voor Sargasso. Wat kunt u verwachten?

Er staat een aantal grote onderzoeksprojecten in de steigers. Op dit moment krijgen we de resultaten binnen van een megawob-verzoek over cameratoezicht. We hebben bij alle korpsen en gemeenten en een aantal provincies en ministeries de locaties en andere informatie over hun gevoerde cameratoezicht opgevraagd. Met 25 vrijwilligers gaan we een database vullen waarmee we interessante analyses kunnen uitvoeren. In maart moet daar het eerste nieuws uitkomen. Een interactieve applicatie is inmiddels af.

Dit jaar zetten we ook onze tanden in politieke data. We helpen politix mee met het in kaart brengen van het stemgedrag van partijen. Daarnaast zijn we bezig om een groot Europees project op te zetten waarbij we inzicht willen bieden in de Europese lobbypraktijken. Wie lobbiet waarvoor? Welke lobbyisten staan er niet op de (vrijwillige) lobbylijst? In hoeverre is sprake van een draaideur tussen beleidsmedewerkers/politici/lobbyisten? We doen dit samen met een aantal Europese organisaties en Het Nieuwe Stemmen/Hack de Overheid.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Principes versus presence?

Linda Kool is onderzoeker en adviseur bij TNO. Ze ervaart grote druk om mee te doen op Twitter en Facebook, ondanks haar bezwaren op het gebied van privacy. Een nieuwe aflevering van de serie Intieme Technologie van het Rathenau Instituut.

Het web is voor velen van ons niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Het web is onze lifeline naar de wereld geworden. Vrienden, werk, uitgaan, nieuws, boodschappen, entertainment en de nieuwste hotspot in de stad – het is slechts een paar muisklikken van ons weg. En die levenslijn wordt steeds belangrijker. In 2009 gaf onderzoek al aan dat jongeren liever een dag niet eten dan een dag zonder telefoon door het leven te moeten gaan. Recenter onderzoek laat zien dat een derde van de jongeren internet tegenwoordig net zo belangrijk vindt als water, eten, lucht en een dak boven hun hoofd.

Bij mij loopt het allemaal niet zo’n vaart. Hoewel ik van diverse apparaten ben voorzien, van smartphone tot iPad, lijk ik maar geen optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden die het sociale web me biedt. Waar collega’s en vrienden Facebook en Twitter continu aan hebben staan, hun nieuwsinname maximaliseren, samen online scrabble spelen en tussendoor ook nog werken, kan ik slecht wennen aan het continu onderbroken worden door de rits tweets, instant messages, krabbels etc. Mijn Facebook en Hyves-account heb ik opgezegd, ik ben niet  begonnen aan locatiegebaseerde sociale netwerken zoals Foursquare en ik moet altijd mijn best doen om me te herinneren dat het weer tijd is voor een Tweet. Ik heb geen publiek Twitter-account; mijn Tweets zijn alleen zichtbaar voor mijn volgers en dat zijn er ook niet veel. Ik steek dus bleek af bij de bovengenoemde digital natives, maar trouwens ook bij vrienden en collega’s (digital native of niet).

Vorige Volgende